Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Meedogenloze martelingen voor het landsbelang’ Een onderzoek naar moraal en emotie in Jesper Kies 16 augustus 2010

Dovnload 2.07 Mb.

Meedogenloze martelingen voor het landsbelang’ Een onderzoek naar moraal en emotie in Jesper Kies 16 augustus 2010



Pagina39/65
Datum12.03.2017
Grootte2.07 Mb.

Dovnload 2.07 Mb.
1   ...   35   36   37   38   39   40   41   42   ...   65

5. Conclusie

In dit onderzoek is onderzocht hoe moraal in de populaire dramaserie 24 werd verbeeld en hoe dit concept relateerde aan emotie. De centrale onderzoeksvraag luidde: Hoe komen de morele keuzes in seizoen vier van de populaire dramaserie 24 tot stand en in hoeverre speelt emoties binnen deze keuzes een rol? Aan de hand van een narratieve analyse van Wester en Weijers (2006) is getracht een antwoord te vinden op deze hoofdvraag. Uit de gevonden resultaten zijn verschillende elementen aan het licht gekomen die samen dit antwoord vormen. Er bleek een aantal verschillende thema’s te onderscheiden binnen de morele keuzes die door de personages in 24 werden gemaakt. In grote lijnen vielen alle morele keuzes hierbij met name te herleiden tot de twee overkoepelende thema’s: ‘doel heiligt middelen’ en ‘individueel belang versus groter belang’.

Het overkoepelende thema ‘doel heiligt middelen’ was hierbij de meest voorkomende variant binnen de gemaakte morele keuze. Verschillende (im)morele handelingen werden bij deze keuze verantwoord door middel van een hoger doel dat het individu voor ogen stond. Dit hogere doel moest op deze manier de middelen rechtvaardigen. De doelen van de ‘slechte’ personages en die van de ‘goede’ personages stonden in de verschillende keuzes in de meeste gevallen lijnrecht tegenover elkaar. Waar de ‘slechte’ personages vaak het doel voor ogen hadden om een terroristische aanslag te laten slagen of beschermen, hadden de ‘goede’ personages juist het doel om deze terroristische activiteiten te dwarsbomen en te voorkomen.

Binnen de keuzes horend bij het thema ‘individueel belang versus groter belang’ was niet echt een bepaalde tendens te herkennen in de manier waarop de keuze tot stand kwam en uiting kreeg. Zowel het individuele belang als het grotere belang werd een gevarieerd aantal keren boven het andere verkozen. Dit gold zowel voor de ‘goede’ als de ‘slechte’ personages. De ‘goede’ personages handelden bij al hun morele keuzes in naam van het landsbelang. Voor de ‘slechte’ personages gold politieke haat en afkeer tegenover Amerika als drijfveer voor hun morele keuzes. Slechts in de gevallen dat er gekozen werd voor het individuele belang boven het landsbelang, liet men het algemene belang bij uitzondering varen. In deze gevallen hadden individuele belangen en wensen de overhand en werd het grotere belang verwaarloosd.

Wat opviel in de verschillende morele keuzes van beide groepen personages was dat het aantal morele keuzes dat werd gemaakt door de ‘goede’ personages aanzienlijk groter was dan het aantal morele keuzes dat werd gemaakt door de ‘slechte’ personages. Ook werd in de verschillende keuzes van de ‘goede’ personages in grotere mate duidelijk hoe een keuze tot stand was gekomen. Bij keuzes gemaakt door de ‘slechte’ personages bleven de achtergronden en factoren voor het maken van een keuze vaak onduidelijk. Bovendien was waar te nemen dat de keuzes van de ‘slechte’ personages vaak immoreler van aard waren dan de keuzes van de ‘goede’ personages. De ‘slechte’ personages gingen in hun immorele handelingen verder dan de ‘goede’ personages en leken daarbij zich niet te laten beperken door morele waarden. Waar de ‘goede’ personages bijvoorbeeld in verschillende missies nog proberen om het doden van individuen te voorkomen, leken de ‘slechte’ personages willekeurig beslissingen te nemen over het leven en dood van anderen. Zij leken in hun acties niet gehinderd te worden door bepaalde morele grenzen. Daarnaast vertoonden de ‘goede’ personages aanzienlijk meer emoties in hun morele keuzes dan de ‘slechte’ personages. De ‘goede’ personages kregen hierdoor een menselijke uitstraling, waar de ‘slechte’ personages als kil en meedogenloos overkwamen. Dit maakte hun keuzes, die vrijwel altijd al als immoreel te beschouwen vielen, nog slechter en onmenselijker. Omdat in 24 de slechte personages met name van Arabische afkomst waren of leken te zijn, vond in de serie een soort polarisering plaats tussen de goedheid van de Amerikaanse/westerse personages, die in hun keuzes wel menselijkheid vertoonden, en de slechtheid van Arabische/niet-westerse personages, die verschillende elementen van menselijkheid leken te ontberen.

De vraag is echter, wat deze verschillende uitkomsten en conclusies uit de gevonden resultaten nu precies betekenen. Wat vaststaat is dat de inhoud van de serie, zoals door critici al eerder gesteld, inderdaad gevuld is met verschillende immorele handelingen en acties. Wanneer we dit gegeven koppelen aan de eerder gestelde rol van televisie als verhalenverteller, zou dit kunnen betekenen dat 24 inderdaad als immoreel voorbeeld zou kunnen dienen voor haar kijkers. Hoewel verschillende wetenschappers het er namelijk niet over eens zijn wat de invloed van televisie inhoudt, is men het er wel degelijk over eens dat televisie een bepaalde invloed heeft. Verschillende critici hebben in dit kader dan ook gesteld dat 24 een gevaar vormt voor de samenleving door middel van de immoraliteit die de serie verbeeldt. Immorele handelingen en gebeurtenissen zouden als voorbeeld dienen voor verschillende groepen die de serie aanhangen. De morele paniek die de serie op deze manier heeft veroorzaakt viel te verklaren aan de hand van de rol van televisie als verhalenverteller, uiteengezet door Gerbner (1998). Hij stelt dat televisie ons een belangrijke vorm van kennis verschaft over hoe de wereld in elkaar zit en hoe we ons moeten gedragen. Een werkelijk immorele inhoud van een populaire dramaserie als 24 zou daarom wel degelijk een bepaalde impact kunnen hebben op de samenleving. Of deze impact echt zo groot is dat militairen die serie aanhangen gedrag uit de serie zouden imiteren, blijft onbekend. Dit is dan ook niet de vraag waar dit onderzoek een antwoord op heeft trachten te zoeken.

Wanneer we inderdaad mogen aannemen dat het programma wel degelijk een bepaalde impact heeft op haar publiek, is het nu de vraag of deze impact inderdaad zorgelijk is, zoals door verschillende critici werd gesteld. In andere woorden: is de inhoud 24 werkelijk zo immoreel als is verondersteld en kan het zorgwekkend genoemd worden wanneer deze inhoud van aanzienlijke invloed zou zijn op haar publiek?

Al met al kan gesteld worden dat, ondanks de vertoning van verschillende immorele handelingen, 24 inhoudelijk niet beschouwd kan worden als immoreel voorbeeld voor haar publiek. De personages in de serie vertonen weliswaar verschillende immorele handelingen. Toch zullen kijkers zich voornamelijk identificeren met de ‘goede’ personages. Dit gezien het feit dat de ‘goede’ personages door middel van de verbeelding van emoties en zwakheden op een menselijke manier zijn verbeeld. De ‘slechte’ personages zullen door het ontberen van deze eigenschappen minder waardering en herkenning krijgen bij kijkers. Bij hen heeft de kijker zelden door wat hen tot een bepaalde keuze drijft of wat er in hun hoofd omgaat.

De ‘goede’ personages, waarmee kijkers zich dus voornamelijk zullen identificeren, vertonen echter wel degelijk verschillende immorele handelingen. Echter, hun uiteindelijke bedoelingen en de achtergrond van de keuze kan in vrijwel elk geval als moreel goed worden beschouwd. De serie verbeeldt de immorele handelingen op een dergelijke manier, dat het duidelijk wordt dat het personage als het ware geen andere keuze heeft, wanneer hij het beste wil doen voor het goede of grotere belang. De keuze voor het grotere belang helpt in de verschillende gevallen uiteindelijk zo veel mogelijk mensen boven slechts één of enkele individuen.

Vanwege de vervlechting van moraal en emotie die slechts bij moreel goede keuzes te herkennen valt, kan de morele inhoud van 24 dus als niet zorgelijk worden beschouwd. Doordat deze vervlechting immers slechts plaatsvindt bij de keuzes van de ‘goede’ personages, en deze keuzes uiteindelijk als moreel ‘goed’ kunnen worden gezien, kan 24 niet bestempeld worden als een immoreel voorbeeld voor gedrag. Echter dient hierbij te worden opgemerkt dat naast de directe morele inhoud er een bepaald verbeeld element binnen de serie bestaat dat wel als zorgelijk zou kunnen worden beschouwd, vanwege de impact die het zou kunnen hebben op kijkers. De eerder genoemde polarisering die in de serie wordt verbeeld tussen Arabische personages en westerse personages betreft deze kwestie. De consequente verbeelding in de serie van mensen met een Arabisch uiterlijk als ‘slecht’, tegenover de westerse personages als ‘goed’, kan er immers voor zorgen dat kijkers in hun eigen leven dezelfde associatie zullen oproepen bij personen. Doordat televisie hen namelijk betekenis helpt geven aan elementen in hun eigen leven, zouden zij in dit geval de betekenis van ‘slecht’ kunnen toekennnen aan Arabisch uitziende personen in hun eigen realiteit. Bovendien zouden zij de scheiding die de serie maakt tussen westers ‘goed’ en Arabisch ‘slecht’ kunnen gebruiken in de manier waarop zij naar de wereld kijken. Dit punt van zorg handelt zich dus niet zozeer over eventuele consequenties van de direct verbeelde moraal binnen 24, maar vooral van de karakterisering van groepen personages in de serie. Toch is het een noemenswaardig punt dat wel degelijk aandacht verdient in de uitkomst van dit onderzoek. Een dergelijke verbeelding en daaropvolgende betekenisgeving bij kijkers, kan namelijk een tendens van polaristatie teweeg brengen tussen verschillende bevolkingsgroepen in de samenleving. Bevolkingsgroepen kunnen hierdoor verder van elkaar verwijderd raken, waardoor haat en conflicten kunnen ontstaan. De door 24 verbeelde polarisering tussen de twee groepen personages dient daarom zeker als zorgelijk te worden beschouwd.

Voor de directe morele inhoud van de serie daarentegen, viel dus te constateren dat er geen aanleiding is tot zorgen. De vervlechting van emotie en moraal bij slechts de ‘goede’ personages en hun uiteindelijk moreel ‘goede’ bedoelingen, maken dat de verbeelde moraal in 24 niet als zorgelijk kan worden beschouwd. Zoals in paragraaf 2.2 al is gesteld, lijkt er wat betreft de morele inhoud in populair televisiedrama een trend te bestaan, waarbij sprake is van een immoreel ogende superheld, die uiteindelijk keuzes maakt die als moreel goed kunnen worden beschouwd (House, The Sopranos en dus 24, zie paragraaf 2.2). Jack Bauer als belangrijkste ‘goede’ personage, kiest namelijk net als House en Tony Soprano voor allerlei eigenzinnige, onorthodoxe en immorele handelingen om uiteindelijk op deze manier het goede te dienen. De verbeelding van dergelijke handelingen kan dus uiteindelijk door het publiek als moreel goed worden gewaardeerd, omdat de bedoelingen en de achtergronden in de verschillende gevallen een moreel goede kern bevatten. Het gaat hier om superhelden die eigenzinnige keuzes maken, die misschien niemand anders zou maken, maar uiteindelijk wel door de kijker gewaardeerd worden, vanwege de goede afloop. De verschuiving van normen en waarden in populaire televisie, zoals Chesebro (2003) al had waargenomen, wordt in de inhoud van onder meer series als 24, The Sopranos en House op deze manier bevestigd. Autoriteit neemt niet meer de centrale positie in voor de oplossingen van problemen. Er is nu sprake van superhelden die buiten het gezag van autoriteiten hun eigen (onorthodoxe) middelen toepassen en op deze manier het goede doel dienen. Het publiek kan door het uiteindelijk goede doel en de menselijk verbeelde elementen emotie en moraal, zich identificeren met deze superhelden en hen waarderen.

Concluderend kan gesteld worden dat er in populair televisiedrama als 24 dus sprake is van een aanwezige vervlechting tussen emotie en moraal die het mogelijk maakt de kijker zich met de karakters te laten identificeren. De rol van televisie als verhalenverteller laat mensen op deze manier zien hoe moraal en emotie met elkaar verbonden zijn. Het geeft een voorbeeld van de manier waarop morele keuzes tot stand komen. Kijkers zullen zich op deze manier kunnen realiseren dat het binnen moraal moeilijk kan zijn om in eerste instantie altijd meteen de correcte kant te kiezen. Soms zal het nodig zijn eerst ‘buiten het boekje’ te gaan om uiteindelijk het moreel goede te dienen. Bovendien kunnen kijkers constateren dat emoties een bepaalde rol spelen binnen moreel handelen. Doordat ‘slechte’ personages dit ontberen, zullen zij bovendien kunnen interpreteren dat emotieloos moreel handelen als slecht of abnormaal kan worden beschouwd.

Nu het eind van de conclusie en daarmee het onderzoekstraject is bereikt, dient nog vermeldt te worden dat het onderzoek naar moraal en emotie in 24 verschillende beperkingen kende. Vervolgonderzoek zou in kunnen spelen op de beperkingen en tekortkomingen van dit onderzoek. Daarom zullen in de volgende subparagraaf deze punten en aanbevelingen tot vervolgonderzoek uiteen worden gezet.
5.1. Discussie en aanbevelingen

Allereerst kan gesteld worden dat het onderzoek naar 24 zich slechts richt op één van de vele bestaande populaire dramaseries op de Nederlandse televisie. Uitspraken omtrent verbeelde moraal en emotie binnen populair televisiedrama kunnen hierdoor slechts worden gedaan op basis van één serie. Omdat daarbij overige bestaande studies naar emotie en moraal binnen populair televisiedrama eigenlijk niet voor handen zijn, zou men hier in de toekomst meer onderzoek naar kunnen doen. Wanneer er meer literatuur voor handen komt over moraal en emotie binnen populair televisiedrama, zouden er beter gefundeerde uitspraken gedaan kunnen worden over de vervlechting van deze concepten op dit gebied. Aan de hand van verschillende onderzoeksresultaten, zou men theorieën kunnen vormen worden die vervolgens binnen andere populaire dramaseries getoetst kunnen worden. Op deze manier kan er een theoretisch raamwerk ontstaan dat zich specifiek toespitst op de verbeelding van moraal en emotie binnen populair televisiedrama.

Een tweede beperking van dit onderzoek kwam tot uitting in het registreren van de verschillende morele keuzes. Er bestond in verschillende gevallen namelijk een beperking binnen het waarnemen van de achtergronden van morele keuzes. Met name de morele keuzes gemaakt door de ‘slechte’ personages werden in veel gevallen niet in gesproken tekst verantwoord. In deze gevallen moest dan uit de betreffende verhalende context worden geïnterpreteerd hoe deze keuze werd verantwoord. Om deze reden zijn dan ook bij verschillende keuzes, gemaakt door de ‘slechte’ personages, geen transcripten in de resultaten opgenomen. Het niet exact in woorden kunnen opnemen van de motivatie van een morele keuze had tot gevolg dat bij het waarnemen van de keuzes in verschillende gevallen de interpretatie van de onderzoeker diende te worden geraadpleegd. Dit maakt het onderzoek minder betrouwbaar, omdat de resultaten en de formulering van de resultaten op deze manier onderhevig is aan een meer dan gemiddelde interpretatiegevoeligheid.

Ten slotte dient als beperking van het onderzoek vermeld te worden dat de geformuleerde conclusie slechts uitspraken heeft kunnen doen op basis van de inhoud van populair televisiedrama als in 24. Waar de relevantie van dit onderzoek zich toch met name richt op de functie van televisie als verhalenverteller, en dus de betekenis van inhoud voor de kijker, konden hier slechts uitspraken gedaan worden aan de hand van inhoudelijke elementen van 24. Vervolgonderzoek zou de interpretatie en de betekenis die kijkers geven aan de verbeelde moraal en emotie in een populaire dramaserie als 24 verder kunnen onderzoeken. Op deze manier kunnen dan werkelijk gefundeerde uitspraken gedaan worden over de manieren waarop kijkers betekenis kunnen geven aan de betreffende concepten en de vervlechting daartussen.


1   ...   35   36   37   38   39   40   41   42   ...   65


Dovnload 2.07 Mb.