Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Meedogenloze martelingen voor het landsbelang’ Een onderzoek naar moraal en emotie in Jesper Kies 16 augustus 2010

Dovnload 2.07 Mb.

Meedogenloze martelingen voor het landsbelang’ Een onderzoek naar moraal en emotie in Jesper Kies 16 augustus 2010



Pagina38/65
Datum12.03.2017
Grootte2.07 Mb.

Dovnload 2.07 Mb.
1   ...   34   35   36   37   38   39   40   41   ...   65


Omar: James Heller, you have been brought before this court of law to stand trial as a war criminal. You will prove to the people of the world that these crimes against humanity are the direct results of the policies initiated by you and your capacity. (…) Under your orders, the death squads of America continued their imperial crusade against the true believers and pure followers. There is no place in the world where your evil has not scoured the sacred land of the true world. Your imperilling legacy has devoured the lives of the innocent. Finally, we hold you responsible for the blasphemy, for disregarding holly lands and shrines, and for spilling the blood of our brothers.
(Omar, afl. 6).

Te constateren valt dat de terroristen door middel van de aanslagen gerechtigheid willen krijgen door wraak te nemen op de Amerikanen. Verschillende politieke acties van de Verenigde Staten en de passiviteit van het volk daartegenover, worden door de terroristen bestraft.

De morele keuze om een aanslag te plegen ging eigenlijk nooit gepaard met vertoonde emoties. Terroristische acties werden uitgevoerd zonder dat daarbij subjectieve gevoelens van de gezichten vielen af te lezen. Ook de hierboven beschreven preken waarin de motieven werden geuit, verliepen zonder te herkennen emoties. De terroristen werden blijkbaar geenszins gestuurd of beïnvloed door emoties, waar emotie volgens Frijda et al. (2000), zoals al eerder gesteld, een natuurlijke rol speelt binnen morele keuzes (zie paragraaf 2.4). De terroristen vertoonden bovendien eigenlijk nimmer, in praktisch geen enkele handeling, emoties die hun kwetsbaar maakten, waaronder vrees of verdriet. Slechts enkele keren werden deze emoties door een terrorist tijdens zijn acties getoond. Waar de meeste terroristen een Arabisch uiterlijk hadden, was in het geval van deze emoties de terrorist echter een ingehuurde persoon van Amerikaanse afkomst. Te concluderen valt dus dat slechts de Arabische terroristen, die de belangrijkste rol van de bedreiging in de serie vormen, weinig emoties vertonen. Ze zijn in de serie neergezet als koelbloedige, meedogenloze moordenaars, waarbij de kijker zich moeilijk kan voorstellen wat er in de hoofden van hen omgaat. De terroristen vertonen namelijk geen emoties, waar het publiek zich in kan verplaatsen, of betekenis aan kan geven. Bovendien blijft op deze manier vaak onduidelijk waarom en hoe de immorele keuzes tot stand zijn gekomen. Deze keuzes blijven daarom moeilijk voorstelbaar en herkenbaar.

Morele keuzes lijken door de terroristen dus alleen op basis van ratio te worden gemaakt. Waar Frijda et al. (2000) stellen dat moraal en emotie op het gebied van keuzes met elkaar vervlochten zijn en samen invloed uitoefenen op de keuze (zie paragraaf 2.4), lijkt dit bij de terroristen nauwelijks het geval. Emotie lijkt namelijk geen rol te spelen in hun morele keuzes. Frijda et al. (2000) stellen juist dat de aanwezigheid van subjectieve gevoelens op basis van eerdere ervaringen, en de beschikbare morele kennis of het verstand samen leiden tot een bepaalde morele keuze (zie paragraaf 2.4). Omdat er bij de terroristen nauwelijks sprake lijkt van een dergelijke vervlechting van morele keuzes en emoties, en dit bij de ‘goede’ personages meer het geval lijkt te zijn, oogt het gedrag van de ‘goede’ personages menselijker en herkenbaarder. De keuzes van ‘goede’ personages zijn daardoor beter te begrijpen en voor te stellen dan die van de terroristen.



4.1.3. Liegen voor een groter doel

Binnen het hoofdthema ‘doel heiligt middelen’ is naast ‘martelen en bedreiging’ en ‘het plegen van een aanslag’ tevens ‘liegen voor een groter doel’ een subthema dat kon worden waargenomen binnen de morele keuzes van personages in seizoen vier van 24. Liegen kan gezien worden als een morele keuze, omdat het breekt met de algemeen geldende morele regel dat men de waarheid dient te vertellen (Rachels, 1993; Gert, 2005) (zie paragraaf 2.3). Daarnaast is liegen een vorm van gedrag die betrekking heeft op anderen. Volgens Hobbes, aangehaald door Gert (2005), heeft moraal alleen betrekking op gedrag dat anderen betreft. Aan deze voorwaarde voor het behoren tot een moreel thema voldoet het liegen voor een groter doel. De keuze om tegen iemand te liegen is om de hierboven genoemde redenen een morele overweging, die binnen dit subthema in alle gevallen werd verantwoord door middel van een groter doel. Morele keuzes zijn in de methoden (zie hoofdstuk 3) immers gedefenieerd als keuzes die gedrag betreffen dat betrekking heeft op anderen, en gemeenschappelijk bekende morele regels, idealen of andere eigenscahppen bevatten. Keuzes konden pas als morele keuzes konden waargenomen wanneer zij op andere personen betrekking hadden en wanneer er sprake was van algemene morele waarden die voor iedereen bekend zijn (Gert 2005) (zie paragraaf 2.3).

Het doel van deze morele keuze was voor de betreffende personages dermate belangrijk om na te streven, dat zij de immorele keuze maakten om te liegen. Zij kozen er dan voor om de waarheid te verzwijgen of te verdraaien. Hierbij was er dan slechts sprake van een mondelinge overdracht. Degene die werd belogen merkte hierbij niet dat hij of zij slachtoffer was van een immorele handeling. Bij de andere subthema’s, ‘het plegen van een aanslag’ en ‘bedreiging en marteling’, was men hiervan wel bewust, vanwege het directe verbale of nonverbale geweld dat op hem of haar werd toegepast. De morele keuze om te liegen heeft dus minder directe impact dan de andere subthema’s binnen ‘doel heiligt middelen’.

Het liegen voor een groter doel werd in de meeste gevallen gedaan door de ‘slechte personages’, ofwel de terroristen. Zij waren binnen dit subthema het meest dominant vertegenwoordigd. Het doel waarmee zij logen betrof, zoal al eerder duidelijk is geworden, in de meeste gevallen een terroristisch doel. Een dergelijk doel kon, zoals in de vorige paragraaf al viel constateren, bijvoorbeeld een ontvoering of een raketaanval zijn. Voor de ‘goede’ personages bestaat vaak het doel om deze terroristische doelen te voorkomen. Toch waren de doelen bij het ‘liegen voor een groter doel’ niet altijd eenvoudigweg te herleiden tot de hoofddoelen, zoals hierboven omschreven. In veel gevallen werd in eerste instantie gelogen voor een kleiner doel. Op deze manier kon uiteindelijk het hoofddoel gediend worden. Er werd in bepaalde gevallen echter ook gelogen voor doelen die niet direct tot de hoofddoelen van terrorisme en antiterrorisme te herleiden vielen.

Liegen voor een groter doel gebeurde, zoals hierboven al duidelijk werd, door zowel de ‘goede’ als de ‘slechte’ personages, al was de laatstgenoemde groep hierin het grootst vertegenwoordigd. Er kon door beide groepen gelogen worden tegen zowel bondgenoten als tegen vijanden.

Aan het liegen tegen vijanden lag dan vaak het eerder besproken grotere doel ten grondslag (voor de terroristen een aanslag en voor de antiterreureenheden het voorkomen van een aanslag). Zo kon er dan bijvoorbeeld gelogen worden om een missie te beschermen of in stand te houden. Het vertellen van de waarheid zou in deze gevallen het doel van de missie in gevaar kunnen brengen. Zo was er een aantal keren sprake van een Amerikaans burger die in opdracht werkte van de terroristen en ervoor koos om tegen zijn collega’s te liegen om via zijn werk (als bijvoorbeeld vliegenier) de middelen in handen te krijgen die de terroristen konden helpen hun aanslag voor te bereiden. Ook werd er in bepaalde gevallen bijvoorbeeld een andere identiteit aangenomen om niet op te vallen en het doel in gevaar te brengen. Zo deed één van de terroristen zich een keer voor als een agent van de FBI en kon zij op deze manier informatie verwerven over de manier waarop CTU bezig was de terroristen op te sporen. Tevens werd door ´goede´ personages op bepaalde momenten gelogen tegen vijanden. Zo werden verschillende terroristen geregeld door agenten van CTU misleid om hen op deze manier te kunnen inrekenen. Een voorbeeld hiervan is wanneer een gevangen genomen verdachte besluit mee te werken aan een scenario waarin zij tegenover de terroristen moet acteren dat zij Jack Bauer als gevangene in bezit heeft en hem wil uitleveren aan leider Marwan. Op deze manier tracht CTU achter de verblijfplaats van Marwan te komen. Hierdoor wordt er een scène opgevoerd voor de terroristen en wordt er verschillende keren gelogen om de terroristen te pakken te krijgen en verdere aanslagen te voorkomen.

Naast het liegen tegenover vijanden, werd er ook gelogen tegenover bondgenoten. Bij het liegen tegenover bondgenoten speelden er vaak andere motieven dan bij het liegen tegenover vijanden. Deze motieven bestonden bijvoorbeeld uit het liegen ter bescherming van een familielid of partner, om een conflict uit de weg te gaan, of om iemand tot iets over te halen dat kon bijdragen aan het bereiken van een doel. Zo was er meerdere malen sprake van een Amerikaanse burger die in opdracht werkte van de terroristen en ervoor koos om tegen zijn vriendin of vrouw te liegen over zijn activiteiten. Hij was dan bang dat zij hem zou aangeven en zo zijn werkzaamheden en het terroristische doel in gevaar zou brengen. Daarnaast was er de verhaallijn omtrent een gezin dat alles had gepland om een essentiële rol te vervullen binnen een terroristische aanslag. Wanneer de zoon dreigt opgeofferd te worden, omdat zijn vader hem niet meer vertrouwt, besluit de moeder van het gezin voor haar zoon te kiezen, boven de terroristische doelen. Ze besluit daarom met hem te vluchten, en hierover te liegen tegen haar man. Hier wordt dus de liefde voor het kind boven het belang van het slagen van de terroristische aanslag gesteld. Ten slotte liegen de Amerikaanse autoriteiten over een missie tegen de Chinese ambassade, omdat de waarheid een conflict zou kunnen opleveren met China, hetgeen de nationale veiligheid in gevaar zou kunnen brengen.

Tussen het liegen van de ´goede´ personages en de ´slechte´ personages vielen wat betreft de vertoning van emoties geen duidelijk herkenbare verschillen aan te wijzen. Daar waar emotie volgens Frijda et al. (2000) (zie paragraaf 2.4) gezien wordt als een belangrijke aanstuurder van gedrag, vertoonden zowel de ‘goede’ als ‘slechte’ personages weinig tot geen emoties binnen hun morele keuze om te liegen. Hoewel volgens Frijda (1988) emoties een belangijke rol vervullen in het bewaken van ervaringen en zo een rol spelen in (moreel) handelen, leken deze bij de verschillende personages die logen voor een groter doel, niet aanwezig. Tevens is het hierbij mogelijk dat de emoties bij deze morele keuzes wel aanwezig waren, maar veilig werden onderdrukt, zoals door Philippot en Feldman (2004) (zie paragraaf 2.4) het verband tussen emotie en verstand is uiteengezet: verstand en emotie als metafoor voor meester en slaaf. Emotie zou hier de inferieure positie van slaaf innemen als onstuimig en gevaarlijk. Verstand als meester zou deze emotie onderdrukken en zo de controle en rust kunnen handhaven. De huidige filosofische kijk op emotie zou volgens Philippot en Feldman (2004) deze omschreven metafoor weerspiegelen. Bovendien vindt er in het dagelijks leven volgens de auteurs tevens in de meeste gevallen al een onderdrukking van emoties plaats. Dit is het geval, omdat het tonen van emoties in verschillende gevallen ongemakkelijk kan zijn. Mogelijk tracht men binnen de inhoud van 24 een dergelijke onderdrukking van emoties te verbeelden. Of er is eenvoudigweg sprake van een afwezigheid van emoties binnen de gemaakte morele keuzes. Omdat het hier gaat om de inhoud van een fictieve serie, waarin slechts de verbeelde elementen zijn uitgeschreven en opgevoerd, zal dit moeilijk zijn te achterhalen.

Toch leek er in bepaalde gevallen sprake te zijn van aanwezige emoties, zonder dat deze van de gezichtsuitdrukkingen van de personages waren af te lezen. Zo leek er in bepaalde gevallen te worden gelogen uit vrees voor gevolgen van het vertellen van de waarheid, maar was deze emotie niet verder duidelijk in iemands gezicht terug te zien. Woede was een emotie die wel op bepaalde momenten tijdens het liegen waar te nemen was, al was dit slechts enkele keren het geval. Bovendien werden de keuzes om te liegen door de personages nooit echt in woorden toegelicht, maar viel de keuze eerder te herleiden aan de hand van ontwikkelingen in de verhaallijn. Omdat de motieven en factoren binnen de keuzes om te liegen nooit echt expliciet werden geuit, zijn hier geen citaten van opgenomen binnen dit subthema. Concluderend kan gesteld worden dat viel waar te nemen dat beide groepen op bepaalde momenten logen voor een groter doel of voor een subdoel dat uiteindelijk zou bijdragen aan een groter doel. Beide groepen kozen er dus niet voor om te liegen uit persoonlijke belangen, maar opereerden voornamelijk vanuit het grotere belang.
4.1.4. Negeren van protocollen en bevelen van autoriteiten

Een andere variant van de morele keuze ‘doel heiligt middelen’ is ‘negeren van protocollen en bevelen van autoriteiten’. Deze keuze behelst het volgen van eigen keuzes die stuiten tegen voorgeschreven werkwijzen van bovenaf en bevelen die worden gegeven. Het draait hier met name om werkzaamheden binnen een organisatie, in dit geval CTU, waarbij een werknemer zijn werkzaamheden niet volgt zoals zijn werkgever deze heeft voorgeschreven, maar hierbij zijn eigen werkwijzen en oplossingen kiest en uitvoert. Er is bij het negeren van protocollen en bevelen van autoriteiten sprake van een morele keuze, omdat dergelijke protocollen en werkwijzen van bovenaf gezien kunnen worden als een gids voor gedrag, en op deze manier dienen als moraal voor de betreffende personen. De protocollen en werkwijzen waarvan werknemers weten dat ze zich daaraan moeten houden, stellen namelijk welk gedrag goed is, en geaccepteerd. Door middel van deze gids van gedrag wordt hen aangereikt wat men wel en niet acht te doen, hoe men hoort en niet hoort te opereren in het werkveld. Zaken die men acht na te leven en die worden gesteld als goed gedrag kunnen immers worden gezien als moraal. Volgens Gert (2005) is een belangrijke eigenschap van moraal namelijk dat er sprake is van een leidraad van hoe men zich zou moeten gedragen. Moraal kan volgens hem namelijk voor een deel worden gezien als een door rationele personen voortgebrachte gids om het gedrag van anderen en eventueel zichzelf te leiden (zie paragraaf 2.3). Omdat er in de keuze van het ‘negeren van protocollen en bevelen van autoriteiten’ sprake is van een breuk met deze gids van morele regels, kan dit subthema gezien worden als een morele keuze.

De morele keuze van het ‘negeren van protocollen en bevelen van autoriteiten’ werd eigenlijk praktisch alleen door Jack Bauer gemaakt. Jack Bauer vervulde in de serie de rol van held die telkens met eigen oplossingen kwam, waar de autoriteiten een missie al hadden opgegeven en wilden afblazen. Ook werkwijzen die van bovenaf worden opgedragen en uiteindelijk tot een niet goed resultaat leken te leiden, werden door Jack in veel gevallen anders uitgevoerd. Hierdoor werd dan uiteindelijk alsnog het doel behaald. Hierbij handelt Jack dus in veel gevallen buiten protocollen om en negeert hij bevelen van bovenaf. Hij gaat hierbij zogezegd ‘buiten het boekje’. Jack maakt deze morele keuzes, omdat hij sterk overtuigd is van een oplossing die de hogere autoriteiten niet toestaan en hij het niet eens is met de bevelen. Ook kan een aanwezige regelgeving zijn oplossingen vaak in de weg staan. De nationale veiligheid of het landsbelang wordt volgens hem zo veel mogelijk gediend wanneer hij zijn eigen methodes toepast. De morele keuze om zaken van bovenaf te negeren komt dus in dit geval tot stand door een bepaalde kennis en overtuiging dat deze kennis de juiste is. Jack accepteert in deze keuzes vaak het leed van enkelen om het leed van velen te voorkomen. Dit wordt door Jack verantwoord onder het mom van een groter belang, zoals de nationale veiligheid of de bescherming van de Amerikaanse overheid. De door Jack gehanteerde werkwijze hield in veel gevallen een onorthodoxe manier van handelen in die bijvoorbeeld bestond uit het bedreigen of mishandelen van een eigen collega of het op eigen initiatief, in het geheim martelen van een verdachte. Zo kiest hij in verschillende gevallen ervoor om een verdachte waar volgens CTU nog niet genoeg bewijzen tegen zijn, onder druk te zetten met middelen die CTU op dat moment niet kan toestaan. Ook besluit hij in verschillende gevallen collega’s te belemmeren in hun werk en hierbij zelfs aan te vallen, omdat hij denkt dat hun werkwijze niet juist is. Hij heeft dan een bepaalde visie en gelooft in deze visie, waarbij de collega’s niet willen volgen en Jack zich genoodzaakt voelt om hen te forceren.

Een voorbeeld is het moment waarbij Jack er van overtuigd is dat er binnen een aantal minuten een aanslag gepleegd zal gaan worden. Jack wordt echter niet toegelaten tot de verdachte en vraagt een collega om hulp:



Jack: This is urgent. I need him to get me clearance so that I can interrogate the suspect in the train bombing. Driscoll won’t let me anywhere near him. I believe he’s got information about a secondary hit, a larger one. Supposed to take place this morning at eight O’clock.
(Jack Bauer, afl. 1).

Vervolgens besluit hij een aantal bewakers uit te schakelen, de cel binnen te stormen en zijn eigen werkwijze los te laten op de verdachte. Zijn werkgever maant hem van buiten de cel dat hij moet ophouden en veel te ver gaat, maar dit negeert hij en vervolgt zijn handelingen. Hij bedreigt de verdachte met een pistool en vraagt hem wat er om acht uur staat te gebeuren. De verdachte reageert niet, waarna Jack een kogel afvuurt één van zijn knieschijven. Vervolgens houdt hij zijn pistool gericht op zijn andere knie, en vraagt hem wie het doelwit is van de volgende aanslag. De verdachte antwoordt vervolgens dat de minister van Defensie het doelwit is en dit blijkt daarna inderdaad het geval. Jack heeft in dit geval ervoor gekozen om een immorele handeling te verrichten op de verdachte, door hem ernstig lichamelijk pijn te doen, in het kader van de nationale veiligheid. Het hogere belang van de nationale veiligheid verantwoordt in deze situatie zijn immorele daad. Omdat er sprake is van een hoger doel dat de handeling rechtvaardigt valt dit subthema onder het overkoepelende thema ‘doel heiligt middelen’.

Een ander voorbeeld waarin Jack tegen de protocollen en bevelen van CTU zijn eigen werkwijze hanteert, is het moment dat hij met een andere agent samen in het werkveld een opdracht moet vervullen. Wanneer Jack met agent Ronnie ter assistentie mee gaat om een belangrijke getuige van het station op te halen en in veiligheid te brengen, wordt afgesproken dat Ronnie de leiding heeft. Wanneer de twee op het station arriveren, blijkt de getuige al in verkeerde handen te zijn gevallen. Ronnie wil de ontvoerder van de getuige in hechtenis nemen, om hem te ondervragen, maar Jack gelooft hier niet in en stelt een betere handelswijze voor:


Ronnie: There he is. You get the gate, I’ll get the kid out of the car.

Jack: Wait!
Ronnie: Wait for what?
Jack: This isn’t the right play.
Ronnie: What are you talking about?
Jack: If we follow this guy, maybe he’ll lead us to Heller.
Ronnie: Or maybe he won’t, but you know he’ll kill the kid, Jack.
Jack: Right now this hostile’s our best chance to find Secretary Heller.
Ronnie: We’ll break him back at CTU.
Jack: You don’t know if we can break him in time.
Ronnie: This is not a Field Ops call, Jack. We need authorization.
Jack: I can’t take the chance with Driscoll resisting me.
Ronnie: I told you not to go against me, Jack.
Jack: Ronnie, please.
(Jack Bauer en Ronnie, afl. 2)

Vervolgens, wanneer Ronnie CTU wil bellen voor autorisatie, blokkeert Jack Ronnie door hem vast te houden. Jack is bang dat zijn werkgever hem na een telefoongesprek weer dwars zal liggen in zijn gewenste werkwijze. Er ontstaat een schermutseling, die Ronnie wint. Ronnie houdt Jack onder schot en ketent hem met handboeien vast. Uiteindelijk bereikt Jack op deze manier niet zijn gewenste resultaat, en kan de dader met de jongen ontvluchten. Hij blijkt in dit geval achteraf echter wel gelijk te hebben gehad, wanneer hij het spoor van de dader met de jongen alsnog kan traceren en op deze manier bij de ontvoerde Heller kan komen.

De verschillende keuzes van Jack om protocollen en bevelen van bovenaf te negeren, worden voornamelijk in het begin van het seizoen niet gewaardeerd door de hogere autoriteiten. Jack wordt op een bepaald moment zelfs geboycot door zijn werkgever en vervolgt vanaf dit moment op eigen initiatief zijn werkzaamheden. Hij wordt hierbij niet meer gesteund door CTU en de autoriteiten. Ze brengen zelfs het bevel uit om hem te laten arresteren. Bepaalde loyale collega’s willen hem echter nog wel helpen in zijn werkzaamheden. Dit moet op een geheime manier plaatsvinden, omdat collega’s door hem te helpen tevens hun eigen belangen op het spel zetten. Eén van deze collega’s wordt op een gegeven moment zelfs ontslagen, wanneer haar werkgever erachter is gekomen dat ze met Jack samenwerkt.

In een later stadium binnen de verhaallijnen van het seizoen, zien de autoriteiten de waarde van de eigenzinnige acties van Jack ten slotte in en wordt hij weer geaccepteerd en ondersteund door CTU. Het negeren van protocollen en het op eigen initiatief opstellen van allerlei handelswijzen wordt vanaf dit moment door de meeste autoriteiten zelfs gesteund en gewaardeerd. Door het steunen van deze acties ontstaat op bepaalde momenten echter nog wel een onenigheid tussen bepaalde autoriteiten. De waarnemend president keurt in bepaalde gevallen namelijk dergelijke handelingen buiten het protocol af, waar deze eerder waren goedgekeurd door andere autoriteiten. Op een bepaald moment wil hij Jack Bauer zelfs laten arresteren en hiermee een belangrijke missie tegen de terroristen in gevaar brengen. Uiteindelijk trekt de president dit bevel wel weer terug, onder druk van adviseurs.

De vraag is nu in hoeverre Jack in zijn morele keuzes van het negeren van protocollen en bevelen van bovenaf, gestuurd en beïnvloed wordt door emoties, door Frijda (1988) gedefinieerd als subjectieve gevoelens of de ervaring van een aparte vorm van bewustzijn. Keuzes worden volgens Frijda et al. (2000) immers in alle gevallen voor een deel gestuurd door emoties. Emoties zijn volgens de auteurs namelijk de gevoelens die eerdere ervaringen opslaan en bewaken en op deze manier personen beinvloeden in vervolgkeuzes die zij moeten maken (zie paragraaf 2.4).

Van de zeven door Ekman (2008) onderscheiden emoties, lijkt Jack in zijn morele keuze tot het negeren van protocollen en bevelen van bovenaf, voornamelijk de emotie woede te vertonen. Jack’s keuzes voor een eigen weg gebeuren in de meeste gevallen namelijk in situaties van paniek en haast. Dit komt door het feit dat er vaak weinig tijd of ruimte is, omdat Jack door verschillende autoriteiten wordt tegengewerkt. De paniek en stress waarmee deze keuzes dus vaak gepaard gaan, heeft er waarschijnlijk voor gezorgd dat Jack op deze momenten voornamelijk de emotie woede weet te vertonen. Deze emotie leidt in de verschillende gevallen voor hem waarschijnlijk tot een sneller resultaat in het intimideren van anderen en is nodig om de situatie de baas te kunnen zijn. Hier is dus sprake van het tonen van emoties voor het bereiken van een bepaald resultaat.

Een andere emotie die bij Jack in bepaalde gevallen te constateren viel, was vrees. Deze emotie kwam in de gevallen voor waarbij Jack keuzes maakte die verband hielden met het redden van minister Heller en zijn vriendin Audrey. Waarschijnlijk bestond er bij Jack de vrees dat hij zijn vriendin niet meer levend zou kunnen redden. Om deze reden was er dan vrees op zijn gezicht af te lezen.

In Jack’s morele keuzes om bevelen en protocollen van bovenaf te negeren lijken emoties al met al een zekere rol van betekenis te spelen. Zoals Frijda et al. (2000) al hadden geconstateerd dat een morele keuze een bepaalde emotionele lading bevat (zie paragraaf 2.4), lijkt er bij deze morele keuze inderdaad sprake van een vervlechting van moraal en emotie. Jack vertoont in zijn morele keuzes verschillende emoties. In zijn keuzes wat goed en wat slecht is, wordt hij dus wel degelijk gestuurd door bepaalde subjectieve gevoelens. Zoals Nussbaum (1998) al heeft verondersteld dat emotie een aanstuurder is binnen moreel handelen, is dat bij deze morele keuze, gemaakt, door een ‘goed’ personage inderdaad het geval. Bovendien is de door Frijda et al. (2000) gestelde vervlechting van emotie en moraal binnen het maken van morele keuzes in dit geval van toepassing (zie paragraaf 2.4).


4.1.5. het uitschakelen van (gevaarlijke) individuen

De laatste vorm van morele keuzes die binnen het thema ‘doel heiligt middelen’ was waar te nemen, is ‘het uitschakelen van gevaarlijke individuen’. Men koos er hier voor om een andere persoon bewusteloos te maken of van het leven te beroven om op deze manier een bepaald doel of subdoel te bewerkstelligen. Omdat er sprake is van gedrag dat op deze manier op anderen betrekking heeft, kan het uitschakelen van individuen beschouwd worden als een morele keuze (Gert, 2005) (zie paragraaf 2.3). Tevens kan er gesteld worden dat er bij het uitschakelen van een individu sprake is van een algemeen geldende regel die van toepassing is, namelijk het geen pijn doen van anderen (Rachels, 1993). Binnen de keuze om een ander uit te schakelen wordt gebroken met deze morele regel. Bovendien wordt er door de betreffende personages een keuze gemaakt over of bepaalde individuen dienen te leven of te sterven. Er wordt hierbij overwogen of het doel de middelen van het doden van een ander rechtvaardigt. Het nemen van besluiten over leven en dood handelt over een moreel vraagstuk (Gert, 2005). Ten slotte is er bij het uitschakelen van een ander individu sprake van een afweging van belangen, hetgeen volgens Rachels (1993) ook een belangrijk element vormt van moraal. Moraal biedt volgens deze auteur namelijk richtlijnen om te kiezen uit conflicterende belangen (zie paragraaf 2.3). Binnen de morele keuze om een ander uit te schakelen is tevens sprake van deze conflicterende belangen. Belangen van een bepaald doel dat is gesteld worden in dit geval namelijk verkozen boven de individuele belangen van het uit te schakelen individu. Om deze reden kan dus tevens gesteld worden dat er binnen de keuze van het ‘uitschakelen van (gevaarlijke) individuen’ sprake is van een morele keuze.

De morele keuze om een individu uit te schakelen ging in de meeste gevallen gepaard met vuurgeweld. In één van de gevallen werd iemand door middel van een vergiftiging om het leven gebracht. In de meeste gevallen is er bij het uitschakelen van individuen echter sprake van het gebruik van een vuurwapen. In verschillende gevallen was het van belang dat een individu levend in hechtenis werd genomen. In deze gevallen werd daarom geen dodelijk geweld gebruikt, maar werden verdovingsschoten of gerichte schoten toegepast.

De morele keuze van het ‘uitschakelen van (gevaarlijke) individuen’ is een keuze die zowel door ‘goede’ als door ‘slechte’ personages binnen 24 werd gemaakt. Het doel van de verschillende uitschakelingen was vaak een subdoel dat bijdroeg aan het uiteindelijke grotere doel. Bij de ‘slechte’ personages, in dit geval altijd de terroristen, was dit grotere doel, zoals al eerder benoemd, het slagen van een terroristische aanslag. De ‘goede’ personages bestonden hierbij altijd uit de agenten van CTU. Voor hen hield het grotere doel het voorkomen van aanslagen in. Zij maakten de keuze om verschillende terroristische individuen uit te schakelen, die zij tegenkwamen in een missie om bijvoorbeeld een terroristische leider of verdachte op te pakken. Tijdens het arriveren op een locatie werden zij dan beschoten of aangevallen door verschillende terroristen. In deze gevallen moesten zij uit zelfverdediging terugschieten. In sommige gevallen was dit echter niet het geval en had een aanvallende strategie puur het doel om zo snel mogelijk bij de leider te komen. De agenten begonnen in deze gevallen zelf als eerste met schieten. Ook kon besloten worden individuen uit te schakelen met het doel dat de uitgeschakelde individuen geen andere terroristen konden waarschuwen. Hierdoor konden de agenten dan ongemerkt ergens naar binnen dringen. De verschillende uitschakelingen hadden in veel gevallen de dood van de uitgeschakelde individuen tot het gevolg. In bepaalde gevallen werd er echter voor gekozen, zoals al eerder beschreven, geen dodelijk geweld te gebruiken. Dit was dan vaak het geval wanneer een levende verdachte nog tactische of strategische waarde zou hebben. Zo stelt Jack Bauer, vlak voordat CTU de terroristische leider Marwan wil gaan oppakken:




Jack: Capturing Marwan alive is our only chance of stopping this warhead from hitting its target. We are not to use lethal force, even in self defense, am I clear?
(Jack Bauer, afl. 24).

Ook was men in bepaalde gevallen bang dat het doden van individuen te veel publiciteit zou krijgen en dat bepaalde autoriteiten als gevolg wraak zouden nemen op de Verenigde Staten. Op deze manier kon de nationale veiligheid in gevaar worden gebracht. In deze gevallen werden dan bijvoorbeeld verdovingsschoten toegepast. Er werd in geen geval een keuze gemaakt niet te doden uit morele overwegingen.

Net als bij de ‘goede’ personages bestonden uitschakelingen van de ‘slechte’ personages allereerst vaak uit vuurgevechten met vijandelijke individuen. Deze uitschakelingen vonden op een vergelijkbare manier plaats als bij de ‘goede personages’. Motieven voor deze uitschakelingen waren voornamelijk het levend uit handen blijven van de agenten of het redden van hun leider. Ook kon het gaan om de bescherming van essentiële informatie omtrent terroristische activiteiten. Deze activiteiten konden dan, indien de informatie in handen kwam van CTU, in gevaar worden gebracht.

De ‘slechte’ personages, ofwel de terroristen, schakelden daarbij echter ook vaak individuen uit om meer uitgebreide en uiteenlopende redenen. Deze redenen dienden net als bij de eerder genoemde vuurgevechten het grotere doel dat zij voor ogen hadden (het beschermen en volbrengen van terroristische aanslagen), maar waren vaak ingewikkelder van aard. Waar bij de vuurgevechten namelijk slechts vijandige individuen werden uitgeschakeld, schakelden terroristen tevens geregeld individuen uit die in eerste instantie bij hen hoorden. De reden hiervoor was dat deze individuen te veel wisten en men bang was dat zij opgepakt zouden worden. Op deze manier zouden ze onder druk van verhoren namelijk kunnen bezwijken en daarmee belangrijke informatie kunnen prijsgeven. In sommige van deze gevallen had een individu zelf van tevoren door dat hij vermoord dreigde te worden en besloot hij zichzelf te redden door degene die hem wilde vermoorden voor te zijn. Dit ging in deze gevallen dan gepaard met het loslaten van de terroristische idealen. Men verloor op deze momenten de toewijding aan het terroristische doel en nam zijn toevlucht. Naast het vermoorden van eigen mensen, werden in verschillende gevallen ook andere individuen die te veel wisten, vermoord of werd opdracht gegeven hen te vermoorden. In deze gevallen ging het dan om personen die buiten de terroristische cellen vielen, maar die bijvoorbeeld bepaalde informatie hadden opgevangen en achterdochtig waren geworden. Vaak ging het hierbij om familieleden en partners van personen die betrokken waren bij de terroristische activiteiten.

De terroristen leken in hun uitschakelingen van individuen eenvoudiger om te springen met de levens van individuen. Waar de agenten van CTU in de meeste gevallen puur uit noodzaak leken te doden, gebruikten de terroristen het doden van anderen in een bepaalde willekeur. Het maakte hen in de meeste gevallen niet uit of er een leven werd opgeofferd. Wanneer bijvoorbeeld het doden van anderen de agenten van CTU zou kunnen intimideren en daarmee misschien iets te behalen viel, werd dit middel eenvoudigweg toegepast. De terroristen leken verschillende malen zonder enige morele grenzen te opereren. In veel gevallen was dan ook het doel van dit willekeurig doden niet precies duidelijk. In deze gevallen leken zij puur te willen laten zien tot het creëren van welke misère zij in staat waren.

In het uitschakelen van individuen werd bij zowel de ‘goede’ als de ‘slechte’ personages de morele keuze nooit echt toegelicht. Wel waren achterliggende redenen voor keuzes vaak te herleiden naar aanleiding van de verhaallijnen. Om deze reden zijn in dit subthema dan ook verder geen delen van transcripten opgenomen.

De morele keuze van ‘uitschakelen van (gevaarlijke) individuen’ vond in de meeste gevallen bovendien plaats zonder de vertoning van bepaalde emoties. Subjectieve gevoelens, zoals Frijda (1988) emoties eerder heeft omschreven (zie paragraaf 2.4), waren op geen moment van de gezichten van de betreffende personages af te lezen. Geen van de zeven door Ekman (2008) onderscheiden emoties, was daarom tijdens de betreffende morele keuze waar te nemen. De verschillende personages die ervoor kozen om een ander uit te schakelen, leken te operereren op basis van slechts rationele factoren. Waar Nussbaum (1998) en Frijda (1988) hebben vastgesteld dat emotie een belangrijke aanstuurder is binnen (moreel) gedrag (zie paragraaf 2.4), leek dit bij zowel de ‘goede’ als de ‘slechte’ personages, wanneer zij een ander uitschakelen, geen rol te spelen. Het lijkt erop dat de verschillende individuen puur op basis van verstand en ratio hun keuze om bijvoorbeeld een ander neer te schieten, verantwoordden. De ‘goede’ personages werden echter over het algemeen wel degelijk op een gevoelige, menselijke manier neergezet, door middel van het tonen van verschillende verhaallijnen uit het privé-leven en bijbehorende gevoelens en gedachten. Binnen het uitschakelen van individuen waren bij hen daarentegen echter dus geen emoties waar te nemen.

De ‘slechte’ personages vertoonden in hun gedrag in praktisch geen enkel geval enige emotionele trekken. In één bepaalde uitzondering wanneer een bepaalde terrorist erachter komt dat hij zelf het slachtoffer zal worden van moord, valt de emotie vrees waar te nemen. Het draait hier echter om een individu dat zich later tegen de terroristen keert en tevens op andere gebieden verschillende emoties vertoont. Dit laaste is het geval vanwege de bij uitzondering verbeelde achtergrondsituatie die in dit geval door de serie van een ‘slecht’ personage is geschetst. Opvallend was dat personages die minder toegewijd waren aan de terroristische idealen, emoties vertoonden. In deze gevallen ging het dan om iemand die door anderen werd geforceerd mee te werken aan terroristische doelen of een Amerikaanse staatsburger die later was bekeerd tot de terroristen. De niet-Amerikaanse, Arabisch uiitziende terroristen die alles over hadden voor hun doel, vertoonden geen emoties en kwamen koelbloedig over in hun immorele keuzes. Zij waren minder gevoelig en menselijk neergezet.


4.2. Individueel versus groter belang

Het tweede hoofdthema van morele keuzes gemaakt in seizoen vier van 24 is ‘individueel versus groter belang’. De keuzes binnen dit thema betreffen de afwegingen van personages tussen hun eigen belang of het belang van een ander individu, en een groter belang, zoals het landsbelang. Er wordt bij de verschillende betreffende keuzes tussen deze twee belangen gekozen. In bepaalde gevallen kiezen de personages voor het landsbelang in plaats van het eigenbelang, of kiezen ze voor de belangen van een ander individu boven het belang van de nationale veiligheid. Een ander voorbeeld is wanneer er gekozen wordt voor een doelstelling boven de belangen van een bepaald individu. Het afwegen van verschillende belangen maakt dat er bij de morele keuze ‘individueel versus groter belang’ sprake is van een morele keuze. Moraal gaat volgens Rachels (1993) immers over dit afwegen van belangen. Deze belangen kunnen bijvoorbeeld zijn de individuele belangen tegenover politieke belangen. Daarbij is binnen de afweging van belangen sprake van een keuze die betrekking heeft op anderen. Wanneer bijvoorbeeld het individuele belang boven het landsbelang wordt verkozen heeft deze keuze gevolgen voor andere individuen die afhankelijk zijn van bijvoorbeeld de nationale veiligheid. Deze keuze zou dus betrekking hebben op anderen, volgens Gert (2005) een belangrijke voorwaarde voor een morele keuze (zie paragraaf 2.3). Bovendien draait het in de keuze tussen verschillende belangen om het naleven wat men goed acht; het draait om een keuze waarin wordt beslist wat een juiste handelswijze is binnen verschillende dilemma’s. Een keuze waarin nagestreefd wordt wat goed is, kan gezien worden als een morele keuze (Smith & Haakonssen, 2002) (zie paragraaf 2.3).

De keuze van het individuele belang versus het grotere belang viel zowel waar te nemen bij de ‘goede’ personages als de ‘slechte’. Voor de ‘goede’ personages betekende het grotere belang veelal het belang van de nationale veiligheid, of het landsbelang. Opvallend is dat door de ‘goede’ personages praktisch altijd het grotere belang werd gekozen boven het individuele belang. Dit gold niet alleen voor de eigenbelangen die secundair werden gesteld aan het grotere belang, maar ook voor de individuele belangen van anderen. Zo besloot Jack Bauer dat het redden van het leven van een verdachte prioriteit had boven het redden van het leven van de ex-man van zijn vriendin die in levensgevaar op de intensive care lag, als gevolg van het redden van het leven van Bauer. Hij eiste dat de verdachte, die over essentiële informatie omtrent de terroristische activiteiten beschikte, als eerst werd geholpen. Als gevolg van deze keuze overleed de andere man, de man die zijn leven had gered. Een ander voorbeeld, waarbij de individuele belangen van anderen moesten wijken voor het landsbelang, was waar te nemen binnen het verdrukken van persoonlijk leed voor het landsbelang. Meerdere personen bij CTU werden gemaand hun individuele leed opzij te zetten en hun werkzaamheden bij CTU voor het landsbelang te vervolgen. Zo moest een analist van CTU, Edgar, van Driscoll zijn gevoelens opzij zetten, omdat zijn werkzaamheden hard nodig waren:


Driscoll: Where are the latest timing estimates on the remaining nuclear plants?
Edgar: Right here.
Driscoll: These are from 40 minutes ago. They update every 15 minutes.
Edgar: I’m sorry, Ms. Driscoll. I’ve been a little upset about my mother.
Driscoll: You’re gonna have to put your emotions on hold a little longer, Edgar. We’re in the middle of a crisis.
(Edgar Stiles en Erin Driscoll, afl. 10)

Tevens was meerdere malen te zien dat mensen werkzaam voor CTU zelf hun leed opzij besloten te zetten om hun werkzaamheden te vervolgen. Zij vonden het landsbelang in deze gevallen dermate belangrijk, dat ze hun persoonlijk leed wilden wegstoppen om het land te dienen. Zo discussieert Erin Driscoll, leidinggevende bij CTU (met verdriet in haar gezicht), met minister Heller, nadat ze haar dochter heeft verloren:



Heller: Erin, you do not need to be here.
Driscoll: Where should I be, sir? We’re still in crisis mode. Habib Marwan is still out there and we have no idea how many other cells he might be trying to activate.
Heller: For God’s sakes, Erin.
Driscoll: Our systems are in a transition state that require my constant attention. I’m not in denial about my daughter’s death, nor am I in shock. I can perform my duties until you find a suitable replacement for me.
(James Heller en Erin Driscoll, afl. 12)

Het landsbelang dat vaak wordt gekozen boven individuele belangen komt bovendien terug in de keuze die vaak wordt gemaakt om één of enkele levens op te offeren voor het landsbelang en het trachten te redden van veel meer levens. Zo besluit de president de levens van minister Heller en zijn dochter te willen opofferen om te voorkomen dat Amerika publiekelijk op internet wordt vernederd door middel van een berechting van hun (door de terroristen) gesuggeerde misdaden. De president is gewillig om twee levens op te geven om deze vernedering te voorkomen. Een ander voorbeeld waarin individuele belangen ondergeschikt worden gesteld aan het landsbelang is de keuze tussen het vinden van een verdachte en het levend terugvinden van een agent. Een leidinggevende boven CTU stelt namelijk op een bepaald moment dat de prioriteit ligt bij het vinden van een belangrijke verdachte, boven het levend terugkrijgen van agent Bauer. Hij vindt het leven van agent Bauer in dit geval ondergeschikt aan het vinden van de verdachte. Dit laatste zou namelijk van waarde kunnen zijn voor de nationale veiligheid en het landsbelang. Een ander voorbeeld is de moeder van Edgar die verstrikt zit in een gebied waar zij onder druk van een kernramp geëvacueerd dient te worden. Deze evacuatie zal echter moeilijk gaan, omdat zij slecht ter been is. Hij vraagt hulp aan iemand van het ministerie van Defensie om haar te redden, maar dit verzoek wordt afgewezen:



Edgar: Ms. Raines? Did you talk to them?
Audrey: Yes. Edgar, I’m sorry. They can’t get your mother.
Edgar: Why not? They’re five miles off the highway. It wouldn’t take that much time.
Audrey: They know where she is.
Edgar: Then what’s the problem?
Audrey: Thousands of people are stuck in the interstate traffic and it’s taking the combined efforts of the police and the National Guard to get them moving.
Edgar: So who cares about one old woman?
Audrey: They’ve gotta throw their resources into saving the maximum number of lives.
(Edgar Stiles en Audrey Heller, afl. 9)

Een ander voorbeeld waarin een individueel belang opzij wordt gezet voor het landsbelang is wanneer leidinggevende Driscoll inziet dat Jack goed werk levert en zo bijdraagt aan het landsbelang. Zij ziet dat het boycotten van hem alleen maar nadelig is voor het landsbelang en besluit haar ego opzij te zetten door hem weer te op te nemen in het team van CTU. Zij kon in eerste instantie niet accepteren dat hij op verschillende momenten zijn eigen werkwijze koos en bevelen en protocollen die zij hem opdroeg in de wind sloeg. Om deze reden had ze hem uit het team verbannen. Hier komt ze dus later weer op terug.

Te zien is dus dat de verschillende ‘goede’ personages de morele keuze voor het landsbelang boven het individuele belang maken om uiteindelijk de nationale veiligheid te waarborgen. Op deze manier wordt dus het leed en schade binnen de samenleving getracht te voorkomen. Een morele keuze heeft volgens Gert (2005) precies dat doel. De door hem gestelde defnitie van moraal luidde immers: “een informeel publiek systeem, geldend voor alle rationele personen (…) en als doel heeft het verminderen van kwaad en toegebrachte schade aan personen” (Gert, 2005: 13) (zie paragraaf 2.3). Het feit dat de motivatie van de keuze van het landsbelang boven het individuele belang, bestaat uit het bestrijden van terrorisme (kwaad) voor bescherming van de nationale veiligheid (voorkomen van toegebrachte schade aan personen), bevestigt nogmaals de morele kern van deze keuze.

Op slechts bepaalde momenten werd in 24 echter ook gekozen voor het individuele belang boven het grotere belang. Dit was dan niet het geval binnen CTU, maar vaak in de hogere politiek. De waarnemend president was bijvoorbeeld (zoals eerder al behandeld) op een bepaald moment gepikeerd over een bepaalde beslissing die achter zijn rug was genomen (maar uiteindelijk wel de juiste bleek te zijn) en wilde daarom zijn stem laten gelden door betreffende personen op hun plek te wijzen. Zo liet hij uit woede arrestaties verrichten en probeerde hij anderen duidelijk te laten zien dat hij de beslissende macht had. Uiteindelijk draait hij de arrestaties nog wel terug, maar is inmiddels wel door zijn toedoen een belangrijke missie om terroristisch leider Marwan te pakken, mislukt.

De keuze tussen individueel belang en een groter belang is een keuze die bij ‘slechte’ personages aanzienlijk minder voorkwam dan bij de ‘goede’ personages. Wat opviel is dat binnen deze keuze, in tegenstelling tot de keuze van de ‘goede’ personages, men hier ongeveer net zo vaak koos voor het individuele belang boven het grotere belang als andersom. Bij de ‘goede’ personages was de keuze voor het grotere belang juist veel groter vertegenwoordigd. De keuze van zelfopoffering, waarbij duidelijk altijd gekozen wordt voor het grotere belang is hier echter overigens nog niet in opgenomen en zal als subthema in de hierna te volgen subparagraaf worden behandeld. Het grotere belang binnen de keuze boven het individuele belang, bestond voor de ‘slechte’ personages in alle gevallen uit het terroristische doel, het slagen van de aanslagen. Men koos er in deze gevallen bijvoorbeeld voor om niet eerlijk te zijn tegen zijn privé-partner, om het terroristische doel te beschermen. Het terroristische doel werd in dit geval dus verkozen boven de relatie. Dit uitte zich in bedrog tegenover de partner, voor het belang van de te plegen aanslagen. Wanneer in een bepaald geval de partner echter wantrouwig werd, koos zij zelf ook voor het grotere belang boven haar relatie (in dit geval het landsbelang). Te zien was dat zij haar partner dan aangaf bij CTU.

Opvallend is dat op de momenten dat men daarentegen kiest voor het individuele belang boven het grotere belang, dit slechts doet op de momenten dat er persoonlijk gevaar dreigt voor het betreffende personage. Slechts op momenten dat eigen belangen of het eigen leven in gevaar zijn, besluiten personages voor zichzelf te kiezen. Zo is het meerdere keren voorgekomen dat wanneer een terroristische eenheid werd opgepakt, hij of zij in ruil voor bescherming en vrijstelling van aanklachten, bepalende informatie wilde vrijgeven die CTU zou helpen terroristische aanslagen te voorkomen. Het redden van de eigen belangen was nu ineens belangrijker dan het grotere belang, het laten slagen van de terroristische aanslagen. Een ander voorbeeld is wanneer een terrorist merkt dat hij zijn leven niet meer veilig is, omdat een andere terrorist de opdracht heeft gekregen hem uit de weg te ruimen. In deze gevallen dreigt de betreffende terrorist te worden opgepakt en wil zijn leider dit voorkomen door hem voor de arrestatie al van het leven te beroven. Een arrestatie zou namelijk kunnen leiden tot het vrijgeven van essentiele informatie. In verschillende gevallen kiest de met het leven bedreigde terrorist er dan voor om zichzelf te beschermen en degene die hem wil vermoorden voor te zijn en uit te schakelen. Ook hier is sprake van een plotselinge verandering van prioriteit van belangen.

Opvallend is vervolgens dat wanneer laatstgenoemde keuze van individueel belang boven groter belang door ‘slechte’ personages wordt gemaakt, verschillende emoties, ofwel subjectieve gevoelens (Frijda, 1988) worden vertoond. Plotseling, wanneer terroristen niet meer zo zeker en toegewijd zijn aan hun terroristische activiteiten, komen zij ineens menselijker over door het vertonen van drie van de zeven door Ekman (2008) onderscheiden emoties (zie paragraaf 2.4): vrees, woede en verdriet. Bij de overige keuzes waren nauwelijks emoties waar te nemen. Het lijkt erop dat wanneer de terroristen zijn overgestapt naar de ‘goede’ kant, zij ineens wel menselijk zijn neergezet in de serie door de vertoning van verschillende emoties. Plotseling lijkt emotie ineens een rol te spelen in hun morele handelingen. Zoals Frijda et al. (2000) al hadden uiteengezet hoe emotie de relevantie van gebeurtenissen bewaakt en zo vervolgens helpt moreel gedrag aan te sturen, lijkt dit bij de terroristen die zijn overgestapt tevens het geval. Emotie en moraal lijkt op deze momenten bij hen plots te zijn vervlochten met elkaar. De personages lijken hun puur rationele aard te zijn verloren. Ze kunnen hun aanwezige emoties niet langer onderdrukken en de metafoor van meester en slaaf voor hun verstand en emotie, zoals deze is omschreven door (Philippot en Feldman, 2004), lijkt voor hen in deze gevallen niet meer op te gaan. Emotie blijkt bij hen op deze momenten ineens een aanstuurder van gedrag te zijn, zoals Nussbuam (1998) en Frijda (1988) het concept al hadden omschreven (zie paragraaf 2.4). De rol die emotie in hun moreel handelen inneemt, is dus alleen van toepassing op de ‘slechte’ personages die hun toewijding aan het terroristische doel zijn verloren. De serie lijkt dus alleen menselijke eigenschappen toe te kennen aan personages aan de ‘goede’ kant. Toch dient hierbij vermeld te worden dat de emotie woede ook al in bepaalde gevallen viel waar te nemen wanneer door de terroristen het grotere belang werd verkozen boven het individuele belang. De emotie was alleen minder sterk waar te nemen dan de emoties bij de keuzes van het individuele belang boven het grotere belang.

Bij de keuzes van het grotere belang boven het individuele belang, gemaakt door de ‘goede’ personages, is woede een emotie die expliciet frequent voorkwam. Het viel op dat men vaak boos leek wanneer er gekozen werd voor het grotere belang. Een andere door Ekman (2008) onderscheiden emotie die verschillende malen viel waar te nemen, was verdriet. Kennelijk bracht de keuze om een individueel belang opzij te zetten voor het landsbelang een bepaalde persoonlijke weerstand met zich mee bij de betreffende personages. Waar emoties volgens Philippot en Feldman (2004) in de moderne filosofische kijk op het concept, vaak worden onderdrukt (zie paragraaf 2.4), leek dit de ‘goede’ personages op deze momenten niet te lukken. Ditzelfde gold overigens ook voor de keuzes voor individuele belangen, gezien het feit hier in de verschillende gevallen ook woede waar te nemen viel. Emotie leek bij de ‘goede’ personages een aanwezige rol te spelen binnen hun moreel handelen. Deze bevinding is in lijn met de theorie van Frijda (1988), waarin wordt gesteld dat emotie door middel van het bewaken van de relevantie van gebeurtenissen morele keuzes aanstuurt. Zoals ook Nussbaum (1998) heeft gesteld dat emotie een aanstuurder is van gedrag en dus moreel handelen, lijkt dit bij de ‘goede’ personages tevens het geval te zijn. Een morele keuze is in dit kader dus afhankelijk van aan de ene kant morele waarden en aan de andere kant aanwezige emoties.


4.2.1. Zelfopoffering

Een te onderscheiden vorm binnen de keuze van het grotere belang boven het eigen individuele belang, is zelfopoffering. In deze keuze gaat om het opgeven van eigen belangen om het grotere belang te dienen. Dit kan zowel door het opofferen van het eigen leven als dat van de reputatie of bepaalde individuele wensen of verlangens. Het grotere belang kan wederom weer bestaan uit het landsbelang of de nationale veiligheid. Ook is het mogelijk dat dit belang bestaat uit een bepaalde doelstelling die men voor ogen heeft, zoals de terroristen het slagen van hun aanslagen als doel voor ogen hebben. Er is hierbij sprake van een morele keuze, omdat men kiest voor het goede boven het eigenbelang. Men probeert na te streven wat goed is; er is sprake van een bepaalde aanpassing van gedrag om het ‘goede’ te volgen. De betreffende individuen zien hun grotere doel namelijk als het ‘goede’. Het nastreven van het ‘goede’ kan vervolgens gezien worden als een kenmerk van moraal (Smith & Haakonssen, 2002) (zie paragraaf 2.3). Bovendien is er in de keuze tot zelfopoffering sprake van een afweging van belangen. Eigenbelangen worden immers opgegeven voor een groter belang. Volgens Rachels (1993) vormt het afwegen van belangen een belangrijk onderdeel van moraal (zie paragraaf 2.3). Om deze reden valt de keuze tot zelfopoffering dus tevens te beschouwen als een morele keuze. Ten slotte valt te stellen dat de keuze tot zelfopoffering in de meeste gevallen betrekking heeft op anderen. Wanneer eigenbelangen worden opgegeven voor een groter belang, betekent dit dat andere individuen met deze keuze gemoeid zijn. Iemand die zichzelf opoffert, doet dit altijd voor anderen. Andere individuen gebruiken deze keuze in hun voordeel of profiteren van deze keuze. Volgens Gert (2005) is de eigenschap dat een keuze betrekking heeft op anderen, noodzakelijk om tot een morele keuze te behoren (zie paragraaf 2.3). Aan deze voorwaarde wordt binnen de keuze tot zelfopoffering dus voldaan.

De keuze van zelfopoffering was zowel waar te nemen bij de ‘goede’ personages als de ‘slechte’. Voor de ‘goede’ personages betekende zelfopoffering in bepaalde gevallen het redden van het leven van een ander door bijvoorbeeld zelf een kogel op te vangen. In dit geval werd er dan gekozen voor het belang van iemand anders boven de belangen van zichzelf. Ook in andere soorten gevallen werd er voor dit belang gekozen, bijvoorbeeld wanneer er medelijden bestond met het leed van iemand anders die daardoor met zijn werk in de problemen kwam. Een collega deed dan net of zij verantwoordelijk was voor de mindere werkzaamheden, om zo de ander problemen te besparen. Hier werden dus zelfbelangen opzij gezet uit medelijden met een ander individu. Het afwegen van belangen dat volgens Rachels (1993) een belangrijk onderdeel vormt van moraal (zie paragraaf 2.3), is in deze keuzes dus duidelijk terug te zien.

Ook uit liefde voor een ander wordt op verschillende momenten de keuze van zelfopoffering gemaakt. Wanneer bijvoorbeeld een meisje ziet hoe haar geliefde wordt mishandeld, offert zij zichzelf op om de marteling te stoppen. Te zien valt dus dat in deze verschillende keuzes van zelfopoffering voor een persoon, de keuzes betrekking hebben op anderen. De verschillende personen maken namelijk een keuze ten gunste van een andere persoon. Zoals al eerder gesteld, heeft Gert (2005) het element dat een keuze betrekking heeft op een ander, omschreven als noodzakelijke voorwaarde voor moraal (zie paragraaf 2.3).

Bovendien offerden ‘goede’ personages zich verschillende malen op, omwille van de nationale veiligheid. Wanneer zij bijvoorbeeld waren gevangen genomen door de terroristen en werden gemarteld om informatie los te laten, lieten zij deze martelingen liever vervolgen dan dat zij belangrijke informatie zouden lekken. Niet elk individu offerde zichzelf in deze situatie overigens op. In bepaalde gevallen ‘braken’ personages en konden zij niet langer zwijgen.

De ‘slechte’ personages offerden hun leven in verschillende gevallen ook op voor hun grotere belang, het slagen van de terroristische aanslagen. Wanneer voor hen duidelijk was dat zij gearresteerd en ondervraagd zouden worden, kozen zij er verschillende malen voor om een einde te maken aan hun leven om zo geen gevaar te vormen voor de terroristische operatie. Een gevangenneming zou er namelijk toe kunnen leiden dat zij onder druk essentiële informatie zouden kunnen blootgeven. Dan wilden zij liever sterven voor hun doel. Wederom is in de vorm van zelfopoffering voor een groter belang het afwegen van belangen waar te nemen, door Rachels (1993) omschreven als kenmerkende eigenschap van moraal (zie paragraaf 2.3). De terroristen en ‘goede’ personages die zichzelf opofferen voor het grotere belang, zetten namelijk hun eigen belangen hiervoor opzij, ten gunste van dit grotere belang.

Zelfopoffering ging eigenlijk slechts gepaard met bepaalde emoties wanneer deze keuze door een ‘goed’ personage werd gemaakt. De vertoonde subjectieve gevoelens, zoals Frijda (1988) het concept heeft omschreven (zie paragraaf 2.4), waren verdriet en vrees. Wanneer ‘slechte’ personages zichzelf opofferden waren er nauwelijks emoties waar te nemen. Wederom is hier te constateren dat binnen een ingrijpende keuze als zelfopoffering, alleen de ‘goede’ personages op een menselijke manier zijn neergezet. Zelfs wanneer het eigen leven wordt opgeofferd, vertonen de terroristen geen menselijke zwakheden, zoals vrees of verdriet.

Waar bij de ‘goede’ personages sprake is van een vervlechting van moraal en emotie, lijkt emotie bij de ‘slechte’ personages geen rol te spelen in hun moreel handelen. De ‘goede’ personages komen hierdoor menselijk over, waar de ‘slechte’ personages kil en onmenselijk over komen. Terwijl Frijda et al. (2000) hebben omschreven dat elke morele keuze wordt gevormd door zowel morele waarden als meespelende emoties, lijken de ‘slechte’ personages op dit terrein af te wijken van de natuurlijke vorm van gedrag. Emotie lijkt bij hen geen aanstuurder te zijn van gedrag, iets dat normaal gesproken bij mensen volgens Nussbaum (1998) wel het geval is. Toch zou het ook het geval kunnen zijn dat de ‘slechte’ personages in hun moreel handelen de aanwezige emoties verdrukken. Dit is volgens Philippot en Feldman (2004) immers een eigenschap van de moderne filosofische kijk op emotie. Binnen deze visie heeft verstand de overhand en wordt emotie veilig onderdrukt (zie paragraaf 2.4). Dit punt valt wat betreft de ‘slechte’ personages echter moeilijk te onderzoeken, gezien het feit dat in de fictieve serie 24 sprake is van acteurs die hun handelingen en emotionele gemoedstoestand geacteerd opvoeren.

Zelfopoffering als subthema van het thema ‘individueel versus groter belang’ was het laatste thema binnen dit resultatenhoofdstuk. Nu alle resultaten in kaart zijn gebracht en zijn uitgeschreven, zal in het volgende hoofdstuk de conclusie worden verwoord. Binnen deze conclusie zal antwoord worden gegeven op de hoofdvraag en daarmee de kern van de uitkomst van dit onderzoek worden behandeld. Bovendien zullen in dit hoofdstuk de beperkingen van het onderzoek en aanbevelingen voor vervolgonderzoek worden behandeld.

1   ...   34   35   36   37   38   39   40   41   ...   65


Dovnload 2.07 Mb.