Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Nadenken over religie, zingeving en levensbeschouwing ie postmoderne cultuur Het fenomeen religie

Dovnload 109.38 Kb.

Nadenken over religie, zingeving en levensbeschouwing ie postmoderne cultuur Het fenomeen religie



Datum12.07.2017
Grootte109.38 Kb.

Dovnload 109.38 Kb.

Religie, zingeving en levensbeschouwing

Samenvatting gebaseerd op Cursus Religie, zingeving en levensbeschouwing, M. Steen. Uitgave 2016



Deel I. Reflecties over religie, zingeving en levensbeschouwing in onze samenleving

H1. Nadenken over religie, zingeving en levensbeschouwing ie postmoderne cultuur

  1. Het fenomeen religie

    1. Een dubbele houding bij tijdgenoten tegenover ‘religie’

      1. Niet zo positief..


  1. Kerkelijke godsdienstigheid sterk ↓

  2. Religies als °onverdraagzaamheid & geweld

  3. Godsdienstvrijheid & tolerantie: fundamentele waarden. Tolerantie ≠ onverschilligheid

  4. H. Küng pleit vr inter-religieuze dialoog: respect onder religies bevorderen

  5. Conventioneel ongeloof: religieuzen als zonderlingen
      1. Anderzijds toch wel een nieuwe belangstelling


  1. Geloof/ongeloof spectrum ipv dualiteit, angst om zich te binden.

  2. Interesse vanuit wetenschappelijke & filosofische hoek
    1. Wat is religie?

      1. Woordgebruik, soorten religie, etymologie


  1. Alle godsdiensten zijn ‘religies’ mr nt alle religies zijn ‘godsdienstig

  2. Monotheïsme, holistische religies, pantheïstische religies (alles &iedereen goddelijk), polytheïsme, wijsheidsleer (confucianisme)

  3. Magische religies: proberen godheid te beïnvloeden vr menselijke doeleinden ↔ religieuze religie wil met transcendente in contact treden

  4. Wereldreligies: nt bij 1 enkele cultuur. Semitische religies (jodendom, christendom, islam), Indische religies (hindoeïsme en boeddhisme), Oost-Azische religies (confucianisme, toaïsme, shintoïsme)
      1. Fundamentele kenmerken ve religie


  1. Verwijzing nr transcendente werkelijkheid.

  2. “Combinatie v ervaring, symbolen, rituelen, morele voorschriften, verhalen en denkpatronen zoals die binnen een bepaalde gemeenschap met een traditie beleefd w en die een verhouding betreffen tot een allerlaatste ware werkelijkheid, die ons te boven gaat of omvat.”

  3. Nt puur individuele zaak/gevoel, mr sociale & talige bemiddeling

  1. Religieuze ervaringen

  2. Symbolen, rituelen, ethiek, verhalen, theorieën, gemeenschap
    1. Cultureel en antropologisch belang van religie

      1. Cultureel


  1. Religie: transculturele waarde

  2. Internationalisering => multicultureel & multireligieus
      1. Antropologisch


  1. Bestaansreden vr de insiders/aanhangers

    1. Road finding system naar Zin

    2. Contact met transcendente werkelijkheid, dr leveren ve ‘taal’: met sacrale in voeling treden via taalkundig medium
  1. Postmoderniteit en de kwesite van religie, zingeving en levensbeschouwing

    1. Keuze uit velerlei mogelijke opties


  1. Nood aan zingeving, klassieke kaders verdwenen.

  2. Vroeger: steun & antwoord op zinvragen dr christelijke levensbeschouwing ↔ Postmoderne samenleving: levensbeschouwelijke pluraliteit.
    1. Culturele achtergrond: postmoderniteit

      1. Algemeen


  1. Moderniteit: Menselijk subject & autonomie centraal. Rationaliteit – constructiedenken

  2. Postmoderne mens gelooft niet in grote -ismen, grote verhalen. Postmoderniteit = kleine verhalen, van mens tot mens. Ontgoocheling over falen van utopie. Daarnaast ook dionysos-principe: buikgevoel w belangrijk.
      1. Proces van individualisering en pluralisering


  1. Individualisering

Autonomie gedachte => individualisering, zelf verantwoordelijk

    1. Individualisering is an sich geen eigen keuze, is socio-cultureel proces

    2. Individualisering is gn negatief individualisme. Je kan zelf kiezen om te engageren

    3. Niet noodzakelijk dat we creatiever handelen. Staan er alleen voor en tegelijk gestandaardiseerde opvattingen: Collectieve codes w sterker

  1. Pluralisering

=Veelheid aan overtuigingen, opvattingen, meningen. Versplintering

  • Pluralisering tussen individuen: er is veelheid aan opvattingen, maar was al zo

  • Pluralisering binnen een individu. Maatschappelijke differentiatie: verschillende sectoren vh leven segmenteren. Religie als privé-zaak naast andere sectoren tgv secularisatie

  • Postmoderne mens zoekt nr eenheid doorheen dat gefragmenteerd bestaan(identiteit), integratie & verbondenheid met een groep en zelfs overstijgende transcendentie.
    1. Verschillende reacties op vlak v religie, zingeving en levensbeschouwing


  1. Keuze à la carte: electisme & syncretisme

Nieuwe combinaties v ≠ levensvisies, gn duidelijke grenzen. Vb New Age

  1. Nihilisme of overlevingsstrategie

Ontgrenzing => desoriëntering. Gn diepere zin, spirituele leegte. Ontvluchten zinvragen

  1. Verlammend relativisme & agnosticisme vs absolutisme:

    1. Relativisme: er bestaat gn waarheid, enkel veelheid aan subjectieve meningen

    2. Agnosticisme: levensbeschouwelijke keuze uitstellen, je weet het niet

    3. Fundamentalisme/absolutisme: mr 1 waarheid, dat is eigen waarheid. Leidt tot geweld/intolerantie

  2. Voorbij de klippen van relativisme en absolutisme

Als persoon bewust kiezen vr een bep levensvisie. Kritisch bevragen dr andere visie. Identiteit en respectvolle openheid.

H2. Afscheid van godsgeloof in onze cultuur? Over ongeloof, nieuwe religiositeit en bijbels-christelijk godsgeloof

  1. Het woordje God: belast


  1. God is liefde  leeg, vervelend, roept twijfel en onzekerheid op

  2. Naïeve godsvoorstellingen  weerstand: God als Opperwezen

  3. Woord God gebruikt en misbruikt, mr doodzwijgen ook gn oplossing (M. Buber)



  1. Types hedendaags ongeloof

    1. Leven alsof er geen God bestaat


  • M. Buber: Godsverduisering  godsdienst niet belangrijk, geen tijd of interesse voor, apathie = praktisch atheisme  God loochenen



    1. Deisme


  1. Ergens een God, iets hoger, °heelal, kwade bestraffen. Mr nt ih persoonlijke leven

  2. ° Verlichting: overhouden wat redelijk & aanvaardbaar is. Hij bestaat, mr gn persoonlijke contact = ontkrachting van het eigene vh christelijk godsgeloof



    1. Atheisme


  1. God expliciet loochenen, scherpe vragen tov gelovigen

  2. Uit reactie of ernstige motieven

  • Wetensch of technische redenen: God niet nodig om wereld te verklaren en in te richten, minder bruikbaar

Maar vernietiging God als gatenvuller is heilzaam vr geloven zelf ~ alleen nutteloze God kan bemind w owv Hemzelf; belangeloze en vrij geschonken liefde (P. Schmidt). Geloof – wetenschap nt conflictueus (Waarom vs. Hoe)

  • Strijd tegen godsgedachte in naam vd menselijke vrijheid en waardigheid ~ als God bestaat gaat dit ten koste van de mens: Zelfstandigheid en autonomie, menselijke vindingrijkheid en zelfontplooiing  God concurrent vd mens?

Helende kritiek op gebrekkige belevingen van godsgeloof of op beknellende en verkeerde godsbeelden. Authentiek christelijk godsgeloof: humaniserend en mens-ontplooiend

  • Protest tg manifeste onzin, lijden, het kwaad id wereld. Lijden “rots van het atheisme” (G. Büchner). Leven is toevallig, geen reden om te geloven, teveel absurditeit



    1. Agnosticisme


  1. Je kan niet weten of God bestaat  er zich niet over uitspreken, “I wonder…”

  2. Negatieve versus zoekende agnost  Echte godgelovige ook altijd zoeker

  3. Voor velen nu open vraag, teveel mogelijkheden, het niet meer weten



  1. Spirituele leegte een nieuwe religiositeit

    1. Leegte en reacties daarop


  1. Godsgeloof in vraag gesteld, mr ook vragen aan ongelovigen: Is wereld beter zonder God?  spirituele leegte die koud en kil is, dolende mensen  kan je dit aan? (cf. Nietzsche)

  2. Andere “namaakgoden” (geld, technologie) nemen plaats in (Maarten Luther: Waar je je met heel je hart aan hecht, waar je alles van verwacht en in alle nood je toevlucht toe neemt, dat is je god), mr gn vervulling ultieme zin, spirituele leegte.

  3. Moderne idealen, onzekerheid, versplintering, gebrek aan ankerpunten en oriëntering  spirituele zoektocht nr houvast



    1. Religieus reveil


  1. Geïsoleerd, Geïndividualiseerd, versplinterd => hunkering nr heelheid. Zoektoch nr het zelf, verbondenheid met groter geheel.

  2. Religieuze nieuwbouw, nieuwe religiositeit, boven- en buitennatuurlijke

  3. New age: religieuze mentaliteit of spirituele geestesstroming: Holisme, zoeken nr eenheid en heelheid, alles met alles verbonden, 1 kosmisch energiegebeuren waarin tegenstellingen verzoend w. Het goddelijke ipv God: in de werkelijkheid inwonende Energie

  4. Westerse postmoderne mens “ongeneeslijk religieus”

  5. Nieuwe religiositeit is disparaat, wel gevoeligheid vr wat de mens overstijgt. Nt perse heropleving godsgeloof; Religievriendelijk atheisme



  1. Bijbels-christelijk godsgeloof: crisis, eigenheid en kansen

    1. Crisis van het monotheïsme in onze cultuur


  1. Culturele redenen: monotheistisch geloof vreemd vinden

  2. Monotheisme: persoonlijk God die de radicaal Andere is, Onvoorstelbaar, transcendent

  3. God wil als Andere in verbond, contact treden met mensen ~ Hij openbaart zich  God is immanent (=nt-transcendent), inwezig

  4. Godsopvatting staat haaks op Westerse gerichtheid op het menselijke, autonome “zelf”

  5. transcendente, persoonlijke God moeilijk ih westen <-> Islam heel theo-centrisch: leven behoort toe aan Allah, hij alleen (be)oordeelt, zijn soevereiniteit erkennen.



    1. Eigenheid van bijbels-christelijk geloof: luisteren en vertrouwen


  1. God komt mensen met interesse &liefde tegemoet, roept op tot verbondenheid (A. Heschel)

  2. Geloven in God; is antwoord; God openbaart zich, spreekt toe, roept op

  3. Bijbel is richtinggevend, woord van God

  4. Luisterhouding: God beluisteren, op ingaan: concreet levensengagement => zichzelf in vrijheid & verantwoordelijkheid ontplooien ~ getuigenisgeloof: geloof uit het gehoor

  5. Vertrouwen: geloof =relatie met persoonlijke God die je als be-trouw-baar erkent. Niet geloofswaarheden aannemen, maar in relatie treden, liefhebben

  6. Niet onredelijk in God te geloven, gn bewijzen wel als redelijke aanwijzen

  7. Optie waarvan waarde pas ontdekt kan worden dr degene die zich als binnenstaander engageert



    1. Kansen & uitdagingen


  1. Crisis baart zorgen, maar ook kansen ~ verdieping, uitzuivering, uitdaging: Geloof op een authentieke open manier gestalte geven

  2. Aangaan vd inter-religieuze dialoog

H3. Avontuurlijke relatie tussen geloof & pos wetenschap

Inleiding. Sommige naïeve godsbeelden radicaal in vraag gesteld dr wetenschappelijke ontdekkingen


  • God was verklaring, mr heliocentrisme, evolutieleer, kosmologie, genetica etc => schok. Klonen: w de mens schepper vd mens?

  • Geloof & wetenschap sluiten mekaar nt uit
  1. Op weg nr een conflict: opkomst vd moderne wetenschappen


  • Premoderne benadering: harmoniemodel geloof-wetenschap, “leer vd 2 boeken”

  • Galilei => God minder nuttig => Godskwestie nr de marge
  1. Regelrechte botsing tussen geloof en pos wetenschap


  • Enerzijds vanuit kerkelijke hoek conflict dr tegenspraak wetenschap met bijbelse opvattingen

  • Anderzijds vanuit wetenschappelijke hoek uitspraken over levensbeschouwelijke kwesties

  • Sciëntisme August Comte (vader positivisme ~empirisme): wetenschappelijke is dé werkelijkheidsbenadering, geloof = fictie

  • Witgenstein vanuit taalfilosofie: “waarover je niet kan spreken, moet je zwijgen”. Later erkent hij waarde vh religieuze discours
  1. Onderscheiden, maar niet te scheiden benaderingswijzen

    1. Onderscheiden benaderingswijzen


  • Conflict tgv overschrijden eigen discours. R/: eigenheid beide benaderingswijzen erkennen

  • Geloof existentiële why-vragen, zingeving ↔wetenschap hoe-vragen, cognitieve interesse
    1. Toch ook raakvlakken


    1. Rationeel inzicht én verwondering

Vanuit geloof zoeken nr rationeel inzicht + vanuit wetenschappelijke hoek vraag nr ‘het mysterie’, verwondering over het leven, orde uit entropie, oriëntatie nr complexiteit, doelgerichtheid id evolutie. Is gn godsbewijs! Aanwijzing

    1. Bijbelse scheppingsvisie en moderne wetenschap & techniek

Bijdrage Christelijke geloofstraditie ad moderne wetenschappen&techniek: desacralisering, secularisatie

Mens is verantwoordelijke vr de wereld (rentmeester): kritiek op bezitsdenken



Deel II. Als mensen stoten op de grenzen van leven en dood…

Inleiding Deel II


  • Zinvragen worden gezocht bij grenservaringen  levensbeschouwingen antwoord hierop (religieus of areligieus)

  • Nood aan zingeving, maar moeten kiezen uit veelheid; pluraliteit; geen duidelijke grenzen

  • Chaos, verlies houvast  verlammend

  • Samenleving: grenzen  lijden en dood = moeilijk

  • Christelijke geloofstraditie

H1. Lijdende mensen

  1. Pijn en lijden


  • Pijn: fysiek – emotioneel – familiaal – spiritueel

  • Lijden: ongrijpbaar, gn probleem dat kan opgelost w; mysterie

  • Pijn & lijden = wat de pijnlijder zegt dat het is

  • Verbonden met mens-zijn ~ grotere graad van BWZ & diepere waarden zoals liefdevolle verbondenheid & zinvragen die we ons stellen ~ waardigheid van de mens

  • Lijden omdat wezen van verlangen ~ ontgoocheling, frustratie



  1. Lijden heeft veel namen


  • Persoonlijk, On-uitsprekelijk. Zoveel namen als er mensen zijn. Enkele vormen:



    1. Pleger en/of slachtoffer van het kwaad


  • Anderen of zichzelf leed aandoen

  • Eindigheid van het bestaan, buiten onze macht, overvalt ons

  • Mengvorm: onwil en onmacht



    1. Fysiek, psychisch, sociaal, moreel en spiritueel


  • Meest opvallend: fysiek.

  • Psychisch

  • Sociaal: relationeel arm (anawim = de gebogenen in bijbel)  meest kwetsbaar. Sociale identiteit

  • Spiritueel: angst voor leegte en zinloosheid



  1. Verwerking zwaar lijden (E Kübler-Ross)


K. Depoortere. Manu Keirse: golvende ellips rond centrum vd aanvaarding

  • 5 fasen

  • Ontkenning

    • Werkelijkheid nt aankunnen, rustiger aandoen. Nt neg: conflict verslagenheid ↔ levensmoed

    • Wenst nt te praten over toestand. Ontkenning nt bevestigen!

    • Roep om nabijheid => R/: invoelende vraag => angst met name benoemen

  • Ergernis, agressie, protest en woede

    • Werkelijkheid dringt zich op

    • Op alles en iedereen

    • Tss ontgoocheling en waardering, zoeken nr mensen die trouw blijven: betrouwbaarheidstest → Afstoten en vastklampen

    • R/ geen contra-agressie/zelfverdediging/autoritair, bevestigen mr nt in agressie (pat ís nt zijn agressie), tijd geven en trouw blijven

  • Marchanderen

    • Onderhandelen, plannen/beloften maken, zichzelf onmisbaar maken. Familie wil ook ‘alles’ proberen

  • Verdriet: treuren & depressief reageren

    • Werkelijkheid nt ontvluchten mr binnenlaten. R/: verdriet toelaten, uitspreken, aanvaardingsgevoel geven

  • Aanvaarden

    •  berusting (passief), aanvaarding is actief. Afscheid nemen, w dankbaar. Begeleiding is samenspraak, zieke troost jou.

H2. Is er ruimte voor lijden in onze samenleving?





  • Lijden wordt bestreden maar Plaats en ruimte voor verwerking? (we lijden aan ziekte niet te kunnen lijden (Brantschen))

  • Tendens tot afschermen, wegvluchten



  1. Kritische reflecties over gezondheid en ziekte in onze samenleving


  • Gezondheid is ultieme heil (cfr Plato), gezondheidsrages (health apps). Artsen als priesters vd nieuwe magie die ons behoeden voor lijden en dood. Medicalisering vh leven (I. Zola). Ziekte & lijden als vijand vh prestatiegerichte zelfontplooiingsideaal, herinneren aan sterfelijkheid en begrenzing ~ moeilijk in onze samenleving. MAAR nt meer gezond



  1. Lijden en menswaardigheid: elementen van scheiding in onze cultuur (M. Desmet)


Kenmerken van onze cultuur die het moeilijk maken lijden en menswaardigheid te verbinden

2.1 Economisering en leven in hol-land

2.1.1 Economisering ziekenhuis


  • Geld = 2de topwaarde, alles draait om economie  rationalisering, liberalisering en schaalvergroting

  • Onderwijs en GZZ ge-economiseerd

  • Concurrentie welzijn en economische gezondheid

  1. Ziekenhuis: Medisch-technologische interventies, intensieve zorg bij acute problemen. Gewone tijdrovende langdurige zorg nr mantel- en thuiszorg, verzorgings- en bejaardentehuizen

  2. Maar meerderheid sterft in ziekenhuis  meer behoefte aan zorg, nt puur technisch

  3. Geneeskunde in termen van efficiëntie en management

  4. Eigenlijke verzorgers in verdrukking, economisch en sociaal ondergewaardeerd, meer tijdsdruk

  5. In deze context is aandacht voor waardigheid in het lijden storend en inefficiënt: nutsdenken leidt tot zinsverduistering



2.1.2 Leven in hol-land: hors-heure


  • “Hoeveel tijd denkt u dat hij nog leeft?”, Leven bepaald dr agenda

  • Geen onderbreking van de tijd meer, alles gaat verder 24/24

 moe van het hollen en hol vanbinnen, leeggelopen

  • Kwanti-tijd ipv kwali-tijd => “hors-heure”  behoefte aan “bonne-heure”: bewust en zelfgekozen onderbreking, sabattijd

  • Palliatieve zorg: tijd nemen, ritme van leven en sterven van de zieke volgen

  • Lijden en dood ons ritme (even) laten onderbreken (vaak niet lang genoeg)



2.2 Visualisering en ont-luistering


  • Visuele domineert auditieve: Medische beeldvorming etc, GNK biedt spektakel => bekijken onderzoeksresultaten ipv beluisteren vd pat. Parameters zien (stukjes vd pat), blik afgewend vd zieke.

  • Visualisatie bedreigt erkennen vd waardigheid vh lijden, maakt het mensonwaardig

  • Ont-luistering door gebrek aan tijd, haast en visuele instelling



2.3 Veel netwerken, weinig gemeenschap


  • “Zieken zijn eenzame helden”. Brede gemeenschap niet aangevoeld als iets dat ons draagt, iets waar we samen toe behoren; wel iets dat maximaal comfort, privacy en vrijheid mogelijk maakt. Gemeenschap w iets onpersoonlijk, we leven in netwerken met grote mazen, kunnen weinig opvangen in geval van nood.

  • Kerkgemeenschappen nauwelijks gevoel van gemeenschap, Kleine, heterogene families  beperkt draag- en verdraagvlak. Vr wie is lijden ondraaglijk? Omgeving of de zieke?

  • Lijden waardig dragen kan niet zonder een gemeenschap



H3. Zin-vragen vanuit lijdenservaringen

  1. Is lijden mens-onwaardig? (M. Desmet)

    1. Probleemstelling: lijden en menswaardigheid: 2 gescheiden wegen?


Pijn en symptoomcontrole id palliatie, desondanks aftakeling  lokt verontwaardiging uit

      1. Ver-ont-waardiging


  • Mens in waardigheid aangetast. Ont-waarding devaluatie vd geliefde mens

  • Drijfkracht achter veranderingen => lijden effectiever bestrijden, individuele aangepast zorg. Mr lijden zal blijven bestaan

  • Worry is not death, but suffering



      1. In-vraag-stelling van het begrip menswaardigheid


  • Is er in ons begrip van menswaardigheid plaats voor het lijden? Lijden en menswaardigheid sluiten elkaar uit (inflatie begrip ‘menswaardigheid’)  preventie en bestrijding van het lijden, lijden elimineren. ↓Waardering vr zij die ‘minderwaardig’ leven lijden.

  • Bestaat er dan geen menswaardigheid in het lijden? Mens is juist wezen dat meer dan elk ander levend wezen lijdt door soort waarden dat hij koestert (verbondenheid en liefde)

  • In lijden duikt menselijke waardigheid op die we enkel daar vinden

  •  lijden bestrijden én toelaten, ergens een plek geven, de waardigheid van de lijdende ontvangen.

  • Risico vr ontwikkelen nr ‘cleane’ society zonder aftakeling, mr levensvreugde verdwenen.



    1. Enkele verbindingswegen tussen lijden en menswaardigheid

      1. Een ervaring van diep-menselijke waardigheid in lijdenssituaties


  • Etty Hillesum (Joodse): Meeste westerlingen verstaan kunst van het lijden niet  angsten  dit is geen leven meer  zin in verbondenheid, zelfs in absurde situaties. Zin-ge-tuigen

  • Waardigheid, vreugde in en ondanks het lijden, poging te leven till the end ipv ervaring vd levensbeëindiging.

  • Mens lijdt doordat hij weet heeft van “meer”, van “dieper”

  • Pijn lijden  ‘lijdensversterkers’ nodig om het lijden helpen uit te drukken  bredere meer helende en menswaardigere benadering

Complexiteit en diepte van het lijden ~ complexiteit en diepte van de mens: menswaardigheid

  • Lijden is deel van het mysterie van het menszijn (Sulmasy)



      1. Waardering in blik en woord


  • Manier van kijken naar en spreken over lijdende bepaalt mede waardigheid. Iemand in blik en woord waard-eren ~ manier om mens te eren

  • Lijdende verdraagt vaak meer dan buitenstaander  nederigheid, verwondering en bewondering.

  • Innerlijke kracht vd mens in het lijden echt zichtbaar als we er oog en taal voor hebben

  • Met zin-tuigen w we zin-getuigen: “Ben ik in jouw ogen nog de moeite waard?” in onze ogen staat het antwoord



      1. De weg van de gemeenschap of een goede omgeving


  • Houding vd omgeving (blik op lijdende, taal over hem) beïnvloedt iemands lijden => behoefte aan gemeenschap/omgeving: Familiale sfeer in palliatieve, Huiselijke ruime & ruimte van vriendelijkheid, openheid, respect > Vrees, luisterbereidheid > gehoorzaamheid. Gemeenschappelijke zaak > persoonlijke ambitie



  1. Protest en aanvaarding


  • Lijden op zich is NIET zinvol, eerder levensbeknottend. Zinloze lijden kan op menswaardige, zinvolle manier gedragen w. Lijden roept eerst verzet op: behoort tot waardigheid van de mens.

  • Lijden is niet bedoeling of eindbestemming, hoop op beters: “dit kan niet”  “dit kan anders”

  • Al het mogelijke doen  het leven zo lang mogelijk verlengen

  • Er blijft lijden: realiteit aanvaarden  verzet en overgave, protest en aanvaarding nodig

  • Aanvaarding  berusting of resignatie: in aanvaarding nog levenslust, verzet tegen de dood

  • Protest aantekenen maakt aanvaarding menselijk

  • Lijden is een te bestrijden werkelijkheid

  • Erkenning dat menselijke macht beperkt, kwaad niet kunnen overwinnen  negatief

Voorwaarde om zich in te zetten tg noodlot en vreugde te vinden in beperkte creatieve bezigheid

Anders vruchteloze opstandigheid of afzijdige ontmoediging



  1. Voorbij de schuldvraag


  • Lijden overkomt mensen, slachtoffer => Schuldmechanismen; zin of rechtvaardiging zoeken voor zinloze lijden

  • Ander beschuldigen

  • Zichzelf beschuldigen: lijden als straf voor schuld

 creëert geen echte zin; er hoeft geen reden of uitleg gezocht

  • R/: ervaring ernstig nemen in begeleiding, respectvol schuldvragen boven laten komen



  1. Als niets meer vanzelfsprekend is


Lijden stelt een aantal vanzelfsprekendheden in vraag – J.H. van den Berg

Relatie tot eigen eindigheid nt mr evident, zin-vragen duiken op.

Gezond, ziekte, genezing = totaalmenselijke beleving





GEZOND

Medisch gezond



ZIEK

Medisch ziek



GENEZEN

Medische genezen



Totaalmenselijke beleving

Vanzelfsprekend

Conflictueus

Nieuwe harmonie

Lichaam

Instrument

Hinder

Partner

DINGWERELD

Groot territorium

Klein

Waarde vh alledaagse

MENSENWERELD

Begrip

Organisatie rond ego



Onbegrip

Isolement



Begrip om onbegrip

Solidariteit



EINDIGHEID

Theoretische vraag

Weinig waaroms



Ervaring

Te veel waaroms



Kern-leven

Op weg naar aanvaarding





    1. Een andere verhouding tot het lichaam


    • Gezond  onnadenkend, vertrouwd, harmonieus bondgenootschap

    • Ziekte  confrontatie “ik heb een lichaam”  ontgoocheling, angst

    • Volmenselijk genezen  blijft getekend door confrontatie, lichaam (missch) partner geworden = vertrouwd, maar niet jezelf  nieuwe harmonie (wel geschonden)



    1. Een andere verhouding tot de wereld vd dingen


  • Territorium  bij ziekte, in ziekenhuis nog meer. Buiten armbereik = onbereikbaar. Iedereen dringt territorium binnen. Wereld nadien nooit meer zelfde, nieuwe harmonie,

Volmenselijke verrijkt, ook als niet medisch genezen

    1. Communicatiestoornissen id relaties met mensen


  1. Net van relaties verandert, er niet meer bij horen, de rest gaat verder → hulpeloosheid, afhankelijkheid

    1. Nukkig of passief “ik ben immers ziek”

    2. Infantiliseren

    3. Onderwerping uit onzekerheid en onmacht

    4. Zich vervangen weten, overbodigheidsgevoel

    5. Bagatelliserend optimisme – indiscrete vragen

  2. Na genezing verhoudingen anders: van schaamte om afhankelijkheid naar dankbaarheid; hechte solidariteit en diepere ontmoetingen

  3. Milder worden tot begrip opbrengen voor het onbegrip van gezonde mensen



    1. Confrontatie met eigen eindigheid


  • Acute eigenheidervaring, Sterven w existentiële mogelijkheid, besef relatieve onvervangbaarheid en uniciteit wankelt

  • Bedreiging identiteit: kan men van mij houden zoals ik ben?

  • Religieuze vragen: al wat grond van bestaan raakt in zijn uiteindelijke verbindingen (religare). ‘Waarom’ vragen: dieper conflict onder gewijzigde verhouding tot lichhaam, dingen of medemensen

Gericht tot God, het Lot, het Leven, het Bestaan

  • Genezen als vragen durven stellen, nt mr op vlucht vr onontkoombare grenzen.

  • Kans op meer volmenselijke harmonie, je weet van de dood, elke dag wordt waardevol, tijd wordt intenser



  1. Zingeving bij lijden?


  • Lijden niet bagatelliseren

  • Thomton Wilder: wereld als fraai geweven tapijt. Mr is er wel een voorkant?

  • Lijden onvermijdelijke prijs voor hogere harmonie?

  • Zinloos lijden kan wel bescheiden zin krijgen door manier waarop ermee omgaan = persoonlijke ontdekking  “nu mij dit is overkomen, wat ga ik eraan doen?” ipv waarom?

  • Naast zingever ook receptieve zin-ontdekker: komt van elders naar de mens toe, wordt gegeven

  • Iedere mens geconfronteerd met omvattende zin-vraag, antwoord is persoonlijk mr religieus kader mogelijk



  1. Waar blijft God?


  • Vanzelfsprekendheden, ° Zinvragen, ook religieuze vragen ~ zin van ons bestaan

  • Ongelovig owv onnoemelijke menselijk leed: Lijden  bestaat God?

  • Godsrelatie geschokt dr lijden “God sadist die toekijkt en laat lijden”, God laat wreedheden toe (concentratiekampen, genocide, …)

  • Protest atheïsme

A. Camus: Le mythe de sisyphe: il n’y a qu’un problème philosophique: le suicide

Leven zonder betekenis  zelfmoord of kunstmatige betekenis zoals godsdienst om hun leven vullen of realiseren dat het leven zonder betekenis is en niettemin onszelf in leven houden = absurde helden

Camus verkiest permanente revolte tegen zinloosheid, strijd tegen lijden, leven zonder begrijpen, handelen zonder hopen

Absurditeit van het leven (door lijden) in La Peste



  • Ook door godgelovigen in vraag gesteld: als liefdevolle goede God waarom dan lijden ~ eerlijke revolte, troosteloze ervaring van het allemaal niet meer weten

H4. Christelijke visie op God en het lijden

  1. Klassieke modellen: theodicee (God vrijpleiten van schuld)

    1. God als rechtvaardige Rechter – met bijbels illustratie: de vrienden van Job


  • God zendt lijden in de wereld vr menselijke schuld, laat het toe als straf voor de zonde

  • Job wordt getest, mr blijft God trouw, krijgt alles terug. Wél geloofscrisis, vrienden “je hebt het verdiend”, Job is ontgoocheld over hen en over God, van woede naar smeken



    1. God als wijze pedagoog


  • Lijden als middel dat ons rijper, dieper, sterker maakt; opvoeden. Weerstanden stimuleren onze vindingrijkheid en weerbaarheid



    1. Kritische bedenkingen


  • Antwoorden op ‘waarom’, mr reden heeft lijden ↑

  • Modellen tasten Gods goedheid aan ~ God met oorsprong lijden verbonden

    • In ‘Job’ verwerpt god vergeldingsuitleg, hij is de Ondoorgrondelijke, Abba-vader, gn menselijke boekhouder mr laat mensen gratuit opnieuw beginnen

  • Onschuldig, zinloos menselijk lijden kan en mag dr niets gerechtvaardigd w

    • Er is geen algemeen geldend antwoord

    • Wat met ervaring van absurd, onschuldig lijden

    • Leven en geloof kunnen soms wel diepere wending krijgen dr lijdenservaring, maar mensen kunnen ook verbitterd geraken



  1. Een nieuw antwoord: een (mee)lijdende God


  • God wil het niet, reageert erop en lijdt mee: goedheid van God => ‘lijdende metgezel’, God’s nabijheid

  • Eerder medeleven dan mee-lijden: lijden ~eindige beperkte menselijke conditie  God

  • Kan hij met ons strijden tg het lijden en bevrijden? Kan een lijdende God troost bieden?

  • Jezus heeft wel ons lot gedeeld en werkelijk geleden



  1. Een “antwoord” vanuit het Christusgebeuren


  • Waar is God als mensen lijden => Jezus ~ stukje verheldering  stimulans tot groter vertrouwen en radicale inzet voor lijdende medemensen



    1. Die ons bij-staat


  • JAHWE = de Wezer = Bijstand: staat breekbaren bij “Ik zal er zijn voor u”.

  • Gelaat getoond id ede mens Jezus, gods toewending tot lijdenden w concreet. Wonderen : signaal v Gods heilbrengende nabijheid

  • ‘Wonderen’ eigen ad period. Jezus reputatie exorcist

  • Jezus geneest hele mens: fysiek, sociaal, religieus (isolement & vervreemding), zondevergeving. Nooit uit eigenbelang/show, persoonsgericht en eenvoudig

  • Jezus’ eigen lijden en dood: identificatie met broze, gekwetste mensen. P. Claudel: Jezus is gekomen om het lijden met zijn aanwezigheid te vullen, icoon van een barmhartige God. Onthulling van Gods vergevingsgezindheid en solidariteit

  • gn verklaring relatie God-lijden, mrl teken dat God zelfs in het Golgota, steunend nabij blijft



    1. Een weg door het lijden heen. God heeft het laatste woord


  • Jezus’ leven in zelfvergeten goedheid mondt uit in Gods eeuwigheid

  • Jezus uit dood opgewekt  belofte dat lijden, kwaad en dood niet het laatste woord hebben

  • Een weg doorheen het lijden (niet zonder) (Pasen of Pascha = doortocht)

  • Jezus verrezen op de derde dag: onheil  heil. Christenen: mensen van hoop



    1. Maar God heeft ook het eerste woord


  • God = Schepper. Waarom dan lijden en kwaad id wereld?

  • Kwaad nt ontstaan uit dualisme, mr dr creatie ‘eindige & zelfstandige schepping’, vrijheid. Zonder vrijheid gn echte liefdescommunicatie mogelijk

  • Natuur relatieve zelfstandigheid; wetmatigheid en dynamiek  negatieve processen

  • Lijden ἐ eindig menselijk leven: vele mogelijkheden ook pijnlijke grenzen en beperkingen

  • Had God geen andere wereld kunnen scheppen? we kennen enkel deze eindige wereld  is het dan de moeite? Augustinus: “met als ons ongeluk houden we toch vh leven”



  1. Consequenties naar de beleving toe


Lijden daagt mensen uit tot vormen van levensvisie, maar ook tot spiritualiteit of zin-beleving
    1. Relatie met God

      1. God blijven aanspreken ih gebed


  • Relatie tot God: blijven richten tot Hem, ook al lijkt hij ver weg

  • Roepen tot God, vloeken, rebelleren, als je maar blijft aanspreken (vocatief, geadresseerd), vertrouwen dat God er is en luistert. Zonder veel te verstaan veel doorstaan



      1. Ziekenzegen en ziekenzalving


  • Symbolen, handelingen, rituelen omgaan m God. Sacramenten: Gods levende aanwezigheid

  • Ziekenzegen: ritueel, aangepaste gebeden: Gods steunende & bemoedigende nabijheid uitdrukken. Niet per se priester

  • Ziekenzalving: enkel priester. Gecondenseerd teken vd zorg vr de zieke, bijstand verlenen. Kan herhaald w. Bescherming, bemoediging, troost. Zalving met ziekenolie.
    1. Relatie met anderen: barmhartigheid/mededogen


  • Lijden van anderen daagt mensen uit Jezus’ spoor te volgen: strijden tgn ophefbaar lijden, protesteren tg onrecht, troosten en effectief steunen. “Wees barmhartig zoals je Vader barmhartig is”. Jezus naaste vd noodlijdenden: Mededogen

H5. Leven na de dood

  1. Deemstering vd dood en vh hiernamaalsgeloof in onze westerse samenleving


  • Cultuur v prestatie en zelfbeschikking ↔ uiterste grens: dood = realiteit v onmacht

  • Dood gecamoufleerd, gn tijd/ruimte om te rouwen: ontkenning, verdringen. Clash-back als exces

  • Gerichtheid op hiernumaals, vervaging van geloof ie hiernamaals. “We weten niets”: agnosticisme. Troostfunctie hiernamaals↓. Hiernamaals ↔ aftakeling vd mens bij zijn dood



  1. En toch rijzen er verlangens en vermoedens omtrent leven over de dood heen


  • Heimwee & verlangens nr leven na de dood& oneindigheid:

    • 1) vanuit de liefde (intentionaliteit) G. Marcel: ”Aimez quelqu’un c’est lui dire: toi, tu ne mourras pas”

    • 2) vanuit morele leven: inzet vr gerechtigheid nt tevergeefs. Kant: In naam van gerechtigheid moet iets meer zijn dan binnenwereldlijke realiteit…”

  • Modaliteiten van onsterfelijkheid:

    • 1. Overleven, verder leven in gedachten: socio-biologische modus

    • 2. Creatieve modus: blijvende invloed op mensheid

    • 3. Onsterfelijkheid doorheen continuïteit id natuur

    • 4. Religieus: tradities



  1. Reïncarnatiegeloof

    1. Het fenomeen


  • Groeiend succes in het westen: “Hiernogmaals” → ontplooien tot voltooiing bereikt

  • Reïncarnatie gn eenduidig begrip “Overtuiging dat er iets id mens is dat na de dood op deze aarde terugkomt”



    1. Oosterse versus moderne westerse visies

      1. Reïncarnatie in de oosterse tradities van hindoeïsme en boeddhisme


  1. Ontkomen aan bestendige kringloop van sterven en geboren worden: samsara, Door inzicht hieruit ontsnappen

  2. Eerste edele waarheid vh boeddhisme: “alles is lijden” → vergankelijkheid van alles en het lijden dat dit met zich meebrengt

  3. Hindoeïsme: Upanishaden < Veda (geopenbaarde traditie): “En we zien dat dit alles vergankelijk is… In een wereld als deze, wat is de zin van het genot, wanneer hij die ervan geproefd heeft telkens opnieuw moet terugkeren

  4. Bevrijding uit samsara: moksha - bevrijding (hindoeïsme) of nirvana - uitdoving (boeddhisme) ~ bevrijding van lijden en dood, uitdoving van passies en verlangens

  5. °lijden/samsara: karma, wet van oorzaak en gevolg: goede daden => goed w

  6. Oorzaken van karmische handelingen: begeerte, passies en verlangens (2de edele waarheid boeddhisme). Dieper: onwetendheid, gebrek inzicht id diepste werkelijkheid

 bevrijding/uitblussing dr inzicht, kennis: ervaringskennis = inzicht in de diepste werkelijkheid van mens en wereld

  • Atman (Hindoeïsme) diepste zelf  ego aangedreven dr passies en verlangen. Verlossing indien inzicht in diepste zelf (Atman), niet als individualiteit beleefd, mr verzinkend ih fundamentele principe vh universum (brahman). Absolute: atman-brahman

  • Boeddhisme: Anatman: niet-zelf. Identiteit geweerd, ‘zelf’ is illusie. Bevrijding uit rad van lijden (dukha) veroorzaakt dr begeren en onwetendheid

  • Begeren stilleggen en uitdoven  inzicht in niet-zelf  nirvana (uitgedoofde vlam): uitblussing verlangens, uitdoving ego

  1. Reïncarnatie ~ vloek. Gn rekening met continue lotsverbetering of vooruitgang



      1. Hedendaagse westerse opvattingen


  1. Lessing: nieuw leven op weg nr vervolmaking; mens als bewerker v eigen progressie →autonomie & vooruitgang (=Verlichtingsdenken)

Steeds nieuwe kennis en vermogens ~ verder op weg nr vervolmaking

  • New Age: ziel neemt hogere vorm aan. Spirituele is prioritair tov materiële en 1+1=3. Holistisch denken, relativeren antropocentrisme.

  • Vooruitgangsdimensie: geen terugval mogelijk, dynamiek van zelfvoleinding. H. Zahrnt: Westen: reïncarantie ~ wenteltrap   Oosten: draaimolen: afspringen



  1. Christelijk verrijzenisgeloof


Verrijzenis of opstanding: hele, uniek persoon uit de dood gehaald door God  voorgoed in nieuw leven bij Hem, onttrokken aan tijd en ruimte en vergankelijkheid

    1. Motieven

      1. Geloof in een scheppende, liefhebbende God


  1. Iemand, niet “iets” (hopen op Iemand)

  2. Gerechtigheidseis, geloof in Gods almacht + God trouw & genadevol: de vrome nt id dood laat verzinken => ontwikkeling opstandingsgeloof en uitdrukkelijke affirmatie ve zalig leven na de dood

  3. God die hele wereld kan scheppen, zal ons ook kunnen opwekken. Als God mensen gratuit bemint, zal Hij het werk van Zijn handen niet zomaar laten varen. God is trouw

M. Nijhoff: "Ik denk wel dat wij eeuwig leven, want eens gegeven, blijft gegeven."

Leven dat over de dood heen reikt is gave, geschenk van God  natuurlijk gebeuren



  • Vervaging geloof in liefdevolle God  vervaging geloof in leven na de dood



      1. Jezus’ opwekking uit de dood


  • Metafoor Jezus is in een heel nieuwe bestaanswijze voorgoed bij God thuisgekomen, zo kan Hij bij ons en in ons zijn

  • Niet rationeel bewijsbaar, mr zeker iéts gebeurd. Dit zien veronderstelt een zeker geloof.



    1. Hoezo?

      1. “Stamelend spreken


  • Geen rationele bewijzen vr verrijzenis, mr wel redenen: hoop op verrijzenis + voltooiing

  • Nt beschrijfbaar vanuit aardse tijd-ruimtelijke ervaring

  • Finale bestemming: hemel en hel



      1. Hemel


  • =Uiteindelijke, gelukkigmakende voltooiing van de mens in de volle gemeenschap met God; voorgoed thuiskomen bij God; volheidservaring van geluk

  • Eeuwig leven, met nadruk op leven. Overstijgen vd tijd  verlengen, uitrekken “al-tijd”

Gebeuren v vol en intens geluk waarbij je ontrukt bent aan de tijd ~ in iets opgaan en intens geniet  tijd als het ware vergeten = stukje eeuwigheid ih nu (seks)

  • Augustinus: eeuwig leven in het genieten van God en van elkaar in God

  • Niet zielen thuisbrengen, maar personen. Persoon w men dankzij anderen, in communicatie met anderen; relatienetwerken dr dood nt vernietigd, voltooiing gebracht

  • Verrijzenis vh lichaam: we hebben niet een lichaam, we zijn het. Dankzij lichamelijkheid in contact met anderen en de wereld  onszelf worden

  • Hemel: voltooiing en bekroning van wat we hier aan liefdescommunicatie tot stand gebracht hebben. Hemel: interpersoonlijke liefdescommunicatie waarin verrezen mensen mogen delen in Gods eigen leven



      1. Hel


  • = Weigering van de liefde. God definitief afwijzen

  • Door eigen keuze in onheil verloren en finale bestemming van heil verknoeien => alarmeren & waarschuwen: oproepen tot ommekeer, God wil dat allen heil vinden

  • Hemel als gelovig feit aangenomen, hel niet



    1. Enkele belangrijke verschilpunten met reïncarnatiegeloof


  • Verschillende visie op aardse geschiedenis: bijbels-christelijk: leven van een mens op aarde is eenmalig, uniek en onherhaalbaar

  • Reïncarnatie ~ dualistische mensvisie ↔ Christelijk ~ geestelijk-lichamelijke, unieke eenheid

  • Christelijk: leven na de dood is gave, onverdiend geschenk van God  natuurlijk proces ↔ Reïncarnatie: zelfverlossing dr mens, gn vergeving, zelf bevrijding en voltooiing realiseren
    1. Een tekst tot besluit


Christenen moeten leven in vertrouwen, met veel vragen. Augustinus brief aan Sapida ‘dood is de overkant, nt ver’

H6: Spiritualiteit id gezondheidszorg

  1. Aandacht vr spiritualiteit


  • Spiritualiteit is een beleving ve bepaalde levensbeschouwing ~ geestelijke levenshouding vd mens

  • = Manier van leven geworteld ie kijk op het leven die een spirituele realiteit erkent die niet te herleiden is tot het fysische, het psychologische en het sociologische

  • Onpersoonlijk (atheistische spiritualiteiten) of persoonlijk (islam, jodendom, christendom).

  • Verhouding tot een persoonlijk God= geloof

  • Levenswijze, levensstijl: zoektocht nr zin.



  1. Daadwerkelijk mededogen. Filosofische diepte-lezing van de parabel van de barmhartige Samaritaan


  • Gezondheidszorg = mededogen. Samaritaan: barmhartigheid centraal.

  • Levinas:

    • Verantwoordelijkheid in 1ste persoon = verantw vanuit & voor zichzelf, eigen bestaan ontplooien.

    • Verantw id 2de pers: vanuit noodlijdend ander. Berust op heteronomie, ongevraagd w je verantw. Ingaan op ethisch appèl = barmhartig



    1. De naaste is degene die barmhartigheid bewijst


  • Barmhartigheid = positief opgenomen verantwoordelijkheid in de tweede persoon

  • Beweging nr ander toe om hem bij te staan ~ “ethisch moederschap”: in zich dragen vd ander tot hij geboren wordt

  • “wie is mijn naaste” vraag gedraaid “wie was naaste vd gekwetste man” ~ niet def van naaste als object van naastenliefde, maar omslag naar subject vd naastenliefde (barmhartige)

  • Samaritaan barmhartig (en nt een Jood)



    1. De ander in zijn lijden en sterven niet alleen laten


= hoogste vorm van barmhartigheid-vol-verlangen

  • Meest pijnlijke ellende = sterfelijkheid, dr hulpbehoevendheid + lichamelijk lijden

  • Lijden brengt toekomstige dood binnen, onontkoombare kwetsbaarheid

  • Ethisch appèl, antwoorden “hier ben ik”, verzorgende nabijheid

  • Ware barmhartigheid: iemand liefhebben alsof hij dood was ~ asymmetrie, niet-wederkerigheid, volstrekt gratuit



    1. De “lijfelijke” of “economische” dimensie van barmhartigheid


  • Enige bezit om berooide man tegemoet te komen is datgene wat hij dankzij zijn kennen en kunnen ontwikkeld heeft tot vermogen → zelfontplooiing aanbieden  ethische herijking van de zelfontplooiing: niet voor mij, maar met oog op de ander, ter beschikking stellen

  • Werkelijke en aangepast bijstand is nt met lege handen

  • In naam van mijn opgenomen verantwoordelijkheid vr de noodlijdende ander ben ik verplciht mezelf zo goed mogelijk te ontplooien: talenten ontwikkelen, adequate professionaliteit

  • Act van hulpverlening: concreet/economisch antwoord

  • Gn barmhartigheid/ethiek/spiritualiteit zonder lichaam: dr lichaam gevoelig vr lijden vd ander

  • Christendom: Jezus incarnatie v God ‘vleesgeworden’. Spiritualiteit ~lijfelijke liefde



    1. Een bescheiden barmhartigheid


  • Samaritaan: bescheiden & partieel, nederig-hft anderen nodig = benaderingswijze Jezus zelf



  1. Spiritualiteit vd arts

    1. Aandacht vr de eigen spiritualiteit


Aandacht vr spiritualiteit id gezondheidszorg nt allen ‘omgaan met spirituele dimensie pat’, mr arts zelf omgaan met spiritualiteit
      1. Een soort ‘roeping’?


Spirituele arts = arts vanuit roeping. Reflecteer over motivatie van je beroepskeuze
      1. Spirituele zelfdiagnose


Hoe raakt pat-contact jou als arts, ervaring met de ander roept iets op
      1. Op zoek nr eigen ‘spiritueel profiel’


Spiritueel profiel opsporen v pat/arts

  • Welk concept vh heilige heeft de persoon? Hoe verstaat hij mysterie vh leven?

  • Wat geeft hoop?

  • Welke gemeenschap is er aanwezig in zijn/haar leven?



    1. Facetten van ‘spirituele’ omgang met pat

      1. Aandacht en aanwezigheid, ook bij diepere zin-vragen


  • Oorsprong vd geneeskunde: lijden van concrete mensen

  • B. Cadoré (< E. Levinas): medische praktijk is based on een beweging van iemand die lijdt en die zich in volle vertrouwen tot een ander richt met appèl op zijn vermogen tot zorg vr hem”

  • Aandachtig en kwaliteitsvol aanwezig zijn bij zieken is essentieel. Patiënt centraal, als persoon benaderen. Gehoor geven (luisterhouding)

  • Onder woorden brengen wat patiënt beleeft  levensenergie wekken

  • Inleving, empathie  sympathie

  • Empathische arts is discrete arts (discernere: onderscheiden)

  • Niet opdringerig, toch betrokken

  • Inzicht in eigen waarden en die vd patiënt

  • Aandacht: aspect van ons moreel leven dat ons in staat stekt om de ander als een gelijke te beminnen dankzij een nauwkeurig begrip van zijn of haar realiteit (Hauerwas).

  • Ook aandacht vr diepere zinvragen pat, hoort bij totaalzorg vd pat, pat als geheel

  1. Ziekte => Waarom? → Machteloosheid ipv verzoek om informatie. Zingevingsvragen = start groeiproces, poging tot zingeving.

  2. To cure → to care. Aandacht vr zin-vragen nt eenvoudig, nt vanzelfsprekend.

    1. Speelt bij arts zelf nt belangrijke rol, levensvisie is open vraag ↔ belang v geloof vr ouderen, zeker in crisismomenten R/: respectvol op inspelen

    2. Arts gezond, nt mee bezig.

    3. Andere cultuur religie grote betekenis

  3. Integrale karakter van lijden: nt te verdelen fysisch-psychisch etc



      1. Passiviteit


Als arts zelf passiviteit toelaten
        1. Vertraging inbouwen: pas si vite!

  • Patiënt volgen, hem niet voor zijn (op existentieel vlak), lijdende is voorganger

  • Zoeken naar zin in onzin: pas als we stilstaan, zullen we vooruitgaan  niet dadelijk met oplossingen komen, Bv. stilstaan bij feit van ongeneeslijkheid

  • Niet “wat zal ik zeggen” maar “wat zal ik horen”  luisteren

  • Volgen op de kronkelwegen vd verwerking ~ ontkenning, woede, onderhandeling, depressie, aanvaarding (E. Kübler-Ross)



        1. Passiviteit als authentiek ”mede-lijden”

  •  neerbuigende compassie uit eigen angst, mr helende solidaire betrokkenheid

  • ‘Zijn met’ de lijdende, erkenning afstand en het onderscheid tss eigen lijden en dat vd ander



        1. Gewonde heler

  • Betrokkenheid op lijden vd ander  eigen lijden verdringen of uitbannen, wel essentieel onderscheid tss lijden vd arts en dat vd patiënt

  • Arts eigen lijden aanvaarden en een plaats geven => eigen grenzen en feilbaarheid erkennen



        1. Passiviteit als ontvangen

  • Niet alleen geven, ook ontvangen, aangedaan, ontroerd dr innerlijke kracht etc

  • Sereniteit v patiënten kan een eigen soort geluk opwekken, soms ook humor…



  1. Professionele zorg voor spiritualiteit

    1. Een basisverantwoordelijkheid van ieder id gezondheidszorg


  1. Ontvankelijke, respectvolle & steunende aandacht

  2. Structurele inbedding dr ziekenhuismanagement
    1. Multireligieuze zorg. Enkel aandachtspunten

      1. Religieuze praktijken en symbolen v pat


  1. Bijwonen religieuze bijeenkomsten & vieringen

  2. Gebed of meditatie

  3. Lezen vd heilige boeken
      1. Gewoonten/voorschriften rond spijs, drank en voeding


  1. Joden: koosjer, beschreven id kasjroetlijst: product, bereiding.

  2. Islam: alcohol, varkensvlees, rituele slachting, ramadam keuze vd zieke, open communicatie

  3. Hindoes: alcohol, vlees, lang ochtendritueel

  4. Boeddhisme: vegetariër, alcohol, drugs, pijnstillers bij levenseinde
      1. Rituelen bij en na het sterven


  1. Christenen: ziekenzalving (nt per se stervend), uitvaartlithurgie

  2. Stervende Jood w nt alleen gelaten, rabbijn, joodse begraafplaats

  3. Moslim nt alleen laten, gn crematie
    1. Professionele spirituele/existentiële zorg: pastorale dienstverlening


  1. Morele of geestelijke bijstand van gehospitaliseerde pat bij wet voorzien

  2. Pastor bij levenseinde, ethische reflecties, ondersteuning moeilijke momenten

  3. Onderdeel vd totaalzorg vr patiënten; focus op levensvragen ipv levensproblemen

  4. Gegarandeerde discretie en vertrouwelijkheid

Ter uitleiding: de veerkracht van de hoop


  • Christenen: mensen van hoop, hoop op uiteindelijke overwinning van lijden, dood en kwaad; ultieme triomf van de liefde en het leven, hoop op eeuwig leven

  • Nt evident in ontmoedigde maatschappij, hoop ontkent nooit de crisis

  • Hoop is creatieve impuls en kracht naar de toekomst toe (gedicht E. Dickinson “hope”)

  • Hoop: wensende verwachting dat iets goeds, dat nog onzeker is en id toekomst ligt, werkelijkheid zal worden

  • Mens heeft mogelijkheid te hopen, optie, ~ bepaalde levensvisie: vertrouwen centraal

  • G. Marcel: hoop kan pas id interpersoonlijke sfeer waargemaakt worden, gegrond in vertrouwensrelatie

  • Mensen pas hoopvol verder stappen op levensweg, oog in oog met lijden of dood omdat ze weten dat er iemand op hen wacht. A. de Saint-Exupéry: Terre des hommes: noodlanding  blijven stappen: “Hopen is blijven stappen omdat iemand op je wacht, iemand die je belangrijk genoeg vindt”. Godgelovigen: omdat Iemand op hen wacht




Religie, Zingeving & levensbeschouwing – Samenvatting Koen Demaegd



Dovnload 109.38 Kb.