Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Naar een beter begrip van Europese structuren en de Europese besluitvorming inzake gendergelijkheid

Dovnload 0.89 Mb.

Naar een beter begrip van Europese structuren en de Europese besluitvorming inzake gendergelijkheid



Pagina10/19
Datum05.12.2018
Grootte0.89 Mb.

Dovnload 0.89 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   19

Hoe verloopt de wetgevingsprocedure?

Hoewel Europa beschikt over verschillende databanken om zowel definitieve wetteksten terug te vinden als om het verloop van de wetgevingsprocedure vanuit de Europese Commissie of het Europees Parlement op te volgen, is greep krijgen op Europese wetgeving geen sinecure. Nochtans is inzicht in het verloop van de wetgevingsprocedure onontbeerlijk voor de vrouwenbeweging, niet alleen om te begrijpen wat er gebeurt maar ook om dit proces op het juiste moment te kunnen beïnvloeden. In dit hoofdstukje behandelen wij daarom achtereenvolgens de verschillende fasen van het Europese wetgevingsprocesproces, de beste interventiemomenten voor de vrouwenbeweging, de impact van de verschillende wetgevende teksten en de bronnen voor Europese wetgeving.


Maar alvorens de afloop van de wetgevingsprocedure als zodanig te toe te lichten, willen wij er nogmaals op wijzen dat deze enorm veranderd is sinds het Verdrag van Lissabon in werking trad. De medebeslissingsprocedure, die vroeger een uitzonderingprocedure was, wordt nu het meest gebruikt. Het Europees Parlement heeft een veel grotere rol gekregen in het wetgevingsproces. Het is van deze medebeslissingsprocedure dat wij hieronder de verschillende etappes schetsen.

Het proces van wetgeving: de verschillende etappes


Op Europees niveau varieert de duur van de wetgevingsprocedure enorm, afhankelijk van het feit of een wetsvoorstel meteen wordt aanvaard of dat het verschillende stappen moet doorlopen. Hoe dan ook, de volgende drie organen zijn steeds bij de procedure betrokken: de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Europese Raad.

Eerste fase: het initiatief


Het initiatiefrecht ligt bij de Europese Commissie. Of anders gezegd, enkel de Europese Commissie kan wetsvoorstellen doen, die zij tegelijkertijd moet indienen bij het Europees Parlement en bij de Europese Raad. Sinds het Verdrag van Lissabon, kunnen er ook wetsvoorstellen worden ingediend op vraag van één vierde van de lidstaten, op aanbeveling van de Europese Centrale Bank en op vraag van het Europees Hof van Justitie.

Een derde mogelijkheid die wordt geboden sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon is het burgerinitatief. Eén miljoen burgers uit verschillende lidstaten kunnen voortaan vragen aan de Commissie om nieuwe voorstellen in te dienen.

Hier is het belangrijk te vermelden dat in het kader van het initiatiefrecht, de Europese Commissie advies inwint niet alleen bij het Europees Economisch en Sociaal Comité, dat samengesteld is uit de sociale partners en lobbyorganen of andere drukkingsgroepen maar sinds de inwerkingtreding van het verdrag van Lissabon, ook bij de nationale parlementen.

Tweede fase: de eerste lezing door het Europees Parlement en de Raad


Eenmaal doorgegeven, geeft de voorzitter van het Europees Parlement de tekst aan één van de commissies, die deze moet analyseren en eventueel aanpassen. Indien nodig vraagt de voorzitter ook andere parlementaire commissies om advies uit te brengen. Deze analyse, die binnen de parlementaire commissie in handen wordt gegeven van een rapporteur, resulteert in een verslag dat het voorstel integraal aanvaardt of veranderingen suggereert. De op basis van het parlementaire verslag eventueel aangepaste tekst wordt vervolgens voorgesteld in de plenaire vergadering waar alle Europarlementsleden aanwezig zijn. Tijdens deze vergadering wordt er beslist of de voorgestelde veranderingen _ "amendementen" _ aan de oorspronkelijke tekst moeten worden aangebracht en wordt er gestemd of de aldus gewijzigde tekst al dan niet wordt aanvaard.

Nadat het Parlement in een eerste lezing via stemming haar standpunt heeft bepaald, kunnen er zich twee situaties voordoen:

- ofwel gaat de Raad akkoord met dit standpunt en dan wordt de wetgevingshandeling vastgesteld waardoor de tekst zoals hij voorligt kracht van wet zal krijgen. De tekst wordt dan meteen voorgelegd ter ondertekening aan de Secretarissen-generaal van de Commissie en aan de voorzitters van het Europees Parlement en van de Raad en vervolgens gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.

- ofwel keurt de Raad het standpunt van het Europees Parlement niet goed. De Raad neemt dan in een eerste lezing een eigen standpunt in. Dit standpunt van de Raad wordt dan doorgegeven aan het Parlement, voorzien van argumenten en verduidelijkingen die de afwijzing van het parlementaire standpunt verrechtvaardigen en met een advies van de Commissie over het thema.


Derde fase: tweede lezing door het Europees Parlement


De tijd die het Parlement krijgt voor een tweede lezing bedraagt normaliter drie maanden, maar kan met een maand verlengd worden op vraag van het Parlement of van de Raad. Deze tijd gaat in op de datum waarop het Parlement het standpunt van de Raad in eerste lezing ontvangt. Met andere woorden, de tweede stemming in plenaire vergadering moet ten laatste gebeuren binnen de vier maanden na de tweede fase. Om de nieuwe stemming voor te bereiden, analyseert de betrokken parlementaire commissie het standpunt van de Raad en zij bereidt een aanbeveling voor. Deze aanbeveling presenteert zij vervolgens tijdens een plenaire vergadering met alle parlementsleden, waarop een discussie en een stemming volgt. Het resultaat van deze stemming kan resulteren in vier verschillende situaties:

  1. Het Parlement keurt het standpunt van de Raad goed: de wetgevingshandeling wordt vastgesteld, ondertekend en gepubliceerd;

  2. Het Parlement spreekt zich niet uit over het standpunt van de Raad binnen de voorgeschreven tijd. Dan wordt dezelfde procedure toegepast: de wetgevingshandeling wordt vastgesteld, ondertekend en gepubliceerd;

  3. Het Parlement verwerpt het standpunt van de Raad. Hiervoor is een meerderheid van stemmen vereist, namelijk 369. De procedure wordt stopgezet. Er is maar één uitweg uit de impasse: de Commissie moet een nieuw voorstel indienen;

  4. Het Parlement stelt amendementen voor op het standpunt van de Raad, waarvoor een meerderheid van stemmen vereist is. De tekst met de via stemming goedgekeurde amendementen wordt overgemaakt aan de Raad en aan de Europese Commissie. Deze laatste verstrekt een advies over de amendementen.

Vierde fase: tweede lezing van de Raad


De Raad heeft opnieuw drie, eventueel te verlengen tot vier, maanden tijd om zich uit te spreken over de amendementen van het Europees Parlement. Deze tijd gaat in op het moment van ontvangst van de amendementen. Om een uitspraak te doen over het standpunt van het Europees Parlement moet de Raad een besluit nemen met gekwalificeerde meerderheid of met eenparigheid van stemming in het geval de Commissie een negatief advies heeft uitgebracht. Dus bemerk dat in deze fase van de procedure de Commissie een doorslaggevende rol heeft. Het resultaat van deze stemming kan twee vormen aannemen:

- ofwel keurt de Raad de amendementen goed. Het voorstel wordt dan aangenomen, meteen ondertekend en gepubliceerd;

- ofwel keurt de Raad de amendementen niet goed. Dan wordt er een Bemiddelingscomité in het leven geroepen.

Vijfde fase: verzoening

Voorbereidende werkzaamheden

Vanaf het einde van de vierde fase opent zich een termijn van 6 weken die eventueel kan verlengd worden met twee weken mits goedkeuring van de beide instelling. Tijdens deze periode ontmoeten het Parlement, de Raad en de Commissie elkaar in het kader van voorbereidende werkzaamheden. Ze nemen met elkaar contact op en onderhandelen met elkaar om de standpunten dichter bij elkaar te brengen alvorens van start te gaan met de eerste officiële vergadering van het Bemiddelingscomité. Deze toenaderingspogingen hebben een informeel karakter maar zorgen er vaak voor dat er reeds een akkoord kan worden bereikt tijdens de eerste vergadering van het Bemiddelingscomité, die er dan slechts toe dient om het akkoord vast te stellen.
De werkzaamheden van het Bemiddelingscomité

Het Parlement en de Raad zijn de belangrijkste actoren van het Bemiddelingscomité, in die zin dat zij actief deelnemen zowel aan het debat als aan de stemming. Het voorzitterschap wordt gezamelijk bekleed door een ondervoorzitter van het Europees Parlement en een minister van de lidstaat die het voorzitterschap uitoefent. De Commissie van haar kant neemt alle initiatieven die nodig zijn om de standpunten dichter bij elkaar te brengen maar haar houding heeft geen enkele invloed op de stemming, waarvoor opnieuw een meerderheid vereist is.

In de Afvaardiging van de Raad zetelen gewoonlijk de leden van de Permanente Vertegenwoordiging (Coreper) uit de verschillende lidstaten, die de rol hebben van ambassadeur bij de Europese Unie. De Afvaardiging bestaat uit als dusdanig uit 27 personen en beslist met gekwalificeerde meerderheid.


De delegatie van het Europees Parlement bestaat ook uit 27 leden, waarvan drie permanente leden, die bij toerbeurt het co-voorzitterschap uitoefenen. De andere 24 werden aangeduid door de politieke fracties. In het algemeen neemt de delegatie van het Parlement de besluiten met consensus, maar bij een stemming, die tijdens de gehele bemiddelingsprocedure kan worden gehouden, worden de besluiten genomen met gewone meerderheid.

Vanuit praktisch oogpunt verlopen de vergaderingen als volgt. In een eerste fase nemen de leden van elke delegatie deel aan een voorbereidende vergadering. Vervolgens komen de twee co-voorzitters en de Commissaris in een formele "trilogie" bijeen om een algemeen zicht te krijgen op de belangrijkste punten waarover overeenstemming moet worden bereikt en om te beraadslagen over de beste manier om de problemen te benaderen tijdens de vergadering. Pas nadat deze vergadering heeft plaatsgevonden kan de eerste vergadering van het Bemiddelingscomité van start gaan.

Wanneer er een akkoord is over een gemeenschappelijk voorstel binnen het Comité, wordt er een voorstel van wetgevende tekst opgesteld en doorgestuurd naar de voorzitters van het Europees Parlement en van de Raad en ten informatieve titel ook naar het lid van de Commissie, dat deelnam aan de discussies. Indien er echter binnen de beschikbare tijd geen akkoord over een gemeenschappelijke tekst kan worden bereikt, dan wordt het voorstel als verworpen verklaard.

Zesde fase: derde lezing door het Europees Parlement en de Raad


De derde lezing speelt zich af binnen een termijn van zes weken, die kan verlengd worden met twee weken, mits goedkeuring van het Parlement en de Raad. Deze termijn loopt vanaf het moment van de goedkeuring van een gemeenschappelijk project, d.w.z. vanaf de dag van de ondertekening van de brief, waarmee de gemeenschappelijke ontwerptekst aan de voorzitters van het Europees Parlement en de Raad wordt toegezonden.

Deze derde lezing bestaat in de adoptie van de wetgevende handeling die resulteerde uit het akkoord. Zoals tijdens de andere fasen, stemt de Raad met gekwalificeerde meerderheid terwijl het Parlement met gewone meerderheid stemt. Wanneer het voorstel door één van beide instellingen niet wordt goedgekeurd, dan wordt het voorstel als verworpen verklaard.


1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   19

  • Het proces van wetgeving: de verschillende etappes
  • Eerste fase: het initiatief
  • Tweede fase: de eerste lezing door het Europees Parlement en de Raad
  • Derde fase: tweede lezing door het Europees Parlement
  • Vierde fase: tweede lezing van de Raad
  • Vijfde fase: verzoening
  • De werkzaamheden van het Bemiddelingscomité
  • Zesde fase: derde lezing door het Europees Parlement en de Raad

  • Dovnload 0.89 Mb.