Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Maatschappelijke Zetel Pater Voordeckersstraat 36

Dovnload 105.22 Kb.

Maatschappelijke Zetel Pater Voordeckersstraat 36



Datum01.08.2017
Grootte105.22 Kb.

Dovnload 105.22 Kb.








Maatschappelijke Zetel

Pater Voordeckersstraat 36

2280 Grobbendonk


Clublokaal

Kanaaldijk

2280 Grobbendonk

VVW GROBBENDONK vzw



Penningmeester


Verstrepen Ivonne

Vinkenlaan 3

9250 Waasmunster

0479/77 09 71



pacific.transport.nv@pandora.be

Voorzitter


Dirk Temperman

Pater Voordeckersstraat 36

2280 Grobbendonk

0479/34 37 68



tempermand47@telenet.be

Secretaris


Sleeckx Kurt

Bouwelsesteenweg 45

2280 Grobbendonk

0495/32 55 14



kurt.sleeckx@telenet.be

info@vvwgrobbendonk.be





www.vvwgrobbendonk.be


VVW GROBBENDONK VZW – BINNENHUISREGLEMENT



Hoofdstuk 1. Benaming en vestiging.

Art. 1.1. De vereniging, genoemd in dit binnenhuisreglement, is en wordt genoemd:



VLAAMSE VERENIGING voor WATERSPORT,GROBBENDONK WATERSKI VZW

afgekort “VVW GROBBENDONK VZW”.


Art. 1.2. De vereniging valt volledig onder het beheer en de statuten van VVW Grobbendonk vzw, van 04 januari 1990, gewijzigd tijdens de buitengewone algemene vergadering op 06 maart 2009.
Art. 1.3. Bijlage van de verschijning in het Staatsblad is in het clublokaal of de zetel beschikbaar ter inzage.
Art. 1.4. De maatschappelijke zetel van de vereniging is gevestigd te Grobbendonk, Pater Voordeckersstraat 36. De terreinen en lokalen gelegen aan de KANAALDIJK van het Albertkanaal te 2280 GROBBENDONK. En ressorteert onder het gerechterlijk arrondissement Turnhout.
Art. 1.5. De plaats van de vestiging kan door beslissing van de Algemene Vergadering van de vereniging naar iedere andere plaats worden overgebracht. Iedere wijziging van de vestiging moet binnen de maand gepubliceerd worden in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad.
Art. 1.6. De Raad van Bestuur van de vereniging heeft volgende functies voorzien om de club in een goede verstandhouding te besturen:

  1. Voorzitter

  2. Secretaris

  3. Penningmeester

Art. 1.6.1. De Raad van Bestuur wordt verkozen voor een termijn van vier jaar en wordt voor de helft vernieuwd om de twee jaar. De bestuurders zijn herkiesbaar.


Art. 1.6.2. De kandidaatstelling voor de functie als bestuurder kan schriftelijk per aangetekende brief geschieden bij de Raad van Bestuur.
Art. 1.6.3. De bestuurders worden verkozen door de Algemene Vergadering dewelke hierover beslist met een gewone meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde stemmen.

Art. 1.7. De dagelijkse leiding van de vereniging wordt waargenomen door een Dagelijks Bestuur dat belast is met de uitvoerende taken van de vereniging. En bestaat uit :



  1. Voorzitter

  2. Secretaris

  3. Penningmeester

  4. Feestbestuurder

  5. Terreinverantwoordelijke

  6. Materiaalmeester

  7. Waterskiverantwoordelijke

  8. Barverantwoordelijke

Art. 1.7.1. De taken en bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur worden vastgesteld in de statuten onder Hoofdstuk 4.


Art. 1.7.2. Het Dagelijks Bestuur wordt verkozen voor een termijn van vier jaar en wordt voor de helft vernieuwd om de twee jaar. De leden zijn herkiesbaar.
Art. 1.7.3. Om tot lid van het Dagelijks Bestuur verkozen te worden moet men minstens twee opeenvolgende jaren lid zijn van de vereniging.


Hoofdstuk 2. Doel en duur.

Art. 2.1 De vereniging heeft tot doel: het bevorderen en stimuleren van de watersport in al haar onderdelen en van alle aanverwante sporten, als bijzondere tak van de vrijetijdsbesteding. Zij mag alle handelingen doen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel. Zij kan onder meer medewerking verlenen aan en belangstellen in elk gelijkaardig doel als het hare.


Art. 2.2. De duur van de vereniging is onbeperkt. Zij kan te allen tijde ontbonden worden zoals bepaald in art. 31 Hoofdstuk 8 van de statuten.
Art. 2.3. Zijn uitgesloten als aanverwante sporten van de vereniging/club en dusdanig verboden op het aan de vereniging toegewezen watervlak:

1. Surfen 2.Zeilen 3.Hovercrafts 4.Jet-ski

Het bestuur van de vereniging kan eventueel een uitzonderingsmaatregel nemen.

Hoofdstuk 3. Leden.

Art. 3.1. De leden van de vereniging/club vallen onder de statuten van “VVW Grobbendonk vzw”


Art. 3.2. De aangesloten leden van de club zijn onderverdeeld als volgt:
Art. 3.2.1. HOOFDLEDEN
zijn clubleden die eigenaar zijn van één of meerdere boten. De inwonende echtgeno(o)t(e), ongehuwde kinderen (tot 23 jaar) en eventuele verloofden (tot 23 jaar) worden aanzien als hoofdlid.
Art. 3.2.2. BIJLEDEN
zijn clubleden die het waterskiën of varen actief beoefenen, doch geen booteigenaar zijn. De inwonende echtgeno(o)t(e), ongehuwde kinderen (tot 23 jaar) en eventuele verloofden (tot 23 jaar) worden aanzien als bijlid.

NOTA: Samenwonende, verloofden van kinderen en kinderen van hoofd- en/of bijleden, ouder dan 23 jaar, kunnen enkel aanspraak maken op de titel van hoofd- en/of bijlid, wanneer ze onder hetzelfde dak wonen en er ingeschreven zijn. Zoniet dient men voor elke persoon het lidmaatschap van bijlid te betalen.


Art. 3.2.3. JEUGDLEDEN
zijn jongeren tot en met de leeftijd van 18 jaar, die aangesloten kunnen worden met een jeugdlidkaart om alzo in onze club de waterskisport uit te oefenen. De ouders of voogd zijn géén lid van de vereniging. De schriftelijke toestemming van ouder(s) of voogd is verplicht.
Art. 3.2.4. STEUNENDE LEDEN
zijn personen die via een vooraf bepaalde financiële bijdrage hun sympathie aan de club betuigen en de watersport niet beoefenen. De inwonende echtgeno(o)t(e), ongehuwde kinderen (tot 23 jaar) en eventuele verloofden (tot 23 jaar) worden aanzien als steunend lid.
Art. 3.2.5. ERELEDEN
zijn leden die door hun aanzien of hun bijzondere financiële steun aan de club hun bijdrage verlenen aan de uitstraling van de goede naam van de vereniging.
Art. 3.3. Iedereen kan toetreden tot de club, na goedkeuring door de Raad van Bestuur van de vereniging.
Art. 3.4. Ieder hoofd- of bijlid is verplicht, personen die meer dan drie maal de watersport, hetzij waterskiën of varen, met hem/haar hebben uitgeoefend op het watervlak dat is toegewezen aan de club, te laten aansluiten als bijlid.
Art. 3.5. Ieder hoofd- of bijlid is verplicht, personen die hem/haar meermaals vergezellen in de club en niet skiën of varen, te laten aansluiten als lid.
Art. 3.6. Kinderen van hoofd- en/of bijleden, ouder dan 23 jaar, die een minimale mentale handicap hebben van 66% en onder de ouderlijke verantwoordelijkheid vallen, kunnen aanspraak maken op de titel van hoofd- en/of bijlid. Het lidmaatschap van deze personen valt onder het lidmaatschap van de ouders of voogd.


Hoofdstuk 4. Algemene jaarvergadering.

Hoofdstuk I – De Algemene Vergadering.
Art. 4.1. De Algemene Vergadering bestaat uit alle werkende leden, en wordt voorgezeten door de voorzitter van de Raad van Bestuur.
Art. 4.2. Elk jaar wordt ten minste één gewone Algemene Vergadering gehouden dewelke bijeengeroepen door de Raad van Bestuur, en zulks uiterlijk binnen de zes maanden na afsluiting van het boekjaar.
Art. 4.3. De Algemene Vergadering is bevoegd voor de taken vermeld in art. 23 Hoofdstuk 6 van de statuten, en alle andere bevoegdheden die voortvloeien uit de wet van 27/06/1921, gewijzigd door de wet van 02/05/2002 aangaande de regelgeving voor de Vzw’s.
Art. 4.4. Als werkend lid kan tot de vereniging toetreden, ieder natuurlijk persoon die minstens gedurende één jaar toegetreden lid is van de vereniging en aan de voorwaarden hiervoor gesteld voldoet.
Hoofdstuk II – De Algemene Ledenvergadering.
Art. 4.2. De clubledenvergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van het Dagelijks Bestuur.
Art. 4.1. Jaarlijks wordt er een clubledenvergadering gehouden in aanwezigheid van alle leden van de vereniging, zowel werkende als toegetreden leden.
Art. 4.2. Het verslag van de laatst gehouden clubledenvergadering zal hierop worden voorgelezen. De financiële stand van de vereniging zal door de penningmeester worden voorgelegd en besproken.
Art. 4.3. Voorstellen en vragen voor deze clubledenvergadering moeten schriftelijk en uiterlijk 15 dagen voor deze vergadering op het secretariaat worden ingediend. Daarna zijn zij niet meer ontvankelijk en bespreekbaar op de vergadering.
Art. 4.4. Op deze clubvergadering kan een aanvraag worden ingediend om toe te treden tot de Algemene Vergadering. Deze zal dan op de volgende werkvergadering van de vereniging worden besproken en voorgelegd worden op de Algemene Vergadering. De uitslag hiervan zal zo vlug mogelijk aan de belanghebbende worden medegedeeld. Kandidaturen moeten schriftelijk per aangetekend schrijven uiterlijk 15 dagen voor de vergadering gericht worden aan de Raad van Bestuur.
Art. 4.5. Eventueel stemmen op de clubledenvergadering bij volmacht is niet toegestaan.
Art. 4.6. Stemmen voor personen is geheim.


Hoofdstuk 5. Financiën.

Art. 5.1. De bijdrage evenals de uiterste betalingsdatum ervan, worden jaarlijks vastgesteld door de Raad van Bestuur van de vereniging. Mededeling van deze vaststelling wordt gedaan tijdens de clubledenvergadering. Van nieuwe hoofd- of bijleden wordt benevens het jaarlijks lidgeld, een eenmalige toetredingssom geëist.


Art. 5.2. Hoofd- en bijleden die niet in orde zijn met de clubfinanciën worden niet toegelaten tot de clubinstallaties. (Steigers, bootkraan, afrit, enz…)
Art. 5.3. Hoofdleden die meer dan één boot bezitten, waardoor een D.S. nummer is vereist (boten met een motor van minstens 10 pk) dienen een bijkomende bijdrage te betalen per bijkomende boot. Dit bedrag kan jaarlijks worden gewijzigd.

Art. 5.4. Jaarlijks worden de hangsloten vervangen. De sleutel(s) ervan worden overhandigd aan de hoofdleden, ter gelegenheid van de opening van het vaarseizoen. Deze overhandiging geschiedt onder waarborg in contanten, of tegen inlevering van de sleutel van het vorige seizoen.


Art. 5.5. Wanneer een lid, na het verstrijken van de uiterste betalingstermijn, zijn lidgeld niet heeft betaald, wordt hij beschouwd als ontslagnemend. Het bedoelde lid kan eventueel wel terug tot de club toetreden mits betaling van het lidgeld, vermeerderd met de eenmalige toetredingssom en onder voorbehoud dat het maximum ledenaantal niet werd bereikt. In dit geval zal hij zonder enige vorm van voorrang op de wachtlijst worden geplaatst.
Art. 5.6. Het maximum ledenaantal is onbeperkt. Het bepalen van een maximum getal kan enkel gebeuren door de Raad van Bestuur van de vereniging en kan eventueel worden verlaagd of verhoogd.

Hoofdstuk 6. Uitsluiting, schorsing.

Art. 6.1. De Raad van Bestuur van de vereniging behoudt zich het recht voor clubleden uit te sluiten of te schorsen die:



  • Het bijzonder reglement op de toegangswegen en het kanaal herhaaldelijk hebben overtreden.

  • De goede naam van de vereniging in het gedrang hebben gebracht.

  • De openbare orde of de goede werking van de vereniging hebben verstoord.

  • Gehandeld hebben in strijd met de goede zeden.

  • Op onverantwoorde wijze derden in gevaar hebben gebracht.

  • Dit binnenhuisreglement hebben overtreden.

  • Zich herhaaldelijk bewust provoceren naar het algemeen bestuur toe.

  • Met voorbedachtheid eigendom van de club ontvreemden of beschadigen.

Art. 6.2. Bij schorsing en/of uitsluiting blijft de clubbijdrage verworven. Het zal hun worden medegedeeld op een werkvergadering van de Raad van Bestuur van de vereniging na een uitnodiging per aangetekend schrijven.


Art. 6.3. De Raad van Bestuur behoudt zich het recht voor de schorsing of uitsluiting van een lid te melden aan andere VVW-clubbesturen.


Hoofdstuk 7. Clubhuis en terrein.

Art. 7.1. Het karakter van de uitbating van de “verenigingscafetaria” is van dien aard dat de bestellingen dienen te worden opgegeven aan de bar en die daar eveneens worden afgehaald. Het opnemen van bestellingen ter plaatse en het brengen ervan door de toogverantwoordelijke van dienst, kan enkel als een tegemoetkoming van deze laatste worden beschouwd.


Art. 7.2. De toogverantwoordelijke van dienst kan alcoholische dranken weigeren aan zichtbaar dronken personen. (Zie ook het reglement op de bepaling van de dronkenschap.)
Art. 7.3. Vanzelfsprekend wordt van iedere bezoeker aan het clubhuis en de terreinen verwacht dat hij bestaand meubilair of andere uitrustingen zal respecteren.
Art. 7.4. Het is verboden de gronden van het Militair Domein, of particuliere eigendommen, buiten de clubomheining te betreden of te fotograferen. Tevens dient men minimum 3 meter van de militaire omheining te parkeren.
Art. 7.5. Het clubterrein evenals de trekweg en de bermen langs het kanaal dienen steeds zuiver te worden gehouden. Persoonlijke afval (papier, blikjes, lege verpakkingen, enz…) dien te worden meegenomen of in de daartoe bestemde afvalbakken te worden gedeponeerd.
Art. 7.6. Honden dienen aan de leiband te worden gehouden op het volledige clubterrein.
Art. 7.7. Het gehele clubleven berust op de vrijwillige samenwerking en medehulp van alle clubleden. Gebruikers van het lokaal, het terrein en de sanitaire installaties, worden verzocht deze zuiver te houden. Gebruikte voorwerpen worden terug op hun plaats gezet en indien nodig gereinigd. Beschadigingen die vrijwillig of onvrijwillig worden veroorzaakt aan clubeigendommen, hetzij roerende, hetzij onroerende, worden dadelijk gemeld aan het bestuur of bij afwezigheid aan de toogverantwoordelijke van dienst van het clubhuis. Zulks geldt eveneens aan het openbaar patrimonium dat onder toezicht staat van de vereniging.
Art. 7.8. De toegang tot het clubterrein is enkel toegelaten voor clubleden, hun gezinsleden en hun genodigden. Deze laatsten worden door het begeleidend lid uitgenodigd het gastenboek te tekenen. Dit gastenboek is beschikbaar in het clubhuis.
Art. 7.9. Het is verboden het clubhuis te betreden of het meubilair te gebruiken met natte skipakken of andere natte kleding.
Art. 7.10. Het maken van open vuur op het terrein is verboden.
Art. 7.11. Het gebruik van klanktoestellen op het terrein is toegelaten in zoverre deze geen hinder betekenen voor de overige aanwezigen.
Art. 7.12. Het is verboden sterke alcoholische dranken met meer dan 21 graden alcohol te schenken in het lokaal. Dit is in strijd met de vergunning van het schenken van sterke alcoholische dranken. De vereniging beschikt niet over dergelijke vergunning.
Art. 7.13. Enkel en alleen de Raad van Bestuur van de vereniging heeft de verantwoording voor de uitbating en het gebeuren van of in het clublokaal en het gebeuren op het terrein.
Art. 7.1.4. Het clublokaal mag enkel gebruikt worden door clubleden voor het organiseren van privé aangelegenheden, na overeenkomst met het bestuur (contract).


Hoofdstuk 8. Overnachting.

Art. 8.1. Er is een plaats voorzien op het terrein voor overnachting, hetzij met een motorhome, caravan. Personenwagens zijn niet toegelaten op deze plaats.


Art. 8.1.1. Verzekering BA is verplicht en is een onderdeel van de brandverzekering. De BA die vervat zit in de autopolis geldt enkel op de weg ! Van zodra de caravan op privé terrein of een camping geplaatst wordt, moet er een afzonderlijke brandverzekering afgesloten worden die de BA ter plaatse overnachtingsterrein dekt. Elk jaar dient een kopie van de verzekering en een bewijs van de betaling ervan te worden binnen gebracht bij de terreinverantwoordelijke.
Art. 8.2. Alhoewel zij het niet is, wordt deze plaats “camping” genoemd.
Art. 8.3. Het overnachten in de lokalen van de vereniging is verboden.
Art. 8.4. De “camping” is enkel toegelaten voor hoofdleden van de club, met uitzondering van de kantine uitbaters en de personen die instaan voor het onderhoud van de lokalen en het terrein, en mag tijdens het weekend worden gebruikt.
Art. 8.5. Tijdens de verlofperiode juli/augustus mag tijdens de weekdagen worden overgebleven, wel te verstaan dat de verblijfsvoorzieningen worden gebruikt.
Art. 8.6. Een speciale “accommodatiekaart” is voor deze plaats, het gebruik van elektriciteit en sanitair te verkrijgen bij het bestuur, tegen betaling van een vergoeding. Om deze “accommodatiekaart” te bekomen, dient de aanvrager minstens één volledig jaar lid te zijn van de vereniging.
Art. 8.7. Niet-leden van de club mogen overnachten op de parking van het terrein achter de omheining. Enkel bij toetreding en aanschaf van bovenvermelde kaart mogen zij van de bedoelde accommodatie gebruik maken.
Art. 8.8. Enkel motorhomes en caravans (eventueel met voortent) mogen op het voorziene terrein worden geplaatst, op de vaste plaats die werd overeengekomen met het bestuur. Om de orde en de veiligheid op het terrein te bewaren is het verboden extra tenten in de breedst mogelijke zin te plaatsen, alle wijzigingen dienen vooraf te worden aangevraagd aan het bestuur.
Art. 8.8.1. Per tent, gebruikt voor overnachting, die voor een langere periode of regelmatig zal worden opgesteld, wordt een accommodatie vergoeding gevraagd voor de ganse periode dat er toelating tot overnachting wordt verschaft. (Dit is echter een uitzonderlijke toestemming dewelke jaarlijks terug dient aangevraagd in samenspraak met terreinverantwoordelijke en/of bestuur)
Art. 8.9. Eén elektriciteitsaansluiting per houder van een geldige accommodatiekaart kan worden gebruikt voor de stroomvoorziening in caravan of motorhome. De elektriciteitskabel van de caravan naar de elektriciteitskast dient zo kort mogelijk te zijn. Aan het begin van het seizoen krijgt elke carvan/motorhome één aansluitingspunt toegewezen. Het is verboden meerdere aansluitingen te gebruiken.
Art. 8.9.1. Als vergoeding wordt gerekend een jaarlijkse vaste kost vermeerderd met het verbruik per kw/h aan het door het bestuur jaarlijks bepaald opgelegd tarief. De opmeting van de tellers zal gebeuren door de terreinverantwoordelijke samen met het clublid in het begin en het einde van het seizoen.
Art. 8.10. Indien men minder dan twee opeenvolgende weken geen gebruik maakt van de accommodatie, dient deze aansluiting te worden afgekoppeld bij het verlaten van de terreinen.

Stroomkabels die nog aangesloten achterblijven na het weekend (met uitzondering van de vakantieperiode juli en augustus) zullen op maandagochtend worden afgekoppeld.


Art. 8.11. Voertuigen zijn enkel op het terrein toegelaten voor het lossen en laden van materiaal. De toegang tot het terrein moet ten allen tijden vrij zijn. De slagboom van het terrein zal ten allen tijden gesloten zijn. Misbruik hiervan kan lijden tot het weigeren en/of intrekken van de accommodatiekaart.
Art. 8.12. Elke eigenaar is verantwoordelijk voor de netheid van zijn caravan/motorhome en staanplaats. Vuilnis dient mee naar huis te worden genomen. Het is ten strengste verboden om afvalwater of chemische toiletten op het terrein of in de sanitaire installaties te lozen! Inbreuken zullen niet onbehandeld blijven.


Hoofdstuk 9. Nota.

Art. 9.1. De vereniging “VVW Grobbendonk vzw”, de Raad van Bestuur ervan of het bestuur van de club kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor gebeurlijke diefstallen of ongelukken.


Art. 9.2. Alle betwistingen die niet kunnen worden opgelost aan de hand van dit reglement, of niet oplosbaar worden geacht volgens de regels van de plaats en het gebruik, worden verwezen naar de statuten en reglementen van de VVW Grobbendonk vzw (zie art. 1.1. en 1.2.)
Art. 9.3. Indien geen voldoening over het geschil kan worden gevonden door de Raad van Bestuur kan de “Vlaamse Vereniging voor Watersport vzw”, gelegen te 2050 Antwerpen, Beatrijslaan 25, hierover worden geraadpleegd door de Raad van Bestuur, eventueel ook met de belanghebbende.
Art. 9.4. Het is de leden van de club verboden rechtstreeks contact op te nemen met de Openbare Instanties in naam van VVW Grobbendonk vzw, tenzij met uitdrukkelijke goedkeuring van de volledige Raad van Bestuur van de vereniging.

Opgemaakt te Grobbendonk,


Versie aangepast door de Raad van Bestuur d.d. 01/2013
De Raad van Bestuur.




VVW GROBBENDONK VZW

BIJZONDER REGLEMENT

OP DE TOEGANGSWEGEN EN HET KANAAL

VAAR- EN VEILIGHEIDSREGLEMENT



Hoofdstuk 1. Algemeen.

Art. 1.1. De leden van VVW Grobbendonk vzw dienen zich te schikken naar de richtlijnen, vermeld in de hierna volgende brochures:



  • De voorschriften betreffende politie op de scheepvaart, Ministerie van Openbare Werken, Dienst der Scheepvaart, de Rijkswacht en de Politie.

  • Brochure “De pleziervaart op het Openbare Waterwegennet van het Koninkrijk” (korte inhoud van de reglementaire voorschriften, 01-01-1980).

Art. 1.2. Onverminderd deze algemene reglementering dient ieder varend clublid zich te schikken naar het bijzonder reglement voor de toegangswegen en het kanaal.


Art. 1.3. Het Dagelijks Bestuur en/of haar afgevaardigde(n) is (zijn) belast met het toezicht op de naleving van de hierboven vermelde reglementen en voorschriften. Het bestuur en of de afgevaardigde maakt de overtreding hiervan over aan het Dagelijks Bestuur van de vereniging, die de nodige sancties, boetes of andere regelingen oplegt.

Hoofdstuk 2.Algemeen.

Art. 2.1. Er mag enkel met hoge snelheid worden gevaren, tussen een punt 700 meter afwaarts van de spoorwegbrug van Herentals-West (Km. 100.603) en de wegbrug Oelegem-Broechem (Km. 115.045). Zie de pleziervaart , bijlage Art. 13a

Deze zone is afgebakend door reglementaire borden, aangebracht door de Dienst der Scheepvaart (blauwe plaat met witte letters “SKI”).
Art. 2.2. Naast een immatriculatieplaat dient elk motorpleziervaartuig , dat de vaart met hoge snelheid beoefent, voorzien te zijn van het nummer dat voorkomt op de immatriculatieplaat , alsook een vaarvignet uitgereikt door de Dienst der Scheepvaart. Dit nummer wordt aangebracht aan beide zijden der voorsteven. De letters en nummers moeten ten minste 20 cm hoog, 12 cm breed.

(De pleziervaart, art. 10 sub 2.)

Art. 2.3. Het immatriculatienummer van de boot wordt eveneens op een duidelijk zichtbare plaats aangebracht op de trailer.
Art. 2.4. Alle varende plezierboten moeten volgende voorzieningen aan boord hebben:


  • Een gele vlag van 50 cm x 50 cm , aan een stok van 1 meter lengte.

  • Een enterhaak.

  • Een contactonderbreker (dodemansknop).

  • Eén of meer pagaaien of roeispanen.

  • Voor iedere persoon aan boord en binnen handbereik, hetzij een reddingsgordel, reddingskussen of een reddingsvest.

  • Een touw van 50 meter lengte

  • Eén of meer meertouwen van 10 meter lengte.

  • Een anker of dreg.

  • Een hoosvat of handpomp.

  • Een misthoorn of toeter.

  • Een goedgekeurde poederblusser indien de plezierboot van een motor is voorzien.

Art. 2.5. Het Dagelijks Bestuur en/of afgevaardigde(n) heeft het recht het gebruik van haar installaties (bootkraan, afrit en steigers) te weigeren aan vaartuigen die niet in orde zijn met de voorschriften vermeld onder art. 2.2. – 2.3. – 2.4.


Art. 2.6. Ieder jaar, bij aanvang van het vaarseizoen, dient het varend lid het clubbestuur of haar afgevaardigden te bewijzen dat hij of zij een degelijke verzekering heeft aangegaan, met voldoende waarborgen in verband met mogelijke ongevallen, veroorzaakt door hem en/of getrokken skiër(s).


Hoofdstuk 3. Gebruik van de toegangswegen.

Art. 3.1. Het clubbestuur kan niet aansprakelijk worden gesteld voor gebeurlijke ongevallen tijdens het gebruik van de bootkraan en/of de afrit, noch voor de eventuele gevolgen ervan. De booteigenaar is hoofdelijk aansprakelijk voor zijn handelingen, zelfs wanneer hij zich laat bijstaan of vervangen door derden voor het te water laten of uitnemen van de boot.


Art. 3.2. Elke booteigenaar zal de nodige schikkingen treffen opdat het te water laten of uitnemen van de boot vlot zou verlopen. Het in orde brengen der uitrusting zal dus gebeuren op een plaats waar dit geen aanleiding kan geven tot het hinderen van medegebruikers van de bootkraan en/of afrit.
Art. 3.3. Na het gebruik van de afrit zal de betrokken booteigenaar de slagbomen zorgvuldig sluiten evenals de elektriciteitskast, indien blijkt dat na hem niet onmiddellijk opnieuw gebruik zal worden gemaakt van de afrit door een ander clublid.
Art. 3.4. De laatste gebruiker van de afrit haalt de brug volledig op, sluit de slagbomen en schakelt de stroom uit.

Art. 3.5. Alleen volwassenen mogen de installaties van de bootkraan en de afrit bedienen.


Art. 3.6. De afrit en de toegang hiernaar dienen volledig vrij te blijven, zodat de gebruikers hiervan niet worden gehinderd bij het uitvoeren van hun manoeuvres.
Art. 3.7. Het parkeren van wagens en trailers op de verharde trekweg is verboden. Zij dienen te worden geparkeerd op het gras, haaks op de trekweg, zo dicht mogelijk naast elkaar. De hoek van de berm bij de afrit mag niet worden gebruikt als parkeerplaats voor trailers, noch wagens. Er dient links en rechts van deze hoek, op het gras, een ruimte vrij te worden gelaten van 20 meter.
Art. 3.8. Het gebruik van de trekweg op de zuidelijke kanaaloever is slechts toegestaan tot 100 meter voorbij de afrit, richting Viersel.
Art. 3.9 Clubleden die geen gebruik wensen te maken van de clubinstallaties aan het clubhuis, maar verkiezen aan de kanaalkom of in de omgeving van de afrit te blijven, moeten derhalve gebruik maken van het gedeelte van de trekweg en zachte berm, dat BUITEN de voorziene parkeerzone voor trailers is gelegen. Het verblijf aldaar wordt niet beschouwd als deelnemend aan het clubleven, gebeurt op eigen risico en valt derhalve, wat de eventuele burgerlijke aansprakelijkheid betreft, buiten de bevoegdheid van de club en/of haar bestuur.
Art. 3.10 Voor het gebruik van de trekweg op de noordelijke kanaaloever (weg naar het clubhuis) dient men volgende snelheidsbeperkingen zeer zorgvuldig in acht te nemen:

  • 20 km per uur vanaf de eerste aangemeerde boot.

  • 10 km per uur vanaf de vestiging clubhuis.

  • Stapvoets rijden op het parkeerterrein.

Vanzelfsprekend wordt de snelheid van ieders veiligheid ter plaatse aangepast. Bij grote drukte is het wenselijk de kruislichten te ontsteken, zodat men vanaf grote afstand kan worden gezien.


Art. 3.11. Op het parkeerterrein binnen de omheining worden alleen trailers toegelaten op de daartoe voorziene plaats.
Art. 3.11.1. Er is een trailerparking voorzien ter hoogte van de botenkraan op de noordelijke kanaaloever. De trailerparking is enkel voorzien voor losse trailers, die haaks op de berm naast het jaagpad worden opgesteld.
Art. 3.12. De wagens worden zodanig opgesteld dat men het maximum aan bezetting kan bereiken, met inachtneming van de nodige voorzorgsmaatregelen voor het in- en uitstappen en vrij vertrek en/of aankomst van andere gebruikers, bij volledige bezetting van de omheinde parking. Bij volledige bezetting van de omheinde parking mogen de wagens op het gras van de kanaaldijk, op de daartoe voorziene zones worden geplaatst, met inachtneming van de daarvoor gereglementeerde verkeersborden.
Art. 3.13. Trailers, al dan niet met een boot erop mogen worden geparkeerd in de zone voorzien onder art. 3.12.. Zij dienen nochtans te worden afgekoppeld en haaks op de weg-as geparkeerd, zoals is voorzien.
Art. 3.14. Nà 18.00 u. mogen de trailers aan de wagens gekoppeld blijven. De combinatie wordt dan evenwijdig aan de kanaaldijk-as geparkeerd en op minstens 50 meter van de personentoegang van het clubhuis.
Art. 3.15. Het Dagelijks Bestuur en/of haar afgevaardigde(n) behoudt zich het recht voor om de afrit te sluiten ter gelegenheid van manifestaties enz… .
Art. 3.16. De afrit is toegelaten voor een combinatie boot-trailer tot een maximum gezamenlijk gewicht van 3000 kg, zijnde 3 ton.
Art. 3.17. Het gebruik van de botenkraan op de noordelijke kanaaloever (ter hoogte van het clubhuis) gebeurt geheel op eigen risico, met een maximum toegelaten gewicht van 1800 kg ! De laatste die de kraan gebruikt, laat deze ook zakken tot op de grond en sluit alles af.
Art. 3.17. Het is ten strengste verboden een boot te water te laten die niet is ingeschreven bij VVW Grobbendonk vzw, zonder uitdrukkelijke toestemming van het bestuur.
Art. 3.18. Het lid dat zijn sleutel, die toegang geeft tot de clubinstallaties, uitleent aan derden zal onherroepelijk worden geschorst, zonder enige aanspraak op de gestorte lidgelden.


Hoofdstuk 4. Gebruik van het kanaal.

Art. 4.1. Men mag geen hinder vormen voor de vaartuigen, noch gevaar vormen voor de gebruikers van de aanhorigheden van het kanaal.


Art. 4.2. Het gebruik van autobanden of berghout als schokdemper is verboden, zowel op of aan de boten als aan de dijken van het kanaal.
Art. 4.3. Het is verboden met hoge snelheid te varen op minder dan 20 meter van de kanaaloever of in de nabijheid van vaartuigen van minder dan 3 ton, die personen aan boord hebben.

Men zal ook geen golfslag veroorzaken die hoger is dan die is vastgesteld in art. 18 van het Algemeen Scheepvaartreglement.

Wedstrijdtrainingen dienen te worden gehouden ten westen van de brug, richting Viersel, behalve indien de betrokkenen nog maar de enigen te water zijn

Hoofdstuk 5. Skivoorschriften.

Art. 5.1. De bestuurder:



  • vertrekt steeds richting Viersel, met of zonder skiërs.

  • zal behoudens noodzaak (bvb. gevallen skiër) niet draaien, noch extra manoeuvres maken ter hoogte van de aanlegplaatsen.

  • hindert nooit anderen bij het uitvoeren van manoeuvres.

  • komt aan vanuit richting Herentals zonder skiër en met ingehaalde koord en aan lage snelheid (max. 12 km per uur).

  • zorgt ervoor dat bij gevallen skiër de koord zo snel mogelijk wordt ingehaald of in de lengte-as van het kanaal wordt gelegd. Zo mogelijk bij drukker verkeer en langdurige stilstand legt de boot zich vlak bij de skiër en plaatst de voorziene gele vlag.

  • nà het afwerpen van de skiër ter hoogte van de aanlegplaatsen vaart hij deze voorbij en legt zich aan de buitenkant van het kanaal om de koord in te halen

  • tracht steeds zijn richting kenbaar te maken door armgebaren.

  • zal zijn skiër steeds door voorafgaande afgesproken tekens op de hoogte stellen van elke hindernis op het water.

  • beperkt zijn aantal passagiers tot het aantal voorziene zitplaatsen.

Art. 5.2. De skiër draagt steeds een reddingsvest of gordel, bij voorkeur in een felle kleur.


Art. 5.3. Wanneer de skiër gevallen is, wordt de gele vlag naar boven gestoken door de trekkende bestuurder of door een meevarende. Dit om de aandacht van de andere bootbestuurders op het gevaar te trekken. Door met de vlag te zwaaien, wordt de hulp van andere boten ingeroepen.
Art. 5.4. De gevallen skiër zal, ten teken dat alles in orde is, de armen gekruist boven het hoofd steken.
Art. 5.5. Een boot met skiër eraan heeft steeds voorrang op een boot zonder skiër.
Art. 5.6. Bij inhaalmanoeuvres dient de skiër steeds in het vaarwater van de trekkende boot te blijven. Het kruisen geschiedt steeds links tegenover elkaar, tenzij in bijzondere omstandigheden.
Art. 5.7. Indien twee of meer boten aan gelijke snelheid achter elkaar varen en ze tevens een skiër trekken, dienen ze op voldoende veilige afstand van elkaar te blijven om ongevallen te vermijden.
Art. 5.8. Inhalen in de omgeving van een gevallen skiër is verboden.


Hoofdstuk 6. Meren der boten.

Art. 6.1. De rede begint bij de aanlegkade voor de beroepsvaart (vooruitstekende betonnen kademuur) en eindigt aan de laatste aanlegplaats naar Viersel toe.


Art. 6.2. De lage-snelheidszone welke wordt aangegeven door een rode boei, beginnende vanaf het begin der rede, wordt door een denkbeeldige lijn in de lengte-as van het kanaal doorgetrokken tot aan de laatste aanlegsteiger.
Art. 6.3. De rood gemerkte steigers zijn voorbehouden. De andere steigers voor langsliggend aanmeren kunnen vrij worden gebruikt, zonder dat evenwel een eigendomsrecht kan worden ingeroepen. De kopse steigers kan men voor privaat gebruik bekomen, na voorafgaande goedkeuring van het bestuur.
Art. 6.3.1. De kopse steiger is echter geen blijvende eigendom en kan na besluit van de Raad van Bestuur overgedragen worden op een ander lid als er aan 1 van volgende voorwaarden werd voldaan.

a. De steiger is een jaar lang niet meer in orde of gebruiksklaar.

b. Het lid heeft een jaar lang geen gebruik gemaakt van het voorrecht op het gebruik van de steiger.
Art. 6.4. Om veiligheidsredenen en om schade te voorkomen aan gemeerde boten, mag in de lage-snelheidszone niet sneller gevaren worden dan maximum 5 km per uur.
Art. 6.5. Vertrekkende skiërs mogen starten binnen de lage-snelheidszone, op respectabele afstand van de gemeerde boten.

Aankomende skiërs laten zich uitlopen tot juist buiten de lage-snelheidszone.


Opgemaakt te Grobbendonk,


Versie aangepast door de Raad van Bestuur d.d. 01/2013
De Raad van Bestuur.



IEDER LID VAN “VVW GROBBENDONK VZW”

EN ZIJN FAMILIE WORDT GEACHT

HET BINNENHUISREGLEMENT TE KENNEN

EN ZICH TE SCHIKKEN EN TE GEDRAGEN

NAAR DEZE REGLEMENTEN





  • Penningmeester
  • Secretaris

  • Dovnload 105.22 Kb.