Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Mocro Movies Marokkaanse stereotypes in de hedendaagse Nederlandse film Judith van Hilten Studentnummer: 3720144 Blok 1, studiejaar 3 Datum: 05-11-2012 Begeleidster: Clara Pafort-Overduin Thema

Dovnload 98.31 Kb.

Mocro Movies Marokkaanse stereotypes in de hedendaagse Nederlandse film Judith van Hilten Studentnummer: 3720144 Blok 1, studiejaar 3 Datum: 05-11-2012 Begeleidster: Clara Pafort-Overduin Thema



Datum25.04.2017
Grootte98.31 Kb.

Dovnload 98.31 Kb.








Mocro Movies

Marokkaanse stereotypes in de hedendaagse Nederlandse film

Judith van Hilten

Studentnummer: 3720144

Blok 1, studiejaar 3

Datum: 05-11-2012

Begeleidster: Clara Pafort-Overduin

Thema: Nederlandse Film- en Bioscoopgeschiedenis



http://2.bp.blogspot.com/-guqfsvr4tve/tu0v7ksvkri/aaaaaaaaanq/won8rd7j768/s640/het+schnitzelparadijs.jpghttp://www.filmviewer.nl/reviews/films/cover/shoufshoufhabibi.jpg

http://howaboutabook.nl/wp-content/uploads/2011/06/rabat-de-film.jpghttp://fast2.mediamatic.nl/f/cqmn/image/828/55231-451-640.jpg

Inhoudsopgave
Inleiding 3
1. Wat zijn stereotypes? 4
2. Marokkanen en de Nederlandse samenleving 8
3. In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over

Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in shouf shouf habibi? 10
4. In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over

Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in het schnitzelparadijs? 14
5. In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over

Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in dunya en desie in marokko? 16
6. In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over

Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in rabat? 18
Conclusie 20
Literatuurlijst/Films 22

Inleiding
De film shouf shouf habibi! van Albert ter Heerdt luidde in 2004 het begin in van een nieuw Nederlands filmgenre: de mocro movie. Aangezien Marokkanen één van de grootste allochtone minderheidsgroepen uitmaken binnen de Nederlandse samenleving was het slechts een kwestie van tijd tot deze bevolkingsgroep een grote(re) rol zou gaan spelen in Nederlandse filmindustrie.

In deze eindscriptie zal ik in vier verschillende mocro movies de heersende stereotiepe beelden over Marokkanen gaan analyseren aan de hand van een kwalitatieve tekstanalyse van deze films. De aanleiding hiertoe is dat mij is opgevallen dat heersende stereotypes over Marokkanen in de Nederlandse samenleving terugkeren in deze films en het van belang is om in te zien dat de media (in dit geval films) vaak ook een handje meehelpen in de reproductie van de beeldvorming over minderheden. Dit kan een negatieve invloed hebben op de houding van autochtonen jegens allochtonen, wat de integratie van deze mensen in de Nederlandse samenleving een stuk lastiger maakt. Ik sluit met dit onderzoek aan op het artikel “Identities in Migrant Cinema: The Aesthetics of European Integration” van Jalene Betts uit 2009 die zich ook richt op Marokkaanse stereotypes in mocro movies, waarbij ze zich richt op persoonlijkheidskenmerken en op plot- en karakterontwikkelingen van deze stereotypes. Deze zelfde methode zal ik onder andere hanteren voor mijn analyses.

Ik zal de volgende vier films gaan analyseren: shouf shouf habibi! uit 2004 van Albert ter Heerdt, het schnitzelparadijs uit 2005 van Martin Koolhoven, dunya en desie in marokko uit 2008 van Dana Nechushtan en rabat uit 2011 van Jim Taihuttu en Victor Ponten. Ik heb gekozen voor deze vier films, omdat ze representatief zijn voor de mocro movie in de periode 2004-2011.

Mijn hoofdvraag luidt als volgt: “In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over Marokkanen in de hedendaagse Nederlandse film (mocro movies) bevestigd of juist weerlegd?” Deelvragen die ik in verschillende hoofdstukken zal behandelen zijn: “Wat zijn stereotypes?” en voor alle vier de films “In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in deze film?” Mijn hypothese is dat de heersende stereotiepe beelden over Marokkanen in deze films eerder bevestigd dan weerlegd zullen worden, omdat de stereotypes erg duidelijk naar voren kwamen tijdens de eerste keer dat ik de films zag, en de personages die deze stereotypes proberen te weerleggen bijna onzichtbaar bleven. Ook kunnen stereotypes een komisch effect bewerkstelligen, wat ze in ieder geval bruikbaar maken voor shouf shouf habibi! en het schnitzelparadijs, aangezien dit komedies zijn.

Ik zal dus beginnen met een hoofdstuk over de vraag wat stereotypes inhouden, aangezien het van belang is om dit te weten met betrekking tot de daaropvolgende analyse van stereotypes. Ik geef hier een kort theoretisch overzicht over het ontstaan, de definitie en het gebruik van stereotypes, waarbij ik de ideeën van Walter Lippmann, Daniel Katz en Kenneth Braly, Tessa Perkins en Richard Dyer bespreek. In het volgende hoofdstuk vertel ik kort iets over de relatie tussen Marokkanen en de Nederlandse samenleving en de heersende stereotypes over deze minderheidsgroep, zodat ik deze kan herkennen in de films. Hierna zal ik beginnen aan de eigenlijke analyse van de films, waarbij ik begin met het schetsen van een analysemodel van waaruit ik zal gaan werken. Ik eindig met een conclusie waarin ik een antwoord op mijn hoofdvraag formuleer.
1. Wat zijn stereotypes?
In het licht van de analyse van de stereotiepe beelden van Marokkanen in de genoemde films, is het van belang om na te gaan wat er allemaal is geschreven over de term stereotype. Daarom luidt de eerste deelvraag als volgt: Wat zijn stereotypes? Om deze vraag te kunnen beantwoorden zal er nu een kort overzicht volgen over de definiëring en theoretisering van de term stereotype.

De term stereotype werd in de huidige psychologische betekenis van het woord voor het eerst gebruikt door de Amerikaanse intellectueel, schrijver, verslaggever en politiek commentator Walter Lippmann, in zijn werk Public Opinion uit 1922. Zijn werk over stereotypes vormt een canontekst binnen de theoretisering over stereotypering en er wordt daarom ook vaak naar hem terugverwezen in latere werken over dit onderwerp.1

Lippmann heeft het voornamelijk over hoe stereotypes ontstaan en welke factoren hierbij een rol spelen. Hij stelt dat de werkelijke wereld in zijn geheel te complex is voor mensen om direct begrepen en geconfronteerd te worden. Mensen creëren daarom een eigen, simpeler beeld van de realiteit om orde te scheppen en beter met de realiteit om te kunnen gaan.2 Dit beeld is zeer subjectief en zit vol met vooroordelen. Dit proces vormt volgens Lippmann de basis voor het ontstaan van stereotypes, oftewel subjectieve, onveranderlijke beelden in de hoofden van mensen over andere sociale groepen.

Lippmann stelt het volgende over de invloed van onze omgeving op de vorming van stereotypes in onze hoofden:


“The subtlest and most pervasive of all influences are those which create and maintain the repertory of stereotypes. We are told about the world before we see it. We imagine most things before we experience them. And those preconceptions, unless education has made us acutely aware, govern deeply the whole process of perception.”3
Wat Lippmann hiermee wil zeggen is dat ons vanaf onze geboorte een bepaald wereldbeeld wordt voorgehouden door onze directe en indirecte (bijvoorbeeld de massamedia) culturele omgeving, wat we soms bewust maar meestal onbewust overnemen. Voordat we zelf ergens een oordeel over hebben kunnen vormen, worden oordelen van anderen ons al opgedrongen. Lippmann zegt dat “we niet eerst zien en dan pas definiëren, maar dat we eerst definiëren en dan pas zien.”4

Daniel Katz en Kenneth Braly houden zich ook vast aan deze definitie van stereotypes in hun artikel “Racial Prejudice and Racial Stereotypes” uit 1935. Zij zijn het eens met Lippman dat stereotypes voortkomen uit het feit dat mensen eerst definiëren en dan pas observeren.5 Katz en Braly maakten met hun artikel de weg vrij voor het empirisch bestuderen van stereotypes.6 Ze stelden studenten van Princeton vragen over hun omgang met en houding tegenover etnische minderheden. De uiteindelijke conclusie over raciale vooroordelen, voortkomend uit deze empirische studie, was als volgt: stereotypes stellen dat etnische groepen allemaal bepaalde kenmerken bezitten, waar een waardeoordeel aan wordt verbonden, waardoor er uiteindelijk een emotionele reactie plaatsvindt jegens de naam van deze ethnische groep.7 Katz en Braly zien stereotypes als overtuigingen die door meerdere mensen in een cultuur worden gedeeld. Deze veronderstelling bleef in de jaren na het verschijnen van hun artikel centraal staan in het onderzoek naar stereotypes.8

Deze laatste stelling over stereotypes deelt Tessa Perkins met Katz en Braly. Zij noemt stereotypes, in haar artikel “Rethinking Stereotypes” uit 1979, prototypes van ‘shared cultural meanings’.9 In haar artikel benaderd ze stereotypes als ideologische fenomenen. Ze vindt dat de nadruk te veel is gelegd op het psychologische perspectief en niet op hoe stereotypes ideologisch werken.10 Ze somt tien algemene aannames over stereotypes op die ze zelf vaak als misleidend ziet. Ze uit kritiek op Lippmann die volgens haar deze tien aannames ongeveer allemaal in zijn werk bevestigd. Vier van deze aannames zijn dat stereotypes “eerder simpel dan complex zijn, eerder foutief dan juist zijn, niet uit directe ervaring voortkomen en bestand zijn tegen aanpassing door nieuwe ervaringen.”11 Zij ziet deze aannames over stereotypes echter als te vereenvoudigd, te kort door de bocht of gewoonweg niet waar. Als tegenwerping geeft ze bijvoorbeeld aan dat stereotypes simpel én complex zijn.12

Perkins wil de term stereotype op zo’n manier definiëren dat er rekening gehouden wordt met de verschillende vormen dat het volgens haar kan aannemen en tegelijkertijd met het benadrukken van de specifieke kenmerken ervan.13 Daarom stelt ze de volgende zes kenmerken voor als essentiële onderdelen van stereotypes: “Een stereotype is: (a) Een groepsconcept. Het beschrijft een groep. Overwegend persoonlijkheidskenmerken (breed gedefinieerd), (b) Het wordt gebruikt door een groep. Er is een zeer aanzienlijke uniformiteit over de inhoud. Men kan geen ‘privé’ stereotype hebben, (c) Het reflecteert een ‘inferieur beoordelingsproces’ (maar leidt daardoor niet noodzakelijk tot een onjuiste conclusie) (...), (d) (b) en (c) lokken een simpele structuur uit die vaak complexiteit verbergt (zie (e)), (e) Er is een grote waarschijnlijkheid dat sociale stereotypes overwegend berekenend zullen zijn, (f) Een concept – en net als andere concepten is het een selectief, cognitief organiseringssysteem en een kenmerk van menselijke gedachte.”14

Perkins doet hiernaast tevens een poging om stereotypes te categoriseren in zes verschillende groepen, omdat stereotypes worden ontwikkeld in verschillende situaties en te stellen hebben met verschillende problemen. Ze hebben dus niet allemaal dezelfde ideologische functies.15 Ik zal verder niet uitgebreid ingaan op deze verschillende categorieën.

Perkins richt zich ten slotte nog op iets dat van direct belang is om rekening mee te houden bij het analyseren van stereotiepe beelden van Marokkanen in mocro movies, namelijk de ‘flexibele reikwijdte’ van stereotypes. Stereotypes kunnen (in films) heel simpel en schaamteloos worden weergeven, maar ook op een complexere en meer realistische manier.16

Het laatste werk over stereotypering dat ik zal aanhalen is het artikel “The Role of Stereotypes” van Richard Dyer uit 1999. Hij schrijft zijn artikel in reactie op Lippmann en deels ook in reactie op Perkins artikel. Hij gaat direct in op vier ideeën van Lippmann over stereotypering, om beter te kunnen begrijpen hoe stereotypes werken. Deze ideeën van Lippmann zijn “nadruk op stereotypes als een ordenend proces (mensen scheppen orde in de chaos van hun werkelijkheid door middel van stereotypes, zie Lippmann), als een short cut (stereotypes zijn simpel, maar dragen ook veel complexe connotaties met zich mee (zie ook Perkins)), als refererend aan de wereld (als stereotypes gebruikt worden in verhalen bijvoorbeeld) en als onze waarden en overtuigingen uitdrukkend (wat we van een bepaalde groep vinden)”.17

Ook verwijst Dyer, net als Perkins, naar het onderscheid tussen sociale types en stereotypes van Orrin E. Klapp. Sociale types zijn mensen die in de maatschappij thuishoren en stereotypes zijn mensen die er juist buitenvallen. Volgens Dyer kunnen sociale types veel flexibeler worden ingezet binnen een plot en dus veel verschillende rollen aannemen, in tegenstelling tot stereotypes die altijd dezelfde soort rollen toebedeeld krijgen (in het licht van het onderwerp van deze scriptie bijvoorbeeld de criminele Marokkaan).18 Dyer twijfelt echter aan het nut van dit onderscheid en Perkins wijst het in zijn geheel af, omdat het suggereert dat stereotypes alleen ontstaan door middel van indirect contact met een bepaalde sociale groep (via de media bijvoorbeeld) en nooit via direct contact met de groep zelf. Volgens Perkins sluit dit echter onder andere stereotypes van mannen en vrouwen uit, omdat iedereen wel eens iemand van de andere sekse ontmoet.19

Dyer sluit zijn artikel af met de volgende conclusie: “The role of stereotypes is to make visible the invisible, so that there is no danger of it creeping up on us unawares; and to make fast, firm and separate what is in reality fluid and much closer to the norm than the dominant value system cares to admit.”20 Hij ziet stereotypering dus als een soort veiligheidsmechanisme dat mensen gebruiken om orde te scheppen binnen hun wereldbeeld en sluit daarmee mooi aan op Lippmann.

Met dit korte overzicht over de definiëring en theoretisering rond de term stereotype hoop ik wat meer duidelijkheid te hebben geschept rond de betekenis, het ontstaan en het gebruik van de term. In het komende hoofdstuk zal kort gekeken worden naar de status van Marokkanen als een etnische minderheid in de Nederlandse samenleving en naar het ontstaan van deze status. Ook zullen de bestaande stereotypes over Marokkanen in de Nederlandse samenleving kort aan bod komen met als doel om een referentiekader te schetsen voor de daaropvolgende analyse van de eerder genoemde films.


2. Marokkanen en de Nederlandse samenleving
Om heersende stereotiepe beelden in de genoemde films te kunnen analyseren, is een referentiekader voor deze beelden noodzakelijk. Wat zijn de heersende stereotiepe beelden over Marokkanen in de Nederlandse maatschappij? Het antwoord op deze vraag helpt ons om deze stereotypes op te sporen in de films.

Jalene Betts schetst in haar artikel “Identities in Migrant Cinema: The Aesthetics of European Integration” een beeld van de migratiegolf van Marokkanen naar Nederland. Als gevolg van de dekolonisatie van Indonesië en Suriname ontstond er tussen de jaren ’50 en ’80 van de vorige eeuw een grote migratiegolf van de inwoners van deze landen naar Nederland. In deze periode kwamen er ook Noord-Afrikanen naar Nederland, waaronder veel Marokkanen, om als gastarbeiders aan de slag te gaan. Nederland heeft Noord-Afrika nooit gekoloniseerd, dus deze migratiegolf was hoofdzakelijk een gevolg van een gebrek aan arbeidskrachten in Nederland om de economie er weer bovenop te krijgen na de Tweede Wereldoorlog. In vergelijking met andere Europese landen ervoer Nederland deze migratiegolf een stuk later, omdat veel migranten via een omweg naar Nederland kwamen, en in veel minder groten getale. Tot 1969 werd de werkmigratiestroom van Marokkanen naar Nederland niet gereguleerd door de Nederlandse overheid. Daarnaast kwamen in de jaren ’80 de families van de gastarbeiders naar Nederland om zich met elkaar te herenigen. Dit werd vergemakkelijkt door het Verdrag van Schengen dat migratieregels versoepelde voor bepaalde Europese landen.21

Betts stelt dat tot de oprichting van de Lijst Pim Fortuyn in 2002, de anti-moslim en anti-immigratie partij van Pim Fortuyn, het immigratiebeleid van Nederland een zeer multiculturele insteek had in overeenstemming met de tolerante ideeën van het verzuilingsbeleid, dat dominant was tijdens een groot deel van de twintigste eeuw en betekende dat elke religieuze of sociale groep zijn eigenheid kon behouden door middel van eigen politieke partijen, eigen scholen, eigen kranten, en dergelijke. Deze benadering bleek echter niet goed toepasbaar op het geval van moslimimmigranten. De groeiende diversiteit in Nederland, de angst voor terrorisme na de aanslagen van 9/11, de moord op regisseur Theo van Gogh door een moslimextremist, en de zorgen over de economie, de banenmarkt en het onderwijs zorgden voor een grotere aanhang voor partijen als de LPF van Pim Fortuyn en de PVV van Geert Wilders, die negatief tegenover immigratie en moslims staan, en voor een grotere aandacht voor het integratiebeleid om minderheden in de maatschappij te betrekken, om te voorkomen dat ze geïsoleerd raken en zullen radicaliseren.22

Als gevolg van deze groeiende zorgen met betrekking tot de immigratie in Nederland, steekt xenofobie de kop op en heerst er een groot wantrouwen jegens allochtone minderheden. Dit leidt tot discriminatie en natuurlijk ook tot de vorming van, voornamelijk negatieve, stereotypes. In hun artikel “Concentratie en wederzijdse beeldvorming tussen autochtonen en

allochtonen” uit 2004 in het tijdschrift Migrantenstudies, hebben Mérove Gijsberts en Jaco Dagevos de houding die autochtonen en allochtonen jegens elkaar aannemen onderzocht. Hieruit is gebleken dat autochtone Nederlanders van alle minderheden het meest negatief staan tegenover Marokkanen, omdat zij als het minst “verdraagzaam, eerlijk en hulpvaardig” worden ervaren.23 Daarnaast noemt Philip Hermans in zijn artikel “Contranarratieven van Marokkaanse ouders: een weerwoord op discriminatie, paternalisme en stigmatisering” uit 2004 in hetzelfde tijdschrift een hele waslijst aan dingen waarmee Marokkanen in de Nederlandse maatschappij worden geassocieerd: “Zij worden in één adem

genoemd met allerlei bedreigingen en gevaren voor de samenleving zoals het islamitische fundamentalisme, illegale immigratie en drugshandel en de zogenaamde onwil tot integratie. Zij zouden de basisprincipes van de rechtsstaat en de democratie afwijzen zoals het recht op vrije meningsuiting, de scheiding van kerk en staat, en de gelijkheid van man en vrouw.”24 Ook worden Marokkanen als crimineel, achterlijk en lui gezien volgens Hermans.25 De media helpen ook een handje mee aan deze beeldvorming: “Terugkomende rubrieken zijn de criminaliteit van Marokkaanse jongeren, problemen rond de sluier, homofobie en achterlijke Marokkaanse toestanden.”26

De voorgaande associaties met Marokkanen vormen waarschijnlijk de meest voorkomende stereotiepe beelden over deze minderheid. Om de hoofdvraag van deze scriptie te kunnen beantwoorden is het van belang om te kijken in hoeverre deze stereotiepe beelden in de te analyseren films worden bevestigd of weerlegd. De volgende vier hoofdstukken zullen zich op deze taak richten.

3. In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in shouf shouf habibi?
Voordat ik begin met het analyseren van de films, zal ik eerst uitleggen aan de hand van welk analysemodel ik deze films ga bekijken. Allereerst zal ik in mijn analyse in het bijzonder rekening houden met twee van de zes essentiële onderdelen van een stereotype zoals omschreven door Tessa Perkins, al eerder besproken in hoofdstuk 1: het feit dat het een groepsconcept is en dus een groep beschrijft, waarbij er voornamelijk nadruk wordt gelegd op persoonlijkheidskenmerken, en het feit dat een stereotype in eerste instantie simpel lijkt, maar in werkelijkheid vaak complexiteit verbergt. Ik zal dus letten op de manier waarop de personages in de films worden neergezet wat betreft persoonlijkheidskenmerken en ik zal letten op de complexere structuren die vaak schuil gaan achter een stereotype, waarbij de status van de desbetreffende sociale groep in de maatschappij van belang is (Marokkanen hebben een lage status in de westerse maatschappij; dit wordt onder andere bevestigd door de situatie waarbij ze geweigerd worden bij een club in twee van de te analyseren films). Daarnaast zal ik tevens letten op de manier waarop stereotypes worden bevestigd of weerlegd met betrekking tot karakter- en plotontwikkelingen, net zoals Jalene Betts dit doet in haar eerder aangehaalde artikel “Identities in Migrant Cinema: The Aesthetics of European Integration,” waarin ze de representatie van Marokkanen in shouf shouf habibi! (en in mindere mate het schnitzelparadijs) behandeld. Betts houdt voor de rest natuurlijk ook rekening met bepaalde stereotiepe persoonlijkheidkenmerken van Marokkanen, zoals luiheid.27 Ten slotte zal ik het door Dyer en Perkins aangehaalde onderscheid van Orrin E. Klapp tussen sociale types en stereotypes gebruiken, omdat dit inzicht kan bieden in de rolverdeling van de stereotypische Marokkaanse personages en de andere personages.

Aangezien de komende analyses het medium film betreffen is het misschien vanzelfsprekend om ook te letten op zulke filmische aspecten als camerabeweging, montage, geluid en mise-en-scène. Bij de analyse van stereotypes in film leggen Anneke Smelik, Rosemarie Buikema en Maaike Meijer in hun werk Effectief beeldvormen: Theorie, analyse en praktijk van beeldvormingsprocessen de nadruk op dergelijke aspecten.28 Voor het beantwoorden van de hoofdvraag van deze scriptie is het echter overtuigender om vooral te letten op persoonlijkheidskenmerken van personages en karakter- en plotontwikkelingen, omdat hieruit naar mijn mening sneller kan worden geconcludeerd of er sprake is van een stereotype of niet. Eerder genoemde filmische aspecten zijn toch aanzienlijk interpretatiever en kunnen leiden tot vergezochte conclusies, omdat iedereen er een eigen betekenis aan kan geven. Dus het zou kunnen dat als ik op deze aspecten in ga, ik ze alleen maar gebruik om mijn eigen punt te ondersteunen, terwijl het aspect in werkelijkheid een totaal andere betekenis heeft. Echter als toevallig één van deze filmische aspecten er op een bepaald moment uitspringt, duidelijk een bepaald stereotype aangaat en dus kan helpen om een bepaald punt te maken, zal ik deze zeker behandelen. Ik zal nu verder gaan met de analyse van shouf shouf habibi!

De film shouf shouf habibi! gaat over de Marokkaanse jongen, Ap, die net als zijn familie zijn weg probeert te vinden in Nederland. Dit gaat echter niet zo gesmeerd als hij hoopt. Zijn Marokkaanse vrienden en hij houden zich bezig met criminele activiteiten. Ze worden echter neergezet als amateurcriminelen. Op een gegeven moment heeft een van de vrienden een tip gekregen over een container. Ze proberen in te breken, maar dit lukt niet zonder Aps hulp, die nog “ligt te rotten in zijn bed”. Als Ap uiteindelijk is gearriveerd en de container heeft geopend blijkt dat hij leeg is en dat ze de verkeerde container te pakken hebben. Later proberen ze ook nog een bankoverval te plegen door een gat in het plafond te zagen vanaf de verdieping erboven. Natuurlijk worden ze gesnapt en gaan ze er vandoor. Hier is duidelijk sprake van een bevestiging van het stereotiepe beeld over Marokkanen dat ze criminelen zijn (en niet eens succesvolle criminelen, want ze rommelen maar wat aan).

Luiheid loopt als een rode draad door de film als een stereotiep persoonlijkheidskenmerk van Marokkanen. Ap en zijn vrienden hebben veel grote praatjes, bijvoorbeeld over vrouwen en over hoe rijk ze later zullen worden, maar in werkelijkheid voeren ze helemaal niks uit. Hun eigen luiheid wordt dus benadrukt als belangrijkste reden waarom het hen niet goed afgaat in het leven. Deze conclusie trekt Jalene Betts ook in haar analyse van shouf shouf habibi.29 Zelfs als Ap een baan heeft “met een bureau en alles”, met dank aan zijn broer, en hij telkens aangeeft dat hij het wil gaan maken, voert hij nog niks uit. Hij houdt zich achter zijn bureau vooral bezig met het rangschikken van zijn pennen en andere bureauartikelen. Daarnaast is hij erg arrogant: hij vindt zichzelf geweldig en dit wordt nog eens benadrukt door het feit dat hij vaak uit een lage hoek wordt gefilmd, waardoor de kijker hem als net zo groot en machtig ziet als hij zichzelf ziet.

Ap besluit om zijn leven te beteren nadat hij is opgepakt vanwege de mislukte bankoverval en gaat naar Marokko om een rustplaats te regelen voor zijn zieke vader en om een bruid uit te zoeken. Zijn oom Youssef wordt als een primitieve geitenboer neergezet, die klaagt dat Aps vader hem nooit meer geld stuurt, en Marokko zelf als een kaal woestijnlandschap. Als Ap in gesprek is met de vader van de vier huwelijkskandidates, komen ze op het onderwerp van zomertijd uit. Dit onderwerp keert verschillende keren terug in de film, waarbij Ap telkens aan zijn vrienden moet uitleggen wat het inhoudt, aangezien zij het niet snappen, omdat het in Marokko niet bestaat. De vader van de meisjes begrijpt de logica achter dit fenomeen ook niet en Ap wil het hem uitleggen. Ineens bedenkt Ap zich dat hij het ook niet begrijpt en om er maar vanaf te zijn zegt hij dat de koningin het zo wil. De man knikt begrijpend. Deze metafoor van de zomertijd benadrukt nog maar eens het ‘anders-zijn’ van Marokkanen en dat Ap toch niet zo verwesterd is als hij zelf dacht aangezien hij deze algemene regel van het Westen niet eens begrijpt.

Als Ap eenmaal in Nederland is en op het punt staat te gaan trouwen met Samira, krijgt hij het benauwd, gaat er vandoor en herenigd zich met zijn vrienden in het poolcafé waar ze altijd rondhangen. De film eindigt ermee dat Ap en zijn vrienden conducteurs zijn geworden. Echter zelfs deze baan kunnen ze niet aan, omdat hun eigen trein voor hun neus wegrijdt. Ap heeft dus uiteindelijk niks geleerd en is, ondanks de baan die hij nu wel heeft, weer af bij zijn beginsituatie: het eeuwige nietsnutten.

Andere terugkerende personages in de film zijn Aps ouders, zijn broer Sam, zijn broertje Driss en zijn zusje Leila. Sam is politieagent. Dit kan gezien worden als een weerlegging van het stereotiepe criminele beeld van Marokkanen: Marokkanen kunnen ook best politieagent worden en dus juist de criminaliteit tegengaan. Het personage Sam bevestigd echter wel het Marokkaanse stereotype van onbetrouwbaarheid, aangezien hij zijn vrouw bedriegt met zijn Nederlandse collega. Zijn vrouw probeert zich wel te ontworstelen aan het stereotiepe beeld van de onderdanige Marokkaanse vrouw die alles van haar man pikt door het volgende te zeggen als Sam haar smeekt hem niet te verlaten: “Je moet niet denken dat Marokkaanse vrouwen nooit bij hun man weggaan.”

Aps broertje Driss zit nog op de middelbare school en chanteert daar moslimmeisjes: hij maakt foto’s van hen op school als ze hun hoofddoek hebben afgedaan en dreigt deze aan hun ouders te tonen als zij hem geen geld geven. Dit is een typisch stereotiep beeld van een Marokkaans ettertje dat alleen maar op geld uit is en het niet schuwt om andere daar de dupe van te laten worden. Hij troggelt zelfs geld af van zijn eigen zus. Ook kan hierin de stereotypische Marokkaanse patriarchale houding van de man worden herkend, omdat Driss in feite de moslimmeisjes straft voor het afdoen van hun hoofddoekjes.

Aps zusje Leila zit op de modeschool en probeert zich los te maken van haar familie en de Marokkaanse gemeenschap door te flirten met een Nederlandse jongen, Daan. Haar vader probeert haar echter uit te huwelijken aan de meest saaie Marokkaanse mannen, maar zij wijst hen steeds af. Haar vader is hier niet blij mee. Als Leila is weggelopen en bij niemand van haar familie terecht kan, wordt ze opgevangen door Daan. Als Ap hierachter komt, slaat hij haar in elkaar. Dit is een bevestiging van het Marokkaanse stereotype, waarbij mannen vrouwen in elkaar slaan als ze zich niet gedragen naar hun zin en het meer algemene beeld dat de vrouw ondergeschikt is aan de man in de Marokkaanse gemeenschap. Ap biedt uiteindelijk zijn excuses aan en vraagt Driss om Leila te zoeken, omdat hij haar op zijn bruiloft wil. Leila heeft Daan gedumpt, omdat hij toch ‘te Nederlands’ voor haar was en gaat met Driss mee naar de bruiloft van Ap. Ze geeft dus eigenlijk toe aan de normen en waarden van haar familie, waardoor haar stereotypische rol als onderdanige zus, die altijd zal terugkeren naar haar familie, wordt bevestigd.

Dan zijn er nog Aps ouders die allebei geen Nederlands spreken. Zijn moeder heeft eigenlijk een ongelofelijke hekel aan haar man, omdat hij niks anders kan doen dan klagen en zeggen dat zij het allemaal niet goed doet. Zij smeedt daarom plannen om hem te vermoorden, van een vergiftigd glaasje thee tot het onder zijn voeten wegtrekken van de loper op de trap. De moeder is ook zeer bijgelovig en gaat naar een waarzegster om meer te weten te komen over de toekomstige man van Leila. De vader is juist erg naïef, omdat hij denkt dat Driss het heel goed doet op school. Al met al benadrukken deze persoonlijkheidskenmerken de stereotypische achterlijke toestanden in Marokkaanse kringen.

De steeds terugkerende stereotypes in deze film van de luie, agressieve, criminele, vrouwen mishandelende, patriarchale, achterlijke Marokkaan, die buiten de Nederlandse maatschappij staat, staan in contrast met de weinige ‘sociale types’ in deze film. De baas van Ap, een Nederlandse man, bekleedt een hoge functie bij een bank. Deze rol is ondenkbaar voor een Marokkaans stereotype, omdat ze daar te achterlijk en lui voor zijn. Daarnaast is de vrouwelijke Nederlandse collega van Sam dus politieagente. Een stereotypische Marokkaanse vrouw zou nooit zo’n rol toebedeeld krijgen, omdat dit niet in overeenstemming is met de kenmerken van zo’n stereotype.


4. In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in het schnitzelparadijs?
De film het schnitzelparadijs gaat over de Marokkaanse jongen Nordip die net zijn diploma heeft gehaald en nog niet precies weet wat hij wil. Hij neemt daarom een vakantiebaantje als afwasser in het hotel/restaurant De blauwe Gier. Aan zijn vader maakt hij echter wijs dat hij bij de bibliotheek werkt en na de vakantie medicijnen gaat studeren, zoals zijn vader dat wil. Hij heeft het moeilijk als nieuweling tussen alle gekke keukenwerknemers; vooral Sander maakt hem het leven zuur. Vervolgens wordt hij ook nog eens verliefd op het nichtje van de eigenaar van De Blauwe Gier.

Nordip als personage doet er alles aan om stereotypes over Marokkanen de kop in te drukken door vriendelijk, braaf en bescheiden te zijn en goede cijfers te halen op school. Hij wordt zelfs zo braaf afgeschilderd dat hij niet eens wordt opgepakt als hij toevallig terecht komt tussen een paar landgenoten die wegrennen voor de politie: hij ziet er blijkbaar te onschuldig uit. Dit wordt hem echter door de andere Marokkaanse personages, zoals zijn broer Nadir en zijn collega’s Amimoen en Mo, niet in dank afgenomen, aangezien ze hem beschuldigen een nep-Marokkaan en een homo te zijn. Deze personages proberen juist volhardend om de heersende stereotypes te behouden: het zijn luie, arrogante Marokkaanse etterbakken.

Jalene Betts stelt in haar analyse dat het feit dat Nordip geen medicijnen wil studeren en een baantje als afwasser aanneemt getuigt van de stereotiepe luiheid van dit Marokkaanse personage.30 Hier ben ik het echter niet mee eens, aangezien ik het niet bepaald lui zou willen noemen als iemand vrijwillig een zwaar baantje als afwasser aanneemt en Nordip er gewoon nog niet over uit is wat hij wil gaan doen en niet simpel zijn vaders wensen wil opvolgen. Hij wil zijn eigen weg volgen en zijn eigen keuzes maken, dat is geen luiheid. Bovendien kampt zo’n beetje elke jongere wel met twijfels over hoe het verder moet na de middelbare school. Dat zou betekenen dat alle jongeren lui zijn.

Nordips broer Nadir is in alles het tegenovergestelde van Nordip. Hij is lui, arrogant (hij vindt zichzelf erg grappig), en hij vertoond pesterig gedrag. Dit is ook de reden waarom hun vader, die nauwelijks Nederlands spreekt, Nordip altijd de hemel in prijst en altijd zijn ongenoegen uit over Nadir. Hun vader is echter erg naïef, net als de vader van Ap in shouf shouf habibi!, omdat hij blind gelooft in het verhaal van Nordip dat hij bij de bibliotheek werkt en medicijnen wil gaan studeren. Als hij er dankzij Nadir achter komt dat Nordip heeft gelogen is hij daarom ook furieus en erg teleurgesteld in zijn twee zoons: “een leugenaar en een verrader”.

Amimoen en Mo zijn de twee Marokkaanse collega’s van Nordip. Ze zien hem pas staan als Nordip de sadistische Sander op zijn nummer heeft gezet. Ami en Mo willen hem steunen bij De Blauwe Gier, maar hij moet wel naar hen luisteren en geen vragen stellen. Ami schept op dat hij allang promotie had gemaakt als hij dat wilde en dat hij heel rijk gaat worden. Terwijl Ami en Mo een eind wegpraten en lekker ontspannen en roken is Nordip bezig met allerlei klusjes die gedaan moeten worden. Hij klaagt geen enkele keer. Ami vergelijkt zichzelf met echte rijke mannen en zegt dat zij zichzelf ook nooit in het zweet werken, dit als excuus voor waarom hij alleen maar aan het relaxen is en geen werk verricht. Deze twee personages vertonen dus duidelijke overeenkomsten met Ap en zijn vrienden uit shouf shouf habibi!. Ze hebben grote praatjes, maar ze voeren niks uit.

Op een gegeven moment vindt er een discriminerende situatie plaats, die bijna als stereotyperend beschouwd zou kunnen worden, omdat deze situatie zo vaak voorkomt in de werkelijkheid. Agnes en haar collega nodigen alle jongens uit de keuken uit om mee uit te gaan. Als Nordip, Ami, Mo en Ali (een Turk) naar binnen willen gaan worden ze door de portier tegengehouden, zogenaamd vanwege het feit dat ze sportschoenen aanhebben. Pas als Agnes zegt dat de jongens bij haar horen mogen ze doorlopen. Dit schetst een beeld van Marokkanen (of niet-westerse buitenlanders in het algemeen) dat ze altijd geweigerd of extra in de gaten gehouden moeten worden bij clubs, omdat ze altijd rotzooi trappen, met mensen op de vuist gaan of meisjes lastig vallen. Dit bevestigt het beeld dat stereotypes buiten de maatschappij vallen in tegenstelling tot de sociale types (in dit geval de Nederlanders), aangezien ze negatief en ongelijk worden behandeld vanwege hun anders-zijn.

Als Nordip en Agnes eenmaal een relatie hebben, wil zij dat het geheim blijft, omdat haar familie het niet zou accepteren dat ze een relatie met een Marokkaan heeft. Als Sander hen echter betrapt tijdens een vrijpartij, wordt Nordip ontslagen. In eerste instantie denkt de kijker dat dit uit racistische overwegingen van de kant van Nina Meerman, de bazin, is gebeurd. Uiteindelijk blijkt echter dat Nina hem heeft ontslagen, omdat ze jaloers is op hun relatie aangezien ze zelf verliefd is op Nordip. Dit haalt de verwachtingen van de kijker onderuit, die deze situatie op het eerste gezicht als stereotyperend zou beschouwen, en geeft het dus een onverwacht komisch randje.

De sociale types in deze film zijn Nina Meerman, de bazin van De Blauwe Gier, Agnes en haar vriendin en Sander. Al deze rollen zijn niet weggelegd voor Marokkaanse stereotypes. Nina Meerman heeft een leidinggevende functie, wat ondenkbaar is voor een stereotypische Marokkaanse vrouw, die onderdanig en werkloos behoort te zijn. Agnes heeft redelijk wat gezag over de jongens in de keuken en haar vriendin danst in de club op zo’n manier dat haar borsten op en neer vliegen. Deze rollen zijn te vrijzinnig voor een stereotypisch Marokkaans meisje. In de keuken is iedereen bang voor Sander, omdat hij erg gemeen en denigrerend is. Deze eigenschappen zou een Marokkaans stereotype ook kunnen hebben, maar Sander houdt hiermee iedereen onder de duim. Deze ‘macht’ is niet weggelegd voor een Marokkaans stereotype, zeker niet als het macht betreft over de sociale types, de Nederlanders.


5. In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in dunya en desie in marokko?
De film dunya en desie in marokko gaat over de totaal verschillende vriendinnen Dunya en Desie. Dunya is een rustig Marokkaans meisje en Desie is een typisch losbandig Nederlands meisje. Dunya moet met haar familie mee naar Marokko, omdat haar ouders haar willen uithuwelijken. Desie blijkt zwanger te zijn van een jongen die haar vervolgens afwijst en krijgt te horen van haar moeder dat zij eigenlijk ook een ongelukje was. Desie is verward en verdrietig en besluit haar vriendin achterna te reizen naar Marokko, omdat haar biologische vader daar schijnt te wonen.

Dunya is een bescheiden en braaf meisje dat in tegenstelling tot haar Nederlandse vriendin, die kapster is, een universitaire opleiding volgt. Ze draagt geen hoofddoek en komt vrij modern over. Dit beeld gaat in tegen het stereotype van Marokkaanse meisjes dat ze door hun familie worden thuisgehouden en niks mogen, omdat ze later toch huisvrouw zullen worden. Haar familie probeert haar echter steeds meer te controleren en dan vooral haar moeder. Haar ouders willen haar namelijk uithuwelijken aan een achterneef in Marokko. Daarnaast verbiedt Dunya’s moeder haar om nog langer met Desie om te gaan, omdat ze een slechte invloed op haar zou hebben. Ze noemt Desie een slet. Als reactie op Dunya’s negatieve houding tegenover haar potentiële toekomstige man, zegt ze dat ze nooit naar Nederland hadden moeten komen, omdat het geen juiste plek is voor meisjes om op te groeien, waarbij ze op Desie doelt.

Haar moeder wil een goede indruk maken op Dunya’s opa en oma die op bezoek komen en ze wil niet dat er over hen geroddeld wordt. Als de familie eenmaal op bezoek is draagt Dunya’s moeder ineens wel een hoofddoek en staan alle vrouwen in de keuken, terwijl alle mannen met elkaar zitten te kletsen op de bank en Dunya hen van hapjes voorziet. Al deze aspecten bevestigen het beeld van Marokkanen dat ze vrouwen als minderwaardig behandelen, onder andere door ze uit te huwelijken en ze niet hun eigen man te laten kiezen, dat ze achterlijk zijn, want wie laat zijn of haar dochter nou met een familielid trouwen (Desie: “Nee niet weer een neef, ik zei je toch, daar krijg je debiele kindjes van”) en dat ze altijd alleen maar bezig zijn met hun status binnen de Marokkaanse gemeenschap en met uit het roddelcircuit proberen te blijven.

Dunya’s broertje Souffian is het zoveelste voorbeeld van het stereotype van een Marokkaans ettertje dat alleen maar op straat rondhangt. Hij rookt, drinkt en dealt, maar tegelijkertijd heeft hij wel van alles te vertellen over hoe Dunya haar leven moet leiden. Hij vindt het erg grappig dat haar ouders haar willen uithuwelijken. Als hij Dunya met Desie in een club aantreft wordt hij heel kwaad en sleept haar mee naar buiten, waarbij hij Desie nog even een bedreiging toeschreeuwt. Eenmaal in Marokko aangekomen schept hij tegen de lokale jongens, die massaal achter hem aanlopen, op over hoeveel auto’s ze wel niet hebben in Nederland. Dunya hoort dit en maakt hem belachelijk tegenover de jongens door te zeggen dat ze maar één auto hebben van een standaard merk. Souffian raakt geïrriteerd en zegt tegen één van de jongens dat hij niet zo naar Dunya moet kijken, omdat het zijn zus is.

Als de familie aankomt in Marokko blijkt het huis wat ze hebben laten bouwen nog niet af te zijn. Dit is een typisch voorbeeld van Marokkaanse chaos en onbetrouwbaarheid van de bouwvakkers, die volgens Dunya’s moeder eerst het huis van de Hollanders verderop aan het afmaken zijn. Dunya moet van haar moeder haar hoofd bedekken nu ze in Marokko zijn en ze mag niet meer alleen de straat op, omdat er veel over hen wordt geroddeld om het feit dat ze uit Nederland komen.

Andere stereotypes over Marokkanen die worden bevestigd in de film zijn die van criminele Marokkanen en corrupte Marokkaanse politieagenten. Als Dunya en Desie zijn aangekomen in Casablanca is Desie heel naïef om in te gaan op een aanbod van twee jongens die hen naar hun bestemming willen brengen. Ze geeft hen hun bagage, waar de jongens vervolgens mee vandoor gaan. Als ze aangifte willen doen op het politiebureau zegt de agent dat het illegaal is om met een onofficiële taxi mee te gaan en al helemaal als meisjes alleen zonder toestemming van de vader. Hij wil hen een boete geven, maar als ze hem ter plekke honderd dirham geven, zal hij het erbij laten.

Wat opvallend is aan deze film is dat er in mindere mate sprake is van sociale types dan in de andere films. Desie en haar moeder zijn vergeleken Dunya en haar familie sociale types, omdat ze Nederlands zijn en gewoon in de maatschappij thuishoren, maar zij worden tevens stereotypisch gerepresenteerd. Zij zijn typisch Nederlandse ‘aso’s’. Stereotypische kenmerken van deze sociale groep zijn dat ze laag opgeleid zijn (Desie is kapster) en zich meer onverantwoord gedragen. Dit laatste kan worden teruggezien in het feit dat Desie zwanger wordt en haar moeder ook heel vroeg zwanger is geraakt van Desie.
6. In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in rabat?
De film rabat gaat over drie vrienden, de Marokkaanse Nadir, de Marokkaanse Abdel en de Tunesische Zakaria, die een roadtrip maken naar Rabat, Marokko. Nadir moet daar zijn vaders oude taxi afleveren die zijn vader zogenaamd aan iemand daar heeft verkocht. Uiteindelijk blijkt het een soort bruidschat te zijn, want Nadir houdt tegenover zijn vrienden geheim dat hij daar gaat kennis maken met zijn toekomstige vrouw.

Nadir heeft net zijn studie economie afgerond, Abdel werkt in de shoarmazaak van zijn oom en Zakaria is werkloos. Ze staan erop dat ze met Nadir meegaan naar Marokko, omdat ze toch niks anders te doen hebben. Abdel en Zakaria komen beide als een stel nietsnutten over die vooral bezig zijn met meisjes, alcohol en feesten. Abdel heeft het al twee jaar over zijn plan om één van de zaken van zijn oom over te nemen samen met Zakaria en Nadir. Er komt echter steeds niks van terecht. Abdel en Zakaria zijn dus vergelijkbaar met Ap en zijn vrienden uit shouf shouf habibi! en met Ami en Mo uit het schnitzelparadijs. Ze hebben veel praatjes, maar in werkelijkheid voeren ze weinig uit.

Het stereotype van de criminele Marokkaan keert zoals gewoonlijk in deze film ook weer terug. Als ze bij een benzinestation stoppen, stelen Abdel en Nadir eten in de winkel. Nadir vond het eng, omdat hij het al vijf jaar niet had gedaan. Nadir is hier vergeleken zijn vrienden toch iets te braaf voor. Later in Barcelona op een feest van de homoseksuele vrienden van Julie, het liftende Franse meisje dat ze hebben opgepikt, steelt Zakaria een iPod die op tafel ligt. Nadir is hier niet blij mee. Zakaria is dan wel van Tunesische afkomst, maar ik stel hem voor het gemak maar even gelijk aan zijn Marokkaanse vrienden, want ik denk dat andere kijkers dit ook zullen doen.

Het homofobische aspect van Marokkaanse stereotypes komt in deze film iets duidelijker naar voren dan in de eerste twee films, aangezien ze op een feest zijn waar ook homo’s aanwezig zijn. Abdel en Zakaria kijken deze mannen erg wantrouwend aan en later zegt Zakaria “Als één van die flikkers mij aanraakt dan…”. Als er het plan is om na het feest nog door te gaan naar een club, vragen Abdel en Zakaria angstig of het geen gayclub is. Nadir vraagt het voor de zekerheid even na bij Julie, die geruststellend haar hoofd schudt.

Als ze bij de club aankomen ontstaat er eenzelfde situatie als in het schnitzelparadijs. Abdel en Zakaria worden niet binnengelaten door de portier, zogenaamd om het feit dat ze sportschoenen dragen. Paco, één van de homovrienden van Julie, komt terug en zegt tegen de portier dat het zijn vrienden zijn. Ze mogen alsnog naar binnen, maar de portier zegt tegen Paco dat hij ervoor moet zorgen dat ze geen rotzooi trappen. Als ze daarna even buiten hebben gestaan om te roken worden ze opnieuw tegengehouden door de portier. Abdel en Zakaria protesteren, waarbij Zakaria een agressieve houding begint aan te nemen. De portier geeft Abdel een kopstoot, waarna er een gevecht ontstaat. De jongens slaan de portier in elkaar en rennen weg. Opnieuw ontstaat hier een beeld over Marokkaanse jongens dat ze niet zomaar binnengelaten moeten worden in een club, omdat ze zich niet zouden kunnen gedragen. Hetzelfde kan hier gesteld worden als voor het schnitzelparadijs: de club staat symbool voor de uitsluiting van Marokkanen van de, in dit geval, Spaanse of , meer algemeen, westerse maatschappij.

Later in de film biecht Nadir op dat hij al een baan heeft aangenomen en dus geen zaak met zijn vrienden gaat beginnen. Er ontstaat een ruzie, waarbij Nadir zegt dat het plan voor de shoarmazaak voor zijn vrienden een excuus is om niks te doen. Hij bevestigt dat ze nietsnutten zijn en bevestigt dus het stereotype van de luie Marokkaan. Abdel vertelt echter dat ze allang wisten dat Nadir naar Rabat ging om zijn toekomstige vrouw te ontmoeten en dat ze zich zorgen om hem maakten en daarom met hem meegingen. Hij neemt het Nadir kwalijk dat hij zijn eigen vrienden niet eens in vertrouwen neemt. Ondanks dat de personages Abdel en Zakaria een bepaald stereotype bevestigen, zijn ze dus toch een stuk sympathieker en gevoeliger dan in eerste instantie werd voorgesteld. Daarnaast zegt Abdel dat hij liever zijn eigen leven verkloot dan dat hij het door iemand anders laat doen, aangezien de vader van Nadir een baan en een vrouw voor hem heeft geregeld. Nadir leek dus op het eerste gezicht bepaalde Marokkaanse stereotypes onderuit te halen, maar nu wordt maar weer eens bevestigd dat ook hij zijn leven laat bepalen door zijn familie en niet zijn eigen keuzes maakt. De bemoeienis van familie in Marokkaanse kringen is in al deze films niet weg te denken.

Ten slotte, als de jongens in Rabat zijn aangekomen, wordt het beeld over Marokkanen bevestigd dat ze achterlijk zijn en alles doen voor geld. De drie vrienden hebben het weer bijgelegd op de boot naar Tanger en willen de kapotte spiegel van de auto (gesloopt door de racistische en corrupte Spaanse politie) laten repareren. De man van het benzinestation zegt dat ze naar Karim de Gek moeten gaan, want hij doet het voor weinig geld. Het schijnt alleen lastig te zijn om hem te vinden dus in ruil voor geld wil de man van het benzinestation hen er wel naartoe leiden. Eenmaal daar aangekomen blijkt Karim de Gek echt een gek te zijn. Hij bedreigt de jongens met een geweer en geeft een jongetje dat voor hem werkt de opdracht om een spiegel bij iemand te gaan stelen. Als de spiegel is gerepareerd en Abdel hem wil betalen, probeert Karim hem veel te veel geld afhandig te maken. Abdel laat dit echter niet over zijn kant gaan en geeft hem een briefje van vijftig euro. Hier is Karim ook zeer blij mee en kijkt vol bewondering naar het Europese geld.

In deze film keren dezelfde stereotypes over Marokkanen terug als in de vorige films. De sociale types worden vertolkt door het Franse meisje Julie, dat in haar eentje naar Barcelona lift (ondenkbaar voor een Marokkaans meisje), en door de homoseksuele vrienden van Julie (stereotypische Marokkanen zouden nooit de rol van een homo kunnen vertolken, omdat ze homofobisch zijn).



Conclusie
“In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over Marokkanen in de hedendaagse Nederlandse film (mocro movies) bevestigd of juist weerlegd?”
Na het analyseren van de Marokkaanse stereotypes in de films shouf shouf habibi!, het schnitzelparadijs, dunya en desie in marokko en rabat kan er een antwoord worden geformuleerd op deze hoofdvraag. Wat duidelijk naar voren is gekomen is hoezeer deze vier films overeenkomen qua beeldvorming over Marokkanen. Op een paar uitzonderingen na lijken alle (negatieve) heersende stereotypes over Marokkanen, overeenkomstig met mijn in de inleiding gestelde hypothese, bevestigd te worden: de criminele Marokkaan, de luie Marokkaan, de arrogante Marokkaan, de agressieve Marokkaan, de homofobische Marokkaan, de Marokkaan die vrouwen slecht behandelt, de Marokkaan die door zijn of haar ouders wordt uitgehuwelijkt enzovoorts. Vaak bestaat een Marokkaans personage uit een combinatie van deze stereotypes. Vooral het aspect van luiheid en nietsnutten komt in alle vier de films in meer of mindere mate terug in de personages van Ap en zijn vrienden (shouf shouf habibi!), in de personages Ami en Mo (het schnitzelparadijs), in het personage Souffian (dunya en desie in marokko) en in de personages Abdel en Zakaria (rabat). In deze films zijn het echter voornamelijk de Marokkaanse jongens en mannen die stereotyperend worden weergegeven. De Marokkaanse vrouw komt in mindere mate naar voren en wordt ook minder duidelijk stereotyperend gerepresenteerd (Leila in shouf shouf habibi!, Dunya in dunya en desie in marokko). Leila’s moeder wordt daarentegen echter wel neergezet als een stereotypisch bijgelovige Marokkaanse vrouw.

Uit de geanalyseerde stereotypes blijkt het beperkte aantal rollen dat binnen een plot is weggelegd voor deze stereotypes in tegenstelling tot de sociale types. Dit bevestigt Dyer’s opmerking dat “stereotypes altijd in hun representatie een impliciet narratief met zich meedragen”.31 Al deze stereotypes verwijzen, in de woorden van Perkins, naar een complexe sociale structuur (het impliciete narratief van Marokkaanse stereotypes), waarbij wordt verwezen naar de etniciteit van deze groep, zijn status in de Nederlandse maatschappij, zijn relatie tot Nederlanders en zijn onvermogen om zich aan te passen aan de Nederlandse normen en waarden.32 Deze complexe structuur zit verborgen achter het simpele voorkomen van alle stereotypes in de besproken films.



Voornamelijk in de films shouf shouf habibi! en het schnitzelparadijs kan echter een bepaalde mate van belachelijkheid worden teruggevonden in de Marokkaanse stereotypes, omdat ze te aangedikt en overdreven zijn en daarom niet echt realistisch overkomen. Het zou daarom gesteld kunnen worden dat door het aandikken en overdrijven van deze stereotypes, de stereotypes zelf onderuit worden gehaald. Hierbij moet ik mij echter toch aansluiten bij de mening van Jalene Betts. Zij zegt dat het niet duidelijk wordt hoe het aandikken van een stereotype kan zorgen voor de uiteindelijke afwijzing ervan en dat deze films zich blijven richten op het fixeren en uitdiepen van stereotypes in plaats van zich te focussen op ‘vloeibare identiteiten’.33 Betts concludeert het volgende, tevens een goede afsluiting van deze scriptie: “The Dutch film industry will have to come to terms with this issue if it wants to successfully promote the integration of immigrants into Dutch society.”34 Volgens haar problematiseert deze reproductie van stereotypes dus de integratie van Marokkaanse immigranten in de Nederlandse samenleving en de Nederlandse filmindustrie moet dit onder ogen zien.

Literatuurlijst
Betts, Jalene. “Identities in Migrant Cinema: The Aesthetics of European Integration” Macalester International 22 (2009): 1-26.
Dyer, Richard. “The Role of Stereotypes.” In Media Studies: A Reader, geredigeerd door Paul Marris en Sue Thornham. (Edinburgh: Edinburgh University Press, 1999): 1-6
Gijsberts, Mérove, en Jaco Dagevos. “Concentratie en wederzijdse beeldvorming tussen autochtonen en allochtonen” Migrantenstudies 3 (2004): 145-168.
Hermans, Philip. “Contranarratieven van Marokkaanse ouders: een weerwoord op discriminatie, paternalisme en stigmatisering” Migrantenstudies 20 (2004): 36-53.
Katz, Daniel, en Kenneth W. Braly. “Racial Prejudice and Racial Stereotypes” The Journal of Abnormal and Social Psychology 30 (1935): 175-193.
Lippmann, Walter. Public Opinion. 1922. iRead books, 2004. http://www.srpctrainings.com/downloads/Public%20Opinion.pdf.
Perkins, Tessa E. “Rethinking Stereotypes.” In Ideology and Cultural Production, geredigeerd door Michele Barrett, Philip Corrigan, Annette Kuhn en Janet Wolff. (London: Croom Helm, 1979): 135-159.
Schneider, David J. “Modern Stereotype Research: Unfinished Business.” In Stereotypes and Stereotyping, geredigeerd door C. Neil Macrae, Charles Stangor en Miles Hewstone. (New York: The Guilford Press, 1996): 419-453.
Smelik, Anneke, Rosemarie Buikema en Maaike Mijer. Effectief beeldvormen: Theorie, analyse en praktijk van beeldvormingsprocessen. Assen: Van Gorcum, 1999.
Films
Shouf Shouf Habibi! DVD. Geregisseerd door Albert ter Heerdt. Amsterdam: Independent Films, 2004.
Het Schnitzelparadijs. DVD. Geregisseerd door Martin Koolhoven. Amsterdam: Independent Films, 2005.
Dunya en Desie in Marokko. DVD. Geregisseerd door Dana Nechushtan. Amsterdam: Independent Films, 2008.
Rabat. DVD. Geregisseerd door Jim Taihuttu en Victor Ponten. Houten: Benelux Film Distributors, 2011.


1 Er wordt onder andere terugverwezen naar Lippmann door theoretici zoals Daniel Katz en Kenneth Braly, Tessa Perkins, Richard Dyer, Charles Stangor en Mark Schaller en David J. Schneider.

2 Walter Lippmann, Public Opinion, 1922 ( iRead books, 2004), http://www.srpctrainings.com/downloads/Public%20Opinion.pdf, 34-35.

3 Ibidem, 166-167.

4 Ibidem, 151-152.

5 Daniel Katz en Kenneth W. Braly, “Racial Prejudice and Racial Stereotypes” The Journal of Abnormal and Social Psychology 30 (1935): 181.

6 David J. Schneider, “Modern Stereotype Research: Unfinished Business,” in Stereotypes and Stereotyping, red. C. Neil Macrae, Charles Stangor en Miles Hewstone (New York: The Guilford Press, 1996): 420.

7 Katz en Braly, 191-192.

8 Schneider, 420.

9 Tessa E. Perkins, “Rethinking Stereotypes,” in Ideology and Cultural Production, red. Michele Barrett, Philip Corrigan, Annette Kuhn and Janet Wolff (London: Croom Helm, 1979): 141.

10 Ibidem, 135.

11 Ibidem, 139.

12 Ibidem.

13 Ibidem, 145.

14 Ibidem.

15 Ibidem, 146.

16 Ibidem.

17 Richard Dyer, “The Role of Stereotypes,” in Media Studies: A Reader, red. Paul Marris en Sue Thornham (Edinburgh: Edinburgh University Press, 1999), 1-2.

18 Ibidem, 3-4.

19 Perkins, 140.

20 Dyer, 5.

21 Jalene Betts, “Identities in Migrant Cinema: The Aesthetics of European Integration” Macalester International 22 (2009): 35-37.

22 Ibidem, 37-38, 40.

23 Mérove Gijsberts en Jaco Dagevos, “Concentratie en wederzijdse beeldvorming tussen autochtonen en allochtonen” Migrantenstudies 3 (2004): 150.

24 Philip Hermans, “Contranarratieven van Marokkaanse ouders: een weerwoord op discriminatie, paternalisme en stigmatisering” Migrantenstudies 20 (2004): 43.

25 Ibidem.

26 Ibidem, 45.

27 Betts, 40-42.

28 Anneke Smelik, Rosemarie Buikema en Maaike Mijer, Effectief beeldvormen: Theorie, analyse en praktijk van beeldvormingsprocessen (Assen: Van Gorcum, 1999), 89.

29 Betts, 42.

30 Betts, 42.

31 Dyer, 4.

32 Perkins, 139.

33 Betts, 42.

34 Ibidem, 42-43.

  • Inhoudsopgave
  • 1. Wat zijn stereotypes
  • 2. Marokkanen en de Nederlandse samenleving
  • 3. In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in shouf shouf habibi
  • 4. In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in het schnitzelparadijs
  • 5. In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in dunya en desie in marokko
  • 6. In hoeverre worden heersende stereotiepe beelden over Marokkanen bevestigd of juist weerlegd in rabat
  • Literatuurlijst

  • Dovnload 98.31 Kb.