Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Met God op weg Jacoben La ba n

Dovnload 0.72 Mb.

Met God op weg Jacoben La ba n



Pagina1/2
Datum28.10.2017
Grootte0.72 Mb.

Dovnload 0.72 Mb.
  1   2




Met God op weg

J a c o b e n La ba n

leven met elkaar


volgens PEGO leerplan eerste graad 1A 3

samengesteld door Jart Voortman



Abraham
vertrouwen





hieronder zie je twee cirkels.

Vul in wanneer en in welke opzichten je je wel eens angstig voelt.



En wanneer voel je vertrouwen?





Voor joden christenen en moslims is Abraham een belangrijk persoon. Je kunt zeggen dat de eigenlijke geschiedenis van Israel begint bij Abraham, de stamvader. Abraham is een voorbeeld voor de gelovigen. Met hem is het allemaal begonnen.

In het Nieuwe Testament wordt Abraham de vader van de gelovigen genoemd (Mat 3:9, Gal 4:7, Jac 2:21).

Het verhaal van het geloof begint met Abraham.


Genesis 12 In Genesis 12:1-3 lezen we dat God tot Abraham sprak.

* Welke opdracht kreeg Abraham?


.

........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
In dit gedeelte wordt niet duidelijk gemaakt hoe God tot Abraham heeft gesproken. Waarom niet? Misschien, omdat het besef hebben dat God tot je spreekt iets heel persoonlijk is. Het is ook heel gevoelig. Je zegt niet zo snel dat je voelt dat God tot je spreekt. Wat zullen mensen niet van je denken.

Daarom houden velen ook hun geloof voor zichzelf. Ze spreken er niet zo snel over in het openbaar.


* hoe is dat met jou? Kom jij uit voor je geloof, of houd jij je liever wat op de vlakte?

* Maakt het veel uit of je wel of niet gelooft? Is het eigenlijk wel belangrijk om te geloven?




.........................................................................................................................................................................


.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
Zijn mensen die geloven betere mensen dan mensen die niet geloven? Dat is ook een gespreksonderwerp. In ieder geval kunnen we wel in de Bijbel ontdekken, dat gelovige mensen ook kunnen struikelen in hun leven. Ze kunnen grote fouten maken. En wat je niet zou verwachten: ook over Abraham worden zulke dingen verteld.

* Beschrijf wat er gebeurt als Abraham in Egypte is (Gen 12:10-20).
.

........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
De grote worsteling in het leven van Abraham gaat over vertrouwen. Kun je op God vertrouwen als het tegen zit. Als je bang bent of bezorgd, heb je dan nog wat aan je geloof?



Genesis 15 Het is nacht. Abram ligt in zijn tent. Hij kan de slaap niet vatten. Hem is een land beloofd en een zoon. Zou er nog wat van komen? Valt er nog iets te hopen? Want je wilt toch ergens wonen, en je wilt ook vruchtbaar zijn, iets maken, je ergens aan wijden. Zit dat er nog wel in? Is er nog heil te verwachten? Hij is bang van niet.

Abram, de geroepene, is zijn roeping kwijt. De hoop is verdampt, de verwachting gedoofd. Het kan zomaar gebeuren. Het is donker om hem heen. Het is nacht.


De nacht van de ziel, wie weet daar niet van? Zoals die priester in Amsterdam: Ík weet het niet, hoor, het zal wel met mijn geloof te maken hebben, maar het gaat niet goed met mij. Je moet weten, mijn geboorte was een vergissing. Ik had er eigenlijk helemaal niet moeten zijn. En zo denk ik er zelf langzamerhand ook over, dat het beter zou zijn als ik er niet meer was.’

Geen grond onder de voeten. Seelisch heimatlos. En wat zijn vruchtbaarheid betreft: ‘Wat ik maak, maak ik ook weer kapot.

Die priester heeft natuurlijk gelijk: het heeft met zijn geloof te maken. Met roeping. Ben ik gewild, gewenst, bemind? Met die verdrietige levensgeschiedenis van hem kan hij het maar niet geloven. Af en toe, het zij in liefde gezegd, komt dat ongeloof hem ook wel goed uit, omdat het zijn luiheid sanctioneert en hem de pijn van verandering bespaart. Maar tegelijk wil hij het ook weer wel graag geloven. Én ik preek het ook, ik verkondig het aan het kerkvolk en aan mijzelf: ‘Maakt u dan niet bezorgd,’roep ik naar beneden en: Het is volbracht.’ En het is natuurlijk ook waar, wat ik preek, wis en waarachtig, wat zullen we nou hebben, het is echt waar. Maar…’

‘Maar je zou zo graag voelen dat het waar is. Want nu ben je waarschijnlijk meer aan het bezweren dan dat je uit eigen ervaring put.’

‘Ja,’zei hij. ‘Wat je zegt.’
Zo heeft iedereen zijn eigen verhaal. Het verhaal van de nacht van de ziel. Veel gelovigen kunnen erover meepraten. Om te beginnen de vader van de gelovigen. Hij ligt in zijn tent. Het is nacht. Hij ziet het niet meer.

Zo vergaat het alle aartsvaders. Zieners zijn het, maar soms zien ze niets meer. Isaak zal blind zijn. Jakob worstelt in het duister om de zegen. ’s Nachts zijn de dingen altijd het ergst.


Het is nacht. Abram kan niet slapen. Te droevig en te kwaad. En zo onzegbaar alleen. Naast hem ligt Sarai. Ook wakker, weet hij. Ook alleen. En zij kunnen elkaar niet troosten.

Abram staat op. Opstandig. Loopt naar buiten. Of heeft God hem uit zijn tent gelokt, zoals daarnet Abram God uit zijn tent zat te lokken, met zijn vermetele vragen? Wil God Abram zo hebben, zo uitdagend, zo weerbaar, niet berustend, maar vechtend om de zegen?

Abram staat op en loopt naar buiten. Bladstil is het. Hij ziet omhoog, naar de sterren. Ontelbare onsterfelijke sterren boven zijn sterfelijk hoofd. Wie zou die sterren hebben bedacht en gemaakt? Wat zit erachter? Wie zit erachter? Wat een wondere wereld toch, die de onze zo majesteitelijk overkoepelt en stralend verlicht.

Abram zit niet nar de Grote en de Kleine Beer te kijken. Abram kijkt met andere ogen. Hij geeft de sterren geen namen, de sterren vertellen hem wat. Abram kijkt zoals je nar de vogelen des hemels kunt kijken of naar de leliën des velds, naar een rots of naar een braambos. Door zo te kijken neem je niet in bezit, maar word je in bezit genomen. Abram kijkt ernaar met de ogen van het geloof.

Ja vraag niet hoe, maar die nacht is Abram een licht opgegaan. De raadselen van zijn levenslot verdiepten zich tot mysterie. De wanhoop die doorklonk in zijn vermetele klacht, week.
‘Waar was je?’vroeg Sarai.

Éven naar buiten. Ik heb naar de sterren zitten kijken.’

‘Wat is daaraan te zien?’

Álles Sarai. Alles. Ze vertellen van God. We moeten niet bezorgd zijn. God zal niet laten varen wat zijn hand begon. Dat geloof ik echt. Slaap wel, Sarai.’



Uit: Nico ter Linden, het verhaal gaat…
* Wat spreekt je aan in deze tekst?

* Is er iets dat je niet begrijpt?






Genesis 16 De tijd gaat verder.

Nog steeds geen kind..

Toen bedacht Sara een plan.

Als Abraham nu eens de slavin Hagar tot tweede vrouw zou nemen, dan kunnen er



misschien op die manier nakomelingen komen.
* En wat gebeurde er toen?
.........................................................................................................................................................................




.........................................................................................................................................................................


.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................

Vriendschap

Er zijn veel mensen die zeggen: ik heb veel vrienden. Daar kun je dan van onder de indruk zijn. Maar zijn die vrienden dan echte vrienden? Hoeveel echte vrienden kun je hebben?



* Hoeveel vrienden heb jij?

* Wie zijn je beste vrienden? Hoe vaak zie je elkaar?

* Wat doe je samen met vrienden?

* Heb jij wel eens steun gehad aan je vrienden?



.

........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................


.........................................................................................................................................................................


.........................................................................................................................................................................
.........................................................................................................................................................................
Vriendschap heeft verschillende niveau’s. Vrienden die je van een kamp kent, betekenen vaak meer voor je, dan mensen van de sportclub of de muziekacademie. Als je elkaar vaak ziet dan beteken je over het algemeen ook meer voor elkaar dan als dat maar sporadisch is.

En soms ben je vrienden, omdat je elkaar helpt.






Kijk eens naar de vrienden van Abraham.

Wat betekenden ze voor hem? Waarom?





tekst

en naam


omschrijving van de vriendschap

Gen 14:13


. . . . . . . . .



Gen 14:17-20


. . . . . . . . .



Gen 15:2
. . . . . . . . .












  1   2


Dovnload 0.72 Mb.