Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Milieukwaliteit en normstelling

Dovnload 0.97 Mb.

Milieukwaliteit en normstelling



Pagina1/5
Datum31.10.2018
Grootte0.97 Mb.

Dovnload 0.97 Mb.
  1   2   3   4   5



MILIEUKWALITEIT EN NORMSTELLING
-studentenhandleiding-

Milieukundige Module 05

november 2005

Afdeling Milieukunde

Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica

Radboud Universiteit Nijmegen



Reeks milieukundige modulen
De reeks milieukundige modulen wordt verzorgd en uitgegeven door de Afdeling Milieukunde, Faculteit der Natuurwetenschap­pen, Wiskunde en Informatica, Radboud Universiteit Nijmegen, Toernooiveld 1, 6525 ED Nijmegen, telefoon secretariaat: 024-3653281.

Milieukundige Module 05
Titel: Milieukwaliteit en normstelling; studentenhandleiding
Redactie: dr. A.M.J. Ragas en dr. M.A.J. Huijbregts
Besteladres: Dictatencentrale Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica, Radboud Universiteit Nijmegen, Toernooiveld 1, 6525 ED, Nijme­gen, onder vermelding van nummer 75090105
Trefwoorden: milieukwaliteit, normstelling, milieugevaarlij­ke stoffen

ISBN 90 373 0117 7 / CIP / NUGI 819 / Veertiende druk

© 2005, Afdeling Milieukunde, Faculteit der Natuurwetenschap­pen, Wiskunde en Informatica, Radboud Universiteit Nijmegen, Toernooiveld 1, 6525 ED Nijmegen.
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd of open­baar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder vooraf­gaande schriftelijke toestemming van de houder van het auteursrecht


INHOUDSOPGAVE


INHOUDSOPGAVE III

VOORWOORD V

I. Oriëntatie op de module 1

Leeswijzer 1

Modulecoördinatie 1

Studiebelasting, periode en tentamen 1

Leermateriaal 2

Onderwerpen 2



II. Relevantie voor het werkveld 2

III. Leerdoelen en eindniveau 3

IV. Beginniveau en -vereisten 4

V. Onderdelen van de module 4

VI. Organisatie 6

Werkvormen 6

Omvang van de onderdelen 7

Beoordeling 7

Zalen 8

Evaluatie 9



Rooster 9

1. Opzet studieactiviteiten 14

1.1 Inleiding 14

1.2 Hoorcollege moduleopzet 14

2. Uitgangspunten voor normstelling 15

2.1 Inleiding 15

2.2 Zelfstudieopdracht uitgangspunten voor normstel­ling 15

2.3 Responsiecollege uitgangspunten voor normstelling 17



3. Milieukwaliteitsnormen voor stoffen 18

3.1 Toxicologische risicobeoordeling 18



3.1.1 Inleiding 18

3.1.2 Hoorcollege toxicologie 18

3.1.3 Video: alternatieven voor dierproeven 19

3.1.4 Zelfstudieopdracht toxicologische risicobeoordeling 19

3.1.5 Responsiecollege toxicologische risicobeoordeling 19

3.1.6 Werkgroepopdracht toxicologische risicobeoorde­ling 19

3.2 Risicobeoordeling via de epidemiologie 20



3.2.1 Inleiding 20

3.2.2 Zelfstudieopdracht epidemiologische risicobeoordeling 20

3.2.3 Responsiecollege epidemiologische risicobeoordeling 21

3.2.4 Werkgroepopdracht epidemiologische risicobeoordeling 21

3.3 Blootstellingsmodellering 22



3.3.1 Inleiding 22

3.3.2 Werkgroepopdracht blootstellingsmodellering 22

3.4 Risicobeoordeling via de ecotoxicologie 23



3.4.1 Inleiding 23

3.4.2 Hoorcollege ecotoxicologische extrapolatiemodellen 23

3.4.3 Zelfstudieopdracht ecotoxicologische risicobeoordeling 24

3.4.4 Responsiecollege ecotoxicologische risicobeoordeling 24

3.4.5 Werkgroepopdracht ecotoxicologische risicobeoordeling I 24

3.4.6 Werkgroepopdracht ecotoxicologische risicobeoordeling II 26

3.5 Gedrag en verspreiding van stoffen in het milieu 29



3.5.1 Inleiding 29

3.5.2 Zelfstudieopdracht gedrag en verspreiding 29

3.6 Multimedia fate modellering 29



3.6.1 Inleiding 29

3.6.2 Hoorcollege multimedia fate modellering 29

3.6.3 Zelfstudieopdracht multimedia fate modellering 30

3.6.4 Responsiecollege Multimedia fate modelling 30

3.6.5 Werkgroepopdracht Multimedia fate modellering 31

3.7 Randvoorwaarden en wegingsfactoren 34



3.7.1 Inleiding 34

3.7.2 Werkgroepopdracht randvoorwaarden en wegingsfactoren 34

3.8 Het vigerend beleid voor milieugevaarlijke stoffen 34



3.8.1 Inleiding 35

3.8.2 Zelfstudieopdracht stoffenbeleid en normenstelsels 35

3.8.3 Responsiecollege stoffenbeleid en normenstelsels 35

3.9 Politieke besluitvorming rond normstelling 35



3.9.1 Inleiding 35

3.9.2 Werkgroepopdracht INS 35

3.10 Project: Het opstellen van een basi­sdo­cu­ment 36



3.10.1 Inleiding 36

3.10.2 Werkgroepopdracht: het maken van een projectplan 36

3.10.3 Het project: het opstellen van een basisdocument 36

3.11 Toepassingen van milieukwaliteitsnormen 37



3.11.1 Inleiding 37

3.11.2 Zelfstudieopdracht taakstellend en probleemstellend gebruik van milieukwaliteitsnormen 37

3.11.3 Responsiecollege toepassingen van milieukwaliteitsnormen 39





VOORWOORD

De module Milieukwaliteit en normstelling is één van de milieukundige keuzemo­dulen van de opleiding Milieu-Natuurwetenschappen aan de Faculteit der Natuurweten­schappen, Wiskunde en Informatica (NWI) van de Radboud Universiteit Nijmegen (RU). De keuzemodulen zijn ontwikkeld door stafleden van de Afdeling Milieukunde in samenwerking met het Instituut voor Onderwijskundige Dienst­verlening (IOWO). Hiervoor is een werkgroep ingesteld met een wisselende samenstelling. De modulen zijn ontwikkeld op basis van het eindrap­port van de Programmacommissie Milieukunde, RU (1990).

Voor u ligt de studentenhandleiding. Deze bevat onder meer een oriëntatie op de module, een beschrij­ving van de leerdoelen en een deel van de studieacti­viteiten. Naast deze studentenhand­leiding bestaat het leermateriaal van de module uit een werkboek, een handboek en een reader. Het werkboek beschrijft studieactiviteiten die niet in deze handleiding zijn opgenomen. Het handboek (Handboe­ken Milieukunde 1: Milieu­kwaliteit en normstel­ling) en de reader bevatten leer­materi­aal en achtergrondlite­ratuur voor zelfstudieop­drachten en werkgroepopdrachten.

Commentaar en opmerkingen naar aanleiding van deze studentenhandleiding en het overige leermateriaal zijn van harte welkom.



Prof. dr. ir. A.J. Hendriks

Opleidingscoördinator Milieu-Natuurwetenschappen




  1. Oriëntatie op de module


Leeswijzer
De studentenhandleiding bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel heeft een Romeinse hoofd­stuknum­mering en bevat algemene en oriënterende informatie. Van het tweede onderdeel zijn de hoofdstukken Arabisch genum­merd en dit bevat aanvullingen op de studieactiviteiten van het werkboek.

Hoofdstuk I bevat informatie over de modulecoördinatie, de onderwijsperiode, de studie­belasting, het tentamen, het leermate­riaal en een korte omschrij­ving van de onder­wer­pen van de module. Hoofd­stuk II geeft een omschrijving van de relevantie van de module in relatie tot beroeps­pro­fielen. In hoofdstuk III worden de leerdoelen van de module gegeven. Hoofdstuk IV beschrijft het beginniveau en de -vereisten waaraan cursisten dienen te voldoen. Hoofdstuk V geeft een overzicht van de module-in­houd. Hoofdstuk VI bevat informa­tie over de organisatie, zoals het rooster en de studiebe­lasting van de diverse onder­werpen.

In het tweede onderdeel van deze studentenhandleiding zijn aanvullingen op de studieactivi­tei­ten van het werkboek opgenomen. Tevens wordt aangegeven in welke volgorde de studie­activiteiten uit deze handleiding en het werkboek aan bod komen. Ieder onderwerp bestaat uit een inleiding en een beschrij­ving van de verschillende werkvormen, waaronder zelfstu­die­opdrach­ten, werkgroep­opdrach­ten, responsie­col­leges, werkcolleges, hoorcol­leges en een project.

Modulecoördinatie
Dr. A.M.J. Ragas

Afdeling Milieukunde

Kamer AS032a

Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica



(024)-(36)53284
Dr. M.A.J. Huijbregts

Afdeling Milieukunde

Kamer AS013

Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica



(024)-(36)52835

Studiebelasting, periode en tentamen
Studiebelasting

De module be­staat uit twintig studiedagen. De stu­diebe­lasting bedraagt 6 EC (160 studiebelastingsu­ren). De stu­die­belas­ting omvat alle studieactivi­teiten. In hoofdstuk VI is de studiebelasting per moduleonderdeel en een gedetail­leerd studieroos­ter opgeno­men.
Periode

De module wordt gegeven in de periode 28 november tot en met 23 december 2005.
Tentamen

De module wordt afgesloten met een schrifte­lijk tenta­men op vrijdag 23 december 2005 van 14.00-17.00 uur in collegezaal N5 van de faculteit NWI. Het hertenta­men vindt plaats op donderdag 2 maart van 14.00-17.00 uur. De locatie van het hertentamen is bij het verschijnen van deze studentenhandleiding nog niet bekend.

Voor deelname aan het (her)tentamen is elektronische inschrijving via KISS noodzakelijk. Studenten die zich niet (tijdig) hebben ingeschreven kunnen niet aan het (her)tentamen deelnemen. Bij problemen met de elektronische inschrijving kun je naar het secretariaat van de Facultaire Studentenadministratie gaan. Inschrijving dient uiterlijk 5 werkdagen voor de datum van het (her)tentamen te geschieden.

Het tentamen heeft de vorm van een open boek tentamen; het leermateriaal mag dus tijdens het tentamen worden ingezien. Tot de tentamenstof behoort alle leerstof, dus de studentenhandleiding, het werkboek, het handboek, de reader, de zelfstudie- en werkgroepop­drachten, de hoor- en responsiecolle­ges en het project. Nadruk van de toetsing ligt op inzichten en vaardigheden. Getoetst wordt in welke mate de leerdoe­len van de module (zie hoofdstuk III) en de leerdoelen van de studieactiviteiten (zie hoofdstuk 2 en verder) zijn gehaald.

In de eindbeoordeling van de module wordt ook het resultaat van het project verwerkt. In hoofdstuk VI wordt daar nader op ingegaan.

Leermateriaal


De deelnemers module hebben het volgende leermateriaal nodig:

  • Studentenhandleiding module Mili­eukwali­teit en normstelling­ (beschikbaar via Blackboard);

  • Reader module Milieukwali­teit en normstelling (beschikbaar via Blackboard);

  • Ragas, A.M.J., R.S.E.W. Leuven, D.J.W. Schoof, 1994. Handboek Milieukwaliteit en normstelling; Handboeken Milieukunde 1. Uitgeverij Boom, Meppel (tijdens het eerste college verkrijgbaar);

  • Ragas, A.M.J., R.A.H. de Jong, R.S.E.W. Leuven, D.J.W. Schoof, 1994. Werkboek Milieukwaliteit en normstelling; Handboeken Milieukunde 1. Uitgeverij Boom, Meppel (tijdens het eerste college verkrijgbaar);

  • Ministerie van VROM, 1989. Omgaan met Risico's. Tweede Kamer, vergader­jaar 1988-1989, 21.137, nr 5, SDU-uitgeve­rij, Den Haag (deze notitie is opgenomen in de reader van de module Duurzaamheid en Milieuwetenschappen);

  • Interdepartementale werkgroep integrale normstelling stoffen, 1997. Integrale normstelling stoffen. Milieukwaliteitsdoelstellingen bodem, water, lucht. Ministerie van VROM, Den Haag (deze notitie wordt tijdens de module verstrekt);

  • Rekenmachine met statistische functies (noodzakelijk tijdens de module en het tentamen!).

Onderwerpen


De module begint met een oriëntatie op de uitgangspunten van normstelling. Daarna wordt uitgebreid ingegaan op de totstandkoming en achtergronden van milieukwali­teitsnormen voor stoffen. Hierbij komen de wetenschappelijke risicobeoordeling van stoffen, het vaststellen van normen en het toepassen van normen aan bod. Een uitge­breid overzicht van de inhoud van de module is te vinden in hoofdstuk V.



  1. Relevantie voor het werkveld

Het milieubeleid richt zich op het verbeteren van de milieukwaliteit. De overheid streeft naar een milieukwali­teit waarbij optimale condities bestaan voor de ontwikke­ling en het voortbestaan van mensen, plan­ten, dieren en goederen. De gewenste milieu­kwaliteit wordt via weten­schappe­lijk onder­zoek bepaald en na een politiek afwe­gingspro­ces in normen vastgelegd. Milieukwali­teitsnormen kunnen vervolgens worden gebruikt voor het vaststellen van de hoogte van de milieubelasting (taakstellend gebruik) en voor het signaleren van milieupro­blemen (probleemstel­lend gebruik).

Milieukwaliteitsnormen spelen een belang­rijke rol op veel terreinen van milieu­beleid en ‑beheer. Denk bijvoorbeeld aan een lokale bodem­verontrei­ni­ging, waarbij een mede­wer­ker van een gemeente of een adviesbureau moet beoor­delen of bodemsane­ring gewenst is. Milieukwaliteits­nor­men zijn in dat geval een maatstaf voor de beoordeling van de bodem­kwa­liteit. De beoogde medewer­ker kan een beter advies uit­bren­gen indien hij of zij de achtergron­den van de norm kent en de risico's die ge­paard gaan met het over­schrijden van de norm in het advies verdisconteert.

Het voorbeeld van de bodemverontrei­niging is willekeurig. Voor vrijwel iedere andere functie op het gebied van milieubeleid en -beheer kunnen voorbeelden worden aangedra­gen waarbij men met normen te maken krijgt. In termen van beroepsper­spectieven is de module Milieukwaliteit en normstelling onder andere voor de volgende functies relevant:


  • (Beleids)medewerker bij een overheidsorgaan, belangenor­ganisa­tie of (maat­schappelijk) adviesor­gaan dat is betrokken bij de totstandkoming, vaststel­ling of handhaving van normen;

  • Milieudeskundige in dienst van een bedrijf, belast met vergun­ningaanvra­gen en het controle­ren van emissie­normen en andere vergunning­voorwaar­den;

  • Medewerker bij een organisatie belast met het beheer van oppervlaktewa­teren of natuur­ge­bieden;

  • Medewerker bij een drinkwater­bedrijf dat onder andere moet controleren of het ingeno­men (grond)water geschikt is voor de bereiding van drinkwa­ter en of het gezuiverde water vol­doet aan de normen voor drink­wa­ter;

  • Wetenschappelijk medewerker van een onderzoeksinstituut (zoals het RIVM of een univer­siteit) dat onderzoek verricht naar milieukwaliteit, voorstellen doet voor normen en de kwali­teit van het milieu moet contro­le­ren en registre­ren;

  • Medewerker van een Inspectie van de Volksgezondheid belast met het toezicht op de hygiëne van het milieu (Inspectie Mi­lieuhygiëne).


De module Milieukwaliteit en norm­stelling geeft een inleiding op de me­thoden en technieken die worden toegepast bij normstelling en de be­oordeling van milieukwali­teit. Door het volgen van andere milieukundige en milieu­specialistische modulen en een hoofd- of bijvakstage bij de afdeling Milieu­kunde bestaat de mogelijkheid tot verdere specialisatie in de problema­tiek van normstel­ling en milieukwa­li­teitsbeoorde­ling.



  1. Leerdoelen en eindniveau

De leerdoelen beschrijven het eindniveau van de module en zijn geformu­leerd in termen van hoofdvaardighe­den, deelvaardigheden en noties. Het succesvol afronden van de module betekent dat de student zich de hoofdvaardigheden eigen heeft gemaakt.


Hoofdvaardigheden

  1. De student kan gege­vens af­komstig uit natuurwe­ten­schap­pe­lijk en milieuspe­cialis­tisch onder­zoek selecteren en inter­prete­ren en kan deze gege­vens, met behulp van milieu­kun­dige onder­zoeks­me­thoden en ‑tech­nieken, gebrui­ken voor het opstel­len van milieukwali­teits­nor­men.

  2. De student kan milieunormen en het proces van normstelling plaatsen binnen het milieube­heer.


Deelvaardigheden

  1. De student kan een inschatting maken van de rol van beleid- en besluitvor­mingsproces­sen bij de totstandko­ming van milieukwaliteitsnor­men.

  2. De student kan aangeven wat de implicaties van het totstand­komings­pro­ces van een milieu­kwaliteitsnorm zijn voor de gebruikswaarde van deze norm.

  3. De student kan bestaande milieukwaliteitsnormen op gebruiks­waarde schat­ten.

  4. De student kan een inschatting maken van de rol van milieu­kwaliteitsnor­men in het bron­ge­richt en effectgericht milieu­beleid.


Noodzakelijke noties

  1. De student heeft inzicht in de effecten op en de proces­sen in levende wezens als gevolg van blootstelling aan milieugevaar­lijke agen­tia.

  2. De student heeft inzicht in de ontwikkelingen op het gebied van effectge­richte norm­stel­ling in het vigerende milieu‑ en natuurbeheer.

  3. De student heeft inzicht in de wijze waarop milieuspecia­lis­tisch en natuur­we­tenschap­pe­lijk onderzoek en de daar­bij gehanteerde methoden en technie­ken kunnen bijdragen aan het stellen van milieukwali­teitsnormen.

  4. De student heeft inzicht in de wijze waarop milieukwali­teits­normen worden toegepast bij het inventariseren en monito­ren van de milieukwali­teit.

  5. De student heeft overzicht van bestaande milieukwali­teitsnor­men in het vige­ren­de milieu‑ en natuurbe­leid.



  1. Beginniveau en -vereisten

Om de module met succes te doorlo­pen is een adequaat beginniveau vereist. Dit betekent dat bij natuurwetenschappelijke basisbegrippen en -vaardigheden niet wordt stilgestaan. Studenten die niet aan het beginniveau vol­doen, zullen zich dus extra moeten inspannen. Nader gespecifi­ceerd betreft het beginniveau de volgende vaardigheden en noties:


De student(e) is op de hoogte van natuur­we­tenschappe­lijke theorieën en basis­princi­pes. Hiertoe behoort met name kennis op het gebied van molecule opbouw, (fysische) chemie, fysisch-chemische eigen­schap­pen van milieu­comparti­menten, fysiologie van mens, plant en dier, statis­tiek en ecologie. Daar­naast is de student(e) vertrouwd met zelfstan­dig werken en het werken in (multidis­ciplinair) teamverband. Verder beschikt de student(e) over redelijke monde­lin­ge en schriftelij­ke uitdruk­kingsvaar­dig­he­den en is zij/hij bekend met het gebruik van biblio­theekfaciliteiten.
Studenten uit de differentiatiefase van het cluster Biowetenschappen worden zonder meer tot de module toegelaten. De module staat even­eens open voor studen­ten die de eerste twee jaar van de opleiding Biomedische Gezondheids­weten­schappen hebben gevolgd. Andere studenten hebben vooraf toestem­ming nodig van de moduleco­ördinator. Deze toetst of aan het beginniveau wordt vol­daan. Een schriftelijk verzoek tot toelating kan worden ingediend via de onderwijs­coördi­nator van de opleiding Milieu-Natuurwetenschappen mw. drs. H.W.J. Becks, kamer HG 00.126, Bureau Onderwijs (biologie), Faculteit der Natuurwe­ten­schap­pen, Wiskunde en Informatica, RU.


  1. Onderdelen van de module

In figuur 1 zijn de verschillende onderdelen van de module door middel van genum­merde blokken weergegeven. De onderlinge samenhang van deze onderde­len is gevisualiseerd door middel van pijlen. Daarbij zijn alleen de hoofdrelaties aangege­ven.



De uitgangspunten voor normstelling bepalen in sterke mate de invulling van een milieukwali­teitsnorm. De uitgangspunten komen in het eerste onderdeel van de module aan bod. Daarbij staat de rol van milieukwali­teitsnormen en norm­stelling in het milieubeleid en -beheer centraal. Aan de hand van het huidige milieube­leid, de risicobenade­ring en de ver­schillen­de typen vigeren­de normen wordt de rol van normstel­ling in het milieube­heer geïllustreerd. De kennis en vaardigheden die tijdens het eerste onderdeel worden opgedaan, worden in de andere onderde­len van de modu­le verder uitgebouwd.

Milieukwaliteitsnor­men worden opge­steld voor bepaalde milieu­bedrei­gende of -aantas­tende agentia, zoals stoffen, straling, geluid en stank. In de module wordt van deze agentia de categorie stoffen uitgebreid behan­deld. Milieukwaliteitsnormen voor stoffen zijn in veel opzichten vergelijk­baar met normen andere agentia. Vanwege de beperkte tijd worden de andere agentia (straling, geluid, geur, externe veiligheid en genetisch gemodificeerde organismen) in deze module niet behandeld.

Bij normstelling kan een onderscheid worden gemaakt tussen de tot­stand­koming, de vaststelling en de toepas­sing van milieukwaliteitsnormen. Bij de totstandko­ming speelt wetenschappelijke kennis en informatie een belangrijke rol. In eer­ste instantie gaat het om kennis en informatie waarmee mogelijke schade­lijke effecten kunnen worden gekwantificeerd. Binnen het onder­deel norm­stelling voor stoffen komt dit aan bod bij de wetenschappelijke risicobeoor­deling van stoffen. In het kader van de weten­schappelijke risicobeoor­deling komen aan de orde: de toxicolo­gische risicobeoorde­ling, de epidemio­logische risicobeoordeling, de ecotoxi­cologische risicobeoordeling en blootstelling aan en verspreiding van stoffen in het milieu.

De wetenschappelijke risicobeoorde­ling van stoffen leidt tot een weten­schappe­lijke ideaalnorm. Naast wetenschappelijke overwegingen kunnen echter ook haalbaar­heidsoverwegingen een rol spelen bij de uiteindelijke invulling van een milieukwali­teitsnorm. Deze haalbaarheidsoverwegin­gen worden behandeld binnen het onderdeel randvoor­waarden en wegingsfactoren.

Het opstellen van een milieukwaliteitsnorm gebeurt binnen de kaders van het vigerend beleid ten aanzien van stoffen. Dit beleid wordt uiteengezet aan de hand van een overzicht van bestaande milieukwaliteitsnor­men, het prioritaire stoffenbeleid en het bestrijdingsmidde­lenbeleid.

Alle informatie die van belang is bij de totstandkoming van een milieukwaliteits­norm wordt verzameld in een zogenaamd basisdocument. Het basisdocument bevat alle wetenschappelijke-, beleids­mati­ge- en haalbaarheidsoverwe­gingen die van invloed zijn op de vaststelling van de norm. In het projectgedeelte van de module krijgen studenten de opdracht om in groepsver­band een dergelijk basisdocu­ment op te stellen. Het projectgedeelte is aan het eind van de module gepland.


Figuur 1: De onderdelen van de module. De onderlin­ge samen­hang tussen de onder­delen is gevisualiseerd door middel van pijlen. Hoofdstuk V bevat een uitgebreide toelichting op de samenhang.

Het basisdocument vormt de grondslag voor politieke besluitvorming. De politieke besluitvor­ming wordt direct beïnvloed door de randvoor­waarden en wegingsfactoren en het vigerend beleid ten aanzien van stoffen. De beïnvloeding vanuit de randvoorwaarden en we­gingsfactoren komt voort uit de haalbaarheids­overwegingen die samenhangen met maatschap­pelijke belangen en belangen­groeperingen. De beïnvloeding van de politieke besluitvor­ming vanuit het vigerend beleid hangt samen met de geringe afstand tussen beleidsma­kers en politici en met de wenselijk­heid een in de tijd consistent beleid te voeren.

Nadat een milieukwaliteitsnorm is vastgesteld kan deze op verschillende manieren worden gebruikt. Het taakstellend gebruik van normen houdt in dat milieu­kwaliteitsnor­men worden gebruikt om een taakstelling voor de bronnen van milieu­belasting uit af te leiden. Hieronder vallen onder andere de toepassing van milieu­kwaliteitsnormen in de vergunningverlening en de toepassing bij het opstellen van algemeen geldende brongerichte voorschriften. Een milieukwaliteitsnorm kan ook probleemstellend worden gebruikt. Een milieukwa­li­teits­norm is dan een maatstaf om de milieukwali­teit te beoorde­len. In de module wordt het probleemstellend gebruik van normen toegelicht aan de hand van monito­ring. Er wordt ingegaan op de doelstellin­gen en theoreti­sche achtergron­den van monito­ring. Ervaringen die worden opgedaan met het toepassen van milieukwaliteitsnormen kunnen leiden tot bijstelling van het beleid en kunnen tevens van invloed zijn op de haalbaarheidsoverwegin­gen. In figuur 1 is dit met pijlen aangegeven.

Het proces van normstelling voor stoffen beïnvloedt de uitgangspunten voor normstelling. Ervaringen met het normstellingsproces kunnen leiden tot bijstelling van de uitgangspunten. Hier vindt dus wederzijdse beïnvloeding plaats. In figuur 1 is dit weergegeven met wederkerige pijlen.


  1. Organisatie

Dit hoofdstuk behandelt de organisa­torische aspecten van de module. De werkvor­men en de studie­lastverdeling worden uiteengezet. Tevens wordt ingegaan op de beoordeling en het rooster.



Werkvormen
Tijdens de module wordt gebruik gemaakt van diverse werk­vormen zoals hoor-, gast-, res­ponsiecolleges, werk­groepopdrach­ten, zelfstu­dieop­drachten en een pro­ject. De werk­vor­men sluiten aan bij het leer­doel van een studieactiviteit. De samen­hang tussen de werkvormen is geïllustreerd in figuur 2. Uitgangspunt is dat iedereen aan alle studieactivitei­ten deelneemt.

Figuur 2: De samenhang tussen de ver­schil­lende werkvormen


De leerstof wordt veelal in eerste instantie aangeboden in een zelfstudieopdracht. Tijdens een responsiecollege wordt de opdracht nabesproken. Het doel van het responsiecollege is dat de deelnemers:

- zelf toetsen in hoeverre het leerdoel is bereikt;

- reflecteren op de wijze waarop vragen en moeilijkheden tijdens de zelfstudie zijn opgelost;

- vragen en moeilijkheden duidelijk geformuleerd aan de docent voorleggen;


Tabel 1: Studiebelasting van de module per onder­werp en werkvorm.





Werkvorm

Onderwerp

IC

(1 sbu)


HC

(4 sbu)


RC

(2 sbu)


ZS

(1 sbu)


WO

(1+1 nab)



VI

(1 sbu)


PR

(1 sbu)


to­taal

(sbu)


Inleiding module

1

-

-

-

-

-

-




Uitgangspunten voor norm­stel­ling

-

-

1

7

-

-

-




Normstelling voor stof­fen

-

3

7

27

48 (+ 8)

1

36




Studiebelasting per werkvorm

1

12

16

34

56

1

36

156

Tentamen






















3

Evaluatie






















1

Totaal






















160

IC = inleidend college HC = hoorcollege RC = responsiecollege

ZS = zelfstudie WO = werkgroepopdracht VI = video

EXC = excursie PR = project



- gezamenlijk en onder begeleiding van de docent komen tot oplossingen van leerproble­men.
Vaak volgt op een zelfstudieopdracht een werkgroepopdracht. Daarbij worden probleem­situaties voorgelegd die de studenten zelfstandig moeten oplossen. Naast het toepassen van inhoudelijke kennis doet de student(e) in de werkgroepopdrachten ervaring op met het werken in teamverband en het houden van mondelinge presentaties.

Aan het einde van de module is een project ingeroosterd dat voortbouwt op de aangeboden theorie. Tijdens het project werken de studenten in groepen aan het opstellen van een basisdocument. Hierbij ligt het accent op integratie en toepassen van kennis, schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid, het werken in teamverband en het houden van een mondelinge presentatie.

Hoorcolleges zijn opgenomen ter ondersteuning en verdieping van de zelfstudie en de werkgroepen.



Omvang van de onderdelen
In tabel 1 is de studiebelasting van de onderdelen weergege­ven. In de kolom "totaal" staat het totaal aantal studiebelastingsuren van de verschillende onderdelen. In de overige kolommen is per onderdeel vermeld hoeveel tijd beschikbaar is voor de diverse werkvormen.

Beoordeling
De beoordeling van deelnemers omvat drie elementen:

  1. Schriftelijk tentamen;

  2. Projectbeoordeling;

  3. Participatie, inzet en werkhouding.

Allereerst worden de verschillen­de onderdelen van de beoordeling beschreven. Vervolgens wordt ingegaan op het eindcijfer.


Schriftelijk tentamen

De module sluit af met een schriftelijk openboek-tentamen: het leermateriaal mag dus tijdens het tentamen worden ingezien. Tot de tentamenstof behoort alle leerstof, dus de studentenhandleiding, de reader, eventuele hand-outs, de zelfstudie- en werkgroepopdrachten, en de hoor- en responsiecolleges. Nadruk van het tentamen ligt op inzicht en vaardigheden. Getoetst wordt in welke mate de leerdoelen van de theoretische onderdelen zijn gehaald. Een deelnemer slaagt wanneer een zes of meer wordt gehaald. In het geval een tentamencijfer lager is dan een 5,5 moet een hertentamen worden gedaan.


Projectbeoordeling

Aan het projectdeel van de mo­dule is een beoordeling verbon­den. Het project wordt met een cijfer beoordeeld. Tijdens het pro­ject werkt men in werk­groe­pen. Iedere werkgroep wordt als ge­heel beoordeeld, tenzij één of enkele leden van de groep onvol­doende bijdra­gen aan de totstandkoming van het (eind)pro­duct. Te laat ingele­verde project­verslagen komen niet voor beoordeling in aanmer­king.

Criteria voor de beoordeling van het project zijn onder meer inhou­delij­ke kwaliteit, (multidiscipli­nai­re) samenwerking en schriftelijke en mondelinge uitdrukkingsvaar­digheid. Voor specifieke criteria wordt verwe­zen naar de beschrij­ving van het project in het onder­deel studieactiviteiten van deze handleiding.

Wanneer een projectverslag wordt beoordeeld als onvoldoen­de heeft de werk­groep de moge­lijkheid om op- en aanmer­kingen van de docent te verwer­ken. Het bijge­werkte verslag moet binnen zeven dagen weer ter beoordeling worden aange­boden.

Bij een eindcijfer voor het project­deel lager dan een 6,0 moet de module opnieuw worden gevolgd.
Participatie, inzet en werkhouding

Van deelnemers aan de module wordt een actieve participatie aan alle studieactiviteiten, een zelfstandige werkhouding en het nemen van eigen verantwoordelijkheid verwacht. De deelname aan studieacti­viteiten (presentie) wordt getoetst tijdens werkgroepopdrachten, gastcolleges, de excursie en het project. Afwezigheid (zonder goede redenen) bij deze studieactiviteiten of een negatieve beoordeling van participatie, inzet en werkhouding kan resulteren in uitsluiting van de eindbeoordeling. Indien daartoe aanleiding is zal de modulecoördinator de student, indien aanwezig, aanspreken op dit onderdeel. Actieve participatie wordt getoetst bij een aantal werkgroepopdrachten. De resultaten van deze opdrachten moeten bij de docent worden ingeleverd. Deze beoordeeld ze als voldoende of onvoldoende. Bij een onvoldoende volgt een aanvullende opdracht of uitsluiting voor het tentamen.


Eindcijfer

Het eindcijfer voor de module wordt bepaald aan de hand van de cijfers voor het tentamen en het projectdeel, die gewogen worden gemiddeld in een verhou­ding van respectie­velijk twee staat tot één. Deze verhouding is gebaseerd op zowel het belang van de leerdoe­len als de studielast­verhouding. De eindbeoordeling wordt afgerond op een half cijfer.



Zalen
In het rooster is aangegeven waar de hoorcolleges, gastcolleges, responsiecolle­ges en nabe­sprekingen van werkgroepopdrachten plaatsvinden. Voor werkgroepopdrachten zijn meerdere zalen beschikbaar. Een groep kan zelf bepalen in welke zaal zij tijdens de opdrach­ten gaat werken. Voor zelfstudie zijn geen zalen gereserveerd. Men kan gebruik maken van de algemene studieruimten van de faculteit (bijvoor­beeld de bibliotheek of de omloop van het collegezalen­com­plex) of men kan thuis studeren.

Evaluatie
De afdeling Milieukunde stelt de module wanneer nodig bij. Nieuwe ontwikke­lingen bin­nen het werkveld en ervaringen van deelnemers en docenten spelen daarbij een belang­rijke rol. Daarom wordt de module afgeslo­ten met een evaluatie. Bij het tentamen worden hier­toe evaluatiefor­mulieren uitgereikt. Enkele weken na afloop van de moduleperiode worden de deelnemers uitgenodigd om schriftelijk of mondeling op de (concept-)evaluatieresultaten te reageren. Daar­naast peilen de module­coördi­natoren tij­dens de module regelma­tig of er knelpun­ten zijn.
Rooster
Tabellen 2.1 tot en met 2.5 geven het modulerooster. De vermelde aanvangstijden voor de contacturen zijn exact. In het rooster zijn de volgende werkvor­men aangegeven:
IC = inleidend college HC = hoorcollege

RC = responsiecollege WO = werkgroepopdracht

ZS = zelfstudie VI = video



PR = project TEN = tentamen

EV = evaluatie

Tabel 2.1: Het rooster gedurende de eerste week van de module (28 november t/m 2 december). De in het rooster weergegeven tijden zijn de precieze aanvangstijden.

Dag

Tijdstip

Onder­werp

Werk­vorm

Zaal

ma 28 november

08.45-09.30 uur

inleidend college module

HC

CZ N9




09.45-10.30 uur

hoorcollege toxicologie

HC

TK10




10.45-11.30 uur

video toxicologie

VD

TK10




11.45-12.30 uur

zelfstudieopdracht inleiding

ZS

--




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

zelfstudieopdracht inleiding

ZS

--




14.45-15.30 uur

zelfstudieopdracht inleiding

ZS

--




15.45-16.30 uur

zelfstudieopdracht inleiding

ZS

--




16.45-17.30 uur

zelfstudieopdracht inleiding

ZS

--

di 29 november

08.45-09.30 uur

zelfstudieopdracht inleiding

ZS

--




09.45-10.30 uur

zelfstudieopdracht inleiding

ZS

--




10.45-11.30 uur

zelfstudieopdracht toxico­lo­gie

ZS

--




11.45-12.30 uur

zelfstudieopdracht toxico­lo­gie

ZS

--




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

zelfstudieopdracht toxico­lo­gie

ZS

--




14.45-15.30 uur

zelfstudieopdracht toxico­lo­gie

ZS

--




15.45-16.30 uur

verwerkingsuur

ZS

--




16.45-17.30 uur

verwerkingsuur

ZS

--

wo 30 november

08.45-09.30 uur

responsiecollege inlei­ding

RC

CZ N9




09.45-10.30 uur

responsiecollege toxico­lo­gie

RC

CZ N9




10.45-11.30 uur

werkgroepopdracht toxico­logie

WO

HG00.308, HG00.310




11.45-12.30 uur

werkgroepopdracht toxico­logie

WO

HG00.308, HG00.310




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

werkgroepopdracht toxico­logie

WO

HG00.308, HG00.310




14.45-15.30 uur

werkgroepopdracht toxico­logie

WO

?




15.45-16.30 uur

nabespreking werkgroepopdracht toxico­logie

WO

CZ N9




16.45-17.30 uur

zelfstudieopdracht epidemiolo­gie

ZS

--

do 1 december

08.45-09.30 uur

zelfstudieopdracht epidemiolo­gie

ZS

--




09.45-10.30 uur

zelfstudieopdracht epidemiolo­gie

ZS

--




10.45-11.30 uur

responsiecollege epidemio­logie

RC

CZ N9




11.45-12.30 uur

werkgroepopdracht epidemiolo­gie

WO

HG00.308, HG00.310




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

werkgroepopdracht epidemiolo­gie

WO

HG00.308, HG00.310




14.45-15.30 uur

werkgroepopdracht epidemiolo­gie

WO

HG00.308, HG00.310




15.45-16.30 uur

werkgroepopdracht epidemiolo­gie

WO

?




16.45-17.30 uur

nabespreking werkgroep­opdracht epidemiolo­gie

WO

CZ N9

vr 2 december

08.45-09.30 uur

inleiding blootstellingsmodellering

WO

CZ N9




09.45-10.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

CZ N9, HG00.304




10.45-11.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

CZ N9, HG00.304




11.45-12.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

HG00.304, HG00.149




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

HG00.149




14.45-15.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

HG00.149




15.45-16.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

HG00.149




16.45-17.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

HG00.149

Tabel 2.2: Het rooster gedurende de tweede week van de module (5 t/m 9 december). De in het rooster weergegeven tijden zijn de precieze aanvangstijden.

Dag

Tijdstip

Onder­werp

Werk­vorm

Zaal

ma 5 december

08.45-09.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

HG00.153




09.45-10.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

HG00.153




10.45-11.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

HG00.153




11.45-12.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

HG00.153




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

HG00.153




14.45-15.30 uur

blootstellingsmodellering

WO

HG00.153




15.45-16.30 uur

nabespreking blootstellingsmodellering

WO

CZ N9




16.45-17.30 uur

hoorcollege ecotoxicologie

HC

CZ N9

di 6 december

08.45-09.30 uur

zelfstudieopdracht ecotoxicologie

ZS

--




09.45-10.30 uur

zelfstudieopdracht ecotoxicologie

ZS

--




10.45-11.30 uur

zelfstudieopdracht ecotoxicologie

ZS

--




11.45-12.30 uur

zelfstudieopdracht ecotoxicologie

ZS

--




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

responsiecollege ecotoxicologie

RC

CZ N9




14.45-15.30 uur

werkgroepopdracht ecotoxicologie I

WO

TK12




15.45-16.30 uur

werkgroepopdracht ecotoxicologie I

WO

TK12




16.45-17.30 uur

werkgroepopdracht ecotoxicologie I

WO

TK12

wo 7 december

08.45-09.30 uur

werkgroepopdracht ecotoxicologie I

WO

HG01.329




09.45-10.30 uur

nabespreking ecotoxicologie I

WO

CZ N9




10.45-11.30 uur

werkgroepopdracht ecotoxicologie II

WO

HG01.329




11.45-12.30 uur

werkgroepopdracht ecotoxicologie II

WO

HG01.329




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

werkgroepopdracht ecotoxicologie II

WO

HG00.149




14.45-15.30 uur

werkgroepopdracht ecotoxicologie II

WO

HG00.149




15.45-16.30 uur

nabespreking ecotoxicologie II

WO

CZ N9




16.45-17.30 uur

zelfstudieopdracht gedrag & verspreiding

ZS

--

do 8 december

08.45-09.30 uur

zelfstudieopdracht gedrag & verspreiding

ZS

--




09.45-10.30 uur

zelfstudieopdracht gedrag & verspreiding

ZS

--




10.45-11.30 uur

responsiecollege gedrag & verspreiding

RC

CZ N9




11.45-12.30 uur

hoorcollege multimedia fate modellering

HC

CZ N9




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

zelfstudieopdracht multimedia fate modellering

ZS

--




14.45-15.30 uur

zelfstudieopdracht multimedia fate modellering

ZS

--




15.45-16.30 uur

zelfstudieopdracht multimedia fate modellering

ZS

--




16.45-17.30 uur

zelfstudieopdracht multimedia fate modellering

ZS

--

vr 9 december

08.45-09.30 uur

responsiecollege multimedia fate modellering

RC

CZ N9




09.45-10.30 uur

werkgroepopdracht multimedia fate modellering

WO

A0056




10.45-11.30 uur

werkgroepopdracht multimedia fate modellering

WO

A0056




11.45-12.30 uur

werkgroepopdracht multimedia fate modellering

WO

A0056




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

werkgroepopdracht multimedia fate modellering

WO

A0056




14.45-15.30 uur

werkgroepopdracht multimedia fate modellering

WO

A0056




15.45-16.30 uur

werkgroepopdracht multimedia fate modellering

WO

A0056




16.45-17.30 uur

werkgroepopdracht multimedia fate modellering

WO

A0056

Tabel 2.3: Het rooster gedurende de derde week van de module (12 t/m 16 december). De in het rooster weergegeven tijden zijn de precieze aanvangstijden.

Dag

Tijdstip

Onder­werp

Werk­vorm

Zaal

ma 12 december

08.45-09.30 uur

werkgroepopdracht r&w

WO

HG00.308, HG00.310




09.45-10.30 uur

werkgroepopdracht r&w

WO

HG00.308, HG00.310




10.45-11.30 uur

werkgroepopdracht r&w

WO

HG00.308, HG00.310




11.45-12.30 uur

werkgroepopdracht r&w

WO

HG00.308, HG00.310




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

nabespreking werkgroepopdracht r&w

WO

CZ N9




14.45-15.30 uur

zelfstudieopdracht beleid en normen

ZS

--




15.45-16.30 uur

zelfstudieopdracht beleid en normen

ZS

--




16.45-17.30 uur

zelfstudieopdracht beleid en normen

ZS

--

di 13 december

08.45-09.30 uur

zelfstudieopdracht beleid en normen

ZS

--




09.45-10.30 uur

zelfstudieopdracht toepassing normen

ZS

--




10.45-11.30 uur

zelfstudieopdracht toepassing normen

ZS

--




11.45-12.30 uur

zelfstudieopdracht toepassing normen

ZS

--




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

zelfstudieopdracht toepassing normen

ZS

--




14.45-15.30 uur

zelfstudieopdracht toepassing normen

ZS

--




15.45-16.30 uur

responsiecollege beleid en normen

RC

CZ N9




16.45-17.30 uur

responsiecollege toepassing normen

RC

CZ N9

wo 14 december

08.45-09.30 uur

werkgroepopdracht besluitvorming

WO

HG00.308, HG00.310




09.45-10.30 uur

werkgroepopdracht besluitvorming

WO

HG00.308, HG00.310




10.45-11.30 uur

werkgroepopdracht besluitvorming

WO

HG00.308, HG00.310




11.45-12.30 uur

werkgroepopdracht besluitvorming

WO

HG00.308, HG00.310




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

werkgroepopdracht besluitvorming

WO

HG00.308, HG00.310




14.45-15.30 uur

werkgroepopdracht besluitvorming

WO

HG00.308, HG00.310




15.45-16.30 uur

rollenspel besluitvorming

WO

HG00.308, HG00.310




16.45-17.30 uur

nabespreking besluitvorming

WO

HG00.308, HG00.310

do 15 december

08.45-09.30 uur

inleidende projectopdracht

PR

HG00.308, HG00.310




09.45-10.30 uur

inleidende projectopdracht

PR

HG00.308, HG00.310




10.45-11.30 uur

inleidende projectopdracht

PR

HG00.308, HG00.310




11.45-12.30 uur

nabespreking inleidende projectopdracht

PR

CZ N9




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

project basisdocument

PR

TK12




14.45-15.30 uur

project basisdocument

PR

TK12




15.45-16.30 uur

project basisdocument

PR

TK12




16.45-17.30 uur

project basisdocument

PR

TK12

vr 16 december

08.45-09.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




09.45-10.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




10.45-11.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




11.45-12.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




14.45-15.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




15.45-16.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




16.45-17.30 uur

project basisdocument

PR

A0056

Tabel 2.4: Het rooster gedurende de vierde week van de module (19 september t/m 23 december). De in het rooster weergege­ven tijden zijn de precieze aanvangstijden.

Dag

Tijdstip

Onder­werp

Werk­vorm

Zaal

ma 19 december

08.45-09.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




09.45-10.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




10.45-11.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




11.45-12.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




14.45-15.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




15.45-16.30 uur

project basisdocument

PR

A0056




16.45-17.30 uur

project basisdocument

PR

A0056

di 20 december

08.45-09.30 uur

project basisdocument

PR

HG01.329




09.45-10.30 uur

project basisdocument

PR

HG01.329




10.45-11.30 uur

project basisdocument

PR

HG01.329




11.45-12.30 uur

project basisdocument

PR

HG01.329




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

project basisdocument

PR

HG01.329




14.45-15.30 uur

project basisdocument

PR

HG01.329




15.45-16.30 uur

project basisdocument

PR

HG01.329




16.45-17.30 uur

project basisdocument

PR

HG01.329

wo 21 december

08.45-09.30 uur

project basisdocument

PR

HG01.329




09.45-10.30 uur

project basisdocument

PR

HG01.329




10.45-11.30 uur

project presentaties

PR

CZ N9




11.45-12.30 uur

project presentaties

PR

CZ N9




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

HG01.329




14.45-15.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

HG01.329




15.45-16.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

HG01.329




16.45-17.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

HG01.329

do 22 december

08.45-09.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

--




09.45-10.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

--




10.45-11.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

--




11.45-12.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

--




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




13.45-14.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

--




14.45-15.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

--




15.45-16.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

--




16.45-17.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

--

vr 23 december

08.45-09.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

--




09.45-10.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

--




10.45-11.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

--




11.45-12.30 uur

bestuderen leerstof

ZS

--




12.30-13.45 uur

pauze

--

--




14.00-15.00 uur

tentamen

TE

CZ N5




15.00-16.00 uur

tentamen

TE

CZ N5




16.00-17.00 uur

tentamen

TE

CZ N5




17.00-17.30 uur

evaluatie

EV

--


  1   2   3   4   5

  • Reeks milieukundige modulen
  • INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE III VOORWOORD V I. Oriëntatie op de module 1
  • II. Relevantie voor het werkveld 2 III. Leerdoelen en eindniveau 3 IV. Beginniveau en -vereisten 4 V. Onderdelen van de module 4
  • 2. Uitgangspunten voor normstelling 15
  • Oriëntatie op de module Leeswijzer
  • Studiebelasting, periode en tentamen Studiebelasting
  • Periode De module wordt gegeven in de periode 28 november tot en met 23 december 2005. Tentamen
  • Relevantie voor het werkveld
  • Leerdoelen en eindniveau
  • Beginniveau en -vereisten
  • Onderdelen van de module
  • Werkvorm Onderwerp
  • Omvang van de onderdelen
  • Participatie, inzet en werkhouding

  • Dovnload 0.97 Mb.