Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Masterthese auteur: A. Berezowska 1ste begeleider: Dr. J. M. Gutteling

Dovnload 2.38 Mb.

Masterthese auteur: A. Berezowska 1ste begeleider: Dr. J. M. Gutteling



Pagina4/15
Datum28.10.2017
Grootte2.38 Mb.

Dovnload 2.38 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

Noot: Alle variabelen konden beantwoord worden op basis van een vijfpuntenschaal waarbij na omschaling een 1 kwam te staan voor helemaal mee oneens en een 5 voor helemaal mee eens.

* p < .005

Afgaand op de gemiddelden blijkt dat men redelijk neutraal was wat betreft de waargenomen vatbaarheid en waargenomen ernst van gezondheidsproblemen veroorzaakt door de aanwezigheid van medicijnrestanten in het grond-, oppervlakte- en drinkwater. Wat betreft de variabelen voordelen en nadelen kan gezegd worden dat men over het algemeen een beetje eens was met de voordelen van het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek en een beetje oneens met de nadelen van het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Het belangrijkste voordeel van het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek was dat het goed is voor het milieu. Ruim 71% van de ondervraagden was het eens met deze stelling. Verder vond ongeveer de helft van de respondenten dat het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek toekomstige (gezondheids)problemen zal voorkomen en veel voordelen had. Opvallend was dat slecht iets meer dan een kwart van de deelnemers zich geen zorgen zou maken over gezondheidsklachten veroorzaakt door medicijnresten in grond-, oppervlakte- en drinkwater als hij of zijn medicijnrestanten terug zou brengen naar de apotheek. Wanneer werd gekeken naar de nadelen van het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek zag men dat rond de 60% van de respondenten het niet eens was

met de stellingen dat het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek lastig was, hun dagelijkse bezigheden verstoorde en dat ze het gewoonweg niet wilden. Daarnaast was rond de 33%

van de ondervraagden het niet eens met de stellingen dat het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek tijdrovend was, het aanleren van een nieuwe gewoonte vereiste en dat ze het vergaten te doen. Hiertegenover staat wel dat plusminus 40% van de deelnemers het hier (beetje) mee eens was.

Om te bepalen of informatie zorgde voor een significant verschil tussen de scores van de test- en de controlegroep op de variabelen waargenomen vatbaarheid, waargenomen ernst, voordelen en nadelen werden er T-toetsen voor onafhankelijke steekproeven uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat er een significant verschil in waargenomen vatbaarheid was tussen de respondenten uit de testgroep (M = 3.51, SD = .91) en de respondenten uit de controlegroep (M = 3.16, SD = .93), t(272) = 3.21, p < .005). Ook werd er een significant verschil gevonden tussen de scores van de testgroepgroep (M = 4.29, SD = .66) en de scores van de controlegroep (M = 3.97, SD = .85), t(272) = 3.46, p < .005) op de variabele voordelen. Zowel voor waargenomen vatbaarheid als voordelen was de kracht van de verschillen tussen de gemiddelden echter erg klein (η² = .02). Er waren geen significante verschillen tussen de scores van de test- en de controlegroep op de variabelen waargenomen ernst en nadelen.

Ongeacht ieders mening over vatbaarheid, ernst, voordelen en nadelen schatte meer dat de helft van de respondenten hun intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek in als groot tot zeer groot. De houding jegens het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek was ook (zeer) positief. 59,9% wist dat er medicijnrestanten voorkwamen in het grond-, oppervlakte- en drinkwater, dat deze schadelijk waren voor mens en/of milieu en dat ze teruggebracht kunnen worden naar de apotheek. Verder bezocht het grootste deel van de respondenten, namelijk 63%, de apotheek minder dan één keer per maand en gebruikte 47% één à twee geneesmiddelen per week. Wat betreft afvalscheiding scheidde 91% van de respondenten afval en over het algemeen waren dit twee materialen. Tabel 3 geeft de gemiddelden en standaarddeviaties van de variabelen houding, kennis, bestaand gedrag en het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek.

3.2. Onderzoeksvraag 1: Waargenomen vatbaarheid, waargenomen ernst en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten
De correlatie tussen waargenomen vatbaarheid en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek was zwak positief , r = .27, n = 220, p < .0005, wat betekent dat een hogere score op waargenomen vatbaarheid samenhing met een hogere score op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. De correlatie voor de variabelen waargenomen ernst en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek was ook zwak positief, r = .22, n = 220, p < .001, wat inhield dat een hogere score op waargenomen ernst geassocieerd werd met een hogere score op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek.

` Tabel 3. Gemiddelden van de variabelen: houding, kennis, bestaand gedrag en het

terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek.

Noot: Alle variabelen houding en het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek konden beantwoord worden op basis van een vijfpuntenschaal waarbij na omschaling een 1 stond voor zeer negatief/klein en een 5 voor zeer positief/groot.

Voor de variabele kennis was een 1 de laagste en een 3 de hoogste score.

Frequentie apotheekbezoek kon beantwoord worden op een zevenpuntenschaal waarbij na omschaling een 1 stond voor nooit en een 7 voor twee keer per week of vaker.

Medicijngebruik werd vastgesteld aan de hand van een openvraag.

Wanneer werd gekeken naar de samenhang tussen waargenomen vatbaarheid, waargenomen ernst en demografische factoren zag men dat geslacht de enige demografische factor was die niet correleerde met waargenomen vatbaarheid en waargenomen ernst. In Tabel 4 worden alle correlaties tussen waargenomen vatbaarheid, waargenomen ernst en de demografische factoren getoond.


Variabele

Totaal

Testgroep

Controlegroep




N

M

SD

n

M

SD

n

M

SD


Houding

279

4.31

.75

141

4.40

.70

138

4.22

.80



Kennis

279

2.38

.86

141

2.40

.82

138

2.36

.90



Bestaand gedrag:





























  • Frequentie apotheekbezoek

279

2.41

.86

141

2.26

.60

138

2.57

1.03

  • Medicijngebruik

277

2.75

2.33

141

2.67

2.23

136

2.82

2.43

  • Afvalscheiding




279

1.76

.80

141

1.73

0.79

138

1.80

.81

H Het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek

224

3.46

1.59

114

3.47

1.52

110

3.45

1.66


Tabel 4. Correlaties tussen waargenomen vatbaarheid, waargenomen ernst en demografische factoren.




Waargenomen vatbaarheid

Waargenomen ernst

Leeftijd

.37**

.25**


Opleiding

-.25**

-.21**

Geslacht

.03

.07

Noot: N = 274; *p < .05; **p < .0005.

Alle correlaties zijn berekend met behulp van de Spearman’s rank-correlatie.

.

3.3. Onderzoeksvraag 2: Voordelen, nadelen en de intentie tot terugbrengen van medicijnrestanten



De correlatie tussen voordelen en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek was zwak positief , r = .21, n = 220, p < .002, wat betekent dat een hogere score op voordelen samenhing met een hogere score op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten

naar de apotheek. De correlatie voor de variabelen nadelen en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek was sterk negatief, r = -.56, n = 220, p < .0005, wat inhield dat een lagere score op nadelen geassocieerd werd met een hogere score op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek.

Wanneer werd gekeken naar de samenhang tussen voordelen, nadelen en demografische factoren zag men dat geslacht de enige demografische factor was die niet correleerde met voordelen en nadelen. In Tabel 5 worden alle correlaties tussen voordelen, nadelen en de demografische factoren getoond.

Tabel 5. Correlaties tussen voordelen, nadelen en demografische factoren.





Voordelen

Nadelen

Leeftijd

.29**

-.33**


Opleiding

-.12*

-.15*

Geslacht

.07

-.06

Noot: N = 274; *p < .05; **p < .0005.

Alle correlaties zijn berekend met behulp van de Spearman’s rank-correlatie.



3.4. Onderzoeksvraag 3: Houding en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten
De Spearman’s rankcorrelatie voor de variabelen houding en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek wees op een sterk positief verband, r = .54, n = 224, p < .0005, waarbij een hogere score op houding gepaard ging met een hogere score op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek.
3.5. Onderzoeksvraag 4: Informatie en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten
Om te bepalen of de respondenten de aangeboden informatie daadwerkelijk hadden gelezen, zijn er na het lezen van de informatie een viertal controlevragen gesteld die betrekking hadden op de inhoud ervan. 96,4% van de ondervraagden had de helft of meer van de vragen goed beantwoord en is meegenomen in de analyses voor de variabele informatie.

Om na te gaan of informatie van invloed was op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek werd er een T-toets voor gekoppelde paren uitgevoerd. Er was een significante stijging van de score op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek tussen de eerste meting (M = 3.48, SD = 1.58) en de tweede meting (M = 4.12, SD = 1.41), t(219) = 8.03, p < .0005, wat betekent dat bij de tweede meting de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten hoger was. De eta kwadraat (.23) wees op een grote effect grootte. Op dezelfde wijze werd ook bepaald of informatie van invloed was op de houding jegens het terugbrengen van

medicijnrestanten naar de apotheek en ook hier was er een significante stijging van de score op de houding jegens het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek tussen de eerste meting (M = 4.40, SD = .70) en de tweede meting (M = 4.87, SD = .42), t(135) = 8.69, p < .0005, wat betekent dat bij de tweede meting de houding jegens het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek positiever was. De eta kwadraat (.36) wees ook hier op een grote effect grootte.

3.6. Onderzoeksvraag 5: Kennis en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten

Om te beginnen volgen er een aantal percentages met betrekking tot kennis over medicijnrestanten. 32,3% van de ondervraagden wist niet dat er medicijnrestanten in het grond-, oppervlakte- en drinkwater voorkomen. 12,2% van de respondenten was niet op de hoogte van het feit dat medicijnrestanten in het grond-, oppervlakte- en drinkwater schadelijk kunnen zijn voor de mens en/of het milieu. Verder wist 17,2% van de deelnemers niet dat medicijnrestanten terug kunnen worden gebracht naar de apotheek.

Wanneer werd gekeken naar de samenhang tussen de demografische factoren en kennis zag men dat leeftijd het enige demografische kenmerk was dat in alle gevallen, zowel de items van de variabele als de variabele in het totaal, correleerde met kennis. In Tabel 6 worden alle correlaties tussen de variabele kennis en de demografische factoren getoond.


Variabele

Leeftijd

Opleiding

Geslacht













Kennis totaal:

.47**

-.03

.00

Medicijnrestanten komen wel/niet in het grond-, oppervlakte- en drinkwater



-.37**

.04

.04



Medicijnrestanten in het grond-, oppervlakte- en drinkwater zijn wel/niet schadelijk voor de mens en/of het milieu


-.18*

.09

.05

Medicijnrestanten kunnen wel/niet teruggebracht worden naar de apotheek

-.41**

.22**

.04
Tabel 6. Correlaties tussen kennis en demografische factoren.

Noot: N = 279; *p < .01; **p < .0005

De cursief gedrukte correlaties zijn gebaseerd op de methode Cramer’s V-correlatie. De niet cursief gedrukte correlaties zijn gebaseerd op de Spearman’s rank-correlatie.

Wat betreft kennis en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek is met behulp van de Spearman’s rankcorrelatie gevonden dat er een sterke positieve correlatie was tussen deze variabelen, r = .56 , n = 279, p < .0005, waarbij een hogere score op kennis samenhing met een hogere score op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Verder liet de Spearman’s rankcorrelatie een matige positieve correlatie zien tussen het wel of niet weten dat

medicijnrestanten in het grond-, oppervlakte- en drinkwater voorkomen en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek, r = .31, n = 279, p < .0005, waarbij het niet weten dat medicijnrestanten in het grond-, oppervlakte- en drinkwater voorkomen gekoppeld was aan een lagere score op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Voor 31,4% van de ondervraagden die niet wisten dat medicijnrestanten in het grond-, oppervlakte- en drinkwater voorkomen was de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek groot tot zeer groot. Voor mensen die wel wisten dat medicijnrestanten in het grond-, oppervlakte- en drinkwater voorkomen was dit percentage 63%. Verder was er een zwakke positieve correlatie tussen het wel of niet weten dat medicijnrestanten schadelijk zijn voor de mens en/of het milieu en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek, r = .28, n = 279, p < .0005, waarbij het niet weten dat medicijnrestanten in het grond-, oppervlakte- en drinkwater schadelijk zijn voor de mens en/of het milieu verbonden was aan een lagere score op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Voor 17,3% van de ondervraagden die niet wisten dat medicijnrestanten in het grond-, oppervlakte- en drinkwater schadelijk zijn voor de mens en/of het milieu was de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek groot tot zeer groot. Voor mensen die wel wisten dat medicijnrestanten in het grond-, oppervlakte- en drinkwater schadelijk zijn voor de mens en/of het milieu lag dit percentage veel hoger, namelijk 57,8%. Het verband tussen het wel of niet weten dat medicijnrestanten teruggebracht kunnen worden naar de apotheek en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek was uiteraard positief en sterk, r = .60, n = 279, p < .0005. Het niet weten dat medicijnrestanten terug kunnen worden gebracht naar de apotheek hing namelijk samen met een lagere score op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Voor geen enkele deelnemer, die niet wist dat medicijnrestanten terug kunnen worden gebracht naar de apotheek, was de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten groot tot zeer groot, terwijl dit percentage voor mensen die wel wisten dat medicijnrestanten terug kunnen worden gebracht naar de apotheek 65,3% was.


3.7. Onderzoeksvraag 6: Bestaand gedrag en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten

Om na te gaan of er verbanden bestonden tussen de variabelen frequentie apotheekbezoek, medicijngebruik, afvalscheiding en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek werd gebruikgemaakt van Spearman’s rankcorrelatie. De variabelen frequentie apotheekbezoek, medicijngebruik en afvalscheiding correleerden niet significant met de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek.





3.8. Onderzoeksvraag 7: Demografische factoren en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten

Correlaties tussen de variabelen leeftijd, opleiding, geslacht en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek werden verkregen met behulp van Spearman’s rankcorrelatie. Voor opleiding en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek werd er een zwakke negatieve correlatie gevonden, r = -.27, n = 224, p < .0005, waarbij een lagere opleiding werd geassocieerd met een hogere score op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Wat betreft leeftijd en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek was er een matige positieve correlatie, r = .48, n = 224, p <.0005, waarbij een hogere leeftijd vergezeld werd door een hogere score op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Verder was er een zwakke niet significante correlatie tussen geslacht en het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek, r = .10, n = 224, p >.13, waarbij vrouwen iets hoger scoorden op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek dan mannen.


3.9. Regressieanalyse onderzoeksvariabelen
Door middel van een simultane regressie analyse (enter methode) werd getest in welke mate alle onderzoeksvariabelen, behalve informatie aangezien dit geen continue variabele was, gerelateerd waren aan de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Het regressie model verklaarde 60% van de variantie van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Variabelen die een significante bijdrage leverden aan het regressie model waren nadelen (β = -.31), houding (β = .22), kennis (β = .31), leeftijd (β = .21), opleiding (β = -.13) en geslacht (β = .14). Tabel 7 presenteert de verdere details van het regressie model.

3.10. Omgang met medicijnrestanten
Uit de vraag naar wat men over het algemeen doet met medicijnrestanten is gebleken dat het grootste deel van de respondenten, namelijk 43,8%, medicijnrestanten terugbrengt naar de apotheek. 18,3% van de respondenten gooit medicijnrestanten weg in het afval, riool of toilet, 13,8% brengt medicijnrestanten soms terug naar de apotheek en soms niet en 13% bewaart medicijnrestanten. Verder kon het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek volgens de respondenten op vier manieren bevorderd worden:


  1. Het terugbrengen van medicijnrestanten meer onder de aandacht brengen, door bijvoorbeeld tv spotjes, flyers, posters enzovoort.

  2. Mensen vaker herinneren dat ze medicijnrestanten terug moeten brengen naar de apotheek, door bijvoorbeeld de apotheker, huisarts, sticker op verpakking en vermelding in bijsluiter.

  3. Meer verzamelpunten voor medicijnrestanten of centrale bak in de apotheek, zodat er niet gewacht hoeft te worden.

  4. Het terugbrengen van medicijnrestanten belonen of statiegeld heffen.

Tabel 8 toont de mate waarin middelen die dienen te wijzen op het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek werden waargenomen door de respondenten.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

  • Variabele Totaal Testgroep
  • Waargenomen vatbaarheid Waargenomen ernst
  • Voordelen Nadelen
  • Variabele Leeftijd Opleiding Geslacht

  • Dovnload 2.38 Mb.