Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Magie in de Middeleeuwen

Dovnload 32.76 Kb.

Magie in de Middeleeuwen



Datum21.09.2017
Grootte32.76 Kb.

Dovnload 32.76 Kb.

Hoorcollege van 14 november 2007:

“Magie in de Middeleeuwen”,

door K.A. Kalkwiek.

Opdracht, behorende bij het hoorcollege: Vertel wat jij nog in je omgeving ziet/beleeft aan magie.

Waarom ik een hekel heb aan hippies

Mijn ervaringen met magie, spiritualiteit en religieuze beleving

Bij de hoorcolleges hoort een opdracht, -en niet eens zo’n moeilijke: schrijf een betoog over wat je van [onderwerp hoorcollege] merkt in het dagelijks leven. Ik heb gekozen voor het hoorcollege over Magie; het onderwerp bracht meteen een flink aantal beelden in mij naar boven. Want hoezeer het Rationalisme als kenmerkend, -of zelfs een verworvenheid,- van onze Westerse beschaving wordt gezien, Magie en de interesse daarin mogen zich de laatste jaren weer verheugen op een hernieuwde interesse. Nou ja… hernieuwd… het is eigenlijk nooit weg geweest naar mijn mening, ware het niet dat door Harry Potter en Wicca opeens een nieuwe kijk ontstaan is op Magie in onze eigen cultuur, nadat we allemaal enkele tientallen jaren vrolijk hebben rondgeshopt binnen Oosterse religies.
Ikzelf beschouw deze hernieuwde aandacht veelal als een manier om een spiritueel vacuüm dat ontstaan is door verregaande secularisatie tijdens en na de jaren ’60 van de vorige eeuw op te vullen: een groot deel van de Nederlanders gaat dan niet meer naar de kerk, maar dat er “iets” is staat voor velen vast. “Er is meer tussen hemel en aarde,” luidt de tegelwijsheid, inmiddels de lijfspreuk van de grote schare aanhangers van het veelomvattende ‘ietsisme’ (deze term heb ik niet eens zelf verzonnen). Wellicht dat u inmiddels heeft begrepen dat ik zelf christen ben; voor de volledigheid: ik ben belijdend synodaal gereformeerd. Toen ik het boek “De Eeuw van mijn Vader” van Geert Mak had gelezen begreep ik ook wat voor een soort gelovige ik ben: een 19e eeuwse. God is voor mij haast een vanzelfsprekendheid, een kracht waarmee je opgroeit en waarvan ik me haast niet kan voorstellen dat die er niet zou zijn.
Hippies

Ik sta niet sceptisch of afwijzend tegenover magie of spiritualiteit, wel ben ik tegen de vercommercialiseerde, consumptieve manier waarop ‘westerlingen’ hiermee omgaan. Hippies kunnen bij voorbaat al niet rekenen op mijn sympathie, laat staan hun zemelige zoektocht naar zichzelf in India of Marokko. Mijn ergernis was weer compleet toen eind vorig jaar een bericht in de krant stond over religieuze spanningen in India. Hindoes stellen zich de laatste tijd agressiever op tegen niet-hindoes, waarbij zij echter vaak de meetlat leggen langs etnische grenzen. En zo kon het dus gebeuren dat een blanke vrouw van middelbare leeftijd de toegang tot een tempel was ontzegd, alleen omdat ze blank was. Dat ze al jaren in India woonde en zelf hindoe was geworden was schijnbaar door de agressors over het hoofd gezien. De vrouw in kwestie was dusdanig gepikeerd dat ze meteen besloot Boeddhist te worden. Lekker makkelijk, zo’n consumptieve houding. Alsof je een ouwe jas wegdoet en een hippe nieuwe koopt.


Evenzo de houding van een Nederlandse dame die zich bezighield met Voodoo, die in een praatprogramma uitgebreid aan het woord kwam. Voodoo was voor haar interessanter, want: “het was toch een stuk aantrekkelijker dan elke zondag met een bijbel op je schoot in de kerkbanken te zitten.” Moet ik deze dame echt serieus nemen? Ik zal het maar beschouwen als een symptoom van onze tijd, waarin alles immers vooral leuker, sneller, spannender en interessanter moet zijn. Maar ik ben niet bijster overtuigd van haar spirituele motieven om Voodoo te bedrijven/plegen/belijden (hoe zeg je dat?). De hippe dansjes die ze tijdens haar djembé-cursus in het buurthuis heeft gedaan kan ze vast en zeker mooi gebruiken. Ik ergerde me vroeger al aan die mensen die vonden dat “die swingende negers een veel leukere kerkdienst hadden dan wij.” Ja, omdat ze nou eenmaal meer ritmegevoel hebben natuurlijk.1 Helaas, de evangelische blije gospel sloop ook onze kerk binnen. En dat terwijl “Een vaste burcht is onze God” zo’n mooi gezang is. Moe wordt je van die mensen die helemaal lyrisch worden bij het horen van liturgische muziek, terwijl ik bij mezelf denk: “die kan je elke zondagmorgen ook horen in de kerk op de hoek hoor”. Lekker hypocriet naar de nachtmis, het is inmiddels een geaccepteerd verschijnsel geworden.

Om maar te zwijgen van de “hypersensitieve kinderen” die de kinderdagverblijven beginnen te bevolken. Staat er weer zo’n houtje-touwtje-trien in haar batik-shirt te mieren dat kleine N’Gabile niet boven de verkeerde aardstralen zijn sojawrongel mag drinken. Hypersensitief en hoogbegaafd zijn ook in 2008 erg in bij menig ouderpaar. (Zie hier mijn pleidooi voor hogere salarissen voor de kinderopvang.)


Rowan Atkinson

Maar hoe zit het dan met mijzelf? Zoals ik al aangaf: ik ben een christen. En christenen dienen zich, volgens de bijbel en de daaruit vloeiende kerkelijke leer, verre te houden van sterrenwichelaars, tovenaars, gebedsgenezers en paragnosten. Alhoewel: mijn moeder heeft eens een dienst bij de roemruchte gemeente van Broeder Maasbach meegemaakt. Voor haar ogen schrompelde bij een zieke een tumor ineen. Dat verklaar je niet zomaar met het ‘placebo-effect’ dat gebedsgenezing zou hebben. Door al mijn ervaringen en de verhalen die ik heb gehoord kan ik me niet zomaar afsluiten voor magie, voor spirituele ervaringen, of alles wat wellicht volgens vele orthodoxen des duivels is.


Orthodoxen vinden al heel veel des duivels, en kunnen vaak ook nergens om lachen, ook niet om Rowan Atkinson (maar als het goed is kennen ze die niet, want ze kijken geen tv). Rowan Atkinson is vooral beroemd vanwege zijn creaties “Mr. Bean” en “Blackadder”. Minder bekend, maar zeker zo leuk, is zijn live show. Een werkelijk hilarische scene, die ik grotendeels woordelijk kan navertellen, is die van Rowan Atkinson als duivel, inclusief een lange cape en twee paarse hoorntjes. Hij maant de verdoemden tot kalmte en gaat het rijtje zondaars af: “Overspeligen? Gaarne plaatsnemen in de rij voor dat kleine guillotinetje daar… Atheïsten? Goh, wat zullen jullie je klote voelen zeg…”
Ook de Christenen worden genoemd: “Sorry, de joden hadden toch gelijk…” Ik moet zeggen dat ik hier heel hard om heb moeten lachen. Ook omdat het heerlijk relativerend werkt. Mijn geloofsbeleving is niet star en gestoeld op de Onfeilbare Zekerheid dat mijn geloof in Jezus mij het Eeuwige Leven zal geven. Om een andere Britse comedyserie te noemen: in de allereerste aflevering van “Red Dwarf” kondigt de nieuwslezer aan dat de eerste bladzijde van de bijbel is gevonden, met de tekst: “Alle genoemde personages zijn fictief en niet overeenkomstig enige persoon, dood of levend”. In mijn achterhoofd hou ik altijd dat op een dag die pagina misschien opduikt.
Terug naar de kerk.
New Age werd vanaf de kansel en tijdens mijn catechisatie sterk veroordeeld. Het is egoïstisch en heeft geen positieve boodschap, anders dan dat je jezelf kan redden. Zo kun je dus iemand op zijn sterfbed nog even inwrijven dat hij doodgaat aan kanker omdat hij niet genoeg wilskracht heeft. Afgezien van het egoïsme dat er vanaf druipt is mijn grootste bezwaar is de commerciële flauwekul er omheen, evenals de ‘zweefteverige’ dikdoenerij. En zo komen we bij een avond in spiritueel Winschoten.
Een avond met Do Lemette

Ik heb een keer een sessie van Do Lemette bezocht, een paragnost die communiceert met overledenen. Op dat moment vrij beroemd, omdat hij bij Tineke de Nooij in het programma was geweest. Die avond zelf begon al bijzonder: mijn toenmalige vriendin en ik haalden nét onze trein, zodat we –o wonder, - toch op tijd waren in Winschoten. Eenmaal aangekomen in het spirituele buurthuis aldaar vonden we al snel een zitplaats en kon de avond beginnen. We werden door een vriendelijke Indische man onthaald. Hij was gekleed in het zwart, met een gouden ketting om de col van zijn trui. Om de door vele kaarsen omringde avond te beginnen, speelde het “Ave Maria”, gezongen door Aaron Neville. Daarna begon hij te vertellen over wat hij deed en wat hij kon. Goddank geen zweverig verhaal, maar een man die met beide benen op de grond stond, dat was de indruk die ik kreeg: hij vertelde hoe de geesten van overledenen zich bij hem aandienden, maar dat hij daar soms geen zin in had; dan vertelde hij ze dat hij eerst effe de hond ging uitlaten, en daarna had hij weer tijd voor ze.

En als hij dan te werk ging, dan begon hij met behulp van kaarsvet sculpturen te maken. Gedurende de sessie, waarbij een overledene hem een boodschap meegaf, kreeg de sculptuur vorm. Ook maakte hij portretten van de overledenen in kwestie. De man was geen geweldig tekenaar, maar vooruit. Voor wie de boodschap, de kaarsvetsculptuur en de tekening waren, dat hoorde hij pas op de avond van de sessie zelf. Ik schrok dan ook wel even toen hij zich tot mij richtte: hij had een boodschap voor “die man met die bretels”. De hele zaal draaide zich naar mij om, met een blik van bewondering en hier en daar stille afgunst. Mijn vriendin was ook verbaasd, die had gehoopt op een boodschap van haar moeder die twee jaar eerder overleden was. Maar goed, De Uitverkorene die een boodschap van Gene Zijde zou ontvangen was ik. En de boodschap kwam van een “depressieve man van de kant van mijn vader”. Tja… Do Lemette vroeg of ik zo iemand kende. Ik antwoordde dat ik werkelijk geen enkel idee had wie het zou kunnen zijn omdat ik mijn vader niet ken.
Grote beroering in de zaal.
Do Lemette keek verschrikt. Maar nu snapte hij het, alles begon nu op zijn plaats te vallen. En de boodschap, natuurlijk! De boodschap ging over mijn leven op dat moment, of ik wel gelukkig was met de keuzes die ik had gemaakt. En ik kreeg een portret van de ‘boodschapper’ mee, evenals een kaarsvetsculptuur. Stof tot nadenken dus.
Toen maakte het wel een grote indruk. Achteraf gezien was het erg uitgekookt: Do Lemette heeft geen enkele naam genoemd, maar bediende zich van een raadspelletje à la Char (“het is een naam met een –e…”). Het matig getekende portret was dat van een dikkige, kalende man in een pak. Aangezien ik de enige was in de zaal die er op leek zal de keuze voor een paranormale ervaring logischerwijze op mij zijn gevallen; als je maar lang genoeg kijkt en hard genoeg wil, dan herken je vanzelf allerlei “frappante overeenkomsten” natuurlijk. En die boodschap kun je iedereen voorschotelen op elk willekeurig moment in zijn/haar leven, zeker aan een zaal vol mensen die reikhalzend uitzien naar een spannend bericht van gene zijde. Kortom: we hebben een leuke avond gehad waar ik later nog menigmaal meewarig heb moeten glimlachen.
A Haunting

Toch zal ik niet alles als bedrog afschrijven. In mijn puberteit heb ik veel gelezen en bekeken over geestesverschijningen. Exorcisme vond ik een zeer interessant onderwerp, evenals de vreemde bebaarde man die op de BBC vertelde dat hij vampierjager was. Ik experimenteerde wat: ik nam bijvoorbeeld de geluiden in mijn kamer op terwijl ik sliep (het enige dat ik heb ontdekt is dat ik snurk). Toen ik een jaar of 18 was heb ik een rare ervaring gehad: ik lag in bed, op mijn rechterzij met mijn gezicht naar de muur. Het was donker. Plotseling voelde ik hoe er een hand over mijn deken werd ging. De hand gleed over mijn kuit en mijn dij en ging langzaamaan omhoog richting mijn heup. Ik begon doodsbenauwd te worden toen ik de hand omhoog voelde gaan. Toen de hand op mijn heup lag draaide ik me snel om en deed het licht aan. Er was natuurlijk niets te zien. Toch besloot ik ter plekke me te beveiligen. Ik pakte mijn bijbel, ging midden in de kamer staan, en beval in een provisorische ritueel “de geest” om “in naam van Jezus Christus” mijn kamer te verlaten. Dat zei ik vier keer, in vier verschillende richtingen. Beducht op een mogelijke terugkeer stapte ik mijn bed weer in. Van de “geest” heb ik geen last meer gehad.


Een mogelijke verklaring voor deze ervaring zag ik vorig jaar op Discovery Channel: het betrof een aflevering van het programma “A Haunting”, waarbij elke aflevering over een geestesverschijning ging. In deze aflevering werd een gezin bedreigd door een soort klopgeest. De paragnost die het gezin kwam helpen gaf al snel aan dat dit niet een geest was, maar de fysiek waarneembare manifestatie van de angsten van één van de gezinsleden. De angst van die persoon was voelbaar geworden voor de anderen en voor zichzelf, wat haar weer meer angst aanjaagde, en de kracht van die negatieve energie meer en meer voedde. Zoals in vrijwel elke aflevering bood de plaatselijke predikant annex exorcist uitkomst.

Voor mij werd toen ook duidelijker wat er die avond moet zijn gebeurd: ik wilde onbewust zo graag eens een paranormale ervaring –waar ik eigenlijk doosbenauwd voor was,- dat die gevoelens uiteindelijk werkelijkheid werden. Ik geloof dus niet meer zozeer in geesten van overledenen die ronddwalen op aarde omdat ze geen rust kunnen vinden. Ik ben er inmiddels meer van overtuigd dat bepaalde energie, voortkomend uit heftige emoties, zich op de één of andere manier kan manifesteren en voor een ander voelbaar wordt.


Angst voor de Duivel

Hoe interessant ik dit soort zaken ook vindt, een zekere angst ervoor heb ik wel. Ik heb een zekere dualistische opvatting, en net zoals ik geloof in God als zijnde een bron van alle goeds, geloof ik ook in een bron van alle kwaad. In de kerkelijke leer is dat de Boze, beter bekend als de Duivel of de Satan. Satan (Saitán, Seth) betekent tegenstander. De Satan is de bedrieger, de leugenaar die mensen verleidt tot het slechte. Hij biedt wereldlijke macht, maar tegen een enorme prijs, namelijk je onsterfelijke ziel. En hij keert alles om: goed is slecht, God is een egoïst, het is beter te regeren in de Hel dan te dienen in de Hemel, etc. Of er werkelijke een wezen is dat dat kwaad vertegenwoordigt of personifieert, zoals het aloude beeld van De Duivel, betwijfel ik, evenals God voor mij geen oude man met een baard is (eerder Anna Nicole Smith in haar Playboy-jaren).


Opgegroeid binnen een kerkelijke traditie zie ik wel de aantrekkingskracht die spiritualiteit en zwarte magie hebben. Daar probeer ik me dan ook verre van te houden. Ik zag een keer een overtuigd satanist bij het praatprogramma ‘Catherine’. De man –veertiger, lang donker haar en donkere ogen,- was geen metalhead of opstandige puber, maar geloofde werkelijk in wat hij vertelde. Maanden later kwam ik hem stomtoevallig tegen op het station van Groningen. Onmiddellijk gingen bij mij allerlei alarmbellen af: deze man straalde een kilte van zich af die ik al vanaf 50 meter bespeurde. Ik besloot hem uit de weg te gaan, omdat ik er van overtuigd was, en tot op de dag van vandaag nog steeds ben, dat hij een kwade macht vertegenwoordigde. De negatieve energie was duidelijk voelbaar, om het maar eens zo te zeggen. Nog steeds knaagt die angst voor Het Kwaad, zeker nu ik een vrouw en kinderen heb. De ergste dromen die ik heb gehad zijn die, waarin ik door een kwade macht verleidt wordt en ik alsnog in de val ben gelopen.
Heksen

Hekserij heeft nooit bestaan, zo hoorden we in een hoorcollege, maar we kennen allemaal verhalen van vroeger, over mensen die “met de helm geboren” waren, of die met dieren kunnen praten (de paardenfluisteraar, wie kent ‘m niet?), of die “dingen zien”. We kennen ook de verhalen over dingen die je voelt: dat er iets niet in orde is, of dat er iemand achter je staat. Het “zesde zintuig”, dat bij de één sterker ontwikkeld is dan bij de ander. En in mijn omgeving ken ik genoeg mensen die allemaal “iets” hebben.


Ik heb een goede vriendin. We kennen elkaar al jaren en zijn getuige geweest op elkaars’ huwelijk. Ze is opgegroeid in een vrij orthodox christelijk gezin –Nederlands Hervormd op Gereformeerde Grond,- maar gelooft niet meer. Ze is een heks. Zo noemt ze zichzelf, en ik wil best geloven dat ze het is. In ieder geval is ze niet zo’n hip gothic wicca-wijfje, waar je op de Elf Fantasy Fair mee wordt doodgegooid. Ze bestudeert kruiden en geneeswijzen, en is bekend met enkele magische handelingen. Voor haar bestaat magie.
Haar moeder, die nog wel gelooft, kan pijn wegstrijken. Maar gelovig als ze is heeft ze dit nooit hardop durven toegeven. Immers, het is ‘toverij’, en dus zondig. Dat heeft mijn vriendin haar nog wel eens kwalijk genomen, indachtig aan de pijn en kramp die elke maand weer in alle hevigheid toesloegen.
Mijn zwager is wars van religies. Hij kan ook pijn wegnemen. Hij is inmiddels volleerd Reiki-meester. Hij heeft wat men noemt “een oude ziel”, die na dit lichaam te hebben verlaten dan eindelijk rust zal vinden. Wat ik daarvan moet denken weet ik niet, maar dat hij pijn kan wegnemen, dat heb ik hem wel zien doen bij anderen. Verder is hij doodnormaal.

We zijn samen al een aantal kroegen uitgedweild. Misschien dat ik hem daarom wel meer wil geloven dan al die zweefteven: hij is niet zweverig, maar gewoon een doodnormale vent.


Ik had een Marokkaanse collega die eens vertelde dat er heksen bestonden die mannen in hun macht konden krijgen. Als een vrouw per sé met een man wilde trouwen, dan betoverde ze hem, zodat hij aan niemand anders meer kon denken en alles zou doen wat zij wilde. Een andere collega liet zo eens terloops ontvallen dat ze geesten kan zien. Het is voor hen de normaalste zaak van de wereld, waarmee je bent opgegroeid en waarvan je je haast niet kan voorstellen dat het niet zo zou zijn. Ik waardeer dat. Zo ga ik ook om met mijn geloof, mijn spirituele ervaringen. Ik heb God ervaren. Ik ben door hem aangeraakt toen ik het moeilijk had. Hij verhoort mijn gebeden, daar geloof ik in, daar vertrouw ik op.
Maar ja, misschien…
Misschien is het niet meer dan een product van mijn christelijke opvoeding.

Misschien is het allemaal een kwestie van een paar synapsen in mijn hersenen die opeens geactiveerd worden in dat stukje van de hersenen wat doktoren de “God-mode” noemen.

Misschien kan ik mijn gevoelens en ideeën een fysiek waarneembare vorm laten aannemen.

Kerst

Mijn vriendin vertelde openlijk mijn geloofsbeleving zeer te bewonderen. Ze bewondert mijn open blik, mijn open benadering van alles wat ‘anders’ is. Ik zelf beschouw het als een soort relativering: ik zal nooit zeggen dat mijn geloof mijn enige zekerheid is, omdat het namelijk een geloof is. Ik geloof, ja. Ik weet niet zeker, maar ik vertrouw er op. Gelovigen die “zeker weten” gaan namelijk rare dingen doen: zichzelf opblazen in een bus met kinderen enzo. Daar ben ik niet zo van gediend. Bescheidenheid en liefde, dat zijn de woorden van Jezus, de Zoon van God die nota bene zelf in een vreetbak met hooi heeft gelegen; zoals het Kerstlied vertelt:


“Al zou de wijde wereld, heer,

Tien keer zo groot, of honderd keer,

Van goud of diamanten zijn,

Nog was z’als troon voor u te klein.


Maar grove doeken, simpel hooi,

Dat is uw koninklijke tooi,

Dat is de zijde, het brokaat,

Waarin, gij vorst, u vinden laat.


Zo voert gij uit uw wijze plan

Waar ik de les uit leren kan,

Dat ’s werelds macht en hoge staat

Voor u slechts hooi is dat vergaat.” 2


Mijn vrouw zegt dat ze zich soms een beetje verheugt op de dood, want: “Dan krijg je alle antwoorden.” Zij heeft een beschermengel, weet ze. Die heeft haar eens gered: ze raakte als kind onder water, maar opeens was daar vanuit het niets een hand die haar uit het water trok. Misschien is dat zo. Ik hoop dat ze later, als de tijd daar is, haar beschermengel ziet.
Misschien zie ik mijn beschermengel.

Misschien zie ik een depressieve man van de kant van mijn vader.

Misschien zie ik Rowan Atkinson met paarse horentjes die me welkom heet en zegt: “Zo te zien bent u hier… o, voor eeuwig! Hebben we mooi de tijd om elkaar eens te leren kennen…” En mag ik aansluiten bij de rest omdat de Joden toch gelijk hadden.
Ik weet het niet. Ik weet alleen wat ik zelf heb beleefd, heb gevoeld, gehoord en gezien. Over de rest kan ik alleen maar gissen. De Magische Wereld is, evenals Gods wegen, ondoorgrondelijk voor eenvoudige stervelingen als ik.

Marc Geerdink-Schaftenaar, januari 2008




1 Voordat men mij van racisme beticht: noem mij 5 blanken die goed kunnen dansen. Dat bedoel ik.

2 Fragment uit: Maarten Luther, “Ein Kinderlied auf die Weinacht”, vertaling uit het Duits uit het Liedboek voor de Kerken.





  • Rowan Atkinson
  • Een avond met Do Lemette
  • Angst voor de Duivel

  • Dovnload 32.76 Kb.