Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Modellen jaar 2 Administratieve organisatie

Dovnload 9.53 Mb.

Modellen jaar 2 Administratieve organisatie



Pagina25/63
Datum05.12.2018
Grootte9.53 Mb.

Dovnload 9.53 Mb.
1   ...   21   22   23   24   25   26   27   28   ...   63

Voorraad naar traject – Gaat over de plaats in de goederenstroom gerekend vanaf de bron tot de gebruiker; wordt gebruikt bij voorraadanalyses om te traceren waar de te hoge voorraadvorming zich voordoet. Het betreft de keten met vier schakels: leverancier, producent, groothandel en detailhandel. Onderscheid in:

  1. In bestelling

  2. In inspectie

  3. Grondstoffen (in magazijn)

  4. Inkoopdelen (in magazijn)

  5. Onderhanden werk (bewerking ondergaan) – van belang om te weten of het product zich voor of na het KOOP bevindt, ivm het wel of geen order of klantenbestemming zijn.

  6. Gereed product (afgewerkt product) – van belang om te weten of het product zich voor of na het KOOP bevindt, ivm het wel of geen order of klantenbestemming zijn.

  7. Pijplijnvoorraad – betreft goederen die onderweg zijn tussen twee of meer schakels.

  8. Filiaalvoorraad –heeft betrekking op goederen die wachten bij de detailhandel op een koper

  9. Retourgoederen – goederen die teruggezonden zijn

  • Voorraad naar soort – is van belang voor commerciële activiteiten. Bestaat uit:

    1. Strategische voorraad – wordt aangelegd om grote veranderingen in de aanvoer op te vangen van die goederen die voor de voortzetting van het productieproces van belang zijn.

    2. Speculatie – voorraden van essentiële grondstoffen en inkoopdelen die aangelegd worden omdat men bang is voor onverwachte en vrij hevige verstoringen in de inkoopprijzen.

    3. Buffervoorraad – een hoeveelheid materiaal die wacht op verdere bewerking.

    4. Cyclusvoorraad – voorraad neemt geleidelijk af en wordt periodiek weer aangevuld, wanneer orders worden ontvangen.

    5. Veiligheidsvoorraad – vormt een buffer tegen onzekerheden in de vraag of in de aanvoer, gedurende de bevoorradingsdoorlooptijd.

    6. Seizoensvoorraad – de voorraad die wordt opgebouwd om aan de vraag gedurende seizoensschommelingen te kunnen voldoen.

    7. Restant partij – voorraden van gerede producten die na afloop in de markt overblijven en niet meer volgens het normale patroon verkocht kunnen worden.

    8. Incourant – grondstoffen of halffabricaten waarvan het onwaarschijnlijk is dat ze in toekomstige productieprocessen verbruikt kunnen worden.

    9. Afgekeurd – voldoen niet aan eisen die gelden bij normaal gebruik; worden gerepareerd of vernietigd.

  • Theoretische voorraad – biedt houvast om de gegevens in administratieve zin vast te leggen in de computer. Onderscheid in:

    1. Technische voorraad – ook wel fysieke voorraad; omvat werkelijke hoeveelheid in het magazijn aanwezige goederen.

    2. Bestelde voorraad – goederen waartegenover een bestelling bij een leverancier staat en die nog niet opgenomen zijn in de magazijnvoorraad.

    3. Beschikbare voorraadgoederen waar, op dat moment, nog geen bestelling tegenover staat.

    4. Gereserveerde voorraad – goederen waar een order van een klant tegenover staat.

    5. Economische voorraad – het bedrag waarover de onderneming een financieel risico loopt; formule economische voorraad = technische voorraad + voorinkopen – voorverkopen.

    6. Fysieke voorraad - ook wel technische voorraad; omvat werkelijke hoeveelheid in het magazijn aanwezige goederen.

    7. Effectieve voorraad – omvat de som van de fysieke voorraad en de bestelde voorraad.

    8. Veiligheidsvoorraad – de berekende voorraad die dient om het effect van afwijkingen tussen de voorspelde vraag en het werkelijke verbruik op te vangen.

    9. Eindvoorraad – de voorraad waar de ondernemer uiteindelijk mee blijft zitten; ook wel risico incourant genoemd.

  • Normvoorraad bestelgrootte – bestaat uit:

      1. Voorraadnorm

      2. Minimum

      3. Maximum

      4. Gemiddelde

      5. Maximale spreiding

      6. Vaste serie

      7. Veelvouden van

      8. Laagste kosten

      9. Maandverbruik



      1. Voorraadvorming in klassieke voorraadtheorie, in totale logistieke keten, dmv afzonderlijke voorraadpunten = voorraadbeheer vanuit één punt.

      2. Het bijsturen van de hoeveelheid voorraad zal afhangen van wat er in de markt gebeurd.



      3. Voorraadkosten__Voorraden_leggen_beslag_op_geldstromen_in_een_onderneming._Onderscheid_in:__Bestelkosten'>Voorraadkosten

      4. Voorraden leggen beslag op geldstromen in een onderneming. Onderscheid in:

    • Bestelkosten – kosten voor het bestellen en aanleveren van het product. Ook bij deze bestelcyclus is het mogelijk alles te vereenvoudigen en/of automatiseren (e-procurement).

    • Voorraadkosten – kosten van rente, ruimte en risico. Verschil tussen preventieve kosten (voorkomen) en correctieve kosten (verbeteren).

    • Neeverkoopkosten – ook wel out-of-stock genoemd; kosten van het niet beschikbaar zijn van producten.



      1. Formule van Camp

      2. Gaat over het vinden van de optimale bestelgrootte bij de leverancier, ofwel het berekenen van één punt waarop economisch de meest verantwoorde seriegroottes aangeschaft kunnen worden = EOQ – Economic Order Quantity. Camp gaat daarbij wel van een paar zaken uit:

    • Afname per tijdeenheid is constant en bekend;

    • Levertijd is vast en prompt;

    • Geen neen-verkopen;

    • Bestelkosten per bestelling zijn constant en bekend;

    • Kosten van het op voorraadhouden van één product zijn constant en bekend.







      1. In formule:

      2. Waarbij:

      3. Q = bestelhoeveelheid per bestelling

      4. D = vraag naar product per jaar

      5. Cb = kosten per bestelling van een hoeveelheid in Q stuks

      6. Cv = voorraadkosten per stuk over een bepaalde periode


  • 1   ...   21   22   23   24   25   26   27   28   ...   63

  • Voorraad naar soort
  • Theoretische voorraad
  • Normvoorraad bestelgrootte
  • Voorraadkosten Voorraden leggen beslag op geldstromen in een onderneming. Onderscheid in: Bestelkosten
  • Voorraadkosten
  • Formule van Camp

  • Dovnload 9.53 Mb.