Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Meervoudige nationaliteit in Nederland

Dovnload 35.65 Kb.

Meervoudige nationaliteit in Nederland



Datum26.10.2018
Grootte35.65 Kb.

Dovnload 35.65 Kb.

Meervoudige nationaliteit in Nederland.
Paper t.b.v. seminar 13/11-16/11 in Valetta.
In Nederland is het debat over nationaliteit en in het bijzonder meervoudige nationaliteit verbonden met het debat over integratie van migranten en hun afstammelingen in de Nederlandse samenleving. Uitgangspunt van het beleid is, dat meervoudige nationaliteit moet worden beperkt, omdat dat de integratie in de samenleving bevordert.
Nederland telt 16 miljoen inwoners, waarvan 900.000 een dubbele nationaliteit hebben.

1. Korte inleiding in het Nederlandse nationaliteitsrecht.

Om een beeld te geven van de oorzaken van dubbele nationaliteit en het beleid dat de Nederlandse regering in verband hiermee voert, moet ik eerst een korte inleiding in het nederlandse nationaliteitsrecht geven.


Men kan het Nederlanderschap op drie manieren verkrijgen: van rechtswege, door optie en door naturalisatie.
a. Van rechtswege verkrijgt men de Nederlandse nationaliteit in de eerste plaats door geboorte, wanneer men een Nederlandse vader of moeder heeft. De ouder moet dan op het moment van de geboorte van het kind Nederlander zijn, dan wel voordien zijn overleden. Vader en moeder geven beiden hun nationaliteit door, dus ook als het kind wordt geboren uit een Nederlandse moeder en een buitenlandse vader wordt het Nederlander. In vele landen is dit zo en het is ook een eis van toepasselijke verdragen. In bijna alle gevallen dat een kind wordt geboren uit een vader of moeder met een verschillende nationaliteit verkrijgt hun kind bij geboorte een dubbele nationaliteit. Toen de gelijkheidheid van mannen en vrouwen bij het doorgeven van nationaliteit in Nederland in 1985 werd ingevoerd, leidde dit tot een grote toename van het aantal gevallen van dubbele nationaliteit.

Ook het kind dat in Nederland bij rechterlijke uitspraak is geadopteerd, indien het kind op de dag van de uitspraak in eerste aanleg minderjarig was en ten minste één van de adoptiefouders op die dag Nederlander was verkrijgt het Nederlanderschap, op de eerste dag na een periode van drie maanden na de uitspraak. Meestal verliest een kind bij adoptie de nationaliteit uit het land van herkomst, maar in een enkele geval onstaat ook langs deze weg dubbele nationaliteit.


Daarnaast kent Nederland de derde-generatieregel: Nederlander is het kind van een vader of moeder die ten tijde van de geboorte van het kind zijn of haar hoofdverblijf heeft in Nederland en die zelf geboren is als kind van een vader of moeder die ten tijde van zijn of haar geboorte in één van de landen hoofdverblijf had, mits het kind ten tijde van zijn geboorte zijn hoofdverblijf heeft in Nederland. Ook in deze gevallen komt het voor dat deze kinderen tevens de nationaliteit van het land van herkomst van hun ouders krijgen.
Jaarlijks worden er in Nederland zo’n 20.000 kinderen geboren die een dubbele nationaliteit hebben.
b. verkrijging van het Nederlanderschap door optie houdt in dat men het Nederlanderschap vekrijgt als men de wens daartoe te kennen geeft en aan een aantal voorwaarden voldoet. Het kan alleen worden geweigerd wegens strijd met de openbare orde. Deze vorm van verkrijging geldt onder meer voor

- meerderjarige vreemdelingen die in Nederland zijn geboren en daar altijd gewoond hebben

- de vreemdeling die gedurende tenminste drie jaren de echtgenoot is van een Nederlander en gedurende een onafgebroken periode van tenminste 15 jaren toelating en hoofdverblijf heeft in Nederland

- de vreemdeling die de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt en gedurende een onafgebroken periode van 15 jaren toelating en hoofdverblijf in Nederland heeft gehad.


Het gaat hier om mensen die al zolang in Nederland wonen dat zij als opgenomen in de samenleving worden beschouwd. Voor deze categorieën geldt eveens dat er geen voorwaarden worden gesteld ten aanzien van de nationaliteit van het land van herkomst en dat er dus ook dubbele nationaliteit kan ontstaan.
c. Naturalisatie. Het Nederlanderschap wordt verleend aan vreemdelingen die daarom verzoeken, die aan bepaalde voorwaarden voldoen en tegen wie geen bedenkingen bestaan, met name het vermoeden dat hij gevaar oplevert voor de openbare orde.

Jaarlijks worden er in Nederland ongeveer 30000 personen genaturaliseerd.


De voorwaarden zijn:

- dat hij meerderjarig is;

- dat hij sedert vijf jaar in Nederland zijn hoofdverblijf heeft, dan wel tenminste drie jaar met een Nederlander is getrouwd en samenwoont of in een andere duurzame relatie met hem leeft;

- dat hij als ingeburgerd kan worden beschouwd; hij moet een naturalisatietoets afleggen waaruit blijkt dat hij de Nederlandse taal voldoende machtig is en kennis van de samenleving heeft.


Het Nederlanderschap wordt hem echter niet verleend als hij niet het mogelijke heeft gedaan om de nationaliteit van het land van herkomst te verliezen, dan wel niet bereid is het mogelijke te zullen doen om, na de totstandkoming van de naturalisatie die nationaliteit te verliezen. Dit laatste is van belang omdat voor sommige landen geldt dat men pas afstand kan doen van zijn nationaliteit als men de nationaliteit van een ander land heeft aangenomen. Men moet zijn best doen om die nationaliteit te verliezen. Als men dat niet doet kan de verkregen nationaliteit weer worden ingetrokken.
Hier maakt de beperking van dubbele nationaliteit dus expliciet deel uit van het Nederlandse nationaliteitsbeleid.
De verplichting om afstand te doen van de nationaliteit van het land van herkomst kent een aantal uitzonderingen. De afstandsverplichting geldt niet voor

  • de verzoeker die onderdaan is van een Staat die Partij is bij het 2e protocol tot wijziging van het verdrag betreffende de beperking van gevallen meervoudige nationaliteit en betreffende militaire verplichtingen in geval van meervoudige nationaliteit

  • de verzoeker die in Nederland is geboren en daar zijn hoofdverblijf heeft

  • de verzoeker die vóór het bereiken van de meerderjarige leeftijd gedurende een periode van vijf jaar onafgebroken in Nederland heeft gewoond

  • de verzoeker die gehuwd is met een Nederlander

  • de verzoeker die in Nederland erkend is als vluchteling.

  • verzoekers die aantonen dat zij door afstand te doen een aanzienlijk financieel nadeel zullen lijden, bijvoorbeeld door het verliezen van erfrechtelijke aanspraken

  • verzoekers die alleen afstand kunnen doen als zij eerst hun militaire dienstplicht in het land van herkomst hebben vervuld

  • De verzoeker van wie niet kan worden verlangd dat hij contact opneemt met de autoriteiten van de Staat van herkomst.

Daarnaast impliceert de algemene regel dat men zijn best moet doen om de nationaliteit van het land van herkomst te verliezen, dat men daar niet altijd in slaagt.

Een aantal landen laat het verlies van nationaliteit eenvoudig niet toe. Ofwel laat de wetgeving in het desbetreffende land dat niet toe, ofwel worden verzoeken tot afstand van nationaliteit wel ontvangen, maar nooit gehonoreerd. Het Europees Nationaliteitsverdrag bepaalt dat men in zo’n geval iemand zijn verzoek om genaturaliseerd te worden niet mag weigeren.
Het beleid tot beperking van meervoudige nationaliteit heeft ook gevolgen voor de mogelijkheden om het Nederlanderschap te verliezen.

De wet bepaalt, dat het Nederlanderschap verloren gaat:

a. door het vrijwillig verkrijgen van een andere nationaliteit. Het begrip “vrijwillig” impliceert dat het Nederlanderschap niet verloren gaat als men de vreemde nationaliteit van rechtswege verkrijgt zonder dat daar een wilsuiting voor nodig is;

b. door het afleggen van een verklaring van afstand;

c. indien hij tevens een vreemde nationaliteit bezit en tijdens zijn meerderjarigheid gedurende een ononderbroken periode van tien jaar in het bezit van beide nationaliteiten zijn hoofdverblijf heeft buiten Nederland

d. indien men zich vrijwillig in vreemde krijgsdienst begeeft van een staat die betrokken is bij gevechtshandelingen tegen het Koninkrijk dan wel tegen een bondgenootschap waarvan het Koninkrijk lid is.



2. Enige getallen (sheet)

Van de ongeveer 195 staten in de wereld kennen er 75 een wettelijke regeling die zegt dat de nationaliteit van rechtswege verloren gaat bij vrijwillige verkrijging van een andere nationaliteit. 100 staten hebben een regeling die bepaalt dat men vrijwillig afstand kan doen van die nationaliteit als men een andere accepteert. 17 landen maken verlies van nationaliteit wettelijk dan wel feitelijk onmogelijk. Het gaat hier om Algerije, Argentinië, Bangladesh, Colombia, Costa Rica, Dominicaanse Republiek, Ecuador, Griekenland, Iran, Jemen, Libië, Marokko, Mexico, Nauru, Syrië, Tunesië en Uruquay. In sommige van deze landen heeft nationaliteit niet alleen een juridische, maar ook een religieuze betekenis. Het verbreken van de band met de staat zou dan ook een breuk met de religieuze gemeenschap met zich meebrengen en dat is in die lijn van denken uiteraard niet aanvaardbaar.


(sheet) In 62 % van de naturalisaties in Nederland ontstaat thans meervoudige nationaliteit. In ongeveer de helft van deze gevallen wordt dat veroorzaakt doordat de wetgeving van het desbetreffende land verlies van nationaliteit niet toestaat, in de andere helft omdat de Nederlandse wet uitzonderingen maakt. Van de 39 % die zijn vroegere nationaliteit zou kunnen verliezen naar het recht van dat land is een groot deel uitgezonderd. Slechts 9 % levert zijn nationaliteit van het land van herkomst in.

3. Gevolgen van meervoudige nationaliteit voor personen.

Nationaliteit brengt het recht met zich mee op toegang tot en verblijf in de staat waarvan men de nationaliteit bezit en meervoudige nationaliteit betekent dus dat men dat recht in meer dan één staat kan uitoefenen. Hetzelfde geldt voor het deelnamen aan het maatschappelijke en politieke leven. Aan nationaliteit is ook kiesrecht verbonden en het uitoefenen van een aantal beroepen. In Nederland zijn dat beroepen in het landsbestuur en de rechterlijke macht. In sommige landen zijn aan nationaliteit ook rechten verbonden op het terrein van sociale zekerheid en eigendom van onroerend goed. Nationaliteit brengt soms ook formele plichten met zich mee, zoals de dienstplicht. Het Europees nationaliteitsverdrag bevat een regeling om moeilijkheden met dubbele dienstplicht te voorkomen. Meervoudige nationaliteit leidt in sommige, maar niet in alle gevallen tot meer consulaire hulp in het buitenland. Internationale verdragen bepalen dat een staat zijn onderdanen die zich bevinden in de staat van hun andere nationalteit slechts met toestemming van die staat deze hulp mogen bieden.


4. Overwegingen bij meervoudige nationaliteit en de relatie met het integratiebeleid

In de loop van de jaren zijn de uitgangspunten voor het beleid inzake nationaliteit in Nederland veranderd.


In het begin van de negentiger jaren werd naturalisatie van immigranten gezien als een middel tot integratie. Als een immigrant de Nederlandse nationaliteit kreeg, zou hem dat helpen deel te nemen aan de samenleving. Men wilde hem daarom stimuleren om Nederlander te worden en de verplichting om afstand te doen van de nationaliteit van het land van herkomst mocht dat niet belemmeren. In die jaren werd die verplichting dan ook afgeschaft. Meervoudige nationaliteit werd aanvaard, omdat men het belangrijker vond dat immigranten de Nederlandse nationaliteit verwierven, zodat zij beter konden integreren. Dezelfde opvatting gold voor Nederlanders die in een ander land naturaliseerden; dit leidde niet automatisch tot verlies van het Nederlanderschap.
Andere motieven om meervoudige nationaliteit te aanvaarden waren de gelijkstelling van mannen en vrouwen bij het doorgeven van nationaliteit aan hun kinderen en de nationaliteitsrechtelijke eenheid binnen het huwelijk. In het algemeen kan men zeggen dat in het politieke denken van toen meervoudige nationaliteit werd geaccepteerd, omdat men het belangrijker vond dat mensen tot Nederlander naturaliseerden dan dat meervoudige nationaliteit werd beperkt.
In de loop van de jaren zien we bij meer staten een toenemende tolerantie ten opzichte van meervoudige nationaliteit, in die zin, dat het vrijwillig verwerven van een andere nationaliteit niet meer leidt tot verlies van de eigen nationaliteit. Dit geldt voor:

1949 Verenigd Koninkrijk, 1967 Verenigde Staten, 1973 Frankrijk, !967 Canada, 1981 Portugal, 1992 Italië, 1997 Mexico, 2001 Zweden, 2002 Australië, 2003 IJsland (sheet).

Uitzonderingen op de hoofdregel dat het vrijwillig verwerven van een andere nationaliteit leidt tot verlies van de eigen nationaliteit worden toegestaan door 1982 Spanje, 2000 Duitsland, 2003 Nederland.
Ongeveer vijf jaar geleden veranderden echter in Nederland de politieke inzichten. Eén van de oorzaken daarvan was de stijging van het aantal immigranten en het aantal naturalisaties. Het aantal naturalisaties steeg tot meer dan 50.000 per jaar.

Nationaliteit werd niet meer gezien als een middel tot integratie, maar als het eindpunt, de kroon op de integratie. Verschillende maatregelen werden genomen om daaraan uitdrukking te geven. Om te kunnen naturaliseren moest men een toets afleggen, waaruit moest blijken dat men de taal voldoende machtig was en enige kennis van de samenleving had. De integratie dient voltooid te zijn op het moment dat men het Nederlanderschap aanvraagt en de keuze voor het Nederlanderschap moet gezien worden als een eenduidige keuze voor Nederland. Het Nederlanderschap geeft niet alleen rechten, maar brengt ook plichten met zich mee. Daarbij past geen meervoudige nationaliteit. Meervoudige nationaliteit wordt gezien als iets dat afbreuk doet aan de keuze voor Nederland en de verbondenheid met Nederland moet worden uitgedrukt door de oorspronkelijke nationaliteit prijs te geven. Een belangrijk punt daarbij is, dat personen die meer dan één nationaliteit hebben beide nationaliteiten ook vaak aan hun kinderen doorgeven. Maatregelen tot beperken van meervoudige nationaliteit dienen dan ook mede om de meervoudige nationaliteit in komende generaties te beperken.


5. Volkenrechtelijke mogelijkheden en grenzen aan de beperking
Het uitgangspunt dat de keuze voor een nieuwe nationaliteit de afstand van de oorspronkelijke nationaliteit met zich meebrengt lag ook ten grondslag aan het Verdrag van de Raad van Europa ter beperking van meervoudige nationaliteit uit 1963. Het Europees Nationaliteitsverdrag, dat door Nederland in 2002 is goedgekeurd, vervangt tussen Verdragsstaten het verdrag van 1963 en werkt de mogelijkheden tot beperking verder uit. Het laat de verdragssluitende partijen het recht om te kiezen tussen behoud van de oorspronkelijke nationaliteit en beperking van meervoudige nationaliteit binnen door het Verdrag bepaalde grenzen. De preambule spreekt geen voorkeur uit voor of tegen meervoudige nationaliteit, maar constateert slechts: “Gelet op de uiteenlopende benadering van de Staten van het vraagstuk van de meervoudige nationaliteit en erkende dat elke Staat vrij is te beslissen welke gevolgen hij in zijn nationale wetgeving hecht aan het feit dan een onderdaan een andere nationaliteit verkrijgt of bezit…”

Een aantal belangrijke principes van het nationaliteitsrecht zijn in dit Verdrag vastgelegd, zoals



  • Elke Staat bepaalt ingevolge zijn eigen wetgeving wie zijn onderdanen zijn. (art.3,1)

  • Noch een huwelijk, noch de ontbinding van een huwelijk tussen een onderdaan van een Staat die partij is en een vreemdeling, noch de wijziging van nationaliteit door een van de echtgenoten tijdens het huwelijk tast automatisch de nationaliteit van de andere echtgenoot aan.(art.4,d)

  • Geen discriminatie (art.5)

  • De verplichting om verkrijging van nationaliteit door kinderen van onderdanen van die staat te regelen (art. 6, 1a)

  • De verplichting om verkrijging van nationaliteit te regelen door personen die hun wettige en gewone verblijf op het grondgebied hebben.(art. 6,3

Deze principes, met andere, leiden tot verkrijging van nationaliteit, ongeacht of daardoor meervoudige nationaliteit ontstaat,
Daarnaast bevat het verdrag expliciete voorschriften ten aanzien van meervoudige nationaliteit:

  • een staat die partij is verleent toestemming aan kinderen met verschillende nationaliteiten die zij automatisch bij hun geboorte hebben verkregen om deze nationaliteiten te behouden en aan

  • zijn onderdanen om een andere nationaliteit te bezitten wanneer deze andere nationaliteit automatisch door het huwelijk wordt verkregen (art. 14).

Verder mogen staten zelf bepalen of onderdanen die de nationaliteit van een andere staat verkrijgen de nationaliteit behouden of verliezen en of verkrijging of behoud van zijn nationaliteit onderworpen is aan het doen van afstand of verliees van een andere nationaliteit (art.15).

Het afstand doen van de andere nationaliteit mag echter niet als voorwaarde worden gesteld voor het verkrijgen of het behoud van nationaliteit als dat redelijkerwijs niet van hem kan worden gevergd (art.16).

6. Nederlandse maatregelen tot beperking van meervoudige nationaliteit en beoogde effecten

Zoals boven opgemerkt, kan meervoudige nationaliteit op allerlei manieren ontstaan. Voor een groot ligt de oorzaak in automatische verkrijging van het Nederlanderschap door geboorte van kinderen uit huwelijk van partners met verschillende nationaliteiten. En daarnaast zijn categorieën van personen die door hun geschiedenis in de Nederlandse samenleving daar al zodanig deel van uit maken dat het niet nodig is om voorwaarden te stellen aan de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit die betrekking hebben op het afstand doen van de andere nationaliteit.


Met betrekking tot personen die naturalisatie vragen is de visie van de Nederlandse regering dat voorwaarden moeten worden gesteld aan hun integratie in de samenleving. Niet alleen moeten zij een naturalisatietoets afleggen waarin hun kennis van de Nederlandse tal en de Nederlandse samenleving wordt getoetst, maar ook wordt hen gevraagd een ondubbelzinnige keuze voor Nederland te maken. Dit moet ook blijken uit het afstand doen van de nationaliteit van het land van herkomst. Deze eis is niet alleen bedoeld voor de persoon in kwestie. Het verlies van de nationaliteit van het land van herkomst heeft ook tot gevolg dat men die nationaliteit niet meer aan afstammelingen kan doorgeven, waardoor de meervoudige nationaliteit in volgende generaties wordt beperkt.
Om dit effect te bereiken heeft de regering een wetsvoorstel bij het parlement ingediend waarin enkele uitzonderingen op de verplichting om afstand te doen van de nationaliteit van het land van herkomst worden geschrapt.
De uitzonderingen waar het om gaat zijn:

  • de verzoeker die gehuwd is met een Nederlander

  • de verzoeker die in Nederland is geboren en daar op het moment van zijn verzoek zijn hoofdverblijf heeft

  • de verzoeker die voor het bereiken van de meerderjarige leeftijd gedurende een periode van vijf jaar onafgebroken in Nederland zijn hoofdverblijf heeft gehad.

Als het voorstel wet is geworden, zullen deze personen, als zij om naturalisatie verzoeken, voortaan afstand moeten doen van hun nationaliteit van het land van herkomst. Vooral het vervallenvan de uitzondering voor degenen die met een Nederlander gehuwd zijn zal van effect zijn op de beperking van meervoudige nationaliteit in volgende generaties.


Met het vervallen van deze uitzonderingen, blijven andere uitzonderingen overigens bestaan. Het blijft zo, dat, als het nationaliteitsrecht van het land van herkomst niet toelaat dat men die nationaliteit verliest, men toch Nederlander kan worden. Hetzelfde geldt, als afstand doen van de nationaliteit van het land van herkomst redelijkerwijs niet van iemand gevraagd kan worden, bijvoorbeeld omdat hij daardoor een aanzienlijk financieel nadeel zou lijden.

En ook voor vluchtelingen van wie niet gevraagd kan worden dat zij contact opnemen met de autoriteiten van het land van herkomst geldt de afstandsverplichting niet.


Het verwachte effect van het vervallen van deze uitzonderingen is, dat 16 % van de naturalisaties geen meervoudige nationaliteit meer zal veroorzaken. Een bescheiden effect, maar wel een effect dat in latere generaties zal doorwerken.
7. Conclusie

Het geheel overziende kom ik tot de volgende conclusies.




  1. Meervoudige nationaliteit is onvermijdelijk en in de Nederlandse wetgeving wordt dit ook erkend. Het is vooral het gevolg van een aantal belangrijke principes voor de verkrijging van nationaliteit die veel landen hanteren:

    • de gelijkheid van mannen en vrouwen bij het doorgeven van nationaliteit

    • het behoud van nationaliteit bij huwelijkssluiting

    • het recht om de nationaliteit om in bepaalde omstandigheden de nationaliteit van een land te verkrijgen, ook als men niet bij machte is om de nationaliteit van het land van herkomst te verliezen.




  1. Het volkenrecht begrenst de mogelijkheden tot beperking van meervoudige nationaliteit.




  1. Of men meervoudige nationaliteit wil beperken is afhankelijk van de visie op nationaliteit. Als men naturalisatie ziet als het eindpunt van een geslaagd integratieproces, ligt het voor de hand om de verzoeker te vragen afstand te doen van de nationaliteit van het land van herkomst, tenzij dat van hem redelijkerwijs niet gevraagd kan worden, of dit buiten zijn macht ligt.




  1. De Nederlandse wetgeving aanvaardt de meervoudige nationaliteit, maar wil deze beperken, in die gevallen waar men om naturalisatie vraagt. Het uitgangspunt, dat een ondubbelzinnige keuze voor Nederland moet worden gemaakt, leidt er toe dat de uitzonderingen op deze regel zoveel mogelijk worden beperkt.



Literatuur

Wetsvoorstel tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap tot beperking van meervoudige nationaliteit, TK 2004-2005, 30166

Onderzoek Integratiebeleid; brief van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, TK 2003-2004, 28689, nr. 19

Mr. A. Böcker, prof. Mr. C.A. Groenendijk en mr. B. de Hart, De Toegang tot het Nederlanderschap, Nederlands Juristenblad, 21 januari 2005, afl. 3



Mr. B. de Hart, Meervoudige nationaliteit, integratie en terrorisme, Migrantenrecht 8/04, blz. 293, e.v.

Prof. Mr. G. R. de Groot, Internationale ontwikkelingen: de toenemende tolerantie van meervoudige nationaliteit, Migrantenrecht 4/5/03, blz. 122 e.v.


Dovnload 35.65 Kb.