Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Muzikale opvoeding

Dovnload 472.32 Kb.

Muzikale opvoeding



Pagina1/8
Datum22.05.2018
Grootte472.32 Kb.

Dovnload 472.32 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8



Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs

Guimardstraat 1, 1040 Brussel





MUZIKALE OPVOEDING

eerste graad B-stroom





LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS

September 2011

VVKSO – BRUSSEL D/2011/7841/020

(vervangt leerplan D/1997/0279/036)



Inhoudsopgav


1 Inleiding 3

1.1 Leerplan en jaarplan 3

1.2 Structuur van het leerplan 3

2 Visie 4

2.1 Algemeen uitgangspunt 4

2.2 Algemene doelstellingen 4

2.3 Muzikaal uitgangspunt 5

2.4 Muzikale intenties 5

2.5 Raamleerplan 5

3 Situering van het leerplan 6

3.1 Muzikale opvoeding binnen het kader van muzische vorming 6

3.2 Beginsituatie 7

3.3 Verder met muziek 8

4 Leerplandoelstellingen 8

5 Algemene pedagogisch-didactische wenken 17

5.1 Handleiding bij dit leerplan 17

5.2 Didactische wenken voor Muzikale opvoeding 17

5.3 Taalbeleid 20

5.4 ICT 21

5.5 Suggesties voor uitbreiding 21

6 Evaluatie en rapportering 22

7 Materiële vereisten 25

8 Bijlagen 26

8.1 Lijst van de vakgebonden ontwikkelingsdoelen Muzikale opvoeding 26

8.2 Beknopte bibliografie 27

8.3 Vrijblijvende praktijkvoorbeelden per leerdoel 28

8.4 Begrippenlijst 34




  1. Inleiding

Dit leerplan Muzikale opvoeding is bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar B en van het beroepsvoorbereidend leerjaar van het katholiek secundair onderwijs. Het vak behoort tot de basisvorming.

=> Zie website van het VVKSO bij lessentabellen.
Het hoofddoel is niet kennis opbouwen over muziek, maar zinvol en creatief omgaan met muziek. Het accent ligt op betekenis geven aan de omgang met muziek. Dit bereiken leerlingen door te luisteren, te musiceren, te reflecteren en te communiceren.

Leerlingen verwerven hun competenties niet alleen via de lessen, maar bouwen ze ook op vanuit hun eigen leefwereld. Inspelen op wat ze al kennen en kunnen is een evidentie.


Door te vertrekken vanuit hun beginsituatie ontwikkelen leerlingen ook attitudes bij hun omgang met muziek. Voorbeelden van attitudes zijn: vertrouwen in eigen kunnen, luisterbereidheid en durf om te musiceren. Muzikale opvoeding is opvoeden met en door muziek.
Voor de B-stroom zijn er geen eindtermen, wel ontwikkelingsdoelen. Waar voor eindtermen een resultaatsverbintenis geldt, hebben scholen - als het om ontwikkelingsdoelen gaat - een inspanningsverplichting. Dit geeft hen iets meer ruimte om het leren van de jongere centraal te stellen.

Dit is een raamleerplan of open leerplan, wat wil zeggen dat je je als vakleraar Muzikale opvoeding focust op de leerlingen die je in de klas hebt, rekening houdend met de schoolcontext. Je kunt op verschillende manieren aan een doelstelling werken, zelfs op een verschillend niveau. Het is een uitdaging om je klas en de individuele leerlingen goed in te schatten.


Belangrijk is dat leerlingen zich aangesproken voelen, dat ze enthousiast en gemotiveerd de lessen volgen en succes mogen ervaren.
Leerplan en jaarplan

Het leerplan is als een graadleerplan opgevat. Er is geen indeling in een eerste en een tweede leerjaar. Bij het opstellen van het jaarplan maak je een zinvolle verdeling van leerinhouden en activiteiten over de twee leerjaren. Als verschillende leraars het vak geven, maak je duidelijke afspraken over wie wat doet.


Het is de taak van de vakleraar om dit leerplan te concretiseren in een aangepaste didactiek en methodiek. Het jaarplan of jaarvorderingsplan is het ideale instrument om dit te realiseren. Bij het opstellen van een jaarplan krijgt de vakleraar dieper inzicht in de geest en de visie van het leerplan.
Bij het uitwerken van lessen, projecten, thema’s, opdrachten … zijn de vijf doelen verweven. De leerlingen moeten stapsgewijze aan deze doelen gewerkt hebben tegen het einde van de eerste graad.
Structuur van het leerplan

Na een algemene inleiding volgt een visietekst over Muzikale opvoeding en daarna een beschrijving van de beginsituatie van de leerlingen in de eerste graad B-stroom. Via Muzikale opvoeding streef je voor hen belangrijke doelen na. Vervolgens krijg je een algemeen overzicht van deze vakdoelen.


Inspiratie bij de aanpak vind je in de pedagogisch-didactische wenken. Daarin staan tips hoe je de doelen operationaliseert en hoe je de verschillende attitudes met de leerlingen nastreeft.
Verder volgen nog: de evaluatie, minimale materiële vereisten, de ontwikkelingsdoelen, een bibliografie en begrippenlijst.

  1. Visie

    Algemeen uitgangspunt

    Welbevinden centraal





    Muzikale opvoeding hoort tot de algemene ontwikkeling van alle jongeren uit de eerste graad secundair onderwijs.


    In de B-stroom staat het welbevinden en de groei van de leerling centraal. Het pedagogisch-didactisch handelen richt zich op het totale ontwikkelingsproces. De jongere krijgt bemoediging, bouwt zelfvertrouwen op en geniet levensechte leer-ervaringen. De leraar verkent de talenten en voorkeuren van leerlingen.
    Het is een belangrijke taak van de leraar ervoor te zorgen dat de leerling zich thuis voelt en graag naar school komt. Op die manier krijgt het leerproces meer kansen.

    Sociale en emotionele ondersteuning en vorming zijn een prioriteit. De leraar stimuleert de jongere om zijn mogelijkheden aan te spreken en in te schakelen. Leerlingen komen stapsgewijze tot het geven van betekenis aan hun omgang met muziek. Specifieke opdrachten en vragen activeren hen om na te denken en hun gedachten te formuleren. Deze procesgerichte aanpak maakt hen bewust van waarmee ze bezig zijn, motiveert hen en doet hun gevoel van competentie groeien.



    Algemene doelstellingen

    Zelfvertrouwen
    Flexibiliteit

    Creativiteit

    Actief






    De leraar verhoogt het welzijn van de leerlingen en stimuleert hun zelfvertrouwen door na te gaan waar hun interesses liggen en wat hun aanleg is. Hij probeert te starten vanuit deze beginsituatie. Een vertrouwensrelatie opbouwen door aanmoedigen, bevestigen, waarderen en levensecht zijn, kan hiertoe een sterke bijdrage leveren.

    De leraar moedigt leerlingen aan om probleemoplossend te leren denken en handelen. Via activiteiten komen ze tot inzicht: al doende leren ze denken. Het is belangrijk om te werken naar iets bruikbaars en iets haalbaars toe, zodat de leerlingen al snel resultaat en succes van hun inspanning hebben.


    De leraar spreekt de talenten en competenties van leerlingen op alle mogelijke manieren aan. Dit kan door hun eigen mogelijkheden te leren ontdekken en hun zin voor creativiteit te ontwikkelen. Door het aanbieden van een brede waaier van verkenningsgebieden ontdekken en ontwikkelen jongeren hun verschillende talenten.
    De leraar spoort jongeren aan om hun vrije tijd muzikaal en actief te besteden. Hij toont belangstelling en zorgt dat jongeren hun competenties van buiten de klas in de klas mogen brengen.
    De leraar streeft attitudevorming na op het vlak van respect (voor mens, materiaal, milieu en maatschappij), orde, stiptheid, nauwkeurigheid, luisterbereidheid, zelfstandigheid en weerbaarheid.

    De leraar schat de beginsituatie van de leerlingen in, hij detecteert de interesses en tracht zo de motivatie voor het vak Muzikale opvoeding te verhogen.



    Muzikaal uitgangspunt

    Beleving als


    rode draad




    Geluid, klank en muziek horen tot de dagelijkse leefwereld van jongeren. Muzikale opvoeding in de B-stroom speelt graag in op deze interesses en ervaringen. Hoe jongeren de auditieve wereld benaderen en beleven, staat centraal in dit leerplan. Muzikale opvoeding vertrekt vanuit hun grote aantrekkingskracht tot muziek. Het vak zet leerlingen op weg om te groeien en om hun omgang met klank en muziek te verdiepen en te verbreden.





    Muzikale intenties

    Impressie en expressie





    De muzikale impressie en expressie van de leerling staat in het centrum van dit leerplan en vormt de kern van Muzikale opvoeding. Vocaal en instrumentaal musiceren, naar muziek luisteren, muziek ontwerpen, muziek transformeren naar andere uitdrukkingsvormen of nadenken en praten over muziek wordt steeds gekoppeld aan een gevoel, idee of ervaring.

    Doorheen deze ervaringen leren leerlingen muziek beleven, van muziek genieten, muziek ontdekken of verwonderd zijn over muziek. Het resulteert steeds in een impressie of een expressie waarmee leerlingen verder aan de slag kunnen. Zo geven ze een diepere betekenis aan hun affiniteit met muziek.


    Muzikale beleving als middel




    Het ervaren, denken, weten en doen van de leerling vormt het vertrekpunt waaraan de leraar de leeractiviteiten vastkoppelt. Emoties leren herkennen of uitdrukken, sociale vaardigheden ontwikkelen, de muzikale horizon verbreden, het kritisch leren omgaan met de auditieve omgeving, muziek als een expressievorm begrijpen, diverse media hanteren … zijn enkele invalshoeken om aan het overkoepelende doel te werken: de leerling kansen bieden om breed te ontwikkelen.


    Klank en muziek




    Muzikale opvoeding vertrekt vanuit de omgang met klank. Klanken zijn bouwstenen om muziek te maken, stilte het noodzakelijke cement. Door de klank van de omgeving, van de eigen stem of instrumenten te onderzoeken, evolueren leerlingen van omgaan met klank naar bewust omgaan met muziek.

    Raamleerplan

    Kader

    Individuele groei






    Het leerplan muzikale opvoeding biedt een duidelijk kader en schetst de hoofdlijnen. Daarbinnen is ruimte voor inkleuring. Het geeft de mogelijkheid om een doelgerichte opbouw aan te brengen.

    De leraar zorgt voor een breed aanbod van stijlen en een variatie aan werkvormen. Hij krijgt zo ruimte om zelf keuzes te maken wat betreft repertoire, ontwerpopdrachten, oefeningen ...


    Dit leerplan bevat leerdoelen, gericht op de groei van elke leerling. De leraar biedt ze de mogelijkheid hun muzikale beleving te ontwikkelen. Hij brengt ze vanuit hun eigen muzikale buurt naar een verdere te ontginnen omgeving. De leerling leert dat anderen zijn beleving en begrijpen van muziek mee bepalen.

    Natuurlijk is het onmogelijk om voor iedere leerling een eigen leertraject uit te werken. Daarom biedt de specifieke structuur en opbouw van het leerplan een houvast bij het opzetten en plannen van leeractiviteiten.



  2. Situering van het leerplan

Muzikale opvoeding binnen het kader van muzische vorming

Muzische
vorming

Muzikale opvoeding is een onderdeel van de algemene kunstzinnige en culturele vorming.
Dit houdt alle kansen in die scholen bieden om de creatieve, culturele en kunstzinnige ontwikkeling bij jongeren te stimuleren. Die muzische vorming zou een continuüm doorheen de hele schoolloopbaan van elke leerling moeten vormen.

Ons onderwijs streeft de vorming van de totale persoon na waarbij – naast het kunstzinnige – respect, zorg, solidariteit en spiritualiteit centraal staan.



Basisonderwijs

In het basisonderwijs spreken we van Muzische opvoeding, een onmisbaar onderdeel van de algemene vorming van de kinderen. De muzische opvoeding in de basisschool is erop gericht om de van nature bij kinderen aanwezige muzische grondhouding te ontwikkelen. Kinderen leren allerlei muzische en kunstzinnige expressievormen ontdekken waarmee ze ervaringen en gevoelens kunnen uitdrukken. Ze leren er ook de expressie van anderen te begrijpen of aan te voelen en te waarderen.

De verschillende muzische talen komen evenwaardig en als een geïntegreerd geheel aan bod. Binnen muzische opvoeding komen vijf muzische domeinen aan bod: muzikale opvoeding, muzisch taalgebruik, bewegingsexpressie, dramatisch spel en beeldopvoeding.


De kerndoelen voor muzikale opvoeding in het basisonderwijs zijn:


  • muzikale expressievormen speels en onbevangen exploreren;

  • omgang met klank en muziek als muzikale communicatiemiddelen verfijnen;

  • muzikale ervaringen en emoties op een persoonlijke manier verwerken;

  • zich ervaringsgericht op klank en muziek in de wereld oriënteren.




Secundair
onderwijs

De B-stroom in het secundair onderwijs kiest voor een vakspecifieke benadering van muzische vorming met o.m. Plastische opvoeding en Muzikale opvoeding. De betrokken vakleraren vormen de spil van de culturele en kunstzinnige vorming in de school. Net zoals in de basisschool zijn de leerlingen zowel (re)creërend als beschouwend bezig.


Over de vakken heen

Ook in andere vakken zal men regelmatig verwijzen naar kunst en cultuur. Alle leraren zijn gebaat bij een muzisch-creatieve benadering van hun leergebied. Een dergelijke benadering draagt bij tot een beter en dieper inzicht in de leerinhouden, tot een grotere betrokkenheid en een beter welbevinden van de leerling. Leren is een creatief en actief proces in een brede context. Kunst en cultuur op school is niet uitsluitend het werk van de artistieke vakken, maar één groot vakoverschrijdend project.


Muzisch
schoolklimaat

Om op een hedendaagse en toekomstgerichte manier die opdracht te kunnen realiseren, dient een muzisch schoolklimaat aanwezig te zijn. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor de schoolleiding. Een promotende houding voor al wat met het artistieke, kunstzinnige en culturele te maken heeft, is een belangrijke stimulans om culturele projecten op school te realiseren. Bovendien zijn kunstenaars, culturele instellingen, academies, bedrijven en overheid vragende partij voor een creatieve samenwerking.



Beginsituatie

Eerste graad
secundair

De jongeren in de eerste graad maken de overgang van kind naar adolescent. Ze zijn op zoek naar hun identiteit in een periode vol lichamelijke, cognitieve, psychische en sociale veranderingen. Deze jonge mensen willen zich spiegelen aan vrienden en vriendinnen, idolen, klasgenoten of leerkrachten.

Het betreft jongeren:



  • met heel verschillende kwaliteiten;

  • met een breed spectrum aan interesses;

  • met een zeer verscheiden achtergrond en cultuur: een afspiegeling van de sociale en maatschappelijke context;

  • met een zeer verscheiden voorkennis en verschillende competenties op zowel cognitief als op psychomotorisch vlak;

  • die ervaring hebben met een zeer verscheiden pedagogisch-didactische aanpak en methode;

  • met een eigen (de)motivatie voor schoollopen en leren.



B-stroom:
heterogeen

De beginsituatie van jongeren in de B-stroom is individueel sterk verschillend. Ook de instroom is heel divers: de leerlingen komen uit verschillende types onderwijs. De samenstelling van klassen is in de regel ook erg heterogeen.

De leerlingen zijn gefocust op het doen en op ervaringsgericht leren. Ze zijn vaak erg creatief en staan open voor vele ideeën en werkvormen. Ze laten zich boeien door een creatieve beleving van muziek. Daarbij is het emotioneel-affectieve aspect belangrijk. Hun voorkeur kan sterk beïnvloed zijn door groepsdruk.

Ze musiceren en ontwerpen graag en volgen over het algemeen graag Muzikale opvoeding. Leerlingen die les volgen in het deeltijds kunstonderwijs, zijn eerder uitzonderingen. Sommigen zingen in een koor, spelen in een fanfare, harmonie of band of vormen met vrienden een muziekgroepje. De openheid en interesse voor muziek is bij de leerlingen over het algemeen groot.
De jongeren zijn vooral verbaal vaardig in hun eigen taal. Ze zijn spontaan, impulsief en eerlijk. Vaak hebben ze een geringe beheersing van de instructietaal of de schooltaal. Intellectueel en motorisch zijn ze soms minder sterk. Hun reflectieve mogelijkheden zijn nog in volle groei: de leraar tekent de denkpiste uit en helpt hen bij het trekken van de conclusies.

De meeste van deze jongeren zitten nog in volle exploratie van hun talenten en kwaliteiten. Soms komen ze uit maatschappelijk kwetsbare groepen en hebben ze in het verleden weinig succeservaringen beleefd. Meer nog dan ondersteuning en stimulansen voor hun leercapaciteiten, hebben zij nood aan motiverend onderwijs: een hele uitdaging voor de leraar om met deze leerlingen te werken.






Verder met muziek

Verdere verdieping

In vele gevallen eindigt de muzikale opvoeding voor de leerling aan het einde van de eerste graad. Slechts in enkele richtingen van het bso staat Muzikale opvoeding in de lessentabellen van de tweede en/of derde graad. De lessen muzikale opvoeding zijn dan sterk gericht op de specifieke richting of op het praktische gebruik op stage.
Dit betekent dat Muzikale opvoeding principieel een finaliteit kent in de eerste graad. De omgang met muziek in het volwassen leven moet al in de kiem aanwezig zijn in de eerste graad: zich leren uitdrukken met en door muziek, muziek leren smaken en er voldoende kritisch tegenover staan, een zekere bewustwording hebben van de muzikale parameters …
Jongeren zouden dus in de loop van de eerste graad het fenomeen muziek moeten kunnen kaderen, hun affiniteit met klank en muziek verstevigen, het sociale aspect proberen te versterken en hun horizon te verruimen. De zin om op zelfstandige basis de muzikale wereld verder te exploreren zou op het einde van de eerste graad aanwezig moeten zijn.

  1   2   3   4   5   6   7   8

  • Structuur van het leerplan
  • Situering van het leerplan

  • Dovnload 472.32 Kb.