Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Namen: Serena van Rutten, Tessa Faasse Tutorgroep: V2C, V2B

Dovnload 193.61 Kb.

Namen: Serena van Rutten, Tessa Faasse Tutorgroep: V2C, V2B



Pagina1/2
Datum14.09.2017
Grootte193.61 Kb.

Dovnload 193.61 Kb.
  1   2


Docentenhandleiding

Multiperspectiviteit in de ecologische verbindingszone


Namen: Serena van Rutten, Tessa Faasse

Tutorgroep: V2C, V2B

Tutor: Ellemieke Hulshof / Esther Somers

Vak: DMW- maakbaarheid van Nederland

Docent: Yolanda Halbesma

Inhoudsopgave
Pagina 2: Inhoudsopgave

Pagina 3: Inleiding

Pagina 4: Toelichting onderwijsleergesprek & maquette

Pagina 5-7: Theoretische achtergrond

Pagina 8: Draaiboek

Pagina 9-13: Lesvoorbereiding discussie

Pagina 14-17: Lesvoorbereiding maquette maken

Pagina 18-19: Suggestie vervolglessen

Pagina 20: Bronnenlijst
Procesverslag
Pagina 21-22: Evaluatie Tessa

Pagina 23-24: Evaluatie Serena

Pagina 25: Verslag met de vakdocent


  • Feedback mentoren en kinderen


Inleiding
Voor deze laatste DMW-opdracht van jaar 2 hebben wij gekozen voor een onderwerp betreft de inrichting en landschap van Nederland gericht op de toekomst. Wij hebben ons namelijk verdiept in het onderwerp: De ecologische verbindingszone. Onze keuze voor dit onderwerp is gebaseerd op het volgende: Serena haar stiefvader werkt als boswachter bij Staatsbosbeheer te Zeewolde. Hij kwam weleens thuis met verhalen over de plannen die er waren en nog steeds zijn voor een ecologische verbindingszone tussen Oostvaardersplassen en Hosterwold. Door deze verhalen werd Serena erg nieuwsgierig gemaakt en wilde daar graag meer over weten. Doordat dit dichtbij ons speelt leek het Serena erg interessant dit te gebruiken voor “De maakbaarheid van Nederland”. Op school vertelde Serena hierover aan Tessa, zij vond dit een goed idee en van daaruit zijn we gelijk met dit thema aan de slag gegaan en hebben ons er in verdiept.




Toelichting: onderwijsleergesprek & maquette
Wij hebben deze semesteropdracht zodanig opgebouwd dat het allemaal is gebaseerd op het HAS-begrip multiperspectiviteit. Door deze keuze hebben wij deze opdracht voldaan door een andere invulling te hanteren. We hebben er namelijk voor gekozen de maquette te laten maken door de kinderen. Dit is niet helemaal volgens de richtlijnen van de opdracht, maar als verwerking en afsluiting van dit thema is het de perfecte verwerving van de opgedane kennis.

Gelijk de eerste ontmoeting met het begrip ecologische verbindingszone maken de kinderen kennis met de verschillende argumenten, personen en perspectieven. André Wels (Staatsbosbeheer) laat de kinderen ervaren hoe er verschillende discussiepunten ontstaan wanneer zich nieuwe plannen op doen. In dit geval is dit een ecologische verbindingszone. Tijdens deze motiverende opdracht op dag 1 maken de kinderen al een beetje kennis met de verbindingszone, maar zijn voornamelijk bezig een met het creëren van een eigen standpunt en inlevingsvermogen in andere partijen.

De volgende dag houdt Tessa een onderwijsleergesprek met de kinderen en gaat de verdieping in, over wat ze de vorige dag al wat van hebben meegekregen. Dit onderwijsleergesprek houdt in groep 5-6 in: de kinderen krijgen te maken met een situatie die dicht bij de belevingswereld van de kinderen staat. Ik koppel hetgeen wat zij woensdag meekrijgen naar het onderwijsleergesprek van de volgende dag waar ik dit koppel naar het daadwerkelijke verhaal en theorie (ecologische verbindingszone tussen Oostvaarderplassen naar het Hosterwold).
Serena heeft gekozen voor een net wat andere insteek: zij heeft het onderwijsleergesprek voorafgaand aan het bosbezoek gedaan. En heeft hier later in een discussie op terug gekoppeld. Waardoor de kinderen eerst genoeg research (voorkennis) hebben opgedaan om met daadwerkelijk goede argumenten te komen in een discussie.
Hoe worden de kinderen aan het denken gezet tijdens het onderwijsleergesprek: (H12- Natuuronderwijs)


  • Wat zou de situatie in het bos met de echte leefsituatie in Almere te maken kunnen hebben?

  • Onder woorden laten brengen wat de kinderen hebben waargenomen in het bos en met de kennis die ze tot nu toe hebben?

  • Wat kom je tegen in een natuurgebied/ wie komt er weleens in de bossen (natuurbeleving).

  • We kijken met elkaar een filmpje, wat zagen jullie terug in het filmpje?

  • Debat over verschillende perspectieven en argumenten voor alle betrokkenen in dit project (Uitnodigen om iets te onderzoeken) Dit wordt ook gedaan tijdens het maken van een maquette.

  • Voordat we aan het debat beginnen en voordat we de maquette gaan maken, vatten we met elkaar samen wat we eerder onderzocht hebben. (samenvatten)

  • De maquette is een ideaal beeld, waarbij gedacht is aan zoveel mogelijk betrokkenen (boeren, dieren/natuurliefhebbers, recreanten, politiek) daarin komen op verschillende manieren de oplossing terug in de maquette.

  • Er wordt met elkaar gekeken naar het leefgebied van de dieren en wat door deze oplossing van een verbindingszone wordt vergroot. De kinderen beleven dat dit noodzakelijk is voor het voortleven van de natuur. André Wels prikkelt in het bos de kinderen door argumenten te ontkrachten, waardoor de kinderen kritisch nadenken. (aandacht vragen)

  • De kinderen maken een maquette dat een toekomstbeeld wordt van een natuurgebied vlakbij Almere tot aan andere natuurgebieden. (voorspellingen doen)



Theoretische achtergrond
Wat is een ecologische verbindingszone?

Een ecologische verbindingszone is een zone waar nieuw natuurgebied wordt aangelegd, zodat het leefgebied van dieren zoals edelherten enz. wordt vergroot.

Omdat bij het aanleggen van een nieuwe verbindingszone erg veel komt kijken, zoals huidige boerderijen die in de weg staan en snelwegen die dwars door het gebied lopen. Bied dit een goede basis om kinderen bezig te laten zijn met multiperspectiviteit. Kinderen vanuit het basisonderwijs hebben/krijgen de mogelijkheid een maatschappelijk probleem van verschillende invalshoeken te belichten. Bij de aanleg van een verbindingszone worden veel verschillende partijen betrokken met verschillende eisen/ voorwaarden.

Bijvoorbeeld:



  • Staatbosbeheer; streeft naar uitbreiding van het natuurgebied, zodat fauna en flora meer leefruimte krijgen. Dit voorkomt mede dat sommige dieren en plantensoorten met uitsterven bedreigd worden.

  • Boeren; streven ernaar om hun eigen landbouwgrond te behouden. Zij doen er van alles aan om niet te worden uitgekocht.

  • Recreanten; deze partij is vooral bezig met een financiële trekpleister. Zij zien toekomst in een natuurgebied waar kan worden geconsumeerd van de natuur. Zoals kanoën, varen, wandelen, fotograferen, mountainbiken etc.

  • Politieke partijen; elke politieke partijen hebben hier andere politieke belangen bij. Zo zijn er partijen die het kostenplaatje te hoog vinden voor de aanleg van de ecologische verbindingszone. Ook zijn er voorstanders die belangen hebben, die overeen komen met de wensen van staatsbosbeheer. Of juist van de recreanten.

Andere nadelen binnen een ecologische verbindingszone kunnen zijn: een verhoogde kans om verspreiding van ziekten en parasieten. Denk hierbij aan hondsdolheid.
Elementen binnen een verbindingszone kunnen bestaan uit:

  • Het ecoduct, ook wel cerviduct (naar Cervus of hert) genoemd. Dit is een breed begroeid viaduct waar ook het groot wild veilig kan oversteken. Deze worden met name over snelwegen aangelegd.

  • De vistrap zijn aanpassingen, vooral nabij sluizen en in dijken, waardoor vis barrières kan overwinnen.

  • De wildtrap, die het dieren mogelijk maakt om kanalen over te zwemmen.


Beschrijving technisch aspect


Ecoduct

Vistrap

Wildtrap










Een ecoduct (natuurbrug) is een viaduct waarbij (meestal) de bovenste laag gereserveerd is om dieren een weg te laten kruisen.

Een vistrap of vispassage is een waterbouwkundig kunstwerk dat tot doel heeft vissen toegang te geven tot een door een dijk, dam, stuw of sluis ontoegankelijk geworden achterland.

Een wildtrap is een waterbouwkundige voorziening tegen de beschoeiing van een kanaal, die het te water geraakte dieren mogelijk maakt om een te steile oever weer te beklimmen.
Door heel Nederland zijn in het verleden verschillende ecologische verbindingszones aangelegd. Op dit moment ( augustus 2006 tot heden) zijn er plannen om vanuit de provincie Flevoland een verbindingszone aan te leggen die zal reiken tot en met Duitsland en zo verschillende natuurgebieden met elkaar in verbinding te brengen. Ze hebben gekozen voor de naam: Adelaarstracé. Het tracé is een geplande loop van de verbindingszone en bestaat uit drie potentiële alternatieven.

  • Alternatief 1: ligging ten noordoosten van het Adelaarstracé.

  • Alternatief 2: ligging ten zuidwesten van het Adelaarstracé.

  • Alternatief 3: ligging aan beide zijden van het Adelaarstracé.

In de tabel op de volgende pagina staan de voor –en nadelen van elk alternatief vermeld.




Plannen vanuit de provincie Flevoland


  • Het voornemen is om 85 % van het natuurgebied open te stellen voor recreatief medegebruik.

  • Het kernleefgebied bestaat uit 1125 hectare (15%). Dit gebied wordt niet gebruikt voor recreatiegebied. Dit gebied mogen uitsluitend betreedt worden door mensen van staatsbosbeheer.

  • Uit het kerngebied mogen ook geen laagvliegende helikopters en luchtballonnen komen. Edelherten (belangrijk diersoort van de omgeving) raken in paniek van deze geluiden.

  • Met de dichtstbijzijnde snelweg A6 komt de verbindingszone nauwelijks in aanraking. Dit ligt op een aangename afstand van de ecologische verbindingszone.

  • Plannen om de verbindingszone aan te leggen met minder hectares, is géén oplossing!

  • Kosten bestaan uit: kosten voor de infrastructuur, verplaatsen van bedrijventerreinen kost geld en uitkopen van boeren. De absolute kosten voor de aanleg van de zone is onbekend.

Er zijn plannen voor het aanleggen van een ecologische verbindingszone tussen Oostvaardersplassen (Almere) en Hosterwold (Zeewolde). Deze plannen zijn er, omdat de dieren uit het Oostvaardersplassen nogal moeite hebben met het overleven in de winter. Door het vergroten van het leefgebied is er meer eten voor de dieren en maken zij meer kans om ook in de winter te overleven. Het plan zal uiteindelijk zijn om het natuurgebied verder door te trekken naar Duitsland, zodat er in de toekomst misschien ook wolven naar Nederland kunnen komen.


Andere verbindingszones binnen Nederland

  1. Brabant: De Levende Beerze. Doel: klimaatveranderingen opvangen.

  2. Gelderland: Veelal verbindingszones in het teken van water. Zones rondom de IJsel en de Rijn.

  3. Limburg: Robuuste verbinding Schinveld- Mook

  4. Utrecht: Utrecht heeft veel natuurgebied, maar door de vele wegen die door Utrecht heen liggen, zijn deze gebieden versnippert. In samenwerking met Pro rail en Rijkswaterstaat legt de provincie ecoducten aan. Ondertussen heeft Utrecht al vijf ecoducten.

  5. Zeeland: Op plaatsen waar de EHS wordt doorsneden door infrastructuur (wegen, kanalen en spoor) wordt de uitwisseling van bepaalde diersoorten gehinderd. Daarom wordt op deze knelpunten een faunapassage onder de weg gelegd. Voor de rijksinfrastuctuur is het uitvoeringsprogramma opgenomen in het MJPO. Voor de overige infrastructuur worden de knelpunten aangepakt als een weg wordt gereconstrueerd. Voorbeelden: faunapassage Sophiapolder en Aardenburgse havenpolder.

  6. Drenthe: In Midden-Drenthe hebben we te maken met 8 ecologische verbindingszones, namelijk: Orvelterzand-Terhorsterzand, Stuifzand – Mantingerzand, Witterveld – Hijkerveld, Hijkerveld - Leggelderveld/Smilder Oosterveld - Dijkjesveen – Brunstingerplassen, Oude Diep, Balingerzand/Mekelermeer, Groote Zand – Hijkerveld, Aalderstroom.


Waarom hebben wij gekozen voor de ecologische verbindingszone tussen Oostvaardersplassen en Hosterwold?

De plannen voor de ecologische verbindingszone in dit gebied is hetgeen wat nu daadwerkelijk speelt in de politiek en daarbij is het ook nog eens in onze woonomgeving. Hierdoor leeft het meer bij ons, maar zal het ook meer gaan leven bij de kinderen.




Draaiboek woensdag 18 mei ‘11
Start van de dag: Kring 8.30 – 9.00 uur

Het onderwerp ecologische verbindingszone wordt ingeluid door Serena in groep 7-8 en door Tessa in groep 5-6. We vertellen de kinderen wat we vandaag gaan doen en wat er van hen verwacht wordt.



  • Korte uitleg over wat een Ecologische verbindingszone is en waar er wanneer er waarschijnlijk één komt.

  • Filmpje bekijken. De kinderen kijken en luisteren naar het filmpje. Voordat ze het filmpje gaan bekijken geven wij ze een aantal kijkvragen mee. Wat zou je verder willen weten over dit onderwerp? Wat begreep je niet helemaal? Deze vragen nemen de kinderen mee naar de gastspreken, zodat hij dat verder kan toelichten in zijn verhaal.

  • We vertellen hoe laat wij naar de gastspreker gaan en hoe wij daar heen gaan en wat wij verwachten van de kinderen.




  • Gastspreker 10.15 - 10.50 uur (Tessa) 10.50 - 11.30 uur (Serena)

Om het onderwerp verder toe te lichten, hebben wij een gastspreker geregeld. De gastspreker is André Wels. Hij is boswachter in Zeewolde. Hij heeft veel verschillende vergaderingen bijgewoond over de plannen voor een ecologische verbindingszone tussen Oostvaardersplassen en Hosterwold. Onze gastspreker heeft veel ervaring met het verzorgen van excursies voor kinderen van de basisschool.


  • Inleiding debat 11.30 – 11.45 uur (Tessa) Vóór gastspreker 10.15 – 10.30 uur (Serena)

De kinderen hebben nu allemaal voorkennis opgedaan over het onderwerp. Ze krijgen nu uitgelegd hoe een debat in zijn werk gaat. Ook delen wij de groep in drie à vier verschillende groepjes in en krijgt elk groepje een bepaalde bevolkingsgroep toegewezen die zij moeten verdedigen (boeren, partij van de dieren, enz.). Het is de bedoeling dat de kinderen met de kennis die zijn vandaag hebben opgedaan morgen zelf aan de slag kunnen. Dit gaan zij doen door een debat te voeren. Aan het eind van de woensdag ochtend worden de regels en de gang van zaken aan de kinderen uitgelegd, zodat zij zich de volgende dag meer kunnen focussen op de standpunten die zij moeten verdedigen.

Donderdag 19 mei ’11
Debat (Tessa) 8.30 – 9.00 uur.
Debat (Serena) 14.30 – 15.15 uur.

Zie lesvoorbereiding.



Vrijdag 20 mei ’11
De kinderen gaan voor de bevolkingsgroep die zij gister in het debat vertegenwoordigd hebben een maquette maken. In deze maquette geven zij weer hoe het ideaal beeld van de bevolkingsgroep die zij vertegenwoordigd hebben eruit komt te zien. De kinderen hebben hierin hun eigen taken en vormen het zo tot een geheel.
Afsluiting van het (mini)thema

De kinderen presenteren aan de hand van hun werkstuk (maquette) wat hun ideaalbeeld is en sluiten hiermee definitief deze week af.

Lesvoorbereidingsformulier groep 1 t/m 8 HOOFDFASE en AFSTUDEERFASE


Student
Tutorgroep

Regiodocent Datum



Tessa Faasse, Serena van Rutten

V2B, V2C


Frank v/d Knaap

19-05-2011



Praktijkschool

Mentor
Stagegroep

Aantal leerlingen


’T Zonnewiel

Linda van Leeuwen, Kim Blom

5/6, 7/8

26, 28

LEERPUNTEN (waar ik voor mezelf aan wil werken)





Leerpunt

betrek hier ook je semesterplan en je evaluaties van je vorige lessen bij



Hoort bij competentie

1.

Ik wil mijn leerkrachtvaardigheden ontwikkelen op het gebied van onderstaande punten:

Taalaanbod

Taalruimte

Feedback


Voor taalaanbod wil ik zorgen voor de juiste input voor de discussie en theorie die aansluit bij de belevingswereld en het niveau van de kinderen.

Tijdens de discussie wil ik me zodanig op kunnen stellen dat de kinderen genoeg taalruimte kunnen krijgen en hierin hun standpunten van hun visie kunnen uiten. (Omdat op een normale schooldag de kinderen maar zo’n 12 % aan het woord zijn).

Ik wil aan het eind van de les opbouwende/positieve feedback kunnen geven aan de kinderen over de communicatieve vaardigheden die zij hebben gebruikt tijdens de discussievorm.


Interpersoonlijk/ didactisch

2.

Ik kan zorgen voor een veilige sfeer in de groep, waarbij alle kinderen zich gewaardeerd voelen en hun mening en standpunt durven te uiten m.b.t. hun visie.

Pedagogisch

VERANTWOORDING (waarom ik deze les ga geven)




Onderwerp van de les

De ecologische verbindingszone d.m.v. de didactische werkvorm: discussie

Vakgebied

Nederlands/ DMW

Lesdoelen (wat kunnen, kennen en/of weten de kinderen aan het einde van mijn les?)






Lesdoel

Concreet beschrijven (lesdoelen nummeren)



Koppeling aan het

(de) volgende kerndoel(en)




Koppeling aan de volgende:
- theorie en/of

- HAS-begrippen



Kennis

= weten


De kinderen leren het nieuwe woord (schooltaal) ecologische. Zij leren de betekenis van het woord en te gebruiken in verschillende situaties.

Kerndoel 1:

Ook redengevende, voorwaardelijke en concessieve tekststructuren en probleem-oplossingsrelaties




Schoolse woordenschat / schooltaal

Ecologische verbindingszone d.m.v. de viertakt.

Aanbieden:

Semantiseren:

Consolideren:

Controleren:


Vaardigheden = kunnen

De kinderen kunnen hun voorkennis omzetten naar goede argumenten.

Kerndoel 2:

De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te


drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren
en bij het discussiëren

Kerndoel 37: De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen.



Ontwikkelen van onderzoeksvaardigheden/ Probleemoplossend vermogen/denken (tijdens de gastsprekerles)

Waarnemen (Nieuwsgierigheid/ verwondering) (tijdens de gastsprekerles)

Vragen stellen (tijdens het voeren van het debat)

Verbeelden ( tijdens het plan maken van de maquette)

Redeneren (tijdens de fase van argumenten bedenken)

Communiceren (tijdens het debat)

Handelen (maquette maken)

Vrijheid van meningsuiting (tijdens het debat) De kinderen respecteren elkaars mening.


Attitude

= houding



Tijdens de discussievorm is het hoofdzakelijk dat kinderen naar elkaar luisteren en deze argumenten kunnen plaatsen. De kinderen zijn in staat een woordvoerder te kiezen. Indien nodig kunnen zij hun keuze onderbouwen.

Kerndoel 2:

De leerlingen leren zich naar vorm en inhoud uit te


drukken bij het geven en vragen van informatie, het uitbrengen van verslag, het geven van uitleg, het instrueren
en bij het discussiëren

Interactief taalonderwijs

  • Betekenisvol/authentiek

  • Sociaal

  • Strategisch

Normale taalverwerving: taalbegrip en taalproductie

Leeropbrengst (wanneer zijn mijn lesdoelen behaald?)






Lesdoel

Noteer het nummer van je lesdoel



Hoe stel ik vast of het lesdoel behaald is?

Kennis

1

Gebruiken de kinderen het woord in de juiste context bij het presenteren van hun maquette? Zo ja, dan kunnen we concluderen dat de kinderen het woord voldoende beheersen. (Het presenteren van de maquette)

Vaardigheden

2

Tijdens het debat observeer ik welke argumenten de kinderen aandragen en hoe zij die onderbouwen.

Attitude

3

Wanneer de kinderen goed naar elkaar kunnen luisteren, hoeft de leerkracht minder vaak in te grijpen en leiden de kinderen meer het verloop van de les.

Beginsituatie



Op welke wijze sluiten het onderwerp en de inhoud van mijn les aan op de belevingswereld van de kinderen?

De kinderen hebben de dag ervoor (woensdag 18 mei’11) kennisgemaakt met het onderwerp: ecologische verbindingszone. Er is dan een gastspreker geweest, die als beroep boswachter is. De kinderen hebben een filmpje gezien over de verbindingszone tussen de Oostvaardersplassen en Hosterwold. Daarnaast is dit vlakbij hun woonomgeving en staat daardoor ook dichter bij hun belevingswereld.


Wat kunnen, kennen en/of weten de kinderen al wat betreft de leerinhoud van mijn les?

De kinderen hebben genoeg taalbegrip opgedaan om tot taalproductie te komen. De kinderen hebben in beide groepen nog nooit eerder kennisgemaakt met de werkvorm: debat. Tijdens het gesprek met de boswachter hebben de kinderen al enige kennis opgedaan over stellingen bedenken in een discussievorm.

Zij moeten hierin dus goed begeleid worden, zodat zij deze werkvorm op de juiste manier tot uitvoering kunnen brengen.


DIDACTIEK (hoe ik deze les ga geven)


In mijn les kies ik voor het (de) volgende didactische model(len)

O directe instructiemodel (DIM)



O vijf stappenplan (DMW)

O vijf didactische impulsen

O V.E.S.I.T.-model

O anders, namelijk: _______________________________________


In mijn les bereik ik de lesdoelen het beste door de volgende werkvorm(en):

O interactievorm

O instructievorm

O opdrachtvorm

O spelvorm

O anders, namelijk: discussie
Bij mijn gekozen werkvorm kies ik voor de volgende groeperingsvorm(en):

O klassikaal

O kring


O in groepen van ongeveer 7 kinderen

O in tweetallen

O individueel
Differentiatie in mijn les


Differentiatievorm

Wat doe ik concreet binnen deze differentiatievorm?

Denk hierbij ook aan het groepshandelingsplan/ individuele handelingsplannen



Tempo

Niet van toepassing

Niveau

Het onderwerp van ons DMW-thema (ecologische verbindingszone) is een behoorlijk hoog niveau. Zeker voor groep 5. De verwerking waarvoor wij hebben gekozen, is ook vrij pittig. Doordat de kinderen veel samenwerken is het wel haalbaar. Want ze hebben veel steun aan elkaar en kunnen elkaar aanvullen.

Leerstijl

Tijdens deze les worden de doeners, bezinners, beslissers en denkers aangesproken. De doeners krijgen te maken met directe ervaring en probleemgericht aan de slag kunnen. De bezinners krijgen de kans te mogen nadenken over goede argumenten voor tijdens het debat. De denkers krijgen de kans verbanden mogen leggen tussen de argumenten van de voor –en tegens. Zij sluiten de compromissen. De beslissers bedenken een plan voor het maken van de maquette en voeren dit ook uit met hun groep. Hierbij is het verband tussen theorie en praktijk goed gekoppeld.

Interesse

De kinderen worden gemotiveerd door een uitstapje met de boswachter.

ORGANISATIE




Vooraf

Wat moet ik klaarleggen?



De kinderen maken een kringopstelling.

Waar kunnen de kinderen spullen zelf pakken?

Niet van toepassing

Waar leggen de kinderen hun producten neer?

Niet van toepassing

Tijdens

Wissel ik van opstelling tijdens de les?



Niet van toepassing

Na afloop

Wie ruimt wat op?



Niet van toepassing

Waar en hoe gaan de kinderen zitten voor de volgende les?

De kinderen gaan na de discussie naar huis. Voordat ze naar huis gaan, zetten ze hun stoel op tafel.

Extra werk

Wat kunnen de kinderen doen die eerder klaar zijn met mijn les?



Niet van toepassing

LESVERLOOP (wat ik ga doen in deze les)




Directe InstructieModel

1. terugblik

2. oriëntatie

3. uitleg

4. begeleide oefening

5. zelfstandige verwerking

6. evaluatie


Vijf stappenplan

1. introductie/ confrontatie

2. spontane verkenning

3. onderzoek en resultaten vastleggen

4. rapportage/ communicatie

5. verbreding of verdieping



Vijf didactische impulsen

1. oriënteren

2. structureren en verdiepen

3. verbreden

4. toevoegen

5. reflecteren



V.E.S.I.T.

1. voorstructureren

2. ervaringen

3. structureren

4. inzoomen

5. theorie






Lesfase
In deze kolom noem ik afzonderlijk alle lesfasen van het gekozen didactische model

Tijd
Per fase geef ik aan hoe veel tijd ik hier voor neem

Activiteit
Hier noteer ik per fase wat ik wil gaan doen en wat de kinderen gaan doen tijdens mijn les.

Om per fase aan te geven in welke mate deze leerkrachtgestuurd en/of kindgestuurd is, plaats ik een x op de lijn



Bordgebruik
Hier geef ik per fase aan of en hoe ik het bord ga gebruiken.

- Wat noteer ik op het bord?

- Hoe gebruik ik het whiteboard? - - Waarvoor gebruik ik het digitale schoolbord?
Materiaalgebruik

Hier geef ik per fase aan hoe ik het materiaal inzet



+/-

NA de les vul ik in wat goed (+) en minder goed (-) ging



Introductie






De kinderen zitten in de kring. Ik vertel dat wij straks naar de lerarenkamer gaan, om daar een filmpje te kijken over de ecologische verbindingszone van Oostvaardersplassen naar Hosterwold. De kinderen hebben op dit moment nog geen idee wat dat is. Dit leg ik ze kort maar krachtig uit, zodat het voor ieder kind helder is waar het over gaat. Ik vertel dat zij de volgende dag een debat gaan voeren en dat ze goed moeten opletten, want in het filmpje komen van bepaalde partijen argumenten naar voren. Die zij nodig zullen hebben in de vervolglessen over dit thema.

leerkrachtgestuurd I----x----------------I kindgestuurd





  • Beamer

  • Filmpje



Spontane verkenning






De kinderen krijgen les van een gastspreker (boswachter) in het Bos der Onverzettelijke in Almere. De kinderen krijgen hier nog een keer duidelijk te maken met de probleemstelling in een realistische omgeving. En gaan voor de eerste keer oefenen met de werkvorm debatteren.

leerkrachtgestuurd I----------x-----------I kindgestuurd





  • Excursie



Onderzoek en resultaten vastleggen





De kinderen voeren het debat en vertegenwoordigen hun opvatting over het probleem. De leerkracht ( Serena of Tessa) noteren de argumenten van de verschillende groepjes op het bord.

leerkrachtgestuurd I---------------x------I kindgestuurd





  • Schoolbord



Communicatie






In deze fase worden compromissen gesloten. (oftewel het zogenaamde ideaalbeeld geschetst)

Argumenten worden samengevoegd.

leerkrachtgestuurd I---------------------I kindgestuurd








Verbreding en verdieping






Als allerlaatste fase gaan de kinderen aan elkaar laten zien hoe zij hun maquette hebben uitgewerkt en wat daarbij belangrijk is geweest.


leerkrachtgestuurd I---------------------I kindgestuurd


Zie lesvoorbereiding 2






Lesvoorbereidingsformulier groep 1 t/m 8 HOOFDFASE en AFSTUDEERFASE


Student
Tutorgroep

Regiodocent Datum



Tessa Faasse, Serena van Rutten

V2B, V2C


Frank v/d Knaap

19-05-2011



Praktijkschool

Mentor
Stagegroep

Aantal leerlingen


K.b.s. ’t Zonnewiel

Linda van Leeuwen, Kim Blom

5/6, 7/8

26, 28

LEERPUNTEN (waar ik voor mezelf aan wil werken)





Leerpunt

betrek hier ook je semesterplan en je evaluaties van je vorige lessen bij



Hoort bij competentie

1.

Ik zorg voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgerichte sfeer in je klas en je lessen, ook in complexere werkvormen zoals werken in groepjes, circuits, practica en dergelijke.

Organisatorisch

2.

Je gebruikt werkvormen, leermiddelen en materialen, waarmee de lesdoelen op een efficiënte manier bereikt worden.

Organisatorisch

VERANTWOORDING (waarom ik deze les ga geven)



Onderwerp van de les

De kinderen ontwerpen met elkaar een maquette waarin 3 á 4 natuurgebieden met elkaar worden verbonden door een ecologische verbindingszone

Vakgebied

DMW:

Natuur/ techniek


Lesdoelen (wat kunnen, kennen en/of weten de kinderen aan het einde van mijn les?)






Lesdoel

Concreet beschrijven (lesdoelen nummeren)



Koppeling aan het

(de) volgende kerndoel(en)




Koppeling aan de volgende:
- theorie en/of

- HAS-begrippen



Kennis

= weten


De kinderen hebben informatie verkregen over de ecologische verbindingszone tussen Oostvaardersplassen en Hosterwold. Zij hebben met elkaar een debat gevoerd over dit onderwerp en zijn tot een compromis gekomen (bekijken vanuit verschillende perspectieven). Op dit moment gaan zij hetgeen wat zij vanuit verschillende perspectieven bekeken hebben omzetten naar een maquette.

Kerndoel 39: De leerlingen leren met zorg om te gaan met het milieu.

Has-begrippen:

Activerende didactiek / ontdekkend leren (De kinderen leren ontdekkend, doordat zij met de informatie die zij in de afgelopen dagen verkregen hebben nu aan de slag gaan en hetgeen zij geleerd hebben vertaald wordt naar de maquette.



Vaardigheden = kunnen

De kinderen zien verband tussen de maquette en de verbindingszone die dichtbij hun woonomgeving ligt. En kunnen op de maquette goed weergeven wat voor dieren en planten er leven en weten dit in kaart te brengen.

Kerndoel 40:
De leerlingen leren in de eigen omgeving veel voorkomende planten en dieren onderscheiden en benoemen en leren hoe ze functioneren in hun leefomgeving.

Kerndoel 44:


De leerlingen leren bij producten uit hun eigen omgeving relaties te leggen tussen de werking, de vorm en het materiaalgebruik.

Relatie met omgeving

De kinderen krijgen een groot aanbod aan materialen en zij kunnen er zelf voor kiezen wat voor materiaal zij voor een product (bijv. een boom) gebruiken.




Attitude

= houding



De kinderen moeten goed overleggen met elkaar en samenwerken.

Kerndoel 45:
De leerlingen leren oplossingen voor technische problemen te ontwerpen, deze uit te voeren en te evalueren.

De kinderen worden in groepen in gedeeld en moeten met deze groepsgenootjes overleggen hoe zij bijv. een ecoduct maken en hoeveel ruimte deze in beslag neemt op de maquette.

Leeropbrengst (wanneer zijn mijn lesdoelen behaald?)






Lesdoel

Noteer het nummer van je lesdoel



Hoe stel ik vast of het lesdoel behaald is?

Kennis

1.

Het lesdoel is behaald, wanneer de kinderen de punten die zij gister besproken hebben tot een succes kunnen brengen in de maquette. Dit weet ik pas aan het einde van de les, wanneer de maquette klaar is.

Vaardigheden

2.

Tijdens loop ik rond en vraag ik naar de plannen van de kinderen en hoe zij dit gaan aanpakken. Ik stuur naar hetgeen ik weten wil. Ook vraag ik de kinderen of zij al een idee hebben hoe zij dit op de maquette neer willen zetten.

Attitude

3.

Dit bepalen wij tijdens het proces. Ik stel mijzelf de vraag: Overleggen de kinderen met elkaar? Luisteren zij naar elkaar? Enz.

Beginsituatie



Op welke wijze sluiten het onderwerp en de inhoud van mijn les aan op de belevingswereld van de kinderen?

De kinderen hebben vanaf woensdagochtend dit thema geïntroduceerd gekregen. We zijn met elkaar naar het Verzetsbos gefietst/gelopen en hebben daar opdracht gedaan met een boswachter. De boswachter had een soortgelijke situatie nagebootst als de plannen voor een ecologische verbindingszone tussen Oostvaardersplassen en het Hosterwold. De intentie lag bij de gastspreker meer naar het sturen richting een discussie.

Wat kunnen, kennen en/of weten de kinderen al wat betreft de leerinhoud van mijn les?

In groep 5-6: De kinderen hebben de volgende dag (donderdag) extra kennis opgedaan door middel van een filmpje over de realiteit (ecologische verbindingszone tussen Oostvaardersplassen en het Hosterwold). Dit natuurgebied ligt vlakbij Almere, de woonplaats van de kinderen. De kinderen hebben nu genoeg/voldoende voorkennis opgedaan om hun ideeën en opvattingen samen te vatten voor het voeren van een de

DIDACTIEK (hoe ik deze les ga geven)


In mijn les kies ik voor het (de) volgende didactische model(len)

O directe instructiemodel (DIM)



O vijf stappenplan (DMW)

O vijf didactische impulsen

O V.E.S.I.T.-model

O anders, namelijk: _______________________________________


In mijn les bereik ik de lesdoelen het beste door de volgende werkvorm(en):

O interactievorm

O instructievorm

O opdrachtvorm

O spelvorm

O anders, namelijk: discussie
Bij mijn gekozen werkvorm kies ik voor de volgende groeperingsvorm(en):

O klassikaal

O kring


O in groepen van ongeveer 7 kinderen

O in tweetallen

O individueel
Differentiatie in mijn les


Differentiatievorm

Wat doe ik concreet binnen deze differentiatievorm?

Denk hierbij ook aan het groepshandelingsplan/ individuele handelingsplannen



Tempo

De kinderen werken in groepsverband. De kinderen bepalen tijdens het knutselen hun eigen tempo.

Niveau

De groepjes kunnen zelf de taken verdelen. Zo heeft ieder iets wat hij/zij kan maken en is het op hun niveau.

Leerstijl

Doeners.

Interesse

De kinderen hebben vanaf woensdagochtend dit thema geïntroduceerd gekregen. We zijn met elkaar naar het Verzetsbos gefietst/gelopen en hebben daar opdracht gedaan met een boswachter. De boswachter had een soortgelijke situatie nagebootst als de plannen voor een ecologische verbindingszone tussen Oostvaardersplassen en het Hosterwold. De intentie lag bij de gastspreker meer naar het sturen richting een discussie.

ORGANISATIE




Vooraf

Wat moet ik klaarleggen?



Poster (karton)

Crêpepapier

Karton

Gekleurd papier



Speelgoed dieren

Watten staafjes

Verf

Eierdozen



Wc-rolletjes

Rietjes


Plastic bekers

Waar kunnen de kinderen spullen zelf pakken?

De spullen worden verdeeld over de groepjes. De kinderen kunnen in hun eigen groepjes de spullen pakken.

Waar leggen de kinderen hun producten neer?

De kinderen laten de producten die af zijn in hun tafelgroepje liggen. Wanneer iedereen klaar is brengt één persoon van het groepje hun product naar de instructietafel en gaan we er dan een geheel van maken.

Tijdens

Wissel ik van opstelling tijdens de les?



We wisselen tijdens niet van opstelling. Wanneer de kinderen de maquette gaan presenteren komen zij in de groepjes waarin zij gewerkt hebben naar voren.

Na afloop

Wie ruimt wat op?



Elk groepje ruimt na afloop zijn eigen gebruikte spullen op. Aan het eind van de les kijken wij of de klas netjes is, zodat ze naar huis kunnen gaan.

Waar en hoe gaan de kinderen zitten voor de volgende les?




Extra werk

Wat kunnen de kinderen doen die eerder klaar zijn met mijn les?



Kinderen die eerder klaar zijn gaan eerst kijken of zij een ander groepje kunnen helpen. Is dit niet nodig dan pakken de kinderen iets uit de extra werk kast.

LESVERLOOP (wat ik ga doen in deze les)




Directe InstructieModel

1. terugblik

2. oriëntatie

3. uitleg

4. begeleide oefening

5. zelfstandige verwerking

6. evaluatie


Vijf stappenplan

1. introductie/ confrontatie

2. spontane verkenning

3. onderzoek en resultaten vastleggen

4. rapportage/ communicatie

5. verbreding of verdieping



Vijf didactische impulsen

1. oriënteren

2. structureren en verdiepen

3. verbreden

4. toevoegen

5. reflecteren



V.E.S.I.T.

1. voorstructureren

2. ervaringen

3. structureren

4. inzoomen

5. theorie






Lesfase
In deze kolom noem ik afzonderlijk alle lesfasen van het gekozen didactische model

Tijd
Per fase geef ik aan hoe veel tijd ik hier voor neem

Activiteit
Hier noteer ik per fase wat ik wil gaan doen en wat de kinderen gaan doen tijdens mijn les.

Om per fase aan te geven in welke mate deze leerkrachtgestuurd en/of kindgestuurd is, plaats ik een x op de lijn



Bordgebruik
Hier geef ik per fase aan of en hoe ik het bord ga gebruiken.

- Wat noteer ik op het bord?

- Hoe gebruik ik het whiteboard? - - Waarvoor gebruik ik het digitale schoolbord?
Materiaalgebruik

Hier geef ik per fase aan hoe ik het materiaal inzet



+/-

NA de les vul ik in wat goed (+) en minder goed (-) ging


Introductie





Zie lesvoorbereiding 1 (filmpje)

leerkrachtgestuurd I---------------------I kindgestuurd








Spontane verkenning






Zie lesvoorbereiding 1 (gastspreker)

leerkrachtgestuurd I--------------------I kindgestuurd







Onderzoek resultaten vast






Bij het maken van het plan voor de maquette zijn zij bezig met het onderzoeken naar de beste oplossing voor het probleem. Wanneer de beste oplossing gevonden is gaan zij de maquette maken en leggen zij dus de resultaten van het onderzoek vast op de maquette.


leerkrachtgestuurd I---------------x------I kindgestuurd

Pen/papier

Crêpepapier

Karton


Gekleurd papier

Speelgoed dieren

Watten staafjes

Verf


Eierdozen

Wc-rolletjes

Rietjes

Plastic bekers





Rapportage en communicatie

/
Verdieping en verbreding




Alle natuurgebieden zijn nu aan elkaar verbonden door ecologische verbindingszones. Natuurlijk wordt dit grote, klassikale werkstuk wel aan elkaar gepresenteerd. De kinderen van bijvoorbeeld natuurgebied 1 vertellen wat zij hebben verwerkt in hun product en vertellen hierbij ook hoe hun proces is verlopen.

Doordat het eindresultaat nu helemaal zichtbaar is door één grote maquette, waaraan iedereen zijn steentje heeft bijgedragen. Hiermee wordt het thema definitief afgesloten en daarmee is het tevens ook het eind van de week.

leerkrachtgestuurd I-----------------x----I kindgestuurd


De zelfgemaakte maquette






Suggesties vervolglessen

Vervolglessen zijn niet van meerwaarde als je het uitvoert zoals wij het hebben gedaan. Omdat wij er een totaal pakketje van hebben gemaakt. Een motiverende inleiding, verdieping en een passende afsluiting. Wat een uitvoerende leerkracht wel zou kunnen doen is:

Het thema nog verder uitdiepen, zoals terug in de tijd. Een geschiedenisles over het landschap van vroeger en waarom wel of niet toen een ecologische verbindingszone paste?

Je zou ook een beeldendevormingsles kunnen geven waarin de kinderen een landschap schilderen/ tekenen schetsen met daarin oplossingen voor ecologische verbindingen. Met dassentunnels, kikkerpaadjes ect.


Laat je fantasie de vrije loop!

Waar een uitvoerende leerkracht precies op moet letten (tips)

  • De ecologische verbindingszone is een onbekend onderwerp, houd er rekening mee dat er veel voorbereiding aan vooraf gaat om jezelf te verdiepen in het onderwerp.

  • Een debat voeren met kinderen uit groep 5-6 over een ecologische verbindingszone is erg lastig. Omdat het onderwerp niet erg makkelijk is. Wanneer de kinderen al veel ervaring hebben met een discussie kan dit gemakkelijker.

  • Neem op tijd contact op met iemand van Staatsbosbeheer, omdat je beiden rekening moet houden met een drukke agenda.

  • Zorg voor voldoende materialen voor de maquette.

  • Het thema staat ver van de kinderen af, ook al gaat het plaatsvinden in de woon/leefomgeving van de kinderen. Maak de kinderen enthousiast door bijvoorbeeld een excursie naar het bos.


Toelichting
Dit project geldt voor een leeftijd vanaf 9 t/m 12 jaar. De kinderen van 9 en 10 jaar bevinden zich over het algemeen in een andere ontwikkelingsfase als kinderen van 11 en 12 jaar. In dit project hebben wij hier bewust rekening mee gehouden. Dit hebben wij gedaan door het onderwerp op een andere manier te introduceren. In groep 7/8 krijgen zij te maken met een filmfragment van hoger niveau. Ook gaan zij de discussie op hoger niveau verwerken. Er wordt verwacht dat zij zich meer kunnen inleven in het maatschappelijke conflict dat een ecologische verbindingszone te weeg brengt.

In groep 5/6 is het belangrijk dat als je iets gaat uitvoeren dat je rekening moet houden met verschillende partijen. Het doel: Deze leeftijdsgroep is in staat te zien wat voor partijen bij deze kwestie betrokken zijn, maar zijn er minder mee bezig hier zelf een standpunt in aan te nemen. In groep 7/8 wordt er wel van de kinderen verwacht bijv. een standpunt aan te nemen van een boer ook al heeft het kind voelt zich meer betrokken tot bijv. standpunt van de recreant.



Bronnenlijst

Internet:

Groep 7-8: http://www.youtube.com/watch?v=bcpBix38eNo&feature=related (geraadpleegd op 11 mei ’11)

Groep 5-6: http://www.youtube.com/watch?v=_nZV4QTcar0 (geraadpleegd op 11 mei ’11)


http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/1031067/2010/10/08/Edelhert-zit-vast-in-territorium.dhtml (geraadpleegd op 9 mei ’11)

http://www.staatsbosbeheer.nl/natuurgebieden.aspx ( geraadpleegd 9 mei ’11)

http://edepot.wur.nl/7230 ( geraadpleegd 31 aug ’11)

http://www.veluwshert.nl/forumbijlages/BrochureOostvaardersWold.pdf

( geraadpleegd 31 aug ’11)



http://nl.wikipedia.org/wiki/Ecologische_verbindingszone ( geraadpleegd 31 aug ’11)

http://www.middendrenthe.nl/tonenop-pagina/Ecologische-verbindingszone.htm

( geraadpleegd 31 aug ’11)



http://tule.slo.nl/OrientatieOpJezelfEnWereld/F-KDOrientatieJezelfEnWereld.html

( geraadpleegd 31 aug ’11)

Boeken:

Vaan, E. de., Marell, J. (2006) Praktische didactiek voor natuuronderwijs. Uitgeverij Coutinho


Beernink, R., (2010) Taal-didactiek. Uitgeverij ThiemeMeulenhoff

Personen:




  • André Wels van Staatsbosbeheer

  1   2

  • Vak: DMW- maakbaarheid van Nederland Docent: Yolanda Halbesma Inhoudsopgave
  • Draaiboek woensdag 18 mei ‘11
  • Donderdag 19 mei ’11 Debat (Tessa) 8.30 – 9.00 uur. Debat (Serena) 14.30 – 15.15 uur. Zie lesvoorbereiding. Vrijdag 20 mei ’11

  • Dovnload 193.61 Kb.