Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Moet met dezelfde liefde en toewijding ontstaan als schilderkunst.

Dovnload 32.7 Kb.

Moet met dezelfde liefde en toewijding ontstaan als schilderkunst.



Datum27.11.2017
Grootte32.7 Kb.

Dovnload 32.7 Kb.

Grafiek moet met dezelfde liefde en toewijding ontstaan als schilderkunst“. (Emil Nolde, 1917)

Emil Nolde behoort tot de belangrijkste Duitse expressionisten. Zijn schilderijen en aquarellen staan meer in de belangstelling dan zijn drukgrafiek. Niettemin heeft Nolde tussen 1905 en 1926 meer dan vijfhonderd houtsneden, etsen en lithografieën vervaardigd, die minstens zo belangrijk zijn en zowel qua vorm als thematisch met zijn schilderkunst zijn verbonden. In deze tentoonstelling worden deze analogieën verduidelijkt en wordt grafisch werk uit de collectie van de Nolde Stiftung in Seebüll naast werken uit het omvangrijke bestand van de Kunsthalle Emden geplaatst.

Noldes grafisch werk onderscheidt zich door de schilderkunstige werking van zijn drukken van het meer grafisch georiënteerde werk van expressionistische tijdgenoten als Ernst Ludwig Kirchner en Karl Schmidt-Rottluff. Emil Noldes grafisch werk wordt zowel door zijn virtuoze technische beheersing van de druktechnieken gekenmerkt als door zijn plezier in het experimenteren met de schilderkunstige mogelijkheden van de verschillende druktechnieken, met verschillende toestanden alsook kleurvariaties.

Naast deze uiterlijke bijzonderheden behandelt deze tentoonstelling in een tweede verhaallijn verschillende thema's en motieven die Nolde door de jaren heen steeds weer hebben beziggehouden: het naakt, sprookjes, groteske voorstellingen, Bijbelse taferelen, dans en landschap. Ze verraden Noldes voorliefde voor fantastische en veelzijdige scènes waarin zijn nauwgezette waarneming van de omgeving zich vermengt met zijn hang naar fantaseren en fabuleren. De rondgang wordt afgesloten met 19 aquarellen uit de beroemde serie Ungemalte Bilder. De indrukwekkende werken kwamen tot stand tijdens zijn Berufsverbot, hem door de nazi’s opgelegd. Ook hier zien we fabeldieren, groteske voorstellingen, en fantastische, aan de werkelijkheid onttrokken, land-schappen. Zo benadrukken ze eens te meer ook het eigenzinnige en opzichzelfstaande karakter van Noldes grafisch werk dat zijn weerga in de kunst van de 20e eeuw niet kent.



17

„Iedere druk moet door de kunstenaar worden bekeken, in de hand worden genomen en van zijn naam worden voorzien. Hij moet wikken en wegen en matige en slechte drukken vernietigen, en vooral bij houtsneden is het boeiend dat bij handmatig drukken zelden twee drukken gelijk zijn.” (Brief aan Hans Fehr, 1917)

„We kregen een aangenaam bezoek van Schiefler, directeur van het Landgericht [een Duitse rechtbank] uit Hamburg. Hij verbleef enige dagen bij ons om notities te maken voor een catalogus van mijn grafisch werk, zoals hij er al een voor Liebermann en Munch maakte.“ (Brief aan Karl Ernst Osthaus, 1907)

16

„[...] mijn vroege en met name mijn eerste [drukken] laten zich niet onder een noemer brengen, hierop zijn geen pasklare regels van toepassing. Ik ben echter dol op deze werken. Hieruit spreekt een moedige strijd tegen de traditie en ik heb gebieden verkend die nog geen mens had betreden.“ (Brief aan Rosa Schapire, 12 november 1907)



„Zijn fantastische eigenaardigheid bracht wat nieuws teweeg in „Brücke“, hij verrijkte onze tentoonstellingen met zijn interessante etstechniek en hij leerde onze houtsnijkunst kennen.“ (Kirchner over Nolde, Chronik der Brücke, 1913)

15

„De kunstuitingen van natuurvolken zijn onwerkelijk, ritmisch, ornamenteel, zoals eens de primitieve kunst van alle volken was – inclusief die van de Germaanse volken in hun oerbestaan. [...]“ (Emil Nolde)



14

„De nieuwe lithografieën zijn niet te catalogiseren. Keer op keer heb ik stenen en kleuren gewijzigd, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, 8 weken lang. Dat moet u nu vastleggen en duiden, - het lijkt me een onmogelijke opgave.“ (Nolde aan Schiefler, 25 augustus 1913)



13

„Ik werkte, kraste en etste, zodat alles in mijn omgeving, wasgoed, behang, kleden eronder te lijden had.“ (Emil Nolde, Jahre der Kämpfe (1902-1914), Berlijn 1934.)

„Die aangezwarte grafieken, op wit karton gelegd, werkten soms als duistere demonen uit een gloeiendhete onderwereld.” (Emil Nolde 1945)

18

„Uitstapjes naar het sublieme, het visionaire, het fantastische zijn niet onderhevig aan regels en koele ratio. Het zijn vrije, heerlijke contreien en gebieden vol bekoring en charme in hooglicht en schaduw, en licht geestelijk beleven.“ (Emil Nolde, 8 juli 1943)



Ongeschilderd werk

Emil Nolde was diep geschokt toen zijn kunst, net als die van veel van zijn collega-kunstenaars als „entartet“ werd gebrandmerkt. Zijn werk werd met groot vertoon uit Duitse musea verwijderd en in 1941 kreeg hij een Berufsverbot. Tot dan toe had hij zich op het bedenkelijke af ingelaten met het regime en diens ideologie. Hij was al in 1934 tot de Nationalsozialistische Arbeitsgemeinschaft Nordschleswig (NSAN) toegetreden en hij zag zichzelf als een kunstenaar wiens werk op de Duitse kunsttraditie voortbouwde. Omdat Nolde evenwel geen concessies aan zijn kunst wilde doen, waren zijn pogingen om als kunstenaar actief te kunnen blijven vergeefs.

In de propagandatentoonstelling Entartete Kunst was Nolde van alle kunstenaars met het grootste aantal werken vertegenwoordigd. In de periode erna werden meer dan duizend van zijn werken uit de Duitse musea verwijderd. De kunstenaar ging zeer onder deze vernederingen gebukt, wat zich tevens vertaalde in gezondheidsproblemen. Hij schreef over zichzelf en zijn vrouw Ada: „Wij kunstenaarsmensen zijn verworden tot zwakke, wankelende zuilen.“

Nolde mocht weliswaar niet meer schilderen en geen werk meer verkopen, maar niettemin schiep hij vanaf 1938 in een achterkamer van zijn huis in Seebüll



heimelijk een omvangrijk laat werk dat bestond uit talloze aquarellen en gouaches op klein formaat, die hij later zelf als „Ungemalte Bilder“ betitelde. De meer dan duizend werken kon hij slechts aan een select groepje naaste vrienden tonen. Enkele van deze composities heeft hij later ook werkelijk in olieverfschilderijen omgezet. Ondanks het leven in afzondering en de voortdurende angst tegen de lamp te lopen, ontstonden verrassend vrije, fantasierijke, kleurrijke werken die van levensvreugde getuigen, en die Noldes ongebroken scheppingskracht tonen die in schrille tegenstelling tot zijn uitzichtloze situatie van die tijd staat.

Biografie

1867 Emil Nolde wordt op 7 augustus als Hans Emil Hansen in het dorp Nolde bij Tondern in het Deens-Duitse grensgebied geboren. Hij is het zesde kind uit een boerengezin. In Flensburg volgt hij een opleiding tot houtsnijder en reclametekenaar. Hij werkt als houtsnijder in een meubelfabriek in München en Karlsruhe. Vanaf 1889 heeft hij verschillende betrekkingen in Berlijn.

1892 Nolde verhuist naar St. Gallen, waar hij een aanstelling als leraar aan een industrie- en nijverheidsmuseum krijgt. Hier ontstaan vroege landschapsaquarellen, tekeningen van bergboeren en zijn eerste schilderij Bergriesen. Door de publicatie van groteske Alpenvoorstellingen, de Bergpostkarten, wordt hij financieel onafhankelijk. Hij geeft zijn baan als leraar op om zich als vrij kunstenaar te vestigen.

1898 Hij begint zich met het etsen bezig te houden. Zijn eerste werk is Lumpen. Nolde bezoekt de schilderacademie van Friedrich Fehr in München, de Hoelzel-school in Dachau en de Académie Julian in Parijs. Ook maakt hij studies in het Louvre. Vervolgens reist hij naar Jutland en Kopenhagen.

1901 Nolde verblijft in Kopenhagen en brengt de zomer in het vissersdorp Lildstand (Noord-Jutland) door. In deze periode maakt hij groteske tekeningen. In 1902 huwt hij de Deense toneelspeelster Ada Vilstrup en neemt hij de naam Emil Nolde aan.

Hij heeft een atelier in Berlijn en brengt de zomer in Jutland, en daarna Flensburg door.

1903 Tot 1916 heeft Nolde een huis met een houten strandatelier op het eiland Alsen. 's Winters verblijft hij veelal in Berlijn. In 1904/1905 bezoekt hij Italië. In oktober 1905 komt in Berlijn de serie etsen Phantasien tot stand.

1906 Hij treedt toe tot de kunstenaarsgroep Brücke (tot de herfst van 1907); Karl Schmidt-Rottluff werkt op Alsen en bezorgt Nolde een drukpers. De eerste houtsneden ontstaan, waaronder de map met de tien sprookjeshoutsneden. Hij neemt deel aan de Brücke-tentoonstelling van moderne houtsnijkunst. Nolde raakt bevriend met Karl Ernst Osthaus en Gustav Schiefler, en hij maakt kennis met Edvard Munch. In 1907 maakt hij zijn eerste lithografieën, in 1908 een serie aquarellen in Cospeda bij Jena. Hij wordt lid van de Berliner Secession. In 1909 ontstaan in Ruttebüll zijn eerste schilderijen met Bijbelse motieven.

1910 Verblijf in Hamburg, meerdere schilderijen, 19 etsen, 4 houtsneden en talrijke inkttekeningen van de haven van Hamburg. Winter 1910/1911: zeven religieuze etsen, waaronder Saul und David. Vanaf november 1910 heeft Nolde een woonatelier in Berlijn in de Tauentzienstraße (tot 1929). Nolde-strijd: uitsluiting van de Berliner Secession, lid van de Neue Secession. Schilderijen van het grootsteedse nachtleven. In 1911 verschijnt bij de Berlijnse uitgever Julius Bard het eerste deel van Gustav Schieflers catalogus van Noldes grafisch werk tot 1910. In 1911/1912 ontstaat het negendelige werk Das Leben Christi, in 1912 een serie houtsneden, waaronder Prophet, een wiegendruk van het Duitse expressionisme.

1913 Flensburg: kleurenlitho's op groot formaat, keramiek. Aankoop van de boerenwoning Utenwarf. Deelname aan een reis naar de Zuidzee als lid van de Medizinisch-demographischen Deutsch-Neuguinea-Expedition.

1915 Totstandkoming van 88 schilderijen, waaronder Grablegung; kleurenlitho's, bewerking en kleurendrukken van enkele lithografieën uit 1907. Verhuizing van Alsen naar Utenwarf.

1918 lid van de Arbeitsrat für Kunst in Berlijn.Hallig Hooge: serie fantastische aquarellen. Na de volksraadpleging van 1920 wordt Utenwarf Deens en Nolde Deens staatsburger. 1921 reis naar Spanje. Monografie van Max Sauerlandt.

1926 Utenwarf wordt van de hand gedaan, bouw van het woonhuis en atelier Seebüll. De laatste litho's zien het levenslicht. In 1926 verschijnt bij de Berlijnse uitgeverij Euphorion het tweede afsluitende deel van Schieflers catalogus van Noldes grafisch werk van 1910 tot 1926. 1927 jubileumtentoonstelling in Dresden. Een ontwerp van Mies van der Rohe voor een huis in Berlijn wordt niet gerealiseerd. 1929 verhuizing naar de Bayernallee. Van de zomer tot diep in de herfst van 1930 verblijf op Sylt. 1931 lidmaatschap van de Preußische Akademie der Künste. Eerste deel van zijn autobiografie. Tot 1935 Phantasien; een serie aquarellen op groot formaat.

1933 Noldes werk wordt steeds nadrukkelijker op de korrel genomen door de nazi's. In 1934 verschijnt het tweede deel van zijn autobiografie. In Hamburg wordt Nolde geopereerd aan maagkanker. Als Deens staatsburger wordt hij in 1935 lid van de in Noord-Sleeswijk opgerichte NSDAP-N. In 1937 volgt inbeslagname van 1052 van Noldes werken in Duitse musea; talrijke werken van Nolde worden tentoongesteld in de expositie Entartete Kunst. In 1941 volgt uitsluiting van de Reichskammer der bildenden Künste en krijgt hij een beroepsverbod. Nolde trekt zich terug in Seebüll en werkt heimelijk aan Ungemalte Bilder, een reeks van meer dan 1300 aquarellen op klein formaat. In 1944 wordt Noldes atelier in Berlijn door een bom verwoest. Vele werken gaan verloren alsook zijn verzameling grafisch werk. In 1945 worden in Teupitz opgeslagen werken door brand verwoest.

1946 Testamentaire vastlegging van de Stiftung Seebüll Ada und Emil Nolde. In 1946 overlijdt Ada Nolde. 1948 huwelijk met Jolanthe Erdmann. Nolde krijgt veel eerbetoning: verlening van professoraten, Stephan Lochner-medaille van de stad Keulen, Grafiekprijs op de XXV Biennale van Venetië, kunstprijs van de stad Kiel, de orde Pour le Mérite, in 1951 voltooit hij zijn laatste schilderij, tot 1955 maakt hij aquarellen.

1956 Emil Nolde overlijdt op 13 april in Seebüll. Oprichting van de Nolde Stiftung Seebüll.

  • Biografie 1867

  • Dovnload 32.7 Kb.