Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Minimumkapitalen vennootschappen: een overzicht na de Wet van 14 juni 2004

Dovnload 21.09 Kb.

Minimumkapitalen vennootschappen: een overzicht na de Wet van 14 juni 2004



Datum31.07.2017
Grootte21.09 Kb.

Dovnload 21.09 Kb.

Minimumkapitalen vennootschappen: een overzicht na de Wet van 14 juni 2004



De Wet van 14 juni 2004 (B.S., 2 augustus 2004) sleutelt opnieuw aan de minimumkapitalen voor vennootschappen: ze verdubbelt namelijk het minimum te volstorten kapitaal voor éénpersoons-BVBA’s. Bestaande éénpersoons-BVBA’s hebben nog even tijd - tot 2 augustus 2005 om precies te zijn - om hun volstort kapitaal op te trekken van 6.200 EUR naar 12.400 EUR; een nieuwe éénpersoonsBVBA moet uiteraard vanaf haar oprichting voldoen aan deze vereiste. Dit nieuwe minimum is voor ons een aanleiding om de kapitaalsvereisten voor vennootschappen nog eens op een rijtje te zetten.

Geplaatst kapitaal

Een eerste minimum is het ‘geplaatst kapitaal’. Dit is het kapitaal waarvoor op een geldige wijze is ingeschreven door de aandeelhouders bij de oprichting van de vennootschap of ter gelegenheid van een kapitaalverhoging. Het is de investering in de vennootschap waartoe de aandeelhouders zich hebben geëngageerd. De aandeelhouders hebben zich met andere woorden onvoorwaardelijk verbonden om dit kapitaal te vormen. Dit betekent echter niet noodzakelijk dat dit geplaatst kapitaal onmiddellijk moet opgevraagd en volgestort worden.



Volgestort kapitaal

Het ‘volgestort kapitaal’ is het gedeelte van het geplaatst kapitaal dat werkelijk werd gestort. Om het engagement van de aandeelhouders kracht bij te zetten, bevat het Wetboek van Vennootschappen ook minimumvereisten voor de volstorting van het geplaatst kapitaal. Zonder deze minima wordt de bestaansreden van de minima voor het geplaatst kapitaal tenminste gedeeltelijk ondermijnd.


Voor alle vennootschapsvormen gelden de vereisten met betrekking tot de volstorting zowel bij de oprichting van de vennootschap als bij een kapitaalverhoging. In dit laatste geval dient de eventueel gecreëerde uitgiftepremie – agio – bovendien onmiddelijk volgestort te zijn.
Hoe en wanneer het niet-volgestort gedeelte van het geplaatst kapitaal kan opgevraagd worden? Twee hypotheses kunnen zich voordoen:
1. De statuten van de vennootschap bepalen het tijdstip van de volstorting

In dit geval moeten de aandeelhouders en het bestuursorgaan zich schikken naar de bepalingen in de statuten. Het is dan de taak en verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan om de statutaire beschikkingen te doen naleven.


2. De statuten reppen met geen woord over de volstorting

In dit geval hoort de opvraging van het niet-volgestort deel tot de bevoegdheid van het bestuursorgaan. In functie van de behoeften van de vennootschap kan het bestuursorgaan bijgevolg de aandeelhouders vragen het kapitaal van de vennootschap vol te storten.



Overzicht minimumkapitalen





Vennoot-schapsvorm

Artikel W. Venn.

Miminum geplaatst kapitaal


Mimimum volgestort kapitaal

Minimum

Minimum per aandeel bij inbreng in geld

Minimum per aandeel bij inbreng in natura

BVBA

Art. 214 en 223

18.550 EUR

6.200 EUR

1/5

Volledige volstorting

EBVBA

Art. 214 en 223

18.550 EUR

12.400 EUR

1/5

Volledige volstorting

CVBA

Art. 390 en 397

18.550 EUR

6.200 EUR

¼

¼ en volledige volstorting binnen 5 jaar

NV

Art. 439 en 448

61.500 EUR

61.500 EUR

¼

¼ en volledige volstorting binnen 5 jaar

Comm. VA

Art. 657

61.500 EUR

61.500 EUR

¼

¼ en volledige volstorting binnen 5 jaar



Aansprakelijkheid van de bestuurders of zaakvoerders

Indien een aandeelhouder in gebreke blijft om het niet-volgestorte deel te volstorten, dan is het de taak van het bestuursorgaan om de nodige maatregelen te treffen voor de verdere volstorting van de betreffende aandelen. Zo kan het bestuursorgaan bijvoorbeeld in rechte de inbeslagname van het aandeel eisen om dit te laten verkopen en de schuld aan te zuiveren van de in gebreke gebleven aandeelhouder.


In toepassing van artikel 199 van het Wetboek van Vennootschappen kunnen de schuldeisers door de rechter de geldstortingen doen bevelen die door de statuten zijn bedongen en die noodzakelijk zijn tot de bewaring van hun rechten. De vennootschap kan de rechtsvordering afweren door de schuldvordering te voldoen naar haar waarde, verminderd met het disconto. Indien het vonnis evenwel is uitgesproken, zijn de bestuurders of zaakvoerders persoonlijk verplicht het vonnis uit te voeren.
De oprichters en – in geval van kapitaalverhoging - de bestuurders of zaakvoerders zijn hoofdelijk gehouden tot:


  • het verschil tussen het minimumkapitaal en het werkelijk geplaatst kapitaal; zij worden daarvoor van rechtswege als inschrijvers beschouwd;

  • de werkelijke storting van het minimumkapitaal en de werkelijke storting van ¼ voor de CVBA, NV en Comm.VA of 1/5 voor de (E)BVBA op ieder aandeel;

  • de volstorting binnen de 5 jaar van de aandelen van de vennootschap die geheel of ten dele overeenstemmen met een inbreng in natura; dit geldt niet voor de (E)BVBA waar de inbreng in natura onmiddellijk en volledig moet worden volgestort.

Indien een BVBA éénhoofdig wordt en het volgestorte kapitaal ontoereikend is, moet binnen een periode van één jaar:



  • ofwel kapitaal bijgestort worden tot 12.400 EUR;

  • ofwel een nieuwe vennoot in de vennootschap opgenomen worden;

  • ofwel de vennootschap ontbonden worden.

Gebeurt dit niet, dan staat de enige vennoot hoofdelijk borg voor alle verbintenissen van de vennootschap.
Steven Harlem, 30 augustus 2004




  • Geplaatst kapitaal
  • Volgestort kapitaal
  • Overzicht minimumkapitalen
  • Aansprakelijkheid van de bestuurders of zaakvoerders

  • Dovnload 21.09 Kb.