Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Nature is ever originating its own development

Dovnload 124.08 Kb.

Nature is ever originating its own development



Datum24.06.2017
Grootte124.08 Kb.

Dovnload 124.08 Kb.

Wednesday, 15 March 2000
PNK

PNK 14 (= Ch. 1, 3.7) : "Nature is ever originating its own development"


Dat lijkt een perfecte omschrijving van het probleem waarop de (latere) creativiteit een atnworod wil zijn. (cf. PNK 61 : "the becomingness of nature"
en Wh vervolgt PNK 14) : "and the sense of action is the direct knowledge of the percipient event having its very being in the formation of its natural relations" (…) The forward moving time exhibits this character of experience, that it is essentially action. This passage of nature - or, in other words, its creative advance - is its fundamental characteristic; the traditional concept is an attempt to catch nature without its passage".

(Hier voor de eerste keer : passage of nature

en creative advance?

Opnieuw (in exact dezelfde bewoordingen) in PNK 61 : "events as involving the becomingness of nature - its passage or creative advance".


Passage hier is nog niet het opgenomen worden in een ander, maar het overgaan in een ander : "The passage of an event is its passing into some other event which is not it. An event in passing becomes part of larger events; and thus the passage of events is extension in the making" (PNK 62).
"This passage of events in time and space is merely the exhibition of the relations of extension which events bear to each other, combined with the directional factor in time which expresses that ultimate becomingness which is the creative advance of nature" (PNK 63)

Concept of Nature
“passage of nature” CN 67

Passage of nature : ultimacy : CN 55


Creativity niet verder te verklaren :

“nature is process. There can be no explanation of this characteristic of nature (CN 57) (doet denken aan SMW : why-what)


“On the materialistic theory [= what in SMW is ‘scientific materialism] the instantaneous present is the only field for creative activity. The past is gone and the future is not yet” (CN 72).Daarop levert wh kritiek : ipv materialsme (instantaneous present) moeten we denken in termen van durations. Wh zegt dan :

“The passage of nature leaves nothing between the past and the present” (CN 72).


Band creativity and passage of nature (en ook met substantial activity) “is obscured by some of the views in PR” (Emmet, Creativity and the Passage of Nature 71


Grondige verandering na SMW

Cf. Emmet, “Creativity and the Passage of nature”
en dat heeft alles te maken met de overgang naar ‘atomic’ actual occasions. p.

74

------------------



term 'creativiteit' voor het eerst in RM (thesis 293)
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------

Creativiteit : passage (becoming) + novelty (+ perishing)

SMW 135 : "One all-pervasive fact, inherent in the very character of what is real is the transition of things, the passage one to another


Reeds in CN "passage of nature" is centraal element (CN 67).

"In passage we reach a connection of nature with the ultimate metaphysical reality" (CN 55) en:

"passage of nature is only another name for the creative force of existence" (CN 73)

en CN 72 : "the creative activity of nature"

AI 303 : "it is a metaphysical principle belonging to the nature of things, that there is nothing in the Universe other than instances of this passage and components of these instances".

Dit zegt : creat als ultiem metafysisch principe heeft op eerst plaats te doen met passage

maar Wh voegt er toch onmiddellijk aan toe : "let that latter doctrine be adopted. Then the word Creativity expresses the notion that each event is a process issuing into novelty [d.i. process-becoming + novelty AC] . Maar novelty is toch voor Whitehead essentieel (en niet alleen novelty in de zin van numeriek verschillend : Wh zegt eenbeetje verder dat het begrip creativity juist dat voorheeft op het begrip concrescence, "that it [concrescence] fails to suggest the creative novelty involved" (AI 303).

Dus in zekere zin : creativiteit is wezenlijk het principe van wording, maar aangevuld 1) met het principe van nieuwheid

2) ook met het principe van perishing

(die 2 have to do with the way this activity of becoming has to be thought of : as including perishing (discontinuity)

and implying novelty ( no determinism)/

cf. AI 305 : "Thus we should balance Aristotle's -or, more rightly, Plato's - doctrine of becoming by a doctrine of perishing". (uitgedrukt in de wending : and are increaded by one: becomes one of the many and has thus perished)

Perishing has to do with the non-continuity of the becoming
Conclusion : creativity is the ultimate principle of passage and novelty

passage means both becoming and perishing

(so better talk about creativity as the principle of passage, rather than the principle of becoming as such - AC).
-----

CN 17O : "events are fields of activity"


velden van activiteit : een activiteit die zich verder uitstrekt dan de eigen constitutie, maar reikt tot in het zijn en de constitutie van wat volgt
------------
creativiteit receptacle
AI 192
is receptacle zelfde als creat?

op eerste zicht wel : "a yet more general philosophic concept, namely, that of the general interconnectedness of things, which transforms the manifoldness of the many into the unity of the one"

lijkt te verwijzen naar creat:

- 1. helemaal in termen van many and one

- 2 a general philosophic concept: -(and space-time is niet philosophicl)

toch doelt Whitehead bij receptacle op eerste plaats op space -time

- receptacle has to do with the fact that there is The Universe (as he says)

- the advancing history of the one universe

-the necessary community in which the course of history is set

- space-time of modern physics


Receptacle is al een verdere specificatie van creativiteit, dwz

1) rechtstreeks te maken met creativiteit

2) toch er niet identiek mee

receptacle is al een verdere specificatie en grotere interconnectedness

het is in principe denkbaar dat de wording veel meer chaotisch is, en niet die eenheid vertoont, maar in de werkelijkheid waarin wij leven heeft die creativiteit altijd al een verdere characterisering en begrenzing, nl. het ruimte-tijd-continuum, met zijn vier dimensies, zijn ruimte zoals wij die kennen en zijn tijd zoals wij die kennen. Die volgen niet uit de creativiteit zelf, maar geeft haar (mee) de concrete gestalte die de wording in ons universum heeft.

Is het receptacle niet, na God (de logos) de tweede algemene characterisering van de wording?


In AI 317 heeft Wh het over de melkweg a "a great region within the 'Receptacle' of that world as it appears"

Betekent dit dat het receptacle te maken heeft met de a priori eenheid van de feitelijke wereld (de wereld waarin wij leven)

terwijl creativiteit eerder te maken heeft met de a priori samenhang van alles (ook van mogelijke andere werelden : niets valt buiten de creatitiviteit en buiten de seri‰le structuur van veelheid en eenheid.
Emmet, Creativity and the Passage of Nature”(In Rapp & Wiehl?) : ivm receptacle: “This was an analogy not with Creativity, but with his Extensive Continuum” maar in tgst met Ext. continuum, receptacle for Plato is without structure, while ext. cont. not : it has a basic structure: it has a fundamental topological structure of ‘Whole-Part, overlapping and contact” p. 72.

Nobo spreekt in zijn boek ook van een “eternal creative Receptacle” maar lijkt daar eerder extensiveness mee te bedoelen? (p. 385)

Gebruikt Wh het begrip Receptacle ook
1)voor de personal identity
2) voor “the allembracing fact which is the advancing history of the one Universe”(AI 192).

Zie ook bij Garland (The ultimacy of creativity)


---------
creativiteit : eerder principe van wording dan van vrijheid
is het niet vooral onder invloed van Peirce en Hartshorne dat het begrip van vrijheid zo centraal gesteld wordt door sommige proces-filosofen?

creativiteit is eerder het principe van "physis" dat kan vertaald worden door process (AI 192 (interessant is hier ook Heidegger en p-hysis!)

m.a.w.. creativiteit is het principe van process :

process is de naam van wat is en gebeurt : what happens is the process

creativiteit daarentegen is het verklarende principe

1. process betekent : voortdurend scheppen, daardoor is er process (voortgang - advance)

2. creativity is the (name for the) activity whereby there is a successor, i.e. waardoor er process is.
Wh verbindt creativity met the Latin verb creare, “to bring forth, beget, produce” (PR 324).

--------
creativiteit freedom


decision : in its root sense of 'cutting off' (PR 68)

to be this, and not that

So, decision is exclusion : omnis determinatio negatio est
Voor James Bradley: creativity = spontaneity

Dat oiv Peirce : firstness

--
Creativity freedom : Uitdrukkelijk de band : PR 88 : daar woord 'freedom' en niet alleen self-creation
--------------------------
'Creativity' is the principle of novelty" (PR 21)
----
ultimate selfexplanatory

SMW 135
cf. CN 53 : Nature is process.

“There can be no explanation of this characteristic of nature"
_____________________________________________________________
Concrescence and transition
Transition : reeds in RM (RM 92) en wel in termen van overgang van de creativiteit : "there is a transition of the creative action, and this transition exhibits itself, in the physical world, in the guise of routes of temporal succession".
PR :

Def van transition : "The creativity in virtue of which any relative complete actual world is, by the nature of things, the datum for a new concrescence, is termed 'transition'" (PR 211)

Juist tevoren heeft Wh geschreven : "the fundamental inescapable fact is the creativity in virtue of which there can be no 'many things' which are not subordinated in a concrete unity" (PR 211).

There are two kinds of fluency (PR 210)


Daar beschrijft Wh transition als twee aspecten : transition is

-the perpectually perishing which is one aspect of the notion of time

- and in another aspect the transition is the origination o the present in conformity with the 'power' of the past.

AI 303 : disjunctive diversity and concrete togetherness are "ideal termini" : (wil dat ook zeggen : enkel gedachte-constructies, een filosofische constructie nodig om te denken en dus niet re‰el

maar ook dan blijft er het probleem hoe ze dan op het vlak van de gedachte samen gedacht kunnen en moeten worden.

Zou men het zo kunnen zeggen : creativiteit is the activity of becoming :

seen from the predecessor(s) it is the transition to a new unity

seen from that new event it is the concrescence of the many

both are the same activity seen from two perspectives,

on the condition, however, that there is no 'gap' between past and present', otherwise ,we are talking about two distinct forms of activity

Wh seems to say that 'ideally', ie in thought, we can and should make a distinction (a distinction of reason) but without tearing them apart (like matter and form in Aristotle)

There is, anyway more continuity than Wh seems to suggest and Wh knows that.

His stress on discontiuity has to do with metaphysical reasons, and in that sense is a metaphysical construction.

This however leads him sometimes into problems.

So he seems to make concrescence prominent (in the whole of PTR - that's also the reason why many interpreters identified creativity and concrescence) but in AI he has to correct that (but even then creativity is actually most of all connected with concrescence : cf. list in AI 304 : in that list transition is not even mentioned!(only 'data' are mentioned)

.

Conclusion : transition is and remains a problem in Wh's general treatments of creativity. .



That is seen e.g. by Nobo?
Another question is: how then creativity should be conceived?

And I think elements for a correct understanding of creativity are present in Whitehead.

that is only possible when creativity is, as ultimate description, also explanatory : explanation out of the nature of things (SMW 135 en AI 303)

Cf. IS 243 (gecit. in Nobo 144) : "creativity whereby there is supersession" .


cf. PR 88 (Nobo 148) : "in order to understand 'power', we must have a correct notion of how each individual actual entity contributes to the datum from which its successors arise and to which they must conform"

(dus : transition is niet louter alleen conformation

is ook -een "from which" maar niet van individaul occasion (zijn passief) maar als geheel houden ze een factor van activity in: als geheel zijn zij een datum from which the its successor arise" (zie AI 230).
PR 228 : past = efficient causation

if it is purely passive, there can be no talk about causation, at most about a 'given'; certainly not about 'efficient' causation (AC).


PR 320 : transition is the vehicle of the efficient cause.

(NB Wh noemt ergens een prehension a transition!


Inspireert Wh zich in PR op Leibniz, voor wie er omwille van de perceptie veelheid is in de eenheid van de monade? (mijn thesis 279) - maar bij Leibniz is het ontstaan van de eeenheid geen probleem : die is geschapen.

----------------------------------------------------------------------

Fameuze tekst over creativity in Adventures of Ideas (AI 230)
Daarbij sluit PR 164 mooi aan : "creativity, universal throughout actuality, is characterized by the datum from the past; and its meets this dead datum - universalized into a character of creativity - by the vivifying novelty of subjective form" :

Dwz : creativity is niet beperkt tot het heden, en niet tot het verleden : ze overstijgt het verleden met een nieuw gebeuren. Cf topples.

Komt perfect overeen met wat Wh in fameuze tekst van AI zegt!

Juist hier spreekt hij ook over dead datum! En tegenlijk creativiteit als principe van ongoingness

wat can “universalised” mean here?

by becoming a characterization ofcreativity, it will influence whatevercomes later? – note that just before, Wh called creativity ‘universal’

Uit seminarie Bradley :

AI 249-256 Ph and science 193-198 Part of the essential constitution of the predecessor is that there be a successor, a predecessor ‘transcends’ itself, completion of predecessor (AI 248 (192) : active in its successor

Cf. Emmet: preface to the 2nd ed : not a general transfer of qualities

= with its own unique ? (PR 55)

( =tgo Christian en vooral Leclerc, zie Garland, “Wh’s Theory of Causal Objectification” in PS 12/3 (fall 82), - zie ook Garland, The Ultimacy of Creativity))

creativiteit heeft te maken met de vraag :why an AE as it were 'topples" (tuimelt) into another one. De uitdrukking 'topple' is hier wel zeer interessant.


Kritiek op preeminence of concrescence : heel mooi in art van Emmet, Creativity and the Passage of Nature (Rapp & Wiehl?) : gevaar that it “is a ‘picking up’ and not a ‘passing on’ view of transition”
Onmiddellijk verleden (tussen een tiende van een seconde en een halve seconde : “het is voorbij en toch is het er nog” (AI 181
past as cause?

“The doctrine of the philosophy of organism is that, however far the sphere of efficient causation be pushed in the determinations of components of a concrescence – its data, its emotions, its appreciations, its purposes, its phases of subjective aim – beyond the determination of these components there always remains the final reaction of the self-creative unity of the universe”


--------
causa sui

PR 228 (maar in zelfde zin is er sprake van 'product'


PR85: causa sui in respect to clothing of feeling'

--------------------------


creativity is “the pure notion of activity, conditioned by the immortality of the actual world” (PR 31)

= wat creativity voor mij is.

of nog : (..) “function of creatures, that they constitute the shifting character of creativity” (PR 31)

______________________________________________________________



Nobo Jorge Luis
Whitehead's Metaphysics of Extension and Solidarity.
Albany, State University of New York Press, 1986
absolute self-causation is unintelligible and self-contradictory. Causa sui cannot mean absolute cause of its own existence

(AC: I would say : against reason (princ. of sufficient reason - nothing just happens) – Wh : causa sui ivm met clothing of feelings (PR 85).


Transition "is the creative process by which the first three phases of an occasion's existence are begotten" (150)
NB : gaat over existence van het nieuwe (het dat) en ook over "begotten" : voortgebracht (zie ook p. 151).

"In other words : my interpretation emphasizes that the becoming of every occasion is analyzable into two successive stages: first, there is the becoming of the threefold datum; afterwards, there is the becoming of the self from that datum (PR 228)".


(met threefold datum he means :
transition begets the first two phases of an occasion's existence - its dative phase and its confromal phase (Nobo 147)
maar: there can be no process of concrescence until after the phase of conceptual reproduction has porduced for the occasion its initial subjective aim. This is why £Wh says that the concrescence starts from (and not with) the occasion's reception of it initial subjective aim (PR 374).

"the process of transition is the earliest major stage in the becoming of an occasion" (140)

"Thus, a major part of my interpretation is that a new occasion, in respect to the three earliest phases of its becoming and existence, the phases constituting the stage of transition, cannot be construed in any way as creating itself (140)

"More specifically, I shall argue here that the creativity involved in the becoming of an actual occasion manifests itself in two supersessionally successive processes"( 140).

. "transition creates the initial objective pole of the new creation and the initial subjective pole: so its function is to objectify in and for the new occasion all the completed occasions in existence

and


"to beget the occasion's subjective immediacy, while conforming it, both physically and mentally, to the definiteness of the actualities in the objective content"(141-42… )

p. 144 heeft Nobo het over "the given, pre-concrescence, phases of that creature"

(is transition dan toch weer niet een vorm van creativiteit die weer helemaal in het nieuwe gebeuren wordt getrokken?))
p. 358 : “The two processes, macroscopic and microscopic, are not to be confused with one another. The earlier one is determined by the macrocosmos it envisages, whereas the later one is only conditioned by the microcosmos it perceives. (it van Nobo) (…)nonetheless, the two processes are supersessionally successive episodes in the becoming of one and the sameeee occasion. The earlier one begets a new subject with a completely determinate position, but with an only partially determinate definiteness; the later one is the subject itself autonomously completing its own definiteness (..)”
Garland zegt dat Nobo : “Claims that transition is a creative process which produces a novel but incomplete actual entity and concrescenceis a creative process through which the actual entity completes itself. Nobo claims that transition has the many settled actual entities of the universe as its data and that transition unifies these data into a datum for the process of concrescence. Thus, transition is a creative process on its own which is distinct from the process of concrescence” zegt Garland, in “Wh’s Theory of Causal Objectification in PS 12/3 (fall 82), 183 184 verwijzend naar Nobo IPQ 19, 265-272).

Garland verwijst naar Ford die toont dat Wh eerst dacht aan één unified initial datum en later aan a vast multiplicity of initial data (Garland 184)Result is that textual evidence can be found voor different views.

Garland stelt voor twee subphases in initial phase : één waarin de actuele entiteiten in hun geheel worden gevoeld, en één waarin ze worden gevoeld met negative prehension en zo als een objective datum.
Nobo p. 152 : "by the self-causation of an actual occasion Whitehead cannot mean that the occasion brings itself into existence. For to say that something is absolutely self-caused, or self-created, is to say that that which is non-existent somehow brings itself intoc existence. Thus, taken in a literal and absolute sense, self-causation is an unintelligible, self-contradictory notion. But even if absolute self-creation were an intelligible notion, it would still not be what Whitehead meant by an occasion being causa sui; for, as we have just seen, he held the actual occasion to be the resutl of efficient causation to be the given, or primary stage of the occasion's existence, the stage from which self-causation starts. Thus, 'causa sui' cannot mean 'abolute cause of its own existence'" (152 - it van Nobo)

Maar het heeft voor Nobo betrekking op de decision and dus op de (latere) fasen van concrescence.


-____________________________________________
one-substance cosmology : PR 19. ( = wat Wh wil) = één soort werkelijkheid

__________________________________________________________________


creative advance into novelty PR 222
________

creativity evolution


Wh verbindt creat. wel met evolution or at least with : "evolutionary expansiveness" (SMW 136).

"The full sweep of the modern doctrine of evolution would have confused the Newton of the Scholium, but would have enligtened (not : delighted!) the Plato of the Timaeus (PR 93)

__________________
Whitehead against the factism of Russell : for Wh there is only one fact in that sense, and that is activity, creativity (zegt Bradley)
____________________
AI 135 : "All ultimate reasons are in terms of aim at value. Wil dat zeggen dat creativiteit is not a 'reason' want not an aim at value, althans niet zonder God?
________________________________________________________________
creativiteit : a 'reason'?
Alles hangt ervan af op welk niveau men spreekt

Onderscheid maken tussen ontisch en ontologisch niveau




  • ontisch : dat is niveau van AE's - only they are reasons in the litteral sense hier speelt het ontologisch principe (ontologisch juist omdat het het principe is van wat really 'is' en dus 'cause' kan zijn
    Als er hier sprake is van het principe van voldoende grond, dan is het als dragend zijnde: in die zin beantwoordt de creativiteit bij Whitehead niet aan het principe van voldoende grond




  • ontologisch : niveua van metafysiche principes - hier geen ontologisch principe, d.i. AE maar juist why there are AE's
    Als hier het principe van voldoende grond wordt gehanteerd, dan is creativitieit wel voldoende grond, nl. in de zin van ratio : er steekt rationaliteit in de (ultieme) verklaring van de werkelijkheid
    Dus geen ultiem 'onuitsprekelijke' (ineffable, zoals James Bradley het noemde)


Whitehead - Spinoza
one-substance cosmology is wat Wh wil PR 19

dat is niet onbelangrijk: Cf verwijzing naar Spinoza: wh wil ook een on-substance cosmology!!!There is a strange thing in Whtehead



  • On the one hand he refers to Spinoza and compares creatvity with Spinoza's one substance : creativity is called substantial activity

On the other hand, Wh says ( beginning of PR??) that the problem with Sp is the arbitrary introduction of the modes;


Is it not reasonable then to conclude that Wh's creativity, if it si compared to Sp, it should be such that the modes are not introduced arbitrarily. In other words, that creativity 'accounts' for the fact that there are modes.
And how can creativity do that : precisely because creativity is not substance as in Spinoza, but substantial activity : as activity creativity should be interpreted in such a way that it can account for the fact that there are modes. (in that sense it is self-explanatory) Actually, creativity is nothing but the principle of ongoingness, precisely by being the principle of instantiation : creativity is the principle whereby always new creative occasions (in terùms of self-creation, but also of other-creation) come into existence, and in this way 'explain' ongoingness.

Creativity is that ultimate, that, like in Spinoza, is actual only in virtue of its accidents. But it is ultimate, unlike Sp., also because it 'accounts' for its instantiations. In other words, its ultimacy should be conceived in such a way that the introduction of its modes is not arbitrary, but follows from the nature of the ultimate itself. Whitehead is able to provide such an understanding of the ultimate, precisely because it is no longer just substance, but substantial activity.


NB this substantial activity is the underlying activity of individuation" (SMW 123) !!
Bij Spinoza substantie is oneindig en oneindigheid van de modes. Bij Wh werkelijkheid is eindig, maar via process wel een openheid naar on-eindigheid van het proces : infinitude of things (MT 55 onder) zie vanaf MT 53)
Like in Spinoza, this ultimate cannot be explained further. It is "not ab alio".
Passage of nature : CN 67
)

Wh Schelling :


CN 47

Wh Einstein


CN 164

Wh zegt dat hij de filosoifsche achtergrond van Einstein wil geven

Glow of the sunset: CN 29 (bifurcation of nature)

“Seek simplicity and distrust it” : CN 163


Wh Galilei
Mooie omschrijving van de valwet : begin van “First Physical Synthesis (in A Phil. Looks at Science)
Notion of significance
In CN

In MT


Ook in Heidegger : Gesammtausgabe vol 63 : Ontolog?? (Hermeneutik der Faktizität)

(ook notie concern is verbonden met Heidegger)

momentum (in het Engels) = voortstuwende kracht, drang, vaart

(dat woord staat niet in de Van Dale voor het Ndls)


Past : active? (activity of the past – past passive,

Past is actual zie ook bij Wh-algemeen


Cf. Garland (PS fall 82 p. 191)- ook bij Nobo

Het tegenovergestelde, zegt Nobo, is “a widespread and deeply rooted mistake”.


Vooral in AI tracht Wh de power of the past te beklemtonen : zie hofst over Objects and Subject. Ook in AI : over the dart of Lucretius (AI 227)
In AI 238 heeft hij het over een "flux of energy" (uitdrukkelijk ivm fysica en electrodynamica)
Flux of energy, zegt Wh, wijst (bij Clerk-Maxwell ) eerder op continuity. Later in de fyisca weer meer nadruk op atomicity (individual electrons etc.) De geschiedenis is er een van continuity and atomicity, and dat is wat ook Wh wil denken (AI 238)
En in PR 221 schrijft Wh van een prehension (!) dat het is "essentially a transition (!!) effecting a concrescence (zie art.. Frankenberry PS 13/2 p. 135.

Ook Welten wijst erop hoe in Whiteheads taalgebruik, de ene keer de objective datum, de andere keer de initial datum de “cause is” (W. P. Welten, Whiteheads opvatting over werkoorzakelijkheid, in ANTW 71 (1979), nrt. 1, p 13 – verwijzend naar PR 364 en 361.


Zie oo Mannoia(The Ground of Givenness of the Immediate Past in Wh’s Theory of Causal objectification” in The Modern Schoolman LXI(may 84)p. 211 : “there is more to causal objectification than just the mechanics of objectification – the mechanics explaining the content of what is given – there is also the need for the mechanics of causality – the mechanics explaining the fact that the past is given”
Mannoia zegt ook (tg de opvattingen die zeggen dat het verleden niet meer is) : “The danger however is to be trapped in substantialist modes of thinking, to hypostatize what is really only an abstraction, and then to seek to invent a new mode of existence to attach to it “[ic satisfaction] (p. 221).

En Mannoia schrijft : “In conclusion, it seems that none of the three appoaches to the problem of the givenness of the past – the Non-explanatory, the Theistic and the naturalistic approaches – is entirely successful.” Vooral de naturalistische, schrijft M. En dan : one alternative is to reconsider the theistic approach".

(dus mijn interpretatie is niet zo evident.

Kritiek op preeminence of concrescence : heel mooi in art van Emmet, Creativity and the Passage of Nature (Rapp & Wiehl?) : gevaar that it “is a ‘picking up’ and not a ‘passing on’ view of transition”


Emmet verwijst hier ook naar Leclerc die op dat seminarie (Bonn??) expliciet verwijst naar tekst uit AI )- Emmet, “Creativity and the Passage of Nature”, p. 79, maar zegt dat zij dat zelf niet kan plaatsen als er geen interactie is tussen contemporaries.

Soms lijkt het verleden (at least the individual past occasions) quite passive , even when Whitehead here refers to the notion of 'power' in Locke :

PR 58 : (Locke adumbrates) the principle (!!! - lijkt dus voor Whitehead een principe te zijn) that the 'power'of one actual entity on the other is simply how the former is objectified in the constitution of the other"

Is het daarom dat Wh in de tekst van AI zegt : that the past, individually is passive, but as a whole, includes a principle of activity"

division of a concrescence is enkel intellectual. Het is één geheel : een drop of experience. Zo ook de atomicity? Volgend gebeuren staat niet helemaal los van vorige : terwijl de ene druppel er af druipt, is de andere al aan het groeien! cf. AI 181 : het is voorbij en toch is het er nog!

Immediate past : active ?
Ja : "the immediate past as surviving to be again lived through in the present is the palmary instance of non-sensuous perception" (AI 233-234). Juist voordien spreekt Wh van "the energizing of the past occasion as it claims its sel-dentical existence as living issue in the present".

Maar op de volgende bladzijde heeft hij het over de "Conformation of Feelign en daar is het verleden weer hoofdzakelijk "the datum felt", maw nadruk op de activiteit van het new occasion (AI 235)

Past occasion : is (alleen?) a qualification of creativity (PR 85)

Toch spreekt Wh in dezelfde context van een "transcendent creator" (en iets hoger van part-creator

PR 85 : subjects “clothe the dry bones (with the flesh of a real

cause :


onderscheid tussen causal objectification en presentational objectification PR 58/91 zegt Garland (PS fall 82 p.191 Dat betekent dat cause méér is dan gegevenheid

Every philosophy recognizes, in some form or other, this factor of self-creation, in what it takes to b e ultimate actual fact" (PR 150) -( vraag is of dat ook betekent dat elk actual fact self-creative kan zijn)

Cf. 222 : Selfrealisation is the ultimate fact of facts. An actuality is self-realizing, and whatever is self-realizing is ac actuality
PR 222 :

"The creativity is not an external agency with its own ulterior purposes. All actual entities share with God this characteristic of self-causation"


gegevenheid.

"The creativity of the world is the throbbing emotion of the past hurling itself into a new transcendent fact. It is the flying dart, of which Lucretius speaks, hurled beyond the bounds of the world" (AI 227).


--------------

Wording : vooruitgang of achteruitgang - in elk geval voortgang
FR beginning, maar ook
SMW 112 "transition to other things - it may be of higher worth, and it may be of lower worth"

___________________________________________________


Ook Welten spreekt van een transcendent aspect van creativiteit :

“Blijkbaar is er naast en in het zichzelf-scheppen ook nog een transcendente creativiteit(it. in tekst), en deze beantwoordt aan het proces van overgang en daardoor ook aan de efficiënte causaliteit. Inderdaad wordt elders gesproken van een transcendentie van de creativiteit (134), en we lezen dat ‘the subject objectively conditions the creativity transcendent beyond itself’ (339, vgl 101). De overgang is niets anders dan dit transcendente aspect van de creativiteit” (W. P. Welten, Whiteheads opvatting over werkoorzakelijkheid, in ANTW 71 (1979), nrt. 1, p^. 9;


Belangrijk is ook dat Welten schrijft : (p. 11) : hetzelfde gebeuren kan zo beschreven worden in drie verschillende talen : wat in de suystematische taal een eenvoudig fysisch gevoel heet, wordt in de traditionele causale taal een act van veroorzaking, en in de waarnemingstaal de eenvoudigste soort van waarneming”
Welten wijst erop hoe in Whiteheads taalgebruik, de ene keer de objective datum, de andere keer de initial datum de “cause is” (W. P. Welten, Whiteheads opvatting over werkoorzakelijkheid, in ANTW 71 (1979), nrt. 1, p 13 – verwijzend naar PR 364 en 361.

Change : PR 73 : heeft te maken met difference between occasions. (niet IN een occasion).
(James Bradley ziet dat erg in de lijn van Russell : voor Russell change has to do with the interrelations between changeless facts.
Change is the description of the adventure of eternal objects in the evolving universe of actual things (PR 59 : onderl. AC)

PR 61 : "Continuity concerns what is potential, whereas actuality is incurably atomic" (tgo Concept of Nature: daar continuity van het actuele? ).


In SMW 93 Wh schrijft nog : "This passage is not a mere linear procession of discrete entitities" Dat wel in PR??
PR 73 ; Change heeft te maken met difference between occasions (niet IN een occasion). James Bradley ziet dat erg in de lijn van Russell : voor Russell change has to do with the interrelations between changeless facts

_______________



Creativiteit : self-explanatory
SMW 135 (94) : "We have to search whether nature does not in its very being show itself as self-explanatory. By this I mean , that the sheer statement of what things are, may contain elements explanatory of why things are" (..) In a sense, all explanation must end in an ultimate arbitrariness"

Cf. Wittg maar toch : rationalise mysticism (MT 238 (174).

Niet door het mystische causaal te verklaren maar : "by the introduction of novel verbal characterizations, rationally coordinated"

tgo Siebers: vraag naar ongoingess is vraag naar ‘waarom is er iets’

Nee : vraag waarom is er iets?” is vraag naar waarom is er creativiteit

In CN zegt Wh : there can be no explanation of this characteistic of nature.

maar ongoingness is iets anders : juist omdat het ultieme gedacht wordt als creativiteit kan het de voortgang verklaren :

“hwat things are may contain elements of why things are”

zeggen dat de basiskarakteristitek juist creativiteit is juist zeggen dat de basistrek van de werkelijkheid activity of actualisation is.

Dat is ook de reden waarom Wh spreekt van substantial activity en not van substance (dat is juist het essentiele verschil met Spinoza) : substance ‘is’, substantial acitivty is voor Wh the underlying activity of individuation!! (SMW 123).


__________________
creativity : transcendentaal transcendentale categorie

zegt R.L Fetz in Rapp & Wiehl : transcendentaal in de scholastieke, voo-kantiaanse betekenis.


Maar, zo bekeken beklemtoont men enkel het descriptief aspect.

Creativity an explanation?


“creativity whereby there is supersession (S 243).

Factor of activity AI 230


many so-called empiricist in the Wh-interpretation cannot accept that anything other than AE’s can be a reason. Therefore they refer to the ontological principle.Yet, I do not think they are right and I even do not think that this follows from the ontological principle. this may seem strange, since one rendering of the ontological principle says: no actual entity, then no reason. Indeed, but the whole question is how to understand that. I do not think that this means that only actual entities can be invoked as explanation. Rather I think , this has to be understood in the line of another rendering of the ontological principle, where Whitehead, referring to Hume states it as follows :
It is indeed an empirical stance only to accepts as explanatory that what can be discovered in the analysis of actual entities. >Only what is related to what actually is, can be an explanation. Indeed, only actual entities can be efficient or final causes. When reason is taken to be a cause, then indeed only actual entities can be causes. But there are in Wh other forms of explanation than through efficient and final causes. otherwise Wh’s philosophy would end up as a natural science (which is a search for efficient cause) aangevuld met een part on teleology. That is not what Wh wants. He wants a cosmology and a metaphysics. And there is no (empirical!) reason why all reasons should be limited to causes. There can be all kinds of explanations : causes, indeed, but also categories (“the categories of explanation e.g. ) or principle s(Wh calls crativity also a principle of novelty) (here against Garland : for him there is only one exception, that is the ultimate explanation. . Categories of principles, however, can only be invoked as explanations, in asfar as they are discoverable in the nature (or as elements of) actual entities. only then are they ‘empirical’. In that sense I disagree with Garland, who calls explanation referring to the principle of creativity (what he calls ‘ultimate explanation’ which for him is the only exception to the explanation in terms of efficient and final causes) a rationalistic explanation (only explanations according to the ontological principle are for him ‘empirical”)

Frankenberry (PS 13/2 (Summer 1983) : the creativity (of an occasion) is "partially inherited from the antecedent determining conditions, and partially spontaneous" (p. 135).

OK, maar hoe??

------------------


Zie PR 222: subject is responsible ("causa sui") for being what it is" (not that it is!!).
------------
AE out of nothing?

PR 46 : “It is a contradiction in terms to assume that some explanatory fact can float into the actual world out of nonentity. Nonentity is nothingness. Every explanatory fact refers to the decision and to the efficacity of an actual thing”

Dat zegt Wh om de PN te verantwoorden.

Maar : wat met de verklaring van dat “actual thing” zelf?

NB : Wh zegt niet alleen “refers to the decision”

zegt meteen erbij : and to the efficacity of “

maw : AE verklaart niet zijn eigen erzijn. Er is ook de efficacity of the past (die kan niet alleen gelden voor het wat want dan komt de decision out of nothing – which is, a contradiction in terms”!
---------------

That there is unification, maw band tussen creativiteit en synthese van many and one : volgt voor Wh blijkbaar uit het ontologische principe :

PR 46 : “It is true that any flux must exhibit the character of internal determination. So much follows from the ontological principle”
NB : Wh schrijft dat hier niet toe aan de creativiteit maar aa het ontologisch principe : dat er synthese is ligt aan een AE (en kan enkel daaraan toegeschreven worden).

-------------


Creativity is not an external agence with its own ulterior purposes. All actual entities share with God this characteristic of self-causation” (PR 222)

creativity is not an actual entity : RM 92


-------------------------
Power is the compulsion of composition" (MT 162-163) :

------------------------------------------------


Neither God, nor the World, reaches static completion. Both are in the grip of the ultimate metaphysical ground, the creative advance into novelty (PR 349)

NB vroeger heeft Wh gezegd dat juist becoming is a creative advance into novelty (PR 28).

Dus the ultimate ground is becoming.

Maar ultimate is creativity

So, creativity and becoming are convertible

-------
creativity activity of becoming?

But, it looks as if for Wh there can be many-one relationships that are non-temporal (eg PN van God). En dat is a form of creativity that is not a form of becoming! or, can there be a form of becoming that is non-temporal?

PN lijkt a creature of creativity omdat het an acitivity of unification is.

---------
creativity is not without character : is has sa supra-generic character, viz. relation, many-one.

yet it is without specific character of its own (is dat niet ook de uitdrukking van Wh?)

Dat lijkt ook wat Hartshorne zegt in CSPM : mlinimal qualificaiton is built-in, viz. many-one. That requires some mutual adjustment.

-----------


creativity real ?
Many so-called empiricist Whiteheadians cannot accept that anything other than AE can be explanatory, yet they accept without hesitation the whole realm of eternal objects. They could say : eternal objects are not actual but only real. Can creativity in itself also be real, though not actual? There is real agency, also agency of transcendence of the given, yet not ouside AE’s.


Creativity in Adventures of Ideas ( AI )

Fameuze tekst over creativity : AI 230


"The creativity of the world is the throbbing emotion of the past hurling itself into a new transcendent fact. It is the flying dart, of which Lucretius speaks, hurled beyond the bound of the world" (AI 227).

Ook in AI nog die ambivalente houding :

"the immediate past as surviving to be again lived through in the present is the palmary instance of non-sensuous perception" (AI 233-234). Juist voordien spreekt Wh van "the energizing of the past occasion as it claims its sel-dentical i as living issue in the present".

Maar op de volgende bladzijde heeft hij het over de "Conformation of Feelign en daar is het verleden weer hoofdzakelijk "the datum felt", maw nadruk op de activiteit van het new occasion (AI 235).

p. AI 226 : over Provoker and recipient : provoker daar is niet als zodanig het tot stand brengen, maar het in-zijn. Elk provoked occasion is a totality involving many such examples of provocation.
To put it in terms of continuity and atomicity, zoals dat in de fysica naar voren komt : AI In AI 238 heeft hij het over een "flux of energy" (uitdrukkelijk ivm fysica en electrodynamica)
Flux of energy, zegt Wh, wijst (bij Clerk-Maxwell ) eerder op continuity. Later in de fyisca weer meer nadruk op atomicity (individual electrons etc.) De geschiedenis is er een van continuity and atomicity, and dat is wat ook Wh wil denken (AI 238?

En het is duidelijk dat Wh het ook vanuit die kant bekijkt : hij verwijst naar zijn ontmoeting met de theorieën van Clerk-Maxwell 74 jaar geleden (die hij zich blijkbaar nog levendig herinnert - het gaat hier om iets dat essentieel is geweest in zijn denken).

---------------------------------------

Siebers : kr op Van der Veken en Cloots : p. 139

Voor hem question of ongoingness (why is there a next) is zelfde als : waarom is er iets? (p. 141).


-------------
Creativity : category or principle?

Zeker : "Category of the ultimate

Maar Wh spreekt ook van "creativity as the principle of novelty

En van "this ultimate principle of creativity" (PR 21).



Garland

The ultimacy of creativity, in The Southern Journal of Philosphy, Winter 1969,

On my interpretation, creativity is the principle which accoutnsfor the ‘givenness’ of past actual entities to present ones” (p.372n31)

“in its role as the principle behind transition, creativity acts as a receptacle for all actual entities which have already attained satisfaction” (374) – creativity is voor Garland both the formal principle of unity and the material one (as receptacle)

“over and against all entities, which form the determinate referernts of rational thought, there stands a dynamic creative activity which by its very nature can never be captured in the static net of conceptual definition. Alkthough this activity works through entities to drive the universe forward, it can never be reduced to any set of these entities”( 375b)

“creativity therefore links the past with the present as it urges the universe forward into the future”


“It is my contention that Whitehead operates with an implicit distinction between two fundamentally different kinds of explanation” :
ene gebaseerd op ontologisch principe = empirical explanation

andere ‘ultimate explanation’ = rationalistic (p. 366b)(= in temrs of principles instead of entities)



Kr AC: volgens versie 2 van het ontologisch principe komen ook die principles (ook creativieit als elementen in AE en dus ook empirical).

  • Grondige verandering na SMW
  • ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- Creativiteit : passage (becoming) + novelty (+ perishing)
  • Passage of nature
  • Change
  • Creativiteit : self-explanatory

  • Dovnload 124.08 Kb.