Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Naar een beter begrip van Europese structuren en de Europese besluitvorming inzake gendergelijkheid

Dovnload 0.89 Mb.

Naar een beter begrip van Europese structuren en de Europese besluitvorming inzake gendergelijkheid



Pagina3/19
Datum05.12.2018
Grootte0.89 Mb.

Dovnload 0.89 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19

Een korte inleiding


Na een moeizame totstandkoming, is het Verdrag van Lissabon uiteindelijk in werking getreden op 1 december 2009. Dit Verdrag haalt een systeem, dat bijzonder ingewikkeld geworden was, volledig van onder het stof. Zo wordt de opdeling in drie pijlers (eerste pijler: Europese Gemeenschappen; tweede pijler: gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid; derde pijler: politiële en justitiële samenwerking in strafzaken) verlaten. De Europese Unie stoelt nu op twee basisteksten, namelijk het “Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)” en het “Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU)”, dat het eerdere “Verdrag betreffende de werking van Europese Gemeenschap” vervangt. Deze twee verdragen hebben dezelfde wettelijke waarde. Voortaan spreekt men enkel nog van de Europese Unie (en niet meer van de Europese Gemeenschap).

Het Verdrag van Lissabon bracht nog een andere belangrijke wijziging met zich mee in verband met de bescherming van de fundamentele rechten in Europa. In 2007 werd het ”Handvest van de grondrechten van de Europese Unie” uitgewerkt dat op een duidelijke en precieze manier de fundamentele mensenrechten van de Europese burgers vastlegt. Dit Handvest is actueel toegevoegd aan het Verdrag betreffende de Europese Unie onder de vorm van een "verklaring" en heeft dezelfde juridische waarde als het Verdrag. Dit Handvest is sindsdien een juridisch instrument geworden met een grote symbolische betekenis. Met het vastleggen van politieke en sociale rechten in een voor iedereen toegankelijke tekst, toont de Europese Unie dat haar rol verder gaat dan het economische alleen.


De impact van het Verdrag van Lissabon op de gelijkheid van vrouwen en mannen


Het principe van gendergelijkheid werd eerder vastgelegd in het Verdrag Van Rome (1957) en het Verdrag van Amsterdam (2002) en verder uitgewerkt via specifieke richtlijnen. Maar heeft het Verdrag van Lissabon opnieuw ingrijpende veranderingen gebracht op het terrein van de gelijkheid van vrouwen en mannen? Wij zijn eerder geneigd om deze vraag negatief te beantwoorden. Toch is het interessant even van dichterbij te bekijken welke de impact is van enkele wijzigingen.

Het belang van de principes van non-discriminatie en gelijkheid: artikelen 2, 3, 8 en 10


Het Verdrag van Lissabon legt op verschillende plaatsen de nadruk op de principes van non-discriminatie en gelijkheid, te beginnen bij artikel 2 van het Verdrag van de Europese Unie.

Artikel 2 vermeldt het volgende: “De waarden waarop de Unie berust, zijn eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren. Deze waarden hebben de lidstaten gemeen in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen.”

De tekst gaat verder met opnieuw een verwijzing naar de gelijkheid discriminatie in Artikel 3, dat zegt: "De Unie bestrijdt sociale uitsluiting en discriminatie, en bevordert sociale rechtvaardigheid en bescherming, de gelijkheid van vrouwen en mannen, de solidariteit tussen generaties en de bescherming van de rechten van het kind."

De verwijzing naar deze principes is ook aanwezig in het Verdrag over de Werking van de Europese Unie, voornamelijk in de artikelen 8 en 10, die resp. verklaren dat de Unie ernaar streeft "bij elk optreden de ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen" en " bij elke bepaling iedere discriminatie te bestrijden", ook deze op basis van geslacht.
Deze veelvuldige verwijzingen naar gelijkheid tussen de seksen en naar non-discriminatie geven aan dat de gelijkheid van vrouwen en mannen een fundamentele plaats inneemt in het Europa van nu, en dit in alle maatschappelijke domeinen. Deze principes hebben meer dan een symbolische waarde alleen. Zij bieden het Hof en de rechtbanken de mogelijkheid om deze principes op een extensieve manier aan te wenden in geval van twijfel.

Specifieke veranderingen in de wetgeving: een nieuwe rol voor het Europees Parlement


Het Verdrag van Lissabon heeft niet te verwaarlozen veranderingen gebracht op het terrein van de bevoegdheden die toegekend zijn aan de verschillende instellingen die vragen van gelijkheid en non-discriminatie behandelen.

Zo zijn er enkele fundamentele veranderingen voor wat betreft de gemeenschappelijke acties ter bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid. Vooraleer het Verdrag van Lissabon in werking trad, had het Europees Parlement immers enkel consultatieve bevoegdheid op dit terrein. Het was de Raad die alleen beslissingen nam, besluiten werden met unanimiteit genomen op voorstel van de Commissie. Vandaag, zoals Artikel 19 van het VwEU stipuleert, heeft de Raad de goedkeuring nodig van het Parlement om dergelijke acties op te zetten en beslissingen moeten genomen worden volgens een speciale besluitvormingsprocedure. De rol van het Parlement werd door het Verdrag van Lissabon dus sterk uitgebreid met het oog op een meer democratische besluitvorming. Deze veranderde procedure is nu ook geldig voor wat betreft het principe van gelijke kansen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen in werkgelegenheid en beroep, met inbegrip van het beginsel van gelijke beloning voor gelijke of gelijkwaardige arbeid (Art. 157(3)) (VwEU).


De wettelijke erkenning van het "Handvest van de grondrechten"


Tot stand gekomen tijdens het Verdrag van Nice in 2000, vroeg het Handvest van de Grondrechten (tot in 2007) enkel een politiek engagement van de kant van de lidstaten, zonder juridische verplichting. Sinds het Verdrag van Lissabon, heeft het Handvest dezelfde juridische waarde als het Verdrag van Lissabon. Artikel 6(1) van het VEU zegt "De Unie erkent de rechten, vrijheden en beginselen die zijn vastgesteld in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie van 7 december 2000, als aangepast op 12 december 2007 te Straatsburg, dat dezelfde juridische waarde als de Verdragen heeft."

Belangrijk is dat in dit Handvest vele artikelen appelleren aan het principe van gelijkheid van individuen in het algemeen en aan de gelijkheid van vrouwen en mannen in het bijzonder.



  • Eerst en vooral stelt artikel 21(1) uit Hoofdstuk III, dat de titel “Gelijkheid” heeft "Elke discriminatie, met name op grond van geslacht, ras, kleur, etnische of sociale afkomst, genetische kenmerken, taal, godsdienst of overtuigingen, politieke of andere denkbeelden, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, een handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, is verboden".

  • Artikel 23 met als titel "Gelijkheid van mannen en vrouwen" bevestigt vervolgens dat "De gelijkheid van mannen en vrouwen moet worden gewaarborgd op alle gebieden, met inbegrip van werkgelegenheid, beroep en beloning". Een apart toegevoegde zin vrijwaart de mogelijkheid van positieve actie: "Het beginsel van gelijkheid belet niet dat maatregelen gehandhaafd of genomen worden waarbij specifieke voordelen worden ingesteld ten voordele van het ondervertegenwoordigde geslacht".

  • Artikel 33(2) stelt "Teneinde beroep en gezin te kunnen combineren heeft eenieder recht op bescherming tegen ontslag om een reden die verband houdt met moederschap, alsmede recht op betaald moederschapsverlof en recht op ouderschapsverlof na de geboorte of de adoptie van een kind".

  • Artikel 34(1) tenslotte heeft het over het recht op sociale zekerheidsvoorzieningen en sociale diensten in een reeks van gevallen, waaronder "moederschap".

De nationale parlementen: naar meer democratie…


Het Verdrag van Lissabon werd opgesteld om te verhelpen aan het zogenaamde « democratisch deficit » van de Europese Unie. Het VEU besteedt dan ook een artikel aan de rol van de nationale parlementen dat het volgende stelt: “De nationale parlementen dragen actief bij tot de goede werking van de Unie” (art. 12 VEU), en dit op verschillende manieren.

Als dusdanig creëert het Verdrag van Lissabon een recht op informatie en roept het vier nieuwe vormen van interventie in de functionering van de Europese Unie door nationale parlementen in het leven:



De parlementen krijgen voortaan alle officiële documenten van de Europese Commissie toegezonden en zij worden zo vlug mogelijk op de hoogte gesteld van verslagen van vergaderingen van de Raad van de EU, van nieuwe aanvragen tot toetreding, enz.

  • De controle op de eerbiediging van het principe van subsidiariteit

“Krachtens het subsidiariteitsbeginsel treedt de Unie op gebieden die niet onder haar exclusieve bevoegdheid vallen, slechts op indien en voor zover de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Unie kunnen worden bereikt” (art.5 VEU). Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon hebben de nationale parlementen de taak erover te waken dat dit principe wordt gerespecteerd.

  • Een volwaardig lid bij de herziening van verdragen

Voortaan kan een besluit van de Raad, dat het gehele of gedeelten van het verdrag betreffende het intern beleid wijzigt, slecht in werking treden na « door de lidstaten overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen te zijn goedgekeurd » (art.42 VEU). Bovendien kan elk nationaal parlement verzet aantekenen door gebruik te maken van « overbruggingsclausules ».

De nationale parlementen worden ingelicht over de resultaten van de evaluatie van hun beleid inzake vrijheid, veiligheid en recht en van de resultaten van het vast comité dat belast is met de coördinatie tussen de overheden van de Lidstaten op het terrein van binnenlandse veiligheid. Zij hebben bovendien een oppositierecht wanneer de Raad een lijst met aspecten uit het familierecht vastlegt, die een grensoverschrijdend karakter hebben.

Tenslotte, om het proces van totstandkoming van wetgeving te verbeteren en om de Europese Unie dichter bij de burger te brengen, onderwerpt de Commissie haar nieuwe voorstellen en raadgevende documenten aan een evaluatie van de nationale parlementen. Dit is wat men « de politieke dialoog » met de nationale parlementen noemt. Op deze manier kunnen nationale parlementen nagaan of de principes van subsidiariteit en evenredigheid werden gerespecteerd.

De adviezen van de nationale parlementen en de antwoorden van de Commissie hierop, kunnen geraadpleegd worden via de volgende webpagina:

http://ec.europa.eu/dgs/secretariat_general/relations/relations_other/npo/index_nl.htm.

Europese verdragen


Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU)
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2008:115:0013:0045:NL:PDF

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU)


http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2008:115:0047:0199:NL:PDF

Handvest van de grondrechten van de Europese Unie


http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:C:2010:083:0389:0403:NL:PDF
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   19

  • De impact van het Verdrag van Lissabon op de gelijkheid van vrouwen en mannen
  • Het belang van de principes van non-discriminatie en gelijkheid: artikelen 2, 3, 8 en 10
  • Specifieke veranderingen in de wetgeving: een nieuwe rol voor het Europees Parlement
  • De wettelijke erkenning van het "Handvest van de grondrechten"
  • De nationale parlementen: naar meer democratie…
  • Europese verdragen

  • Dovnload 0.89 Mb.