Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Muziekgeschiedenis C. 1 Vroegbarok Ludwig Jansegers Docent muziekgeschiedenis

Dovnload 282.39 Kb.

Muziekgeschiedenis C. 1 Vroegbarok Ludwig Jansegers Docent muziekgeschiedenis



Pagina1/4
Datum12.05.2017
Grootte282.39 Kb.

Dovnload 282.39 Kb.
  1   2   3   4

Muziekgeschiedenis

C.1 Vroegbarok

Ludwig Jansegers

Docent muziekgeschiedenis


  • Algemene situering..

  • lgemene kenmerken van de muziek…

  • Firenze: de Camerata…

  • Claudio Monteverdi (1567-1643)…

  • Ontstaan van oratorium en cantate…

  • Instrumentale muziek…

  • Heinrich Schütz (1585-1672)…

  • Orgelmuziek…

  • Noordelijke Nederlanden…


  • Barok: algemene situering…




  • Frankrijk, Engeland en Duitsland = overwicht in Europa.

  • Frankrijk = absolutisme: Lodewijk XIII (1610-1643), met kardinaal Richelieu als eerste minister; Lodewijk XIV (1643-1715): hij was pas 5 jaar bij de dood van Lodewijk XIII ► Kardinaal Mazarin wordt regent ► in 1661 zal Lodewijk XIV Mazarin afzetten ► ‘L’état c’est moi’.

  • Engeland = absolutisme onder de Stuarts: Karel I (1625-49): ontbindt het parlement ► burgeroorlog ► Cromwell in 1648 Commenwealth, het Gemenebest ► hij verenigt Engeland, Schotland en Ierland.

  • Duitsland = Dertigjarige Oorlog (1618-48) door tegenstellingen tussen katholieken en protestanten ► Vrede van Westfalen (1648) poogt orde te scheppen ► N blijft overwegend protestants; Z van Duitsland, Oostenrijk en Bohemen zijn katholiek.

  • Vlaanderen = Spaans bezit ► het protestantse noorden, de Verenigde Provinciën, hebben zich losgemaakt van de Zuidelijke Nederlanden ►1715 = Vlaanderen gaat over in Oostenrijkse handen, onder de regering van Karel VI (tot1740).



  • Barok: cultureel kader…

  • Vroegbarok = 1600 – 1650

  • Hoogbarok = 1650 – 1700

  • Laatbarok = 1700 – 1750



  • Barok = ‘baroco’ (‘baruco’ of ‘baroccio’) = ‘onregelmatig ronde parel’ = onaangenaam, abnormaal, bizar.




  • Luistervoorbeeld 1:




  • O che nuovo stupor, Francesca Caccini (1587-16?)

  • Théorbe & violon.

  • Max Van Egmond, bas.




    • CD Motetti ed Arie a Basso Solo – Max Van Egmond & Ricercar Consort. Track 4.




  • Luistervoorbeeld 2:




  • Henry Purcell, Nancy Argenta, Songs and Airs.

  • “If music be the food of love.”




  • Barok: cultureel kader…




  • = ‘Tweede Renaissance’ periode van hellenisme

    • ( vanaf ca. 330 v. chr.)

  • = een kunst, waarin de beweging en de pathos (het hartstochtelijke) overheersen, de symmetrie en de duidelijke vormgeving verloren dreigen te gaan onder de versieringszucht. Versiering leidt tot overladenheid en opgeblazenheid.

  • = het gevoelsmatige overheerst, de kunstenaar wil op het gevoel inwerken en zekerheid hebben over dat inwerken door de overdrijving van zijn uitdrukking ~ Renaissance = rede en gevoel worden in evenwicht gehouden.




  • Beeldhouwkunst: de volledige ruimtelijkheid van het beeld. Voorbeeld: Bernini: De extase van de heilige Theresa van Avila (1644-52)

  • Bouwkunst: ontwerpen van grote gehelen als een eenheid: Bernini (1598-1680): Sint-Pietersplein, Rome (1657-60)

  • Schilderkunst: licht- en kleurwerking belangrijker dan de tekening. Voorbeeld: Caravaggio (ca. 1560-1609); Rubens (1577-1640); Rembrandt (1606-1669)

  • Literatuur: zuiver classicisme.

  • Frankrijk: 1634, Académie Française, opgericht door Richelieu (vooral bedoeld als controlemiddel op de literatuur door het absolutistisch gezag): Corneille (1606-1684) met ‘Le Cid’ (blijspelen en treurspelen); Molière (1622-1673): ‘Tartuffe’ (blijspelen); Racine (1639-1677): ‘Britannicus’ (tragedies).

  • Engeland: opkomst romankunst: Daniel Defoe (1660-1731): ‘Robinson Crusoe’ (1719) en Jonathan Swift (1667-1745): ‘Gulliver’s Travels’ (1726).




  • Barok: algemene kenmerken muziek…




  • = Italië, Frankrijk, Engeland & Duitsland

  • Virginalistenkunst = overgangsfase tussen Renaissance & Barok ► afremming muziekontplooiing met Cromwell.

  • Duitsland: Dertigjarige Oorlog. (1618-1648, door de Habsburgse keizers en hun bondgenoten in het Duitse Rijk gevoerd; eindigt met de Westfaalse Vrede, de politieke verbrokkeling en algehele ontreddering van het Duitse Rijk en het overwicht van Frankrijk en Zweden in Europa.)

  • Na 1650: centrum muziek naar Duitsland-Oostenrijk.



  • Barok: genres: blz. 141 – 146.




  • 1. Vocaal-eendelig: motet, begeleide monodie;

  • 2. Vocaal-meerdelig: cantate, oratorium, mis, opera;

  • 3. Instrumentaal-eendelig: fantasia en fuga, preludium en toccata, orgelkoraal of koraalvoorspel, variatiereeks, sinfonia en ouverture;

  • 4. Instrumentaal-meerdelig: concerto grosso en soloconcerto, suite, sonata da chiesa.




  • Stemvoering: blz. 144

  • Melodie: blz. 145

  • Ritme: blz. 145

  • Dynamiek: blz. 146

  • Harmonisatie: blz. 146



  • Vocaal-eendelig: motet, begeleide monodie.




  • 1.1 Motet: blijft bestaan als eendelige compositie; maar leidt ook tot de meerdelige genres: cantate, oratorium, mis en opera

  • = a capella of instrumenten toegevoegd = deze hebben een zelfstandige partij of verdubbelen ad libitum de zangstemmen.




  • 1.2 Begeleide monodie = SOLOMADRIGALEN leiden tot:




  • de begeleide monodie (één zangstem met basso continuo) &

  • de aria, als nummer in de opera.




  • Voorbeeld: ♫ Laudate Dominum, Claudio Monteverdi - Motetti ed Arie a basso solo, Max van Egmond, bas. Track 1.




  • Vocaal-meerdelig: cantate, oratorium, mis, opera.




  • 2.1 Cantate = meerdelige nummercompositie voor vocale solisten, koor en orkest; geestelijk of wereldlijk; gezongen tijdens de kerkdiensten van de protestanten op zondagen en feestdagen.

  • Solocantate & koorcantate.




  • Voorbeelden:

  • ♫ Aria: Ich habe genug, track 2 &

  • ♫ Aria: Schlummert ein, track 3. - Cantate BWV 82 J.S. Bach - Cantates voor bas – P. Kooy

  • ♫ Aria: Ah ch’infelice sempre – Larghetto & Andante molto - Andreas Scholl – Vivaldi. Track 8.




  • 2.2 Oratorium = ontstaan uit de LAUDI (= de onderwerpen van de lezingen en uiteenzettingen van elke bijeenkomst), die tijdens de bijeenkomsten van de ‘Congregatione dell’Oratorio’ (een religieuze meditatiegroep, geleid door de priester Filippo Neri) gezongen werden).)

  • Oratorium = religieus van inhoud (~ Laudi); ook wereldlijke onderwerpen.

  • Passie of religieus oratorium geniet voorkeur van veel barokcomponisten.




  • Voorbeelden:




  • H. Schütz, Musikalische Exequien.

  • ♫ Erbarme dich – J.S. Bach, Matthew-Passion. Andreas Scholl. Track 21.




  • 2.3 Mis = ondergaat invloed van de cantate en het oratorium:

  • Structureel = meer en meer vallen grote onderdelen van de mis uiteen in afzonderlijke nummers, bijv. gloria en credo.

  • Bezetting = ook nu mogelijk met verschillende vocale solisten, koor en orkest.

  • Voorbeeld: J.S. Bach, H-moll Messe. Gloria: aria: ♫ Quoniam tu solus sanctus. Track 11, CD 1.




  • 2.4 Opera = verschillende muziekvormen leiden naar de opera:




  • - madrigaalkomedies of verschillende madrigalen met uitbeelding;

  • - canti carnascialeschi: carnavalsliederen;

  • - luchtige tussenspelen met muziek tijdens de pauzes van toneelstukken of intermedieën;

  • - muziek bij komische toneelstukken;

  • - openluchtschouwspelen of trionfi (met allegorische of mythologische personages, die de grote heersers over de steden voorstellen): er treden gemaskerde acteurs, zangers en dansers op;




  • De trionfi = een voorloper van de opera en van het ballet. In Engeland sprak men van ‘masque’.




  • Voorbeeld: The Fairy Queen, Henry Purcell:

    • ♫ track 1: Prelude;

    • ♫ track 6: Song in Two Parts: Come, come, come, let us leave the Town.



  • 3. Instrumentaal-eendelig: fantasia en fuga, preludium en toccata, orgelkoraal

  • of koraalvoorspel, variatiereeks, sinfonia en ouverture.




  • 3.1 Fantasia en fuga = het ricercare groeit uit tot de fantasia en verder tot de fuga.




  • Fantasia = een herhaald hoofdthema met variaties.

  • Fuga = de monothematische polyfone instrumentale vorm van de barok.



  • 3.2 Een preludium

    • of een toccata kan de fuga voorafgaan.




    • Bedoeling: het ‘zich opwarmen’ van de speler…




  • Voorbeelden:




  • CD De Muziektaal 1, CD 2, track 30: J.S. Bach:




  • Preludium en Fuga nr. 2 in c a 3 voci, BWV 847.

    • (Uit ‘Das Wohltemperierte Klavier’, boek I)

  • 'Das Wohltemperierte Klavier' of 'het juist gestemde klavier'.



  • Rond 1700 lukte het pas voor het eerst om een toetsinstrument (klavier) juist te stemmen.




  • 'Das Wohltemperierte Klavier' of 'het juist gestemde klavier'.




  • Tot die tijd was het niet mogelijk om in alle toonsoorten te spelen, want in sommige toonsoorten ging de muziek vals klinken.

  • Na veel experimenteren had men een stemsysteem bedacht, waarmee ook nu nog de toetsinstrumenten gestemd worden.




  • Bach maakte van de gelegenheid gebruik en componeerde een PRELUDE plus bijhorende FUGA in alle vierentwintig toonsoorten. Twee dozijn meesterwerkjes dus in boek I (1722) en eenzelfde aantal in boek II (1744).




  • Eenmaal ingezet, verandert het karakter van een prelude zelden. Hier horen we aan het einde een onverwachte wending...




  • Een fuga is, net als een canon, een polyfone muziekvorm.

  • Iedere stem - melodie - is belangrijk.

  • Om te horen hoe veelstemmig een fuga is, moeten we goed naar het begin luisteren. Daar zetten de instrumenten één voor één in.




  • Prelude:

  • 0:00 de beweging zet in...

  • 1:10 ...en stopt.




  • Fuga:

  • 0:00 stem 1

  • 0:06 stem 2

  • 0:17 stem 3




  • Voorbeelden:




  • CD DWK Deel 2 Barok: CD 1, 22: Nicolaus Bruhns:

    • Praeludium en Fuga in e klein (Helmut Walcha, orgel).






  • Het koraal leent zich daarenboven uitstekend om op orgel gespeeld te worden. Welke vorm de Duitse orgelcomponisten ook gebruiken, bijna voortdurend zullen koraalmelodieën aan hun werk ten grondslag liggen.




  • In sommige stukken is de koraalmelodie al dan niet latent in één van de stemmen aanwezig. In andere werken wordt de koraalmelodie gebruikt als basis voor variaties.




  • Nicolaus Bruhns (1665 - 1697) is één van de meest getalenteerde leerlingen van Dietrich Buxtehude. Van grote waarde zijn zijn orgelpreludes, vrijer geschreven dan bij de meeste van zijn tijdgenoten.




  • De fuga is bij Bruhns doorgaans eenvoudig van structuur, met verrassend lyrische thema's.




  • Voorbeelden:




  • CD De Muziektaal 1, CD 2, track 31: W.A. Mozart:

    • Requiem in d, KV 626: Kyrie = een voorbeeld van een dubbelfuga met twee thema’s.



  • 3.3 Orgelkoraal of koraalvoorspel

    • = een polyfone omspeling van een koraal als voor- of naspel tegenover bijvoorbeeld het gezongen koraal.




    • Elke koraalzin is herkenbaar door een duidelijke registratie en een ritme in lange noten.



  • 3.4 Variatiereeks = de componist vertrekt van een thema dat hij in de loop van het stuk zal wijzigen, vervormen, ontwikkelen ► hij zal dit thema variëren.




  • De componist kan zijn thema zelf schrijven of vertrekken van een bestaand thema, van een andere componist of van een volkslied.

  • Als de variaties het basisprincipe van de hele compositie vormen, spreken we expliciet van VARIATIEVORM.

  • Het gaat meestal om graag gehoorde muziekstukken het eigenlijke biedt een stevig houvast.




  • In de barok: variatiereeksen in het spoor van de virginalisten blijven in trek.



  • Enkele vaak voorkomende middelen om een thema te variëren:




  • Ritmische variatie: het ritme ondergaat wijzigingen, en/of de maat verandert.

  • Melodische variatie: de melodie wordt gevarieerd.

  • Ornamentale variatie: de melodie wordt omspeeld of versierd.

  • Figuratieve variatie: één ritmisch en/of melodisch figuurtje beheerst de hele variatie.

  • Harmonische variatie: de oorspronkelijke harmonie wordt gewijzigd of de toonsoort wisselt van majeur naar mineur.

  • Karaktervariatie: de componist vertrekt van een thema maar varieert het zo verregaand dat het thema na een tijdje op het gehoor praktisch niet meer te herkennen valt.







  • De 'Schubertiaden' waren wekelijkse bijeenkomsten van bevriende kunstenaars (musici, schilders, dichters) en kunstminnaars.

  • - Zij discussieerden over kunst, droegen literatuur voor, dronken wijn, dansten en zongen.

  • - Schubert was het middelpunt van deze bijeenkomsten/ Hij improviseerde walsen en andere dansmuziek aan de piano. Als het gezelschap was uitgedund, speelde hij zijn nieuwste composities.




  • - Schubert heeft meerdere malen gezegd dat hij alleen op de wereld gekomen was om te componeren (romantiek.). Hij componeerde in slechts twaalf jaar tijd pianomuziek, kamermuziek, orkestmuziek, koormuziek en meer dan zeshonderd liederen.

  • Het is eeuwig zonde dat Schubert zo slordig was. Hierdoor is veel van zijn muziek, waaronder een hele symfonie, zoekgeraakt...




  • Luistervoorbeeld: variatiereeks: Die Forelle, Franz Schubert

  • - THEMA MET VARIATIES UIT HET PIANOKWINTET IN A MAJEUR, FORELLENKWINTET.




  • - Tempo: andantino.

  • - Bezetting: piano, viool, altviool, cello en contrabas.




  • - Schubert heeft ooit gezegd: 'Kennen Sie eine lustige Musik? Ich nicht'.




  • - De melodie van het lied 'Die Forelle' is wel vrolijk. In de James Bond-film 'Never Say Never Again' fluit de misdadiger Mr. Largo deze melodie dan ook als hij James Bond gevangenneemt. Net als in het lied waarin de visser de forel vangt.




  • - Schubert gebruikt dus de melodie van zijn lied 'Die Forelle' als THEMA VOOR HET THEMA MET VARIATIES in het gelijknamige PIANOKWINTET.




  • - Bij de strijkers kiest Schubert voor een contrabas in plaats van de gebruikelijke strijkkwartetbezetting (1e viool, 2e viool, altviool en cello). Hierdoor hoeft de piano niet veel bassen te spelen en concentreert deze partij zich nu in het hogere register.




  • - We horen hoe Schubert varieert op het thema van 'Die Forelle'.

  • Het tempo van het originele lied is ALLEGRETTO, Schubert schrijft hier het langzamere ANDANTINO voor.




  • Luistervoorbeeld: variatiereeks: Die Forelle, Franz Schubert




  • CD Luistercursus Klassieke Muziek: CD 2, 22:




  • 1.♫ Thema met variaties uit het Pianokwintet in A-majeur, Forellenkwintet, Franz Schubert, (1797, Lichtenthal – 1827, Wenen).

  • 2. Franz Schubert, Dietrich Fischer-Dieskau – Gerald Moore: track 13:
    ♫ Die Forelle.




  • 0:00 het thema gespeeld door de vier strijkers.

  • 1:20 Variatie 1: de piano speelt nu het thema in de octaven

  • 1:53 De viool 'versiert' de melodie van de piano met hoge trillers.

  • 2:15 Variatie 2: het thema wordt nu door de altviool en de cello gespeeld. De viool omspeelt de melodie weer en de piano vult de akkoorden in als de melodie even stilstaat.

  • 2:51 De melodie is nu geheel bij de altviool. = Figuratieve variatie.




  • 3:17 Variatie 3: de cello en contrabas spelen samen de melodie. We horen omspelingen, figuratieve variatie door de piano.

  • 4:07 Variatie 4: modulatie naar mineur. (Het thema klinkt nu in d mineur en niet meer in D majeur.) Fortissimo en veel akkoorden. Ritmische variatie.

  • 4:43 Deze variatie eindigt met een schitterende melodie, ingezet door de cello en gevolgd door de viool en de altviool.

  • 5:03 Variatie 5: de cello speelt een van het thema afgeleide melodie.

  • 6:17 De viool en de cello voeren een korte dialoog.

  • 6:37 Allegretto. Schubert neemt hier hetzelfde tempo als van het originele lied. Dezelfde melodie en vooral dezelfde piano-begeleiding. Hier horen we het FORELMOTIEF op de piano: de forel die als een pijl door het water schiet.



  • 3.5 Sinfonia of ouverture:




  • De opera, het oratorium en de cantate kunnen ingeleid worden door een instrumentaal stuk: SINFONIA OF OUVERTURE.

  • = een eendelige compositie met drie geledingen: snel-langzaam-snel (Italië) of langzaam-snel-langzaam (Frankrijk)…




  • Luistervoorbeeld: Luistercursus Opera: CD 1, 4: ♫ Ouverture uit Acis and Galatea, George Frideric Handel (1685-1759).




  • - De ouverture van een opera was oorspronkelijk bedoeld om de aandacht van het publiek erop te vestigen dat de voorstelling ging beginnen.




  • - De muziek bestond uit maar een paar akkoorden en was als een soort stoelendans net lang genoeg om de juiste plaats in de zaal te bereiken.




  • - Maar de rol van de ouverture werd geleidelijk aan steeds belangrijker.




  • - In de barok stond de ouverture nog los van de opera, maar in de klassieke periode werd de sfeer van de opera al vaak weergegeven in de ouverture.




  • Soms kom men dan in de ouverture melodieën horen die verderop in dezelfde opera door de zangers gezongen werden. Bijvoorbeeld bij Don Giovanni en Cosi fan tutte van Mozart. Beroemde uitzondering op deze regel is de ouverture van De Barbier van Sevilla, die door Rossini voor drie verschillende opera's is gebruikt.

  • Luistervoorbeeld: Luistercursus Opera: CD 1, 4: Ouverture uit Acis and Galatea, George Frideric Handel (1685-1759).




  • 0:00 snel (allegro)

  • 0:20 hobo's, meerdere malen

  • 2:49 langzaam (adagio)




  • = Masque in twee bedrijven, duur 1:30




  • - Eerste uitvoering in het landhuis van de graaf van Chandos, Cannons (vlak bij London), mei 1718.





  • 4.1 Concerto grosso en soloconcerto.




  • In de loop van de barokperiode zal de sinfonia een zelfstandige compositie worden en aldus loskomen van de functie van het openingsstuk.

  • Een grote groep instrumenten wordt tegenover een kleine groep geplaatst grote groep of concerto grosso, tutti of ripieni = strijkorkest & kleine groep of concertino = twee violen en continuo (cello & klavecimbel).




  • Voorbeeld 1:
  • ♫ allegro uit het concerto grosso voor vier violen, strijkers en basso continuo, Antonio Vivaldi (1678-1741): CD Luistercursus Klassieke Muziek, CD 1, 5.






  • CONCERTO GROSSO, Op. 3, nr. 10 in b-mineur, derde deel



  1   2   3   4


Dovnload 282.39 Kb.