Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


M&O samenvatting hoofdstuk 9, 10, 11, 12 Hoofdstuk 9 Organisatie

Dovnload 33.55 Kb.

M&O samenvatting hoofdstuk 9, 10, 11, 12 Hoofdstuk 9 Organisatie



Datum20.04.2017
Grootte33.55 Kb.

Dovnload 33.55 Kb.

M&O samenvatting hoofdstuk 9, 10, 11, 12
Hoofdstuk 9
Organisatie: een samenwerkingsverband van mensen die bepaalde doelen willen bereiken.

  • commerciële organisaties streven naar winst

  • niet-commerciële organisaties streven niet naar winst

De rechtsvorm is de juridische vorm van een organisatie.

Rechtspersonen hebben net als natuurlijke personen rechten en verplichtingen.

Rechtspersonen zijn:



Naamloos vennootschap (nv): rechtspersoon met een in aandelen verdeeld eigen vermogen, waarin elk van de vennoten (aandeelhouders) voor één of meer aandelen deelneemt. De aandeelhouders zijn niet aansprakelijk voor schulden, maar de nv. Een nv kan een notering op de effectenbeurs aanvragen.
Besloten vennootschap: rechtspersoon met een in aandelen verdeeld eigen vermogen, waarin elk van de vennoten (aandeelhouders) voor één of meer aandelen deelneemt, maar beperkt aansprakelijk is. De aandeelhouders zijn niet aansprakelijk voor schulden, maar de bv.
Vereniging: rechtspersoon met leden (die het bestuur kiezen), die een bepaalt De geldbronnen van de vereniging zijn contributie van de leden, subsidies, sponsoring en giften. Er zijn twee soorten verenigingen: formeel en informeel. Formeel is als er van de oprichting een notariële akte is opgemaakt. Bij een informele vereniging gebeurt de oprichting mondeling of met een onderhandse akte. Bij een vereniging heeft de algemene ledenvergadering de hoogste macht. Op de jaarvergadering bespreekt het bestuur d.m.v. het jaarverslag de gang van zaken in de vereniging. De penningmeester beheert het geld en de voorzitter beheert alles.
Stichting: rechtspersoon zonder leden. Coöptatie (bestuur kiest bestuur). Ze hebben een bepaald doel (non-profit). Krijg giften en subsidies.
Eenmanszaak: ondernemingsvorm zonder rechtspersoonlijkheid met één eigenaar. De eigenaar is met zijn gehele vermogen (privé en zakelijk) aansprakelijk voor de schulden van de onderneming. De eigenaar van de eenmanszaak betaalt over de winst inkomstenbelasting.
Vennootschap onder firma (VOF): ondernemingsvorm zonder rechtspersoonlijkheid waarbij twee of meer vennoten een bedrijf uitoefenen onder gemeenschappelijke naam. De eigenaren betalen over de winst inkomstenbelasting. De vof gaat via een wetswijziging over in de openbare vennootschap, met of zonder rechtspersoonlijkheid.
In een nv en een bv is Algemene vergadering van Aandeelhouders het hoogste orgaan in het bedrijf. De raad van commissarissen houdt toezicht op de directie en adviseert de directie.
Alle organisaties, met uitzondering van de informele vereniging, moeten worden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. O.a. wordt genoteerd:

- de naam van de organisatie en de plaats van vestiging

- het doel van de organisatie

- de namen en de bevoegdheden van de eigenaren of bestuurders.


Een aandeel is een deel van het eigen vermogen in een bv of een nv. De aandelen van een bv staan altijd op naam. De aandeelhouders worden in een aandeelregister genoteerd. Aandelen van een nv kunnen op naam gesteld zij of aan toonder luiden. Een aandeel aan toonder betekent dat de naam van de aandeelhouder niet bij de vennootschap bekend is.
Een nv of bv publiceert elk jaar een jaarrekening: de balans, de winst-en-verliesrekening en de toelichtingen hierop. Over de winst van de nv of bv wordt vennootschapsbelasting (25%) geheven.
Verschillen tussen een nv en een bv zijn:

  • De aandelen van een bv staan altijd op naam en de aandelen van een nv zijn meestal aan toonder

  • De aandelen van een bv zijn beperkt verhandelbaar en de aandelen van een nv zijn vrij verhandelbaar

  • Het minimum aandelenvermogen is bij een nv € 18000 en bij een nv €45000.

Vormen van financiering voor niet-commerciële organisaties zijn:



Budgetfinanciering: vooral bij overheidsinstellingen. Een instelling mag dan plannen uitvoeren binnen het door de overheid beschikbaar gestelde budget.

Lumpsumfinanciering: vooral in het onderwijs. Het bedrag dat de school krijgt van de overheid is afhankelijk van het aantal leerlingen en kan redelijk vrij worden besteed.

Subsidie: Voor organisaties die goed werk (milieuvriendelijk) verrichten volgens overheid.
Aantekeningen:

Surseance van betaling: uitstel van betaling. Gedurende een bepaalde tijd hoeven de schuldeisers niet betaald te worden. De persoon of het bedrijf kan dan orde herstellen in zijn zaken. Met de schuldeisers wordt onderhandelt hoe de schuld wordt afbetaald.

Crediteurenakkoord: vragen of je minder schuld mag hebben.

Notaris: notariële akte -> statuten: grondregels van organisaties.


Hoofdstuk 10
De vermogensmarkt is het geheel van vraag naar en aanbod van vermogen. Het bestaat uit:

  • De geldmarkt: voor kortstondig tijdelijk vermogen. Voorbeelden: rekening-courantkrediet (rood staan), leverancierskrediet en afnemerskrediet. (< 1 jaar)

  • De kapitaalmarkt: voor aandelenvermogen en langdurig tijdelijk vermogen. Het bestaat uit de openbare kapitaalmarkt die voor iedereen toegankelijk is (zoals een aandelenemissie en de en de uitgifte van obligaties) en de onderhandse kapitaalmarkt waar slechts één geldgever voor het benodigde vermogen zorgt (zoals bij een onderhandse lening en bij een hypothecaire lening). (≥ 1 jaar)



Financieringskosten zijn alle kosten die verbonden zijn aan het lenen van geld zoals interest (rente) en afsluitprovisie.

Vragers van vermogen zijn:



  • Consumenten (hypothecaire leningen)

  • Overheid (obligatieleningen om financieringstekort te dekken)

  • Ondernemingen (aandelen om het e.v. te vergroten, als de onderneming leent neemt het vreemd vermogen toe.)

Aanbieders van vermogen zijn:



  • Institutionele beleggers zoals pensioenfondsen en levensverzekeringsmaatschappijen. Ze beleggen grote bedragen om uitkeringen te kunnen geven. Ze verstrekken vaak onderhandse leningen. Dit zijn langlopende leningen waarbij het geld door één geldgever verstrekt wordt.

  • Spaarders (consumenten) beleggen ondernemend als ze het risico accepteren van een wisselend inkomen. Een spaarder die belegt in aandelen krijgt als beloning dividend waarvan de hoogte afhankelijk is van de gemaakte winst van en nv. Bij het verkoop van aandelen kan de belegger koersverlies lijden.

  • Bellegingsfondsen beheren het vermogen van particulieren. Beleggingsfondsen hebben deskundigen in dienst om zo goed mogelijk te beleggen en om het risico te spreiden

  • Ondernemingen kunnen tijdelijk geld ‘over’ hebben wat ze kunnen beleggen in aandelen obligaties van andere ondernemingen/instellingen.

  • Overheid. Niet de centrale overheid, maar lagere overheden zoals gemeenten, waterschappen en sociale fondsen.

Verschillen tussen een onderhandse lening en een obligatielening zijn:



Onderhandse lening

Obligatielening

Er is één geldgever

Er zijn talrijke geldgevers (iedereen kan inschrijven op een obligatielening)

Rechtstreeks contact tussen geldgever en geldnemer: over de leningsvoorwaarden kan worden onderhandelt.

De obligaties worden geplaats via de effectenbeurs. De voorwaarden worden vooraf bekendgemaakt.

Betaling van rente en aflossing is eenvoudig: er is namelijk maar één geldgever.

Bij betalen van rente en aflossing wordt de bank ingeschakeld.

De geldgever kan zijn geld niet eerder terugkrijgen dan aan het eind van de looptijd.

Een obligatiehouder kan zijn uitgeleende gels terugkrijgen door zijn obligatie via de effectenbeurs te verkopen.

Op de effectenbeurs worden aan- en verkooporders van effecten (zoals aandelen, obligaties, participatiebewijzen van beleggingsfondsen) uitgevoerd.

Bij een limietorder geldt een maximale koopprijs of een minimale verkoopprijs. Bij een bestensorder (marketorder) is er geen limiet (de order wordt tegen de eerstvolgende prijs uitgevoerd). Je laat de markt de prijs bepalen. Een stop-loss order is als de prijs onder een bepaald niveau zakt, alles wordt verkocht.
Redenen voor een beursgang zijn:


  • Verkrijgen van een groter eigen vermogen

  • Verkrijgen van een grotere naamsbekendheid/status

  • Verkrijgen van een grotere verhandelbaarheid van de aandelen van de nv

  • Om te ‘cashen’

Koerswijzigingen van aandelen treden op door:

  • Toekomstverwachtingen

  • Mogelijke fusie/overname

  • Nationale en internationale (economische) ontwikkelingen

  • Verandering van de rentestand

Bekende indices (indexen) zijn: Euronext 100, next 150, AEX-index.
Aantekeningen:
Emissie: de verkoop van aandelen

Participatie: aandeel kopen van een beleggingsbedrijf.
Obligatie lening: je geeft geld, elk jaar krijg je rente en aan het eind van de looptijd krijg je je rente + inleg terug.
AEX  25 grootste bedrijven

AMX  25 middelgrote bedrijven

Small cap  de kleinste bedrijven
Schermenbeurs: beurs geregeld met computers
Amerikaanse beurs: Dow Jones (met schreeuwen en papiertjes)

Chinese beurs: Hang Seng


Provisie = transactiekosten

  • Absoluut bedrag: bijv. € 9,-

  • Relatief bedrag: bijv. 0,1 %

Prospectus: folder

Mantel: voorblad met informatie


Hoofdstuk 11

Eigen vermogen bestaat uit:

  • Geplaatst aandelen kapitaal/vermogen (GAK)

  • Reserves

  • Onverdeelde winst na belasting

Aandelen: zijn bewijzen van deelname in het aandelenvermogen van een nv of bv. Bij het aandelenvermogen onderscheiden wede volgende begrippen:

Maatschappelijk aandelenvermogen (MAK) € ____

Aandelen in portefeuille (AIP) € ____ -

Geplaatst aandelenvermogen (GAK) € ____

Aandelen nog te storten € ____ +

Gestort aandelen kapitaal € _____


Sommige ondernemingen geven preferente aandelen uit. Dat zijn aandelen waarbij de houders van preferente aandelen op de een of andere wijze voorrechten genieten boven de houders van de gewone aandelen. De preferentie kan betrekking hebben op:

  • De winstuitkering

  • De uitkering bij liquidatie

  • De zeggenschap (prioriteitsaandelen)

Emissie

  • A pari: tegen de nominale waarde

  • Boven pari: de koerswaarde is hoger dan de nominale waarde (er ontstaat agioreserve)

  • Beneden pari: de koerswaarde is lager dan de nominale waarde (als er geld nodig is)

Een reserve is dat deel van het eigen vermogen dat niet uit geplaatst aandelenvermogen en winstsaldo bestaat.

Redenen voor reservevorming:



  • Vergroten van het weerstandsvermogen van de onderneming

  • Vervangen van vreemd vermogen

  • Er hoeft bij uitbreiding geen beroep worden gedaan op de vermogensmarkt (bijv.: lenen)

  • Dividendstabilisatie (als de onderneming ernaar streeft elk jaar hetzelfde percentage dividend uit te keren.)

Soorten reserves:

  • Winstreserves:

  1. Algemene reserve (bijv. om verliezen te dekken)

  2. Wettelijke reserve

  3. Statutaire reserve (moet een bepaalde omvang bereikt hebben voor er dividend mag worden uitgekeerd)

  4. Bestemmingsreserve (bijv. voor nieuwbouw)

  • Herwaarderingsreserve die ontstaat bij de opwaardering van duurzame productiemiddelen en vlottende activa

  • Agioreserve deze ontstaat bij een verschil tussen de nominale waarde van de geplaatste aandelen en de emissiekoers.

De intrinsieke waarde van een aandeel is:
Geplaatst aandelenvermogen + alle reserves + (onverdeeld) winstsaldo

Aantal geplaatste aandelen

De beurskoers wordt beïnvloed door:



  • Vraag en aanbod

  • Intrinsieke waarde per aandeel

  • Winst- en toekomstverwachtingen

  • Speculatie

  • Geruchten

De winst van een nv of bv komt toe aan de aandeelhouders. De uitkering die zij ontvangen wordt dividend genoemd. We onderscheiden stockdividend (in aandelen) en cashdividend (in geld).

Het dividendpercentage heeft altijd betrekking op de nominale waarde van de aandelen en is inclusief 15% dividendbelasting die de nv of bv wettelijk verplicht is in te houden (en af te dragen).

De dividendbelasting wordt berekend over het totale dividend, en ingehouden op het cashdividend.
Aantekeningen:

Werknemer dividend = tantièmes

Koersen van de aandelen:


  • Nominaal

  • Emissie (als je ze voor het eerst verkoopt)

  • Beurs

Emissiekoers is meestal kleiner dan de beurskoers.

Intrinsieke waarde is eigen vermogen.

Intrinsieke waarde aandeel = eigen vermogen ÷ aantal geplaatste aandelen

Intrinsieke waarde moet kleiner zijn dan de beurswaarde.


Hoofdstuk 12

Een onderhandse lening is een lening op lange termijn die verstrekt wordt door één geldgever aan één geldnemer. Voordelen zijn:



Een obligatielening is een geldlening op lange termijn die in kleine gedeelten is opgesplitst. Een obligatie is een bewijs van deelneming in een geldlening. De nominale waarde van een obligatie is de waarde die op de obligatie vermeld staat. De koerswaarde is het bedrag dat voor de obligatie betaald moet worden. De emissiekoers is de prijs die voor een obligatie betaald moet worden bij uitgifte van de obligatie. Obligatie kunnen worden geplaatst:

  • A pari: tegen nominale waarde

  • Boven pari: de rente van de obligatie is hoger dan de marktrente (er ontstaat agio)

  • Beneden pari: de marktrente is hoger dan die van de obligatie. (er ontstaat disagio)

Een obligatielening moet worden afgelost. Dit kan op de volgende manieren:

  • Aflossing ineens

  • Elk jaar een gedeelte (door middel van uitloting)

  • Inkopen door de onderneming/instelling van eigen obligaties

Obligaties kunnen vervroegd worden afgelost:

  • Als de onderneming over overtollige geldmiddelen beschikt

  • Als de interestvoet is gedaald.

Een hypothecaire lening is een geldlening op onderpand van onroerende zaken (grond en gebouwen). Bij de hypothecaire leningen onderscheiden we:

  • De lineaire lening. Bij de lineaire lening wordt elk jaar een deel van de schuld afgelost. Daardoor neemt het bedrag dat elk jaar aan interest betaald moet worden betaald, af. Het bedrag dat aan interest moet worden betaald, mag van het inkomen worden afgetrokken, zodat het belastbare bedrag kleiner wordt. Voordelen van de lineaire lening zijn:

  • De interestkosten dalen snel

  • De schuld wordt steeds kleiner

  • De spaarhypotheek. Bij een spaarhypotheek wordt op het geleende bedrag niet afgelost. De schuld blijft dus gedurende de looptijd van de lening even groot. Elk jaar moet over het totaal geleende bedrag interest worden betaald, waardoor de belastingaftrek maximaal is. Ook wordt elk jaar premie betaald. Deze premie, vermeerderd met daarover te ontvangen interestvergoeding, moet zo groot zijn, dat daarmee de hypothecaire lening aan het einde van de looptijd kan worden afgelost. Voordelen van een spaarhypotheek zijn:

Nadelen zijn:

  • Elk jaar betaal je de maximale interest

  • Er is vaak een klein verschil tussen de interestvergoeding en het bedrag dat je aan interest moet betalen.



  • De annuïteitenhypotheek. Bij een annuïteitenhypotheek wordt gedurende de looptijd van de lening jaar in jaar uit hetzelfde bedrag betaald. Doordat er wel wordt afgelost, wordt het interestbedrag van jaar tot jaar kleiner. Aan het begin betaal je veel rente, en er is weinig aflossing. Aan het einde betaal je weinig rente, en los je veel af.


Aantekeningen:

Coupon is een rentebewijs van een obligatie.



Talon: bij inlevering kan je een tweede blad met coupons krijgen

De bank leent je maximaal 4x je inkomen.


Dovnload 33.55 Kb.