Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Markus 14: 43-52 L: Mk. 14: 32-52

Dovnload 39.07 Kb.

Markus 14: 43-52 L: Mk. 14: 32-52



Datum24.09.2018
Grootte39.07 Kb.

Dovnload 39.07 Kb.

~ ~


Markus 14:43-52 L: Mk. 14:32-52
Gemeente van onze Here Jezus Christus,
Jezus wordt gearresteerd. Onbegrijpelijk, vind je niet? Hij heeft wonderen gedaan, Hij kan demonen en boze geesten wegjagen, Hij is de Messias, de Redder. En nu laat Hij zich zo maar gevangen nemen? Kan Hij er dan niets tegen doen? Heeft Judas teveel tempelpolitie en romeinse soldaten meegenomen?

Nee, zo is het niet. Het is juist omgekeerd. De Here Jezus kíest ervoor, zich vrijwillig te laten arresteren.

Dat heeft Hem veel moeite gekost. Want Jezus wéét, wat Hem te wachten staat. In Getse­mané heeft Hij zonet heel intensief gebeden. 'Abba, Vader, voor U is alles mogelijk, neem deze beker van Mij weg. Maar laat niet gebeuren wat Ik wil, maar wat U wilt.' Het bloederige zweet valt met straaltjes op de grond.

Onze Heiland bidt vurig en intensief. En Hij vindt rust. Hij ontvangt kracht. God stuurt een engel. Na zijn langdurig gebed kan Hij opstaan. Hij weet nu: God zal Mij volledig verlaten en totaal verbrijzelen. Maar Hij is niet bang meer. De geestelijke strijd is gestreden. En daarom is Jezus nu klaar voor het lijden. De mensen mogen komen. De machten van de duisternis mogen hun gang gaan. Hij geeft zich vrijwillig over, niet gedwongen, maar heel bewust. Uit liefde voor de mensen, voor hun verlossing.


Als je met die gedachte het verhaal van de gevangenneming in Markus leest, krijgt elk onderdeel z'n eigen diepgang. Dan lijkt het, alsof iedereen vrij is, behalve Jezus. Hij wordt gearresteerd en geboeid afgevoerd. Maar als je met de ogen van het geloof naar dit tafereel kijkt, laat de heilige Geest je iets heel anders zien. Niet Judas of de leerlingen of de overpriesters en soldaten regelen de gang van zaken, maar Jezus zelf. Iedereen is gebonden, alleen Hij is vrij.
Thema: Jezus is de Regisseur bij zijn eigen arrestatie

Speler 1: Judas

Speler 2: Petrus

Speler 3: de jonge Markus


1) Speler 1: Judas Jezus confronteert Judas met de diepste consequenties van zijn kus

De Here Jezus is nog niet uitgebeden en met Petrus, Jakobus en Johannes teruggekeerd naar de andere leerlingen, of kijk, daar komen ze al aan. Een met zwaarden en knuppels bewapende bende gaat Jezus arresteren. Voorop loopt Judas. Hij is eerder die avond tijdens de Paasmaaltijd naar de hogeriester gegaan om te zeggen: 'Vannacht is het een gunstige gelegenheid om Jezus gevangen te nemen, zonder dat iemand het merkt. Waarschijnlijk is Jezus in Getsemané. Ga maar met mij mee, ik zal Hem wel voor u aanwijzen.'

Zo gezegd, zo gedaan. Vandaar dat Judas zo normaal mogelijk op Jezus afkomt in de hof van Getsemané. Als een goede vriend loopt hij naar Jezus toe en zegt: Wees gegroet, Rabbi, en daarbij kust hij Hem.

Over die kus is veel te doen geweest. Judas had toch ook gewoon Jezus kunnen aanwijzen: “Kijk, dát is Hem!” Een kus is een teken van intimiteit en –in het Midden Oosten- van persoonlijke begroeting. Misschien was Judas bang, dat ook Jezus gewapend was. Hij kwam immers een nieuw koninkrijk brengen? Daarbij had Judas altijd aan een revolutie gedacht, en dan heb je nu eenmaal wapens nodig. Stel je voor dat zelfs Jezus het zwaard zou trekken? Dan kun je Hem maar beter ontwapenend tegemoet treden – door Hem als vriend met een kus te begroeten. Dan kan Hij ook niet meer in de verwarring, als er bij zijn arrestatie verzet geboden, ontsnappen.

Maar Jezus heeft het allemaal door. Vóórdat ze in de olijfgaard te horen of te zien waren, had Hij al gezegd: ‘Sta op, laten we gaan, mijn verrader is al vlakbij.’ En als Judas zijn Meester aanwijst met een kus, wordt Jezus er niet door overrompeld. Al eerder, Dat had Jezus al eerder laten weten. Tijdens de Pesach-maaltijd had Jezus aan tafel al gezegd: 'Ik verzeker jullie: één van jullie, die met Mij aan deze tafel aanligt en met Mij uit dezelfde kom eet, zal Mij verraden.’ En als Judas dan van Jezus een stuk brood aangereikt krijgt, staat er in Johannes 13:27: ‘Op dat moment nam de duivel bezit van Judas’ en zegt Jezus: 'Doe maar meteen wat je van plan bent.’

Jezus staat er nu dus niet van te kijken, dat Judas opeens op Hem afkomt en Hem kust alsof hij blij verrast is dat hij Jezus hier onverwachts tegenkomt. Dat blijkt wel uit zijn antwoord, zoals dat in Lukas 22:48 staat: ‘Judas, lever je de Mensenzoon uit met een kus?’



Jezus confronteert Judas op die manier met de diepste consequenties van zijn kus.

Judas, weet je wel, wíe je verraadt? Niet maar een afgedankte vriend of een voormalig leermeester, nee: met die gehuichelde kus verraad je de Mensenzoon.

De Mensenzoon. Dat is de titel, die Jezus vaak voor zichzelf gebruikt. Op zich een heel gewoon woord: we zijn allemaal mensenkinderen. Maar als onze Heer die woorden op zichzelf betrekt, bedoelt Hij daarmee: Ik ben de persoon die in Daniël 7 aangekondigd wordt als de komende goddelijke Redder, de Messias.. In dat hoofdstuk beschrijft Daniël wat hij ziet in zijn nachtelijke visioenen:

Ik zag dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mensenzoon. Hij naderde tot de Oude Wijze en werd voor Hem geleid. Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen en zijn koningschap zou nooit ten gronde gaan. (Daniël 7 vers 13-14)

Díe persoon, dat ben Ik, laat Jezus voor de laatste keer aan Judas weten. Wil je de Messías verraden? Nog één keer krijgt Judas de gelegenheid zich te bekeren. Maar het baat niet, Judas is zo verblind dat hij deze laatste woorden vol genade van Jezus Christus resoluut afwijst.


Ik weet niet hoe het jou vergaat. Maar ik vind dit zo onvoorstelbaar eigenlijk. Iemand die zó intensief met Jezus opgetrokken heeft in de afgelopen jaren. Die zoveel gezien en gehoord heeft. Hoe kan Judas zover komen? Zou jij zover hebben kunnen komen? Misschien zeg je: nou, ik weet best wel, dat ik tekort schiet in mijn geloof, maar Jezus verraden? Dat zou ik toch niet gauw doen!

En toch zie je vandaag hetzelfde om je heen gebeuren. Mensen die opgegroeid zijn in een christelijk gezin, die alle verhalen over God gehoord hebben, van Adam en Eva en Noach en Abraham en David tot aan de Here Jezus en de zendingsreizen van Paulus. Maar als ze mogen kiezen, zetten ze het geloof overboord. Ze kiezen tégen Jezus en geven aan: ik heb Hem niet nodig als de Mensenzoon die God naar de aarde stuurt om onze zonden te vergeven en ons te redden van de eeuwige ondergang.

Hoe kan dat? Hoe kan het, dat je ook ín de kerk zo gemakkelijk van je Vader in de hemel en van Jezus je Heer vervreemdt? Dat het geloof je zo weinig zegt? Dat je er niet meer warm of koud van wordt als je over God en Jezus hoort? Dat het je niet meer raakt?
Dát zorgt ook bij Jezus voor het grootste verdriet. Níet het feit op zich, dát Hij verraden wordt, maar dat het Júdas is, één van de twaalf die Hij heeft uitgekozen, waar Hij drie jaar lang dag in dag uit mee opgetrokken heeft. Waarom pleegt iemand, die er zó dicht bij geweest is, die Hij van God als apostel gekregen heeft, dít verraad? Is het ongeloof dan sterker als het geloof?

Die vraag kun je theologisch oplossen door te zeggen, dat God het geloof geeft aan wie Hij wil, en dus verloor Jezus eigenlijk ook niemand, want Judas heeft er nooit echt bijgehoord. Want pas als er sprake is van die kombinatie van: je bent uitgekozen in eeuwig­heid en je gelooft en bekeert je in deze tijd, pas dán ben hoor je bij de schapen die God aan zijn Zoon Christus gegeven heeft en die niemand uit de hand van Goede Herder Jezus roven kan.

Natuurlijk, dat is allemaal waar. Maar het gaat veel te gemakkelijk. Juist het verraad van Judas verzwaart het lijden van Jezus. Een trouwe volgeling haakt af - definitief en radikaal. Jezus doorleeft de pijn van het verraad als mens. Het doet Hem onnoemelijk veel verdriet.

Hoe kan dat?

En waarom gebeurt dat ook in ons eigen leven? Waarom komen sommige van onze kinderen niet tot geloof? Waarom haakt mijn broer of zus wel af? Hoe kunnen soms je ouders, of één ervan, God helemaal vaarwel zeggen?

Hoe kan dat?

Vanuit menselijk standpunt blijft het verraad van Judas een vraagstuk. Hoe kan het dat er één van zijn volgelingen voor Jezus verloren gaat?

Toch aanvaardt Christus ook dit lijden, dit verraad van één van de 12. Hij gaat door, omdat Hij gelooft dat zijn offer aan het kruis niet voor niets zal zijn.

En in het geloof mag ook jij doorgaan met geloven. Want als je wél door Jezus gegrepen bent, dan wil je toch niet anders dan te blijven geloven. Omdat je erkent: het was voor mijn verlossing, dat Jezus zich bewust en vrijwillig liet arresteren.
Thema: Jezus is de Regisseur bij zijn eigen arrestatie

2) Speler 2: Petrus Jezus distantieert zich van het onheilig verzet van Petrus
Jezus laat zich gevangen nemen. De joodse leiders hadden op verzet gerekend en waren met een compleer arrestatieteam in het holst van de nacht naar Jezus op zoek gegaan. Maar hun rekensom komt niet uit. Jezus zoekt geen revolutie met het zwaard. Hij brengt het koninkrijk van God. En na Getsemané is Hij sterk genoeg om vrijwillig de dood tegemoet te gaan.

Judas is niet de enige die het niet begrijpt. Plotseling dringt het tot de leerlingen door wat er aan de hand is. De kus en van Judas en de woorden die Jezus tegen hem uitspreekt – opeens beseffen ze: 'Die smeerlap gaat onze Meester verraden.' En nog voordat Jezus iets kan zeggen, flitst er al één zwaard door de lucht. Petrus hakt er al vast op in, op de eerste de beste die hij ziet. En hij slaat raak. De knecht van de hogepriester weet maar net aan de slag te ontkomen: het kost hem een oor.

Op dat moment grijpt Jezus in. In de andere drie evangeliën kunnen we lezen dat Hij zegt: ‘Hou daarmee op. Zo is het genoeg! Steek je zwaard terug op zijn plaats. Zou Ik de beker die de Vader mij gegeven heeft niet drinken?’

Jezus distantieert zich op deze manier van het onheilig verzet van Petrus tegen zijn arrestatie. Hij neemt afstand van de manier waarop zijn leerlingen Hem willen verdedigen.

Snap je dat nou? Waarom toch niet? Het is zo goed te begrijpen, dat de handen van de elf apostelen jeuken om er op los te slaan. Iemand die zó onschuldig en zó laag bij de grond verraden wordt, die help je toch?

Toch mogen ze het niet. Jezus wil het niet. Want zijn lijden moet doorgaan. Daarom roept Hij hen tot de orde. Laat maar. Waarom? Omdat God dit zo wil. In Matteüs 26:53 kun je lezen, dat Jezus zegt: 'Weet je niet, dat Ik mijn Vader maar te hulp hoeft te roepen en dat Hij Mij onmiddellijk meer dan twaalf legioenen engelen ter beschikking zou stellen?’

Petrus en de andere 10 kennen Christus net zo slecht als Judas. Ze hebben een paar jaar lang het onderwijs van Jezus gevolgd. Maar als puntje bij paaltje komt, wat zegt hun instinct dan? ‘Trek je zwaard! Verdedig jezelf en elkaar met geweld!’

Maar weet je – als je jezelf wilt verdedigen, of als jíj het op wilt nemen voor je grote voorbeeld, sta je je eigen eeuwig geluk ermee in de weg. Wat Petrus doet, doen jij en ik nog zo vaak zelf: met alle goede bedoelingen wil je zélf meewerken aan je redding.

Ook jij en ik hebben het vaak genoeg gehoord: Gods koninkrijk is niet van deze wereld. En je hebt maar één Redder en Verlosser nodig: Jezus Christus die stierf aan het kruis van Golgota en drie dagen later met Pasen weer opstond. Hij heeft het nieuwe leven verdiend en zíjn Geest deelt het uit aan jou en mij.

Maar hoe vaak wil ga je toch weer zélf aan de slag met je geloof? Dan luister je maar half, bekeer je je maar gedeeltelijk, en hoe ik het doe, denk ik dan – ik doe het zo slecht nog niet.

Is dat jouw geloof, denk je het zo wel te redden? Jezus en ik, samen staan we sterk? Ik doe m'n best en Jezus doet de rest, en zo komen we het leven wel door?

Nee, beste mensen: alleen als je helemaal áchter Jezus gaat staan, ben veilig. Alleen als je je níet verzet tegen zijn arrestatie, kun je gered worden. Anders heb je er maar weinig van begrepen, waarom Jezus zich vrijwillig en bewust overgeeft. ‘Zou Ik de beker niet drinken die de Vader Mij gegeven heeft? Jezus weet hoe groot de macht van de satan en de invloed van de zonde op jou is. Alleen Jezus kan je daarvan bevrijden. Geloof je dat? Luister dan naar zijn woorden en leef dan uit zijn Geest! Dán hoef je niet meer je eigen zaken, je eigen kerk en je eigen geloof te verdedigen. Dat houdt allemaal op wanneer de Geest van de Jezus je beheerst. Dan gaat Híj in je aan het werk, en kijk dan eens, wat er gaat bloeien. Een fluwelen revolutie, niet door eigen kracht of macht, maar door mijn Geest, zegt de Heer. Jezus houdt dus zelf de regie in handen.

Thema: Jezus is de Regisseur bij zijn eigen arrestatie

3) Speler 3: de jonge Markus Jezus ontmaskert de ware aard van zijn laatste volgeling
Plotseling is het verzet van de leerlingen gebroken. Ze vluchten allemaal weg en laten Jezus in de steek. Vanwaar die omslag? Sommigen verklaren het als volgt: toen ze zagen dat Jezus zich vrijwillig overgaf, knapte er iets bij hen. Van binnen hadden ze allemaal dezelfde hoop gehad als Judas – een Messias die weerstand zou bieden, die zou strijden en overwinnen, die hier op aarde in Jeruzalem Gods Koninkrijk zou stichten. En nu geeft Hij zich over – meteen over. En daarmee laten de leerlingen zien, dat ze net als alle andere mensen zijn. Namelijk: ongelovig. Ze willen er niet aan, dat de Messias via lijden en sterven de wereld weer met God verzoent.

Jezus zelf had even eerder, net na het Pesachmaal, toen ze op weg naar Getsémane gingen, al gezegd: Jullie zullen allemaal ten val komen, want er staat geschreven: ‘Ik zal de herder doden, en de schapen zullen uiteengedreven worden.’ Daarmee gaat Zacharia 13 in vervulling. Maar daar gaat het om het volk Israel, dat vanwege hun ongeloof door de HERE gestraft wordt. Zó zit het dus met de leerlingen en met jou en mij, beste mensen: God ziet ons als ongelovigen! Uit onszelf kúnnen we de straf op de zonde niet ondergaan. We vluchten liever weg als het ons te heet onder de voeten wordt. Adam en Eva deden het al in het paradijs na de zondeval. Dus staat Jezus er echt helemaal alleen voor. Zelfs zijn meest geliefde volgelingen kunnen zichzelf niet redden, nog niet voor zó’n stukje (tussen duim en wijsvinger).

Alleen één jonge man probeert nog bij Jezus te blijven. Wie hij is, staat er niet bij. Maar het is opvallend, dat alleen Markus dit détail noemt. En ‘bij Jezus proberen te blijven’ – dat is ook in het Grieks meer dan ‘nieuwsgierig willen volgen’. Het geeft ook iets aan van sympathie en liefde voor Jezus. Er is veel gespeculeerd over wie die jonge man is. Hij heeft alleen maar een linnen kleed aan. Hij is dus blijkbaar ergens wakker van geworden, misschien al in de zaal waar Jezus en zijn leerlingen het Avondmaal gevierd hebben. Veel uitleggers denken dat het Markus zelf is geweest, toen hij een jongere van tegen de 20 was. Hij is dapperder dan de 11 apostelen. Maar als de soldaten hem zien én willen grijpen, vlucht hij ook weg. Naakt, want zijn best wel kostbare linnen bovenkleed moet hij achterlaten. Alsof Markus daarmee wil zeggen: ‘Ik was erbij en ik was net zo laf en slecht als al die anderen.’

Jezus ontmaskert op deze manier de ware aard van zijn laatste volgeling.

Weet je wat dat betekent? Dit: als Jezus vóór zijn lijden staat, staat Hij er echt helemaal alleen voor. Niemand kan zichzelf redden. Iedereen die op de proef gesteld wordt, faalt en vlucht weg en schaamt zich voor zijn naaktheid. Lang geleden in de tuin van het paradijs Adam en Eva al. Toen, in de nacht voor de kruisiging in de tuin van Getsémane al Jezus’s apostelen en een enthousiaste jonge volgeling. En jij … blijf jij wel staan in je eigen kracht? Als je denkt dat jij het wel redt … op welk punt dan ook, vergeet het maar. Eens zul je merken: op eigen kracht lukt het mij niet. Iemand anders moet het helemaal in z’n eentje voor mij doen. Helemaal alleen. Zo gaat Jezus naar het kruis. Helemaal alleen doet Hij alles voor mij. Iemand zei het eens zo: Christus komt in een volstrekt isolement terecht. Want alleen Hij kan zondaars weer met God verzoenen, en niemand anders kan Hem daarbij helpen of ondersteunen. Maar juist dat is mijn redding geworden. Ja, in zijn isolement ligt mijn kracht. Want Hij hield stand, voor Adam en Eva, voor Petrus en de jonge Markus, voor mij en voor jou. Amen



Markus 14 : 43 – 52 LITURGIE MORGENDIENST
Votum + Zegengroet

Antwoordlied: Psalm 97 : 1 + 5

Wet + Antwoordlied: Psalm 101 : 1, 2, 5

Gebed

Schriftlezing: Markus 14 : 32 – 52 Tussenzang: Liedboek 180:1, 4, 6, 7

Preek n.a.v. Markus 14 : 43 – 52 Amenlied: Psalm 6 : 1, 2, 4, 5

Dankgebed

Kollekte

Slotzang: Gezang 118 : 1, 2, 3

Zegen

  • Jezus is de Regisseur bij zijn eigen arrestatie
  • Jezus confronteert Judas op die manier met de diepste consequenties van zijn kus.
  • Jezus zich bewust en vrijwillig liet arresteren . Thema : Jezus is de Regisseur bij zijn eigen arrestatie
  • Jezus distantieert zich op deze manier van het onheilig verzet van Petrus
  • Jezus ontmaskert op deze manier de ware aard van zijn laatste volgeling.
  • Markus 14 : 43 – 52

  • Dovnload 39.07 Kb.