Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Marktrente: gewenst rendement op een obligatie, kan afwijken van de overeengekomen rente. Verandert dagelijks. Bestaat uit risicovrije rentevoet en opslag voor risico. Couponrente / Nominale rente

Dovnload 20.04 Kb.

Marktrente: gewenst rendement op een obligatie, kan afwijken van de overeengekomen rente. Verandert dagelijks. Bestaat uit risicovrije rentevoet en opslag voor risico. Couponrente / Nominale rente



Datum05.12.2018
Grootte20.04 Kb.

Dovnload 20.04 Kb.

H4. De marktwaarde van obligaties en soorten obligaties
Marktrente: gewenst rendement op een obligatie, kan afwijken van de overeengekomen rente. Verandert dagelijks. Bestaat uit risicovrije rentevoet en opslag voor risico.

Couponrente / Nominale rente: overeengekomen rente. Deze rente is over de gehele looptijd van de lening vastgezet en dit percentage wordt uitbetaald.

Als de obligatielening wordt uitgegeven, zal de couponrente nog gelijk zijn met de marktrente, omdat rekening wordt gehouden met het rendement dat beleggers wensen voor vergelijkbare obligaties met hetzelfde risicoprofiel.
Onderhandse lening: het hele bedrag wordt geleend bij één partij, zoals een bank (= een schuldeiser)

Obligatielening: het bedrag wordt in de obligatiemarkt gezet en verdeeld in kleine coupures van bijvoorbeeld nominaal €1.000, en die kleine coupures noemen we obligaties. Beleggers kunnen zich op één of meer obligaties inschrijven (= veel schuldeisers)
Voordeel obligaties voor beleggers: de obligatie is een verhandelbaar schuldbewijs. De belegger neemt dus genoegen met een lagere rentevergoeding, want het risico wordt verlaagd.

Voordeel obligaties voor ondernemingen: leidt tot lagere rentelasten. De rentelasten zijn dan wel laag, maar het in de markt zetten van een obligatielening brengt hoge kosten met zich mee voor de procedures die eraan verbonden zijn. Daarom zullen alleen grote ondernemingen en overheden obligatieleningen uitgeven.
Bedrijfsobligatie: wordt uitgegeven door een onderneming.

Staatsobligatie: obligatie die door een overheid op de markt wordt gezet.


Obligatie zonder tussentijdse aflossing

(er wordt tussentijds niet afgelost, alleen aan het einde. Er wordt wel rente betaald)
Bepalen van de marktwaarde van een obligatie zonder tussentijdse aflossing:

rente rente rente aflossing

Manier 1: (1+ Rm) + (1+ Rm)² + (1+ Rm)³ + …. + (1+ Rm)n

Manier 2: Vbond = PV(rente) + PV(aflossing)
(1 - (1+ Rm)- n)

PV(rente) = rentebetaling x Rm


PV(aflossing) = (aflossing) : (1+Rm)n

Rm = marktrente

rente = rentebedrag dat per periode wordt uitgekeerd

n = aantal jaar resterend

Vbond = marktwaarde van de obligatie (= value of the bond)



Koers van de obligatie: marktwaarde van de obligatie als percentage van de nominale waarde.
Koers obligatie = (marktwaarde : nominale waarde) x 100%
Disagio: koers onder de 100%, dus marktwaarde is lager dan nominale waarde.

Agio: koers boven de 100%, dus marktwaarde is hoger dan de nominale waarde.

Behaalde rendement op een belegging bepalen:
Een belegger heeft een obligatie met een nominale waarde van €1.000 tegen een nominale waarde van 7%. Looptijd is 5 jaar. Hij krijgt dus altijd €70 euro uitgekeerd. De marktrente bedraagt 8%, dus de marktwaarde van de obligatie is (1 - (1,08)-5) 1.000

70 x 0,08 + (1,08)5 = €960,07


De eis van 8% daarop is dus €76,81. Hij krijgt €70 uitgekeerd, dus lijkt het alsof hij het gewenst rendement niet gaat halen met dit verschil van €6,81. Om dit te controleren, moet je kijken naar de marktwaarde van de obligatie één jaar na de aankoop (dus nog 4 jaar resterend).

(1-(1,08)-4) €1.000

70 x 0,08 + (1,08)4 = €966,88


De marktwaarde is sinds het aankoopmoment met precies €6,81 gestegen, dus daarom wordt precies het rendement van 8% behaald.
Obligatie met lineaire aflossing:

(er wordt tussentijds met gelijke bedragen afgelost, over het restbedrag komt de rente)
Bepalen van de marktwaarde:
Vbond = PV(aflossing) + PV(rente)
(1-(1+Rm)-n)

PV(aflossing) = AFL x Rm


Rn

PV(rente) = Rm x (N - PV(aflossing))


Rn = nominale rente van de obligatie (couponrente)

Rm = marktrente

N = nominale waarde van de obligatie
Marktrente > nominale rente: marktwaarde zal stijgen als er tussentijds wordt afgelost, en dat komt omdat de vrijgekomen aflossing herbelegd kan worden.

Marktrente < nominale rente: marktwaarde zal dalen als er tussentijds wordt afgelost, maar stijgen als alleen aan het einde wordt afgelost, omdat de belegger liever zo lang mogelijk geld uitzet tegen het hogere rentepercentage van de obligatie.


Zero-coupon bonds: obligatieleningen waarop geen rente wordt vergoed. De prijs die beleggers willen betalen, ligt ver onder de nominale waarde en daardoor wordt het mogelijk om het gewenst rendement te behalen.
Stel, je hebt een obligatie van €1.000 zonder rente voor 5 jaar, aflossing aan het eind. De marktrente bedraagt 6%.

De marktwaarde is dan:



1.000

Vbond = (1,06)5 = €747,26

Rendement behaald?:

1.000

Vbond = (1,06)4 = €792,09


Rendementseis van 6% is gehaald, maar bestaat dus uitsluitend uit koerswinst.



Perpetuals: obligaties waarop wel rente wordt betaald, maar die nooit afgelost worden. Het zijn eeuwigdurende obligatieleningen. De belegger kan het geld vrijmaken door de obligatie te verkopen op de beurs.

renteuitkering

Marktwaarde bepalen: marktrente

Aantekening les:

Waardering  kasstromen > obligatie: rente + aflossing

 rendementseis > marktrente
Waarde obligatie: * stijgt als marktrente daalt

* daalt als marktrente stijgt


Callable bond: uitgevende instelling mag vervroegd aflossen. Een onderneming maakt hier gebruik van als de marktrente daalt. Beleggers eisen hier een hogere marktrente.

  • Onderhandse lening
  • Bedrijfsobligatie
  • Manier 1
  • Koers van de obligatie
  • Obligatie met lineaire aflossing
  • Marktrente > nominale rente

  • Dovnload 20.04 Kb.