Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Masterthese auteur: A. Berezowska 1ste begeleider: Dr. J. M. Gutteling

Dovnload 2.38 Mb.

Masterthese auteur: A. Berezowska 1ste begeleider: Dr. J. M. Gutteling



Pagina5/15
Datum28.10.2017
Grootte2.38 Mb.

Dovnload 2.38 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

Tabel 7. Samenvatting van de simultane regressie analyse van de variabelen die het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek dienen te voorspellen.

Variabele

B

SE B

β


Waargenomen vatbaarheid

-.06


.11

-.03


Waargenomen ernst


.19

.11

.10

Voordelen


-.23

.11

-.11

Nadelen


-.47

.08

-.31**

Houding


.46

.13

.22**

Kennis


.58

.10

.31**

Bestaand gedrag:


  • Frequentie apotheekbezoek

  • Medicijngebruik

  • Afvalscheiding













-.04

.00


-.14

.09

.03


.09

-.02

-.10


-.07

Demografische factoren:













  • Leeftijd

  • Opleiding

  • Geslacht

.02


-.13

.45

.01

.05


.16

.21**


-.13*

.14*


Noot: N = 224; = .60; *p = .01; **p = .0005

Tabel 8. Perceptie van middelen die wijzen op het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek.

Middel


Frequentie




Altijd

Soms

Zelden

Nooit

Apotheker


8,2%

14,7%

16,8%



60,2%

Bijsluiter

15,8%

24,7%

22,9%

36,6%

TV campagne

5,0%

21,1%

28,0%

45,9%

Displays/Posters

12,2%

25,4%

25,4%

36,9%

Flyers

5,4%

16,8%

25,5%

56,3%

Noot: N = 279

4. Discussie
4.1. Samenvatting van de bevindingen
Om te beginnen lieten de resultaten van deze studie zien dat een behoorlijk deel van de respondenten, namelijk 18%, medicijnrestanten weggooide in het afval, toilet of riool. Met het oog op het voorkomen van de stijging van de hoeveelheid geneesmiddelen in het grond-, oppervlakte- en drinkwater is het daarom van belang om onderzoek te doen naar maatregelen, die de toename van de hoeveelheid geneesmiddelen in het watermilieu zullen tegengaan. Deze studie deed onderzoek naar één van zulke maatregelen, namelijk het inzamelen van medicijnrestanten. Op basis van het Health Belief Model werd gekeken hoe waargenomen vatbaarheid, waargenomen ernst, voordelen, nadelen en informatie gerelateerd zijn aan de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Naast de effecten van waargenomen vatbaarheid, waargenomen ernst, voordelen, nadelen en informatie op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek werd ook gekeken of en hoe demografische factoren, kennis met betrekking tot medicijnrestanten en ander gedrag dat verbonden kan zijn aan de omgang met medicijnrestanten gerelateerd zijn aan dit gedrag. In totaal verklaarden al deze factoren, behalve informatie aangezien dit geen continue variabelen was, 60% van de variantie van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Verder lieten de in deze studie gevonden correlaties zien dat er negen factoren waren die, in meer of mindere mate, een significante rol speelden bij de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Deze negen factoren waren waargenomen vatbaarheid, waargenomen ernst, voordelen, nadelen, houding, kennis, informatie, leeftijd en opleiding. Uit de meervoudige regressie analyse kwam naar voren dat er zes factoren, namelijk nadelen, houding, kennis, leeftijd, opleiding en geslacht, waren die een significante rol speelden bij de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek.

Overeenkomend met de verwachtingen toonden de resultaten van onderzoeksvragen 1, 2 en 4 aan dat waargenomen vatbaarheid, waargenomen ernst, voordelen, nadelen en informatie gerelateerd zijn aan de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Tegen de verwachtingen in had informatie slechts een klein effect (η² = .02) op waargenomen vatbaarheid en voordelen en geen effect op waargenomen ernst en nadelen. Een verklaring voor het gegeven dat informatie geen effect had op waargenomen ernst kan zijn dat de respondenten van dit onderzoek de gevolgen van met medicijnrestanten vervuild grond-, oppervlakte- en drinkwater niet zien als ernstig, omdat deze niet direct zichtbaar zijn. Dat informatie geen effect had op nadelen kan liggen aan het feit dat de aangeboden informatie voornamelijk gericht was op de voordelen van het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek, waardoor het waarschijnlijk minder invloed had op de waarneming van nadelen.

Uit de resultaten van onderzoeksvraag 4 kon opgemaakt worden dat informatie een belangrijke rol speelt bij het verklaren van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. 23% van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek werd namelijk verklaard door informatie. Dat deze variabele een zodanig grote rol speelt bij de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek is niet vreemd. Alleen wanneer men weet dat het mogelijk is om medicijnrestanten terug te brengen naar de apotheek en dat het weggooien van medicijnrestanten schadelijk is voor de mens en het milieu zal men medicijnrestanten daadwerkelijk terugbrengen.

De resultaten van onderzoeksvraag 5, die betrekking had op de variabele kennis, ondersteunen de redenering dat informatie een belangrijkste rol speelt bij het verklaren van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Kennis verklaarde namelijk 31% van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Hierbij gold dat hoe meer men wist over medicijnrestanten hoe groter de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek.

De uitkomsten van onderzoeksvraag 2 toonden dat naast informatie en kennis ook nadelen een belangrijke rol spelen in het verklaren van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Nadelen verklaarden namelijk 31% van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten. Voordelen verklaarden daarentegen slechts een klein deel (4%) van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek.

De bevindingen van onderzoeksvraag 3, die betrekking had op de variabele houding, stemden in met de gedachte dat nadelen een belangrijke rol spelen in het verklaren van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Houding, die positiever werd naarmate het aantal nadelen in vergelijking met het aantal voordelen daalde, verklaarde namelijk 29% van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek en steeg naarmate de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek groter werd.

De uitkomsten van onderzoeksvraag 1 lieten zien dat zowel waargenomen vatbaarheid als waargenomen ernst een kleine rol spelen in de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Waargenomen vatbaarheid verklaarde namelijk 7% van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek en waargenomen ernst 5%.

Op basis van de resultaten van onderzoeksvraag 7, die inging op de demografische factoren leeftijd, opleiding en geslacht, zijn er twee uitkomsten gevonden die niet overeenkwamen met de verwachtingen. De eerste uitkomst was dat de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek daalde naarmate het opleidingsniveau steeg, terwijl normaalgesproken de beter opgeleiden juist hoger scoren op milieu bewust gedrag (Diamantopoulos, Schlegelmilch, Sinkovics & Bohlen, 2003). Een verklaring hiervoor kan zijn dat in dit onderzoek de beter opgeleiden minder vaak op de hoogte waren van het feit dat medicijnrestanten terug kunnen worden gebracht naar de apotheek. Andere mogelijke verklaringen kunnen zijn dat de beter opgeleiden van dit onderzoek minder bewust waren van het risico die medicijnrestanten in het grond-, oppervlakte- en drinkwater met zich mee

brengen en een negatievere afweging tussen voor- en nadelen hadden dan lager opgeleiden. Waargenomen vatbaarheid, waargenomen ernst en het aantal voordelen daalden namelijk naarmate het opleidingsniveau steeg. De tweede onverwachte uitkomst had betrekking op leeftijd. Naarmate de leeftijd toenam steeg namelijk de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek, terwijl de verwachting was dat leeftijd zou dalen als de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek groter werd. Uit de reviews van Van Liere en Dunlap (1980) en Diamantopoulos et al. (2003) komt namelijk naar voren dat jongere leden van de samenleving over het algemeen meer kennis hebben en een positievere houding jegens milieu bewust gedrag er op na houden dan ouderen. Deze onverwachte uitkomst kan verklaard worden door het feit dat in geval van de respondenten van dit onderzoek een stijging van leeftijd gepaard ging met een hogere waargenomen vatbaarheid, hogere waargenomen ernst en hoger aantal voordelen. Verder kan de positieve relatie tussen leeftijd en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek verklaard worden door de hogere medicijninname van ouderen in vergelijking met die van jongeren (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, n.d.). Doordat ouderen meer medicijn innemen komen ze waarschijnlijk vaker in aanraking met middelen die dienen te wijzen op het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek, waardoor ze geneigd zijn dit gedrag vaker te vertonen. Geslacht was zoals verwacht niet gerelateerd aan het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek.

Tot slot lieten de resultaten van onderzoeksvraag 6 zien dat gedragingen als frequentie van apotheekbezoek, medicijngebruik en afvalscheiding niet gerelateerd zijn aan de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek.


4.2. Conclusie en implicaties
De bovenstaande bevindingen tonen dat kennis, informatie, houding en nadelen een belangrijke rol spelen bij het voorspellen van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Aangezien kennis wordt opgedaan met behulp van informatie en informatie een grote invloed uitoefent op de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek is het van belang om aan alle medicijngebruikers informatie over het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek aan te bieden. Vooral jongere leden van de samenleving met een hogere opleiding zouden voorzien moeten worden van informatie over het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Uit de resultaten van dit onderzoek kan namelijk afgeleid worden dat dit de groep is die meer nadelen en minder voordelen van het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek waarneemt en daardoor medicijnrestanten waarschijnlijk vaker weggooit in het afval, toilet of riool. Verder zou het, ondanks het feit dat uit de resultaten is gebleken dat informatie slechts een kleine invloed heeft op de waarneming van voordelen en geen op de waarneming van nadelen, verstandig zijn om de geboden informatie vooral te richten op het bevorderen van een positieve houding jegens het terugbrengen van

medicijnrestanten naar de apotheek. Houding speelde immers een belangrijke rol in het voorspellen van dit gedrag. De geboden informatie met betrekking tot houding moet voornamelijk gericht zijn op het wegnemen van de nadelen van het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek, aangezien nadelen en kennis het belangrijkst waren voor de voorspelling van de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Nadelen die als eerste weggenomen dienen te worden zijn het vergeten van het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek en de tijdrovendheid die gepaard gaat met het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Dit waren namelijk de twee belangrijkste nadelen waar de respondenten van dit onderzoek mee worstelden. Het vergeten van het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek kan opgelost worden door dit gedrag meer onder de aandacht te brengen. Gedacht kan worden aan manieren als herinneringscues van de apotheker, sticker op de verpakking en vermelding in de bijsluiter. Tijdrovendheid kan aangepakt worden door het opzetten van meerdere verzamelpunten voor medicijnrestanten, een centrale verzamelbak in de apotheek of jaarlijkse ophaalacties, zodat de tijd die men besteed aan het terugbrengen van medicijnrestanten ingekort wordt.



4.3. Aanbevelingen
Op basis van deze studie kunnen er een aantal aanbevelingen met betrekking tot toekomstig onderzoek worden gedaan. Zo zou een volgend onderzoek gebaseerd kunnen worden op respondenten uit meerdere steden in verschillende delen van Nederland, zodat gekeken kan worden of er een verband bestaat tussen woongebied en de intentie tot het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek. Verder zou ook gekeken kunnen worden of naast leeftijd en opleiding andere demografische factoren, zoals inkomen en het aantal kinderen per huishouden, van invloed zijn op de omgang met medicijnrestanten. Diamantopoulos, Schlegelmilch, Sinkovics & Bohlen (2003) zijn namelijk van mening dat deze demografische factoren een rol zouden kunnen spelen in milieu bewust gedrag.

Toekomstige studies zouden zich ook kunnen richten op onderzoek naar manieren waarop het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek bevorderd kan worden. Hierbij kan gedacht worden aan mogelijkheden waarop informatie over het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek overgebracht kan worden, maar ook aan mogelijkheden waarop het verzamelen van medicijnrestanten versneld kan worden. Een totaal andere mogelijkheid om het terugbrengen van medicijnrestanten naar de apotheek te bevorderen is het heffen van statiegeld op geneesmiddelenverpakkingen. Mensen zijn immers eerder geneigd om bepaald gedrag te vertonen als er een beloning/investering staat tegenover het te vertonen gedrag (Boyce & Geller, 2001).

Tot slot zou men het terugbrengen van medicijnrestanten kunnen meten aan de hand van observatie in plaats van zelfrapportage.

5. Referentielijst
Abraham, C., & Sheeran, P. (2005). The health belief model. M. Conner & P. Norman (Eds.), Predicting health behavior (pp. 28-80). Maidenhead: Open University Press.
Bound, J.P., Kitsou, K., & Voulvoulis, N. (2006). Household disposal of pharmaceuticals and

perception of risk to the environment. Environmental Toxicology and Pharmacology ,21, 301– 307.


Bouvy, M., Van ’t Land, R., Meulepas, M., & Smeenk, I. (2006). Verspilling van geneesmiddelen: de stand van zaken in 2004. Retrieved March 2, 2009, from http://www.medicijngebruik.nl/downloads/beleid-en-onderzoek.html
Boyce, T.E., & Geller, E.S. (2001). Encouraging college students to support pro-environment behavior. Effects of Direct Versus Indirect Rewards. Environment and Behavior, 33, 107-125.
Braun, C.C., Kline, P.B., & Silver, N.C. (1995). The influence of color on warning label perceptions.

International Journal of Industrial Ergonomics, 15, 179-187.
Brewer, N.T., Weinstein, N.D., Culte, C.L., & Herrington, J.E. (2004). Risk perceptions and their relation to risk behavior. Annals of behavioral medicine, 27, 125-130.
Cooper, E.R., Siewicki, T.C., & Phillips, K. (2008). Preliminary risk assessment database and risk ranking of pharmaceuticals in the environment. Science of the Total Environment, 398, 26-33.
Diamantopoulos, A., Schlegelmilch, B.B., Sinkovics, R.R., & Bohlen, G.M. (2003). Can socio- demographics still play a role in profiling green consumers? A review of the evidence and an empirical investigation. Journal of Business Research , 56, 465– 480.
Griffith, L.J., & Leonard, S.D. ( 1997). Association of colors with warning signal words. International Journal of Industrial Ergonomics, 20, 317-325.
Jones, O.A., Lester, J.N., & Voulvoulis, N. (2005). Pharmaceuticals: a threat to drinking water? Trends in Biotechnology, 23, 163-167.
Kim, Y. (2006). Color and Symbolic Meaning of Elements in Nature. Colorresearch and application, 31, 341-349.
Kotchen, M., Kallaos, J., Wheeler, K., Wong, C., & Zahller, M. (in press). Pharmaceuticals in wastewater: Behavior, preferences, and willingness to pay for a disposal program. Journal of Environmental Management.

Meinhold, J.L., & Malkus, A.J. (2005). Adolescent Environmental Behaviors: Can Knowledge, Attitudes, and Self-Efficacy Make a Difference? Environment and Behavior, 3, 511-532.

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. (n.d.). Dossier geneesmiddelen. Retrieved March 2, 2009, from http://www.minvws.nl/dossiers/geneesmiddelen/feiten-en-cijfers/

Morrison, V. & Bennett, P. (2006). An introduction to health psychology (1st ed.). Harlow: Pearson Education Limited.


Nexøe, J., Kragstrup, J., & Søgaard, J. (1999). Decision on influenza vaccination among the elderly



A questionnaire study based on the Health Belief Model and the Multidimensional Locus of Control Theory. Scandinavian Journal for Primal Health Care, 17, 105–110.
Petty, R.E., Cacioppo, J.T., Strathman, A.J., & Priester, J.R. (2005). To think or not to think: Exploring two routes to persuassion. T.C. Brock & M.C. Green (Eds.), Persuasion. Psychological insights and perspectives (pp. 81-116).Thousand Oaks, CA: Sage Publications.
RIVM. (2007). Geneesmiddelen in drinkwater en drinkwaterbronnnen. Resultaten van het meetprogramma 2005/2006 (RIVM rapport 703719016). Bilthoven: RIVM.
RIVM. (2008). Geneesmiddelen in bronnen voor drinkwater. Monitoring, toekomstig gebruik en beleidsmaatregelen (RIVM rapport 609715002/2008). Bilthoven: RIVM.
Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling. (2003). Voorkomen is beter dan genezen. Een beleidsanalyse over ‘geneesmiddelen en watermilieu’ (RIZA/RIKZ rapport 2003.037 / 2003.048). Lelystad: Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling.
Ropeik, D, & Slovic, P. (2003). Risk Communications: A Neglected Tool in Protecting Public Health. Risk in perspective, 2.
Slovic, P., Finucane, M.L., Peters, E., & MacGregor, D. (2004). Risk as analysis and risk as feelings: some thoughts about affect, reason, risk, and rationality. Risk Analysis, 24, 311-322.
Slovic, P., & Weber, E.U. (2002). Perception of risk posed by extreme events. Retrieved March 2, 2009, from http://myweb.facstaff.wwu.edu/~harperr3/slovic_wp.pdf
Somai, D., & Hutten, J.B.F. (2002). Brancherapport Cure '98-'01. Retrieved March 2, 2009, from http://www.ggzbeleid.nl/pdfmacro/branche_vws_cure2002.pdf
Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer. (2003). Review oestrogenen en geneesmiddelen in het milieu. Stand van zaken en kennislacunes (STOWA rapportnummer 2003-09). Utrecht: Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer.
VandenBos, G.R. (Ed.). (2007). APA Dictionary of Psychology (1st ed.). Washington: American Psychological Association.
Van Liere, K.D., & Dunlap, R.E. (1980). The social bases of environmental concern: A review of hypotheses, explanations and empirical evidence. The Public Opinion Quarterly, 44, 181-197.
Versteegh, J.F.M., Van der Aa, N.G.F.M., & Dijkman, E. (2008). RIVM vreest hogere milieubelasting door toenemend gebruik. Geneesmiddelen moeten het drinkwater uit. Pharmaceutisch Weekblad, 143, 20-21.
Verstraaten, M.F. (2008). Gezond watermilieu. Onderzoek naar het voorkomen en risico’s van medicijnen in het watermilieu en mogelijk te nemen maatregelen. Unpublished master’s thesis, University of Twente, Enschede, The Netherlands.

Bijlage





1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

  • Variabele B SE B β
  • Middel Frequentie
  • 4. Discussie
  • 5. Referentielijst

  • Dovnload 2.38 Mb.