Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Major: Mariene biologie + Ecologie en evolutie

Dovnload 11.42 Kb.

Major: Mariene biologie + Ecologie en evolutie



Datum14.09.2017
Grootte11.42 Kb.

Dovnload 11.42 Kb.

Naam: Stijn den Haan

Major: Mariene biologie + Ecologie en evolutie

Minor: Aardwetenschappen aan de Universiteit Utrecht

E-mail: s.den.haan@student.rug.nl



Motivatie

Aan de Universiteit Utrecht (UU) heb ik gedurende het eerste semester van het collegejaar 2012-2013 een minor gevolgd aan de faculteit Geowetenschappen. Mijn motivatie bestond uit een aantal aspecten: (1) ik heb een brede interesse in de natuurwetenschappen en wilde mijn kennis en horizon verbreden, tevens door advies van mijn tutor (prof. dr. Britas Klemens Eriksson) ging ik een heel ander domein buiten biologie studeren waarmee ik problemen uiteindelijk interdisciplinair zou kunnen aanpakken. Klemens raadde me een domein als wiskunde, natuurkunde of scheikunde aan. (2) Aardwetenschappen is zeer interessant, aangezien de abiotische omstandigheden cruciaal zijn voor de ontwikkeling van leven en het combineert kennis van wiskunde, natuurkunde en scheikunde (ook allen belangrijk in biologie, dus handig om daar goede kennis van te hebben). (3) Ik wilde graag zien hoe het er op andere universiteiten aan toe ging en nieuwe mensen leren kennen. (4) De RuG had – naar mijn mening – een zeer beperkt minoraanbod.



Cursussen beschrijving

Tijdens de minor heb ik vier cursussen gevolgd, elke cursus was 7,5 ECTS. Dit pakket heb ik zelf samengesteld (voor cursussen catalogus: zie link naar Osiris beneden) en vervolgens laten goedkeuren door de Examencommissie eind maart 2012 (veel later moet dit niet gebeuren!).

In blok 1a heb ik de cursussen Geochemische cycli en Paleoclimatology and –ecology gevolgd. Hoewel het laatste het leukste was, waren beide cursussen erg interessant: Geochemische cycli was gericht op cycli van verschillende elementen, met de watercyclus als skelet gedurende de college series. Dus we behandelden vele gebieden: van de vorming van wolken tot uitspoelende mineralen in de bodem, tot de menging van watermassa’s in meren tot oceanen. Grote nadruk lag op de effecten van mensen, hoe deze cycli door ons worden beïnvloed. Tevens waren er werkcolleges waarin je kennis maakt met modelleren met Stella. Paleoclimatology and –ecology was voornamelijk gericht op het reconstrueren van de klimaten die heersten gedurende verschillende momenten binnen het Cenozoïcum (66 miljoen jaar geleden tot nu). Colleges variëren van astronomische cycli die de hoeveelheid zonne radiatie bepalen, tot klimaat modellen, ijstijden, moesson regen en nog veel meer.

In blok 1b heb ik Quaternary Geology & climate change en Coastal morphodynamics gevolgd. Het eerste was gericht op het Kwartair, ofwel de afgelopen 2,6 miljoen jaar van onze planeet. Er was wat overlap met Paleoclimatology and –ecology, vooral wat betreft de astronomische cycli, maar veel informatie was nieuw, ook werd er nog veel meer uitgelegd over datering methoden en klimaat scenario’s voor de toekomst (zie IPCC report 2007), zeespiegelstijging en –daling, ijskapfluctuaties op verschillende tijdschalen. De laatste cursus, Coastal morphodynamics, omvatte de veranderingen en ontwikkelingen van kustsystemen, van de continental slope tot aan de kwelders. Oorzaken en gevolgen van getijden, verschillende typen golven, de vorming van gebieden als de Waddenzee, rivierdelta’s, hydrodynamica van koraalriffen en meer worden beschreven aan de hand van een aantal wiskundige formules. Ook moest ik een case study uitwerken, dat neerkwam op het in detail beschrijven wat er morphodynamisch was veranderd in de Waddenzee ten zuiden van Schiermonnikoog na het sluiten van het Lauwersmeer.

Cursussen die mij zeer goed bevielen waren Quaternary geology & climate change en Paleoclimatology and –ecology. Het eerst volgen van Paleoclimatology raad ik sterk aan, dat scheelt een hoop voor Quaternary geology. Beide bevatten goede up-to-date informatie, gedetailleerde beschrijvingen van onderzoek uit het verleden en nu, methodiek en ook werkcolleges. Wel waren de werkcolleges van Paleoclimatology stukken beter (en intensiever) dan die voor Quaternary geology. Qua inhoud moet je voor elke cursus een presentatie houden over een onderwerp naar keuze (zoals het ontstaan van de ijskap op Antarctica ca. 33 miljoen jaar geleden). Voor Quaternary geology moet je daarnaast een gedetailleerd essay schrijven over een onderwerp naar keuze, binnen het Kwartair.

Geochemische cycli is tevens een leuk vak. Werkcolleges zijn veelzijdig en helpen goed bij het begrijpen van de stof. Het effect van bepaalde gebeurtenissen, zoals een explosieve toename van de atmosferische CO2 concentratie of het kappen van bossen, leer je te modelleren om zo de effecten op de geochemische cycli te achterhalen. Tenslotte bleek Coastal morphodynamics moeilijk te zijn. De andere vakken waren met hard werken prima te doen, maar deze cursus bleek toch ingewikkelder te zijn dan de rest en wat kennis over het gebruikte jargon is geen overbodige luxe. Desondanks is het erg interessant – het geeft ook veel praktisch bruikbare informatie over o.a. getijden en stromingen, dat je bij duiken goed kunt gebruiken. Zeker als ik nu naar een kustgebied zou gaan, kijk ik er heel anders tegenaan. Maar ik moest voor dit vak het hardst werken. Door er veel moeite in te steken, is het desalniettemin aardig te doen.

De beschreven cursussen hadden geen ingangs- of voorkenniseisen volgens de catalogus (hoewel er in alle vakken wel wordt vanuit gegaan dat je basiskennis van wiskunde, scheikunde en natuurkunde hebt en dat je het een en ander aan jargon kent). Behalve Geochemische cycli (tweedejaars vak), waren de cursussen voor derdejaars studenten. Ondanks dit feit zijn de vakken met een goede motivatie zeker te doen.

Contacturen, studielast & aanbeveling

Het is voornamelijk zelfstudie. Zeker ten opzichte van biologie. Je moet geen volle dagen in de collegebanken of practica zalen verwachten: ik had slechts drie of vier dagdelen in de week les. De rest van de dag zat ik voornamelijk in de UB, want er was wel genoeg te doen. Studielast was vergelijkbaar met dat van biologie. Voor de studenten aardwetenschappen wordt dit kleine aantal contacturen gecompenseerd door excursies van langer dan een maand in Zuid-Europa, maar bijvakkers (minorstudenten) mogen helaas niet mee op excursies. Ondanks het kleine aantal uren college, heb ik een groot aantal studenten leren kennen en het bleek dat studenten aardwetenschappen veel op biologen lijken, zodoende klikte het goed en was het een erg leuke tijd in Utrecht. Qua docenten verschilt het didactisch vermogen vrij sterk: sommige docenten waren uitstekend, waarbij anderen vrij belabberd Engels spraken. Gelukkig was de literatuur altijd goed te begrijpen.



Een minor in aardwetenschappen aan de UU raad ik geïnteresseerden zeker aan: het is ontzettend leuk en leerzaam om interdisciplinaire kennis te hebben die je kunt toepassen op problemen en het verbreedt je blik enorm. Het leren van de onderzoeksmethoden binnen deze andere tak van wetenschap is tevens interessant. Onthoud wel dat je ook een heel ander vakkenpakket dan hierboven kunt kiezen als je dat wilt; ik heb simpelweg vier cursussen gekozen die voor mij leuk/waardevol leken (en bleken te zijn). En omdat aardwetenschappen een breed gebied is, kun je ook hele andere kanten op. Let bij het kiezen van de cursussen er wel op of het voor bijvakkers (minorstudenten) mogelijk is om in te schrijven, anders kun je niet deelnemen aan de cursus! Ook mogen de timeslots (aangegeven op Osiris) van de vakken in één blok niet gelijk zijn aan elkaar. Elk vak wordt namelijk gespreid over een heel blok.

Link naar Osiris: https://www.osiris.universiteitutrecht.nl/osistu_ospr/OnderwijsCatalogusZoekCursus.do


Dovnload 11.42 Kb.