Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Modellen jaar 2 Administratieve organisatie

Dovnload 9.53 Mb.

Modellen jaar 2 Administratieve organisatie



Pagina58/63
Datum05.12.2018
Grootte9.53 Mb.

Dovnload 9.53 Mb.
1   ...   55   56   57   58   59   60   61   62   63

VERMOGENSMUTATIE 70.000

  • - Objectieve vrijstellingen (landbouw enz.) …………..

  • + Niet of beperkt aftrekbare kosten …………..

  • + Giften 1.000+

  • - Investeringsaftrek ………….

  • +/- Fiscale reserves …………..

  • - Correctie deelnemingsvrijstelling (volgende week) ………….. -/-

  • FISCALE WINST 71.000

  • - Aftrekbaar deel van de giften 1.000 -/- (Art. 16 VPB)

  • BELASTBARE WINST 70.000

  • - Te verrekenen verliezen 6.000 -/-

  • BELASTBAAR BEDRAG 64.000



  • Tantièmes zijn aftrekbaar, Art. 9 lid 1 sub a VPB
    Emissiekosten zijn aftrekbaar, Art. 9 lid 1 sub d VPB

  • Kosten die aftrekbaar zijn , zijn al van de balans afgehaald en dit is terecht geweest.
    * De belastbare winst ga je verdelen in schijven (ART. 22 VPB)



  • Week 2

  • Deelnemingsvrijstelling (Art. 13 VPB)
    Dezelfde winst niet 2 x belast / hetzelfde verlies niet 2 x aftrekbaar

  • = Deelnemingsvrijstelling (als er sprake is van een deelneming!)

  • à artikel 13 lid 1 Wet Vpb



  • Winst belast bij vennootschap die winst maakt! Verlies aftrekbaar bij vennootschap die verlies lijdt!



  • Artikel 13 lid 2 Wet Vpb: geldt voor ‘deelnemingen’(moet gaan tussen twee bedrijven)

  • - Binnenlandse deelneming

  • * minimaal 5% van nominaal gestort aandelenkapitaal (5% of meer = aanmerkelijk belang)



  • - Extra voorwaarden buitenlandse deelneming: (WETEN, NIET TOEPASSEN)

  • * Aandelen worden niet ter belegging gehouden

  • * Vennootschap moet winstbelasting betalen in buitenland à dus geen belastingparadijs !



  • Liquidatieverlies
    Zelfde winst / verlies niet 2 x belast / aftrekbaar

  • à Deelnemingsvrijstelling (artikel 13 lid 1 Wet Vpb)



  • Uitzondering:

  • Liquidatieverlies indien B.V. wordt opgeheven à

  • Toch aftrekbaar à Artikel 13d lid 1 Wet Vpb



  • Verschuldigde VPB (met art. 13 lid 1 Wet VPB)
    Stel, Bouwbedrijf Konings B.V. maakt in 2009 een winst van € 100.000.
    Hoe wordt Vpb berekend?



  • Winst Bouwbedrijf Konings € 100.000
    Vpb (20%) € 20.000
    Naar Konings Beheer B.V. € 80.000

    Naar Paul Konings Holding B.V. € 40.000


    Vpb (correctie deeln.vrijstelling) € 0
    Resteert € 40.000

    Naar Paul Konings Holding B.V. € 40.000


    Vpb (correctie deeln.vrijstelling) € 0
    Resteert € 40.000

    Totale Vpb € 20.000



    Tenslotte nog 25% IB bij uitkering aan Paul en Jan!

  • Volgens de deelneming zijn Paul & Jan het moederbedrijf, het moederbedrijf bezit de aandelen. Het bouwbedrijf is de deelneming.













  • Verschuldigde VPB met extra BV
    Bouwbedrijf Konings heeft een verlies van € 200.000 en Konings Beheer B.V. heeft een winst van € 200.000. Hoe wordt Vpb berekend?



  • Winst Konings Beheer B.V. € 200.000
    Vpb (20%) € 40.000

    Verlies Bouwbedrijf Konings B.V. € 200.000


    à Verlies verrekenbaar met andere jaren



  • Je gaat hier een fiscale eenheid creëren.



  • Fiscale eenheid VPB
    Artikel 15 lid 1 Wet Vpb:

  • Vanaf ingangsdatum wordt de belasting van de moedermaatschappij geheven alsof de werkzaamheden en het vermogen van de dochtermaatschappij onderdeel uitmaken van de werkzaamheden en vermogen van de moedermaatschappij



  • Alsof moeder- en dochtermaatschappij één belastingplichtige zijn à geconsolideerde jaarrekening

  • De moedermaatschappij moet minstens 95% van de aandelen van een dochtermaatschappij in bezit hebben voor een fiscale eenheid te vormen.



  • Voorwaarden:

  • - moeder bezit minimaal 95% aandelen in dochter

  • - zowel juridische als economische eigendom

  • - ook middellijk bezit telt mee (art. 15 lid 2 VPB)

  • - op verzoek beide belastingplichtigen (max. 3 maanden terug) (art. 15 lid 5 VPB)

  • - boekjaren moeder / dochter zijn gelijk

  • - winstbepalingen moeder / dochter zijn gelijk (art. 15 lid 3 VPB)

  • - moeder en dochter in Nederland gevestigd



  • Art. 15 lid 2 VPB.
    Onmiddellijk en middelijk bezit. Een BV bestaat uit BVa en BVb, er is hier sprake van een onmiddellijk bezit, stel onder BVb valt nog een BVc is er sprake van een middellijk bezit van de hoofdelijk BV. Omdat er een tussenpersoon tussenzit.



  • Voor- en nadelen

    • Voordelen

    • - slechts één aangifte Vpb , bespaart kosten

    • - onderling wegstrepen winsten/verliezen

    • - interne levering onzichtbaar en
      dus onbelast

    • - herstructureren kan belastingvrij


  • Binnen de fiscale eenheid kan de winst/verlies verrekend worden. Bij het voorbeeld bovenaan, met een fiscale eenheid is de winst 0.



  • Art. 15 lid 6 VPB, de fiscale eenheid eindigt.
    - Als niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden

  • - Op verzoek van beide belastingplichtigen

  • - 1 dochter uittreden is mogelijk

  • Voorbeeld
    Uitgangspunten:

    • Resultaat M 25.000 (winst)

    • Resultaat D 75.000 (winst)

    • Resultaat KD 100.000 (verlies)



    • Wat zijn de gevolgen voor de heffing van Vpb?



    • Indien fiscale eenheid: winsten worden verrekend met verliezen: Belastbaar bedrag is 0

    • (75.000 + 25.000 – 100.000)



    • Soorten belastingrecht

    • Nationaal belastingrecht: Nationale regelgeving
      Ieder land kent eigen regels. Zoals inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

    • Internationaal belastingrecht : Afspraken tussen verschillende landen

    • Europees belastingrecht: Afspraken tussen Europese landen



    • Internationaal belastingrecht: Bilaterale belastingverdragen
      Tussen twee landen Zoals: Belastingvedrag Nederland-Belgie
    • Eenzijdige regelingen ter voorkoming van dubbele belasting Ieder land heeft eigen regels.





    • Europees belastingrecht

    • - Europese regelgeving. Zoals: Europese richtlijn voor de omzetbelasting



    • Verdrag van de Europese Gemeenschappen
      6 verdragsvrijheden:
      - Vrij verkeer van burgers van de Unie (art. 18 EG-verdrag)
      - Vrij verkeer van goederen (art. 23 t/m a31 EG-verdrag)
      - Vrij verkeer van personen (art. 39 t/m 48 EG-verdrag)
      - Vrij verkeer van diensten (art. 49 t/m 55 EG-verdrag)
      - Vrij verkeer van kapitaal (art. 56 t/m 59 EG-verdrag)
      - Vrij verkeer van betalingen (art. 56 t/m 59 EG-verdrag)



    • Week 3
      Omzetbelasting algemeen
      - Algemene
      verbruiksbelasting
      * Verbruik wordt belast
      * Belasting drukt niet op specifiek goed

    • - Belasting over de Toegevoegde Waarde (sinds 1969)

    • - Indirecte belasting
      * Belasting wordt afgedragen door ondernemer i.p.v. verbruiker (tussenpersoon draagt het af)

    • - Gebaseerd op Richtlijn van de EU

    • - Aangiftebelasting , artikel 14 Wet OB, zelf aangifte doen van belasting



    • Tarief
      - Algemene tarief: 21% Artikel 9 lid 1 Wet OB

    • - Verlaagd tarief: 6% (tabel I) Artikel 9 lid 2 onderdeel a Wet OB

    • - Nultarief: 0% (tabel II) Artikel 9 lid 2 onderdeel b Wet OB





    • Verlaagd tarief - 6% - tabel I (te vinden na artikel 55 OB)

    • - Voedingsmiddelen - Uitgaven ivm menselijk leed

    • - Toegang tot sportfaciliteiten - Landbouw



    • Nultarief – 0% - tabel II

    • - Nog niet ingevoerde goederen - Uitvoer van goederen

    • - Levering van goederen naar andere lidstaten als daar voor die goederen ICV geldt

    • - Diensten mbt in- en uitvoer van goederen - Vervoer van ingevoerde goederen

    • - Personenvervoer



    • Omzetbelasting
      Normaal gesproken:

    • - Een ondernemer houdt omzetbelasting in en draagt dit af aan de overheid.

    • - De ondernemer mag de voorbelasting (de betaalde omzetbelasting)

    • in aftrek brengen



    • Uitzondering:

    • Vrijgestelde ondernemers hoeven geen omzetbelasting in te houden en af te

    • dragen, maar mogen de betaalde omzetbelasting ook niet in aftrek brengen!

    • (geen aftrek van voorbelasting)



    • Geen omzetbelasting op factuur. Geen recht op aftrek van omzetbelasting die door en vrijgestelde ondernemer wordt betaald!



    • Wie?

    • Gaat om ondernemers waarbij de overheid niet wil dat de kostprijs wordt verhoogd door BTW (medische diensten, onderwijs, sportactiviteiten, musea, enz).
      Let op verschil vrijgestelde ondernemer en heffing van 0%!



    • Vrijstellingen
      - Levering van onroerende zaken (art. 11, 1, a wet OB)

    • - Verhuur van onroerende zaken (art. 11, 1, b wet OB)

    • - Medische diensten (BIG) (art. 11, 1, g wet OB)

    • - Kredietverlening (art. 11, 1, j wet OB)

    • - Verzekeringen (art. 11, 1, k wet OB)

    • - Post (art. 11, 1, m wet OB)

    • - Niet-commercieel onderwijs (art. 11, 1, o wet OB)

    • - Levering roerende zaak gebruikt voor vrijgestelde prestaties (art. 11, 1, r wet OB)


    • Voorbeeld: Algemeen


    • Stel, er geldt een tarief voor de omzetbelasting van 6%

    • Een boer verkoopt zijn product aan een groothandel voor 100 + BTW

    • De groothandel verkoopt het product aan een winkelier voor 200 + BTW

    • De winkelier verkoopt het product aan de consument voor 300 + BTW

    • Hoe verloopt de heffing van omzetbelasting?



    • De boer draagt 6% van 100 af aan de Belastingdienst. 6

    • De groothandel draagt niet 6% van 200 af aan de Belastingdienst,
      maar verrekent zijn betaalde BTW, dus 6% van 200 – 6% van 100 6

    • De winkelier draagt niet 6% van 300 af aan de Belastingdienst,
      maar verrekent zijn betaalde BTW, dus 6% van 300 – 6% van 200 6

    • De Belastingdienst ontvangt per saldo (6% over 300) 18

      • A

      • Inkoop

      • 200 (242 inc)

      • Verkoop

      • 350 ex btw (423,5 inc)

      • B

      • Inkoop

      • 350 (423,50 inc)

      • Verkoop

      • 500 ex btw (605 inc)

      • Consument

      • Inkoop

      • 500

      • Verkoop

      • 605 inc btw 21%



    • A= 73,50 – 42 = 31,50 moet de ondernemer nog betalen
      B = 105 – 73,50 = 31,50 moet de ondernemer nog betalen



    • Ondernemerschap
      Artikel 7 Wet OB: Een ieder die een bedrijf of beroep zelfstandig uitoefent.



    • Een ieder: Rechtsvorm irrelevant

    • Zelfstandig: Niet in dienstbetrekking

    • Bedrijf/beroep: Economische activiteit / winststreven niet noodzakelijk à organisatie van arbeid en kapitaal die optreedt in het economisch verkeer om daarmee duurzaam inkomen te verwerven



    • Belastbare feiten
      Artikel 1 Wet OB

    • - Leveringen van goederen (sub a) door ondernemers in Nederland

    • - Verrichten van diensten (sub a) door ondernemers in Nederland

    • - Intracommunautaire verwervingen van goederen (sub b) door ondernemers in Nederland

    • - Intracommunautaire verwervingen van nieuwe vervoermiddelen (sub c) door particulier in
      Nederland

    • - Invoer van goederen (sub d) uit niet-EU-landen



    • Levering van goederen

    • Artikel 3 Wet OB: Levering van goederen

    • - Overdracht (in juridische zin) à lid 1 sub a wet OB

    • - Afgifte van huurkoopgoederen à lid 1 sub b wet OB

    • - Oplevering van vervaardigde onroerende zaken à lid 1 sub c wet OB
      *door degene die het goed gemaakt heeft gaat om zaken die nog niet bestonden

    • -Vordering door de overheid tegen vergoeding à lid 1 sub d wet OB
      -Aanbrengen van een goed aan een ander goed à lid 1 sub f wet OB montage/installatie



    • Goederen:

    • - Alle lichamelijke, stoffelijke objecten

    • - Ook: electriciteit, gas, warmte, e.d. (zie artikel 3 lid 7 Wet OB)



    • Levering van diensten
      Artikel 4 Wet OB: Levering van diensten

    • Begrip:

    • alle prestaties met uitzondering van levering van goederen,

    • die tegen vergoeding worden verricht



    • Vergoeding:

    • niet gratis en geen symbolische vergoeding







    • Kleine ondernemersregeling

    • De Kleine-Ondernemingsregeling (KOR)

    • Artikel 25 lid 1 Wet OB

    • Voor ‘kleine’ ondernemers (door hoge kosten voor administratie)

    • Geldt voor natuurlijke personen (waaronder maatschap, v.o.f. , CV en andere samenwerkingsverbanden)

    • De KOR geldt per ondernemER (niet ondernemING)

    • Verminderen 2,5 x (1.883 -/- per saldo te betalen OB)

    • Vermindering maximaal het bedrag van OB

    • Bij minder dan € 1.345 à helemaal geen belasting meer afdragen (OB)!


    • 1500 – 2,5 X (1883-1500) =957,50. 1500 – 957,50 = 542,50 afdragen. (1500 is voorbeeld bedrag)

    • Voorbeeld

    • De buurvrouw van Jan Konings heeft een eenmanszaak en verkoopt schoenen.

    • De volgende gegevens zijn bekend met betrekking tot de eenmanszaak

    • van de buurvrouw van Jan Konings:

    • Jaar 1: OB over omzet is € 2.000 / Voorbelasting is € 400

    • Jaar 2: OB over omzet is € 1.800 / Voorbelasting is € 300

    • Jaar 3: OB over omzet is € 1.000 / Voorbelasting is € 300

    • Hoe verloopt heffing van omzetbelasting?








  • 1   ...   55   56   57   58   59   60   61   62   63

  • FISCALE WINST 71.000 - Aftrekbaar deel van de giften 1.000 -/- (Art. 16 VPB) BELASTBARE WINST 70.000
  • Week 2 Deelnemingsvrijstelling (Art. 13 VPB)
  • Liquidatieverlies
  • Verschuldigde VPB (met art. 13 lid 1 Wet VPB)
  • Verschuldigde VPB met extra BV
  • Fiscale eenheid VPB
  • Europees belastingrecht
  • Week 3 Omzetbelasting algemeen - Algemene verbruik
  • - Aangifte
  • Voorbeeld: Algemeen
  • Hoe verloopt de heffing van omzetbelasting
  • Belastbare feiten
  • Levering van diensten
  • Kleine ondernemersregeling
  • Hoe verloopt heffing van omzetbelasting

  • Dovnload 9.53 Mb.