Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Marijke ekelschot

Dovnload 295.16 Kb.

Marijke ekelschot



Pagina3/4
Datum10.01.2019
Grootte295.16 Kb.

Dovnload 295.16 Kb.
1   2   3   4

Duitsland

Davenport schreef naar Grant in 1925:



'Onze voorouders verdreven de Baptisten van Massachusetts Bay naar Rhode Island,

maar we hebben geen plaats waarheen we de Joden kunnen verdrijven. Het is ook zo dat

ze de heksen hebben verbrand maar het schijnt tegen de zeden te zijn om een aanzienlijk

deel van onze bevolking te verbranden. Ondertussen hebben we de immigratie van deze

mensen een beetje weten te verminderen.'34

Ook in Duitsland had het wetenschappelijk racisme zich snel ontwikkeld. In 1868 was

van de zoöloog Ernst Haeckel de 'Natürliche Schöpfungsgeschichte' verschenen, een

navolging van Darwins 'Origin', maar dan aangescherpt, op dezelfde manier als Galton

een jaar later in Engeland zou doen. Ook Haeckel was voorstander van harde overheids-

maatregelen. Hij zat in de jury van de familie Krupp, die zoals gezegd een essay

bekroonde, waarin een racistiese staatspolitiek werd gepropageerd. Haeckel vond dat 'de

biologie' tot basis van alle menswetenschappen bevorderd moest worden; in 1905 vond

hij in de kommissie van aanbeveling van de inmiddels opgerichte 'Internationale

Vereniging voor Rassenhygiëne' onder andere Galton aan zijn zijde. In de jaren tachtig

had in Duitsland al een grootscheeps onderzoek plaatsgevonden naar de aanwezigheid

van zogenaamde echte Ariërs.35 Alle onderwijzers van niet alleen Duitsland, maar ook

van Oostenrijk, Zwitserland en België hadden enquêteformulieren gekregen waarop zij

onder andere oogkleur, haarkleur en schedelvorm van de aanwezige kinderen moesten

aangeven. Joodse kinderen en kinderen van vreemdelingen moesten van het onderzoek

buitengesloten worden. 15.000.000 schoolkinderen leerden zo al op vroege leeftijd, dat zij

bij een speciaal soort mensen behoren, waarvan Joden en 'vreemdelingen' per definitie

waren buitengesloten.

Evenals in de Verenigde Staten en andere West-Europese landen was de gemiddelde

progressief er van overtuigd dat eugenetiese of 'rassenhygiëniese' maatregelen de

armoede zouden verminderen en de kracht van 'het' volk zouden verhogen.

De obsessie met de volkskracht en vooral met de onderdelen waaruit die opgebouwd zou

moeten zijn, nam in 1912 al de vorm aan van wetsvoorstellen waarin huwelijken tussen

'Ariërs' en Joden verboden werden. Tussen 1914 en 1918 werd de vijand vooral in het

buitenland gezocht. Het verlies van de oorlog en de vernedering van het verdrag van

Versailles verhardden het Duitse nationalisme.

De verhalen over erfelijkheid, degeneratie, fokken, rassen, rasvermenging doordrongen

het burgerlijke denken. Het geloof in een relatie tussen 'de natuur' en menselijke

samenlevingen in evolutionair, selekterende zin was wijdverbreid. Wagners Germaanse

myte en fanatiek anti-semitisme werden nauwelijks gekritiseerd. Haaks daarop formu-

leerde de arbeidersbeweging zijn min of meer marxistiese interpretatie van de kapitalis-

tiese stand van zaken. Maar ook die beweging geloofde deels in volkskracht, moeder-

schap en gespierde blonde mannen als dragers van de vooruitgang. En ook in de

vrouwenbeweging distantieerden weinigen zich van verbindingen tussen moederschap,

racisme en nationalisme.36

De op 'de biologie' gebaseerde maatschappij die Hitler voorstond, met 'raszuiverheid' als

basis voor vooruitgang, was dan ook geen nieuw of vreemd idee. De splitsing van mensen

in 'fit' en 'unfit', gewenst en ongewenst, ook niet. Ook het ontwerp van een absoluut hië-

rarchiese samenleving met De Leider als enige machtsbron was, zoals Mussolini in Italië

liet zien, niet nieuw. Het samenvoegen van al deze ingrediënten in een zogenaamd

wetenschappelijk verantwoord programma wel. In 1933 waren zoveel mensen eraan

gewend dat Hitler min of meer 'demokraties' aan de macht kon komen en gesteund door

een groot deel van de Duitse bevolking samen met zijn 'wetenschappelijke staf' aan de uit-

voering van het programma kon beginnen. Joods, nomadies, kommunisties, socialisties,

ziek, homoseksueel - al die miljoenen mensen bleken 'de natuurlijke orde' in de weg te

staan. Sterilisatie, deportatie, moord - met wetenschappelijke nauwkeurigheid werd het

allemaal uitgevoerd, zonder noemenswaardige protesten uit enig buitenland. De grote

mobilisatie van medestandersters had plaatsgevonden tijdens de ekonomiese krisis die

vanaf 1929 vanuit de Verenigde Staten het West-Europese en Japanse bedrijfsleven had

meegesleept in een spiraal van faillissementen en een toenemende werkloosheid. Afge-

meten aan de tijdelijke behoeftes van het kapitaal was een groot deel van de bevolking tot

overbevolking geworden. Hoe onvoorspelbaar het lot van werkloosheid iedereen kon

treffen, zo voorspelbaar werden de kwalifikaties ingevuld op basis waarvan miljoenen

mensen nooit meer mee zouden mogen doen met 'de strijd om het bestaan'.


Dierwetenschappers

In 1940 schreef Konrad Lorenz:



'Er bestaat een grote gelijkenis tussen een menselijk lichaam waarin een kanker is

binnengedrongen en een natie die moet lijden onder bevolkingsgroepen wier aangeboren

defekten ervoor zorgen dat ze tot een sociale last worden. Net zoals bij kanker de beste

behandeling diegene is waarmee de parasitaire groei zo snel mogelijk wordt uitgeroeid, zo

wordt de eugenetiese verdediging tegen de dysgenetiese sociale effekten van aangetaste

bevolkingsgroepen noodzakelijkerwijs beperkt tot even drastiese maatregelen.'37

Lorenz was een oostenrijks zoöloog, gespecialiseerd in de bestudering en beschrijving van

diergedrag, en in het biezonder van ganzengedrag. De verklaring van het gedrag moest

volgens hem in het dier zelf gezocht worden. Hij noemde datgene wat in het dier zijns in-

ziens het gedrag veroorzaakte instinkten. Zoals uit bovenstaand citaat duidelijk wordt,

was hij er ook van overtuigd dat in mensen van alles zat, dat in speciale gevallen

uitgeroeid moest worden (door die mensen uit te roeien). In 1943 schreef hij nog een

verhandeling 'Die angeborenen Form und möglicher Erfahrung', die in Nazi-Duitsland

gepubliceerd werd.

'De enige weerstand die mensen van gezonde komaf te bieden hebben ... tegen het

doordringen van degeneratieverschijnselen vindt zijn basis in het bestaan van bepaalde

aangeboren schemata... Onze soorteigene gevoeligheid voor de schoonheid en lelijkheid

van leden van onze soort is nauw verbonden met de degeneratieverschijnselen... die ons

ras bedreigen.'

'De doeltreffendste maatregel tot rassebehoud is diegene die de natuurlijke verdediging

het sterkst ondersteunt... We kunnen - en we moeten - vertrouwen op de gezonde

instinkten van de besten uit ons volk... waar het gaat om de uitroeiing van bevolkingsele-

menten die met afval zijn beladen. Zo niet, dan zullen deze schadelijke mutaties als

kankercellen het volkslichaam doordringen.' 38

Zijn nazi-aktiviteiten werden in het begin van de jaren zeventig, onder andere door

toedoen van Rudy Kousbroek39, in de bekendheid gebracht. Desondanks kreeg Lorenz,

samen met Niko Tinbergen en Karl von Frisch, in 1973 de Nobelprijs voor Medicijnen en

Fysiologie.

Lorenz was toen zeventig jaar, zijn nationaal-socialistiese steunbetuigingen werden

afgedaan als 'politieke naïviteit'. Progressief Nederland zat met een probleem. Hadden ze

niet gretig Lorenz' naoorlogse dierenboeken gelezen? Hoewel Kousbroek een tijd bleef

uitleggen dat het verschil met Lorenz' boeken uit de nazi tijd marginaal was, leidde de

diskussie niet tot een ferme afwijzing van het gedachtengoed van Lorenz en zijn talrijke

navolgers. Desmond Morris, Ardrey, Tiger, Fox en in Nederland Hillenius bleven het

progressieve spraakgebruik bepalen.

Lorenz' in 1963 verschenen boek 'Das sogenannte Böse; Zur Naturgeschichte der

Agression' (in de Nederlandse vertaling 'Over agressie bij dier en mens'40) is prototypies

voor de aanpak van deze stroming.

Darwin liet bespiegelingen over dieren, na ze voorzien te hebben van een specifiek soort

maatschappelijke interpretatie, uitmonden in bespiegelingen over mensen. Lorenz ging

vanzelfsprekend van de overeenkomst tussen gedrag van dieren en mensen uit en zocht

'in het organisme' drijfveren, driften, instinkten waarmee zijns inziens én gedrag én de

evolutie verklaard konden worden. In 'Over agressie bij mens en dier' wilde hij laten zien:



'... wat voor een beslissende rol de agressie in het grote geheel van het driftleven speelt en

hoe hij als motor en "motivatie" ook gedragswijzen aandrijft die ogenschijnlijk niets met

agressie te maken hebben en daar zelfs het tegendeel van schijnen te zijn. Dat er juist een

grote dosis agressie steekt in de meest intieme persoonlijke banden die tussen twee

levende wezens denkbaar zijn, is een feit waarvan men niet weet of men het nu als een

paradox of als een gemeenplaats moet beschouwen. Ondertussen moeten er nog veel

andere dingen besproken worden, voordat wij dit centrale probleem in onze natuurge-

schiedenis van de agressie kunnen aansnijden. De belangrijke bijdrage die de agressie in

de demokratiese wisselwerking van de driften binnen het geheel van het organisme levert,

is niet gemakkelijk te begrijpen en nog minder makkelijk te demonstreren.'41
Nu is 'agressie' een ander woord voor 'aanval' - wat Lorenz dan ook deed was 'de aanval'

als centrale drijfveer van dierlijk en menselijk gedrag uitroepen. Daarmee had hij een

belangrijke keuze gedaan: de aangevallenen waren uit het zicht verdwenen. Lorenz

leverde met zijn 'agressie' een nieuwe variant van de invulling van de natuurwet van de

strijd om het bestaan, waarbij de uitkomst overigens dus als vanouds vaststond:

'Samenvattend wat wij in dit hoofdstuk op grond van objektieve waarnemingen bij dieren

geleerd hebben over het speciale belang van de onderlinge agressie voor de instandhou-

ding van de soort, kunnen wij het volgende zeggen: de beschikbare ruimte wordt onder

soortgenoten op die manier verdeeld dat zo mogelijk iedereen voldoende heeft. De beste

vader en moeder worden ten bate van het nakomelingschap geselekteerd. De jongen

worden beschermd. De gemeenschap wordt zo georganiseerd dat aan een paar wijze

mannetjes, de senaat, voldoende gezag verleend wordt om voor het welzijn van de

gemeenschap niet alleen beslissingen te nemen, maar ook om ze door te zetten.'42

Het entoesiasme waarmee progressieven de teorie over de agressie omarmden werd

slechts tijdelijk verstoord door het onbehagen toen Lorenz' nationaal-socialisties verleden

bekend werd. Zijn uitspraken in 'De acht doodzonden van de beschaafde mensheid' over

het 'geneties verval' der westerse mens, en in het biezonder dat van de jeugd die in

opstand was gekomen tegen het autoritaire gezag, wekten geen verontwaardiging.


Desmond Morris met zijn boeken 'the naked ape' en 'The Human Zoo'; Robert Ardrey

met 'African Genesis' en Tiger en Fox met 'The imperial animal', enz. enz. hadden in grote

lijnen hetzelfde aanvals/agressieverhaal als Lorenz: zonder de aangeboren agressie zou

niemand overleven; via agressie wordt het territorium verdeeld; agressie tegen soortgeno-



ten wordt beperkt door ritualisering. Sociaal gedrag is opgebouwd uit agressie en

seksualiteit. Als die samen optreden krijg je militant entoesiasme. Militant entoesiasme

gekombineerd met territoriuminstinkten levert een verklaring voor het ontsaan van

verschillende staten. Een mens is volgens de etologen een tribal animal, een stamdier. En

de stam (de sibbe zouden de nazi's zeggen) van vroeger is de natie van nu.

Binnen de stam heeft de agressie de vorm van konkurrentie gekregen en naar buiten van

oorlog en andere vormen van vijandschap. Volgens Barker in 'The new racism' is

gemeenschappelijk aan al deze etologen dat zij een aangeboren, natuurlijke vijandschap

tegen 'buitenstaanders' aannemen, die bij Lorenz 'pseudo-specification', bij Morris 'in-

grouping tendency' en bij Ardrey 'nation-forming' heet. Hij citeert Morris die over zijn

'in-group tendency' schrijft:



'De hele mensensoort heeft een breed spektrum aan gemeenschappelijke basisgedragspa-

tronen. De fundamentele gelijkenissen tussen welke mensen dan ook zijn enorm. Eén van

deze (fundamentele gelijkenissen) is echter paradoksaal genoeg de neiging om onder-

scheiden groepen te vormen en te voelen dat je op een of andere manier anders bent, wer-

kelijk door en door anders, vergeleken met de leden van andere groepen.'43

Dat aangeboren gevoel, gekoppeld aan militant entoesiasme, mag niet verstoord worden,

want dan wordt 'de kultuur' verstoord. En, aldus Lorenz:

'De evenwichtige interaktie tussen alle losse normen van sociaal gedrag die karakteristiek

zijn voor een kultuur verklaren het feit dat het over het algemeen zeer gevaarlijk is om

verschillende kulturen te mengen.'44

Want als je dat zou doen komt die aangeboren agressie los die nu juist zo mooi

gereguleerd was in het gedrag voor 'binnen de groep' en gedrag voor 'buiten de groep'.

In hun pogingen menselijke samenlevingen een 'Naturgeschichte' in de vorm van

aangeboren agressie mee te geven, deden etologen vanzelfsprekend ook zeer veel

uitspraken over mannen en vrouwen. Hun boeken verschenen niet voor niets in de tijd

van het begin van de tweede feministiese golf. Lorenz is heel hoffelijk: mannen en

vrouwen zijn wat hem betreft even agressief. Alleen stoppen vrouwen hun agressie

vooral in het verdedigen van hun nakomelingschap, terwijl mannen meer aan oorlog,

sport, spel en dat soort tijdverdrijf doen. Morris en de zijnen maakten van agressie een uit-

sluitend mannelijke aangelegenheid. In de tijd dat de menselijke samenleving ontstond

waren het volgens hen de goede knotshanteerders en jagers die de meeste nakomelingen

wisten te verwerven en hun mannelijke nakomelingen hebben dat keurig de evolutie

doorgedragen. Morris:



'Achter de facade van het moderne stadsleven bevindt zich dezelfde naakte aap. Alleen de

namen zijn veranderd: lees in plaats van 'jachtterrein' 'werkplek', in plaats van 'jagen'

'werken', in plaats van 'thuisbasis' 'huis', in plaats van 'wijfje' 'echtgenote', in plaats van

'paarband' 'huwelijk', enzovoort.45

Morris en de zijnen schreven over de aangeboren driften die in iedereen - in meerdere of

mindere mate - zouden zitten. In dezelfde tijd werd in de Verenigde Staten door Eysenck,

Jensen en anderen de aanval heropend op mensen die 'de omgeving' of 'de omstandighe-

den' waarin mensen opgroeiden en moesten leven verantwoordelijk stelden voor veel

ziektes, problemen en armoe. De inzet van de aanval waren weer de oude 'mentale

kapaciteiten' van Darwin, Galton en navolgers: de 'intelligentie'46 dus, die weer aangebo-

ren zou zijn en die gemeten moest worden opdat er verschillende behandelingen voor de

verschillende IQ-groepen konden volgen. In de zuidelijke staten werd in de jaren zestig

formeel de apartheid die zich uitdrukte in verschillende scholen, verschillende bussen,

voor zwarte en witte kinderen verboden. Op bevel van het hoger gerechtshof kwam er

ook een eind aan het verbod op seksuele omgang en huwelijken tussen wit en zwart. De

aangeboren intelligentie-aanhangers probeerden 'het IQ' als toelatingseis voor scholen er

door te krijgen. Als zwarte kinderen 'een laag IQ' hadden was het toch zonde om daar

veel overheidsgeld aan te besteden.
Sociobiologie

In 1975 veegde de amerikaanse insektoloog E.O. Wilson in een boek dat als titel

'Sociobiology'47 kreeg, alles wat etologen en IQ-aanhangers bij elkaar gesprokkeld

hadden op één grote hoop en hij vergat niet om zijn eigen 'The Insect Societies' uit 1971 er

bij te vegen. Biologen weten nu zoveel, was zijn motto, dat het tijd wordt om alle sociale

wetenschappen maar eens van hun biologiese grondslagen te gaan voorzien. Die

biologisering, die Ernst Haeckel in het begin van de eeuw ook zo graag wilde, noemde hij

'the new synthesis' en het konsentratiepunt van al die aangeboren driften, instinkten,

intelligentie en wat voor dierlijke en menselijke, door etologen en sociale wetenschappers

bij elkaar gehaalde gedragingen dan ook (homoseksualiteit bijvoorbeeld) werd het DNA

of de genen. In de genen of het DNA lag volgens hem - en volgens alle andere

sociobiologen, want binnen de kortst mogelijke keren waren er tientallen - de kern van

de natuurlijke selektie. Daar speelde de strijd om het bestaan zich af, of beter gezegd - het

DNA was eigenlijk de strijd om het bestaan.

Het 'groepsdenken' van de etologen werd door de sociobiologen als volgt gegenetiseerd

en geïndividualiseerd: ieder individu is er op uit om een zo groot mogelijke 'genetiese

fitheid' te bereiken - dat wil zeggen zich zo vaak en zo goed mogelijk voort te planten.

Die opvatting was op zich zo oud als de voortplantingsobsessie die met Darwin's Origin

was ingezet. Het beetje nieuwe ging over de onderlinge verhoudingen tussen mensen, die

immers ook door het DNA gereguleerd moesten worden. Volgens de sociobiologen

bemoeide het egoïstiese individu in de vervulling van zijn genetiese fitheid zich in principe

alleen met zichzelf en in tweede instantie alleen met die mensen bij wie zijn geneties ei-

genbelang verzekerd was, dat wil zeggen met zogenaamde 'geneties verwanten'. Nu is de

hele mensheid 'geneties verwant', dus dat zou op zich nog een aardige uitkomst kunnen

hebben. De volgende stap wordt dan ook gezet in navolging van de pseudo-specifiteitste-

orie van Lorenz: de verschillen in verwantschap kunnen precies aangetroffen worden

waar mensen andere mensen onvriendschappelijk behandelen, want dat zouden ze - uit

eigenbelang - nooit doen tegen 'echte' verwanten. Ruzies tussen zusjes vallen natuurlijk

buiten het kader van de sociobiologen: zij hebben de oude territoriumdrift wat aangepast

en zeggen een nieuwe verklaring voor racisme gevonden te hebben. Die 'verklaring' is

hen in dank afgenomen:

'Voor ons, raciale nationalisten, is dit een belangrijk argument ter verdediging van ons

uitgangspunt. Want het wordt steeds duidelijker dat het niet zo maar "pech" is, dat onze

genen ons niet toestaan te leven in een egalitaire, kommunistiese, utopiese wereldstaat

met universeel altruïsme à la Marx en Rousseau. Dat onze genen niet toestaan dat we zo

leven is een onvermijdelijk gevolg van de manier waarop de evolutie werkt. Wat de

evolutionaire teoretici ons hebben getoond is dat het enige type sociale organisatie dat

zich door middel van het systeem van genetiese overerving (...) kan ontwikkelen - en dus

werkt - is gebaseerd op verwantschap, op de banden des bloeds en van het ras.

Nationalisme is niet alleen een integraal onderdeel van onze genetiese erfenis, het is een

onvermijdelijk eindprodukt van de evolutionaire processen die deze erfenis schiepen.'

Zo schreef Bannerman in het blad 'New Nation', het tijdschrift van het engelse National

Front.48 Dit soort uitspraken valt onder wat sociobiologen en hun verdedigers 'misbruik'

van de sociobiologie noemen. De repliek op de beschuldiging aan het adres van

sociobiologen dat hun teorie racisties is, luidt telkens weer dat ze in hun vaststelling dat

racisme aangeboren is toch geen goedkeuring geven aan racisme. Natuurlijk zijn ze er te-

gen, zeggen ze, en alles moet in het werk gesteld worden om racisme 'uit te roeien' (in de

woorden van Dawkins, de schrijver van 'The selfish gene', een zeer populair sociobiolo-

gies werk). Alle menselijk gedrag is in laatste instantie aangeboren, zeggen ze aan de ene

kant, maar je moet dat natuurlijk niet allemaal aksepteren; de 'kultuur' is er om een en an-

der te reguleren. Het merkwaardige alleen is dan waar die kultuur zo plots vandaan

komt. Die moet dan toch ook uit 'de genen' komen, uit het geneties eigenbelang? En als je

met die 'kultuur' het 'aangeboren racisme' zou moeten bestrijden, dan zou antiracisme

dus ook aangeboren moeten zijn, dan zouden we daar ook genen voor moeten hebben, an-

ders is het onbegonnen werk. Maar als we 'antiracistiese genen' zouden hebben, dan zou

de hele teorie weer nergens op slaan want die draait om de zogenaamde tegenstelling

tussen 'het individu en de geneties verwanten' tegenover 'de anderen met andere genen'.
Genen en DNA

De wat oudere Engelse racist Enoch Powell gebruikte nog de etologentermen: 'An



instinct to preserve an identity and defend a territory is one of the deepest and strongest

implanted in mankind.' De sociobiologen waren zo vriendelijk te vertellen wáár het dan

'implanted' was: in de genen, in het DNA.

Het voordeel van 'genen' en 'DNA' boven termen als 'bloed', 'ziel' of 'hart' is dat haast

niemand weet wat het zijn en iedereen dus gelooft dat degenen die dat jargon gebruiken

het wel weten. Sociobiologen doen ook geenszins hun best om het uit te leggen. Pro

forma willen ze nog wel eens een soort spiraal laten afdrukken, maar verder zwijgen ze.

De Amerikaanse biochemica Ruth Hubbard geeft in haar artikel 'The theory and practice

of genetic reductionism - from Mendel's laws to genetic engineering'49 een opsomming

van wat 'de genen' zoal in de schoenen geschoven hebben gekregen.



'Genen zijn aangeroepen als de scheppers van specifieke trekken en ook als scheppers

van grotere strukturen en funkties van organismen. Er wordt een beroep op ze gedaan om

de regelmatige veranderingen die zich tijdens de ontwikkelingen en tijdens het ouder

worden voordoen, te verklaren. Er wordt van ze gezegd dat ze beslissend zijn voor lange

termijn-veranderingen gedurende de evolutie en de soortvorming. Veel hiervan berust op

bewering en heeft geen observationele basis. (...) Vooralsnog zijn genen en DNA, zoals ze

dikwijls gekonseptualiseerd worden, volgens mij de reduktionistiese zelfvervulling van

het erfelijkheidsdenken dat de sociale impuls achter de genetica is. De wetenschap der

genetica is volgens mij sinds de herontdekking van Mendels wetten (1900) niet gevormd

door zijn eksperimentele technieken en observaties, maar door hoopvolle gedachten die

gebaseerd zijn op het erfelijkheidsdenken, door modellen en door interpretaties. (...) In

een komplex systeem van reakties (zoals de proteïne syntese bij celdeling) dat veel

voorwaarden en komponenten vereist die op een niet additieve manier met elkaar te

maken hebben en die vaak onderling afhankelijk zijn, is het onjuist om enige substantie of

enige gebeurtenis te isoleren als zijnde kausaal voor iets anders' (...)

'Het is belangrijk om te benadrukken dat genen reproduceren (of DNA redupliceert) als

onderdeel van de stofwisselingsaktiviteiten van levende cellen, waarbij enzymen betrok-

ken zijn en substraten, energiebronnen, enz. Ze reproduceren niet zichzelf zoals zo vaak

gezegd wordt.'

De obsessie met genen als de motor achter alles vergelijkt Hubbard in de woorden van

een groep kritiese Franse biologen50 met de aktiviteiten van een kind 'dat, omdat er door

het indrukken van een knop een plaatje op de televisie verschijnt, daaruit de konklusie

trekt dat de knop het plaatje 'veroorzaakt' of programmeert, waarna de volgende,

absurde stap komt, namelijk dat het gaat proberen het mechanisme van de televisie te be-

grijpen door de knop aan een chemiese analyse te onderwerpen.' Verder zegt ze nog dat

de genenobsessie histories begrepen kan worden als passend in de traditie van het

'preformationisme'. Werden vroeger kleine, opgerolde mensjes in het mannelijk zaad

geprojekteerd (de homunculus), nu zit alles in de genen of in het DNA voorgeprogram-

meerd.
Bij sociobiologen vind je niets terug van wat voor inzicht dan ook in wat genen of DNA

nu wel of niet zijn of kunnen. Verder hebben sociobiologen bij het losjes gebruiken van

termen als 'genen' en 'DNA', volgens mij dan nog het voordeel dat de bevorderaars van de

vernieuwing in de geneesmiddelenindustrie met grote regelmaat in allerlei media laten

horen over de revolutionaire vooruitzichten van het 'DNA-rekombinant-onderzoek',

waardoor de hele mensheid misschien wel voor eeuwig van verkoudheden of andere

verschrikkingen verlost zou kunnen worden. Zo worden we er ook van op de hoogte

gesteld dat het Amerikaanse bedrijf 'Genentech' het zo goed doet op de beurs en dat het

bedrijfsleven in Amerika inmiddels bijna alle genetici heeft opgekocht. De verhitte

diskussies over de gevaren waarmee het DNA-rekombinant-onderzoek gepaard gaat -

met het maken van nieuwe organismen (overigens geen Frankensteins maar bakterieën)

omdat er geen 'tegenorganismen' voor bestaan, zijn overigens al lang door het

bedrijfsleven in samenwerking met veel wetenschappers gesmoord.51

1   2   3   4

  • Dierwetenschappers
  • Sociobiologie
  • Genen en DNA

  • Dovnload 295.16 Kb.