Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Nazireeërschap De wekelijkse parasha 108. Ki-jaflie

Dovnload 24.32 Kb.

Nazireeërschap De wekelijkse parasha 108. Ki-jaflie



Datum24.09.2018
Grootte24.32 Kb.

Dovnload 24.32 Kb.

Nazireeërschap

De wekelijkse parasha
108. Ki-jaflie (Omdat hij buitengewoon is)   Adar IV (14 maart 2015)

Tora: Numeri 6:1-21                                         Sjaliach: Mattheüs 24:23-51

Haftara: Richteren 13:2-25                            Sjier: Psalm 95
JHWH spreekt tot Mozes en zegt hem om de Israëlieten over het volgende toe te spreken: Als een man of vrouw zich buitengewoon wil toewijden door een vrijwillige gelofteperiode onder ede aan te gaan als nazireeër, zal hij of zij zich afscheiden voor JHWH. Hij of zij zal afgescheiden zijn van wijn of andere bedwelmende drank, ook wijnzuur of iets dat maar gisten kan zoals appelazijn, ja zelfs druivensap, mag hij niet drinken. De druif zelf, vers of gedroogd, mag hij niet eten. Al de dagen van zijn nazireeërschap zal hij zich onthouden van alles dat van de wijnstok wordt gewonnen, tot en met de pitjes en velletjes. Al de dagen van zijn gelofteperiode als nazireeër zal er geen scheermes op zijn hoofd komen. Tot aan het einde van zijn gelofteperiode waarin hij is afgescheiden voor JHWH zal hij heilig zijn, met lange ongeknipte haarlokken op zijn hoofd. Al de dagen van zijn afscheiding voor JHWH, mag hij zich niet bij een dode begeven. Zelfs als zijn vader of moeder sterft, zijn broer of zus: hij of zij mag niet door de dood onrein worden als zij sterven. Want de afscheiding voor zijn God is op zijn hoofd. Al de dagen van zijn nazireeërschap is hij apart gezet voor JHWH. Mocht het gebeuren dat hij per ongeluk door een plotselinge dood van iemand die naast hem staat of zit wordt overvallen en hij hierdoor onrein wordt, dan is zijn nazireeërschap, dat is zijn hoofdhaar, onrein geworden. Op diezelfde dag zal hij zich reinigen en zijn hoofd volledig kaal scheren, en op de zevende dag zal hij zich nogmaals kaal scheren. Dan zal hij zijn gelofteperiode opnieuw beginnen omdat zijn nazireeërschap verontreinigd was.[1]

Afzondering door de dood

Deze parasja is de laatste van de tweede jaargang. We begonnen dit jaar met de aankondiging van de laatste plaag (Ex. 11), de oudste zonen van Egypte die voor de dood werden afgezonderd. Dit thema kwam op schokkende wijze terug, toen ook Aharons oudste zonen stierven (Lev. 10). We zagen dit jaar dat alleen dwars door de dood heen, de ontmoeting met God en het leven met God mogelijk is (Lev. 16). Aharons zonen waren gewijde priesters toen de oudste twee van hen stierven, zoals al Israëls oudste zonen werden gewijd aan JHWH bij de dood van de Egyptische zonen. Deze wijding van eerstgeborenen werd pas uitgewerkt toen de Levieten werden uitgekozen om die afzondering te dragen, in plaats van al Israëls oudste zonen (Num. 3:45). Daar hebben we de laatste weken bij stil gestaan. Maar daarmee is de afzondering voor JHWH niet beperkt tot de Levieten. Deze week blijkt dat iedereen, man of vrouw, zich mag afzonderen voor JHWH, geheel vrijwillig! Het nazireeërschap in Numeri 6, zal opnieuw getuigen van afzondering. Afzondering door de dood heen.


De richtlijnen voor het nazireeërschap waarover we in Numeri lezen, doen we in de verdieping. Nu zullen we eerst kijken naar wat het nazireeërschap ons onderwijst in profetische zin. Het is niet de eerste keer dat de Bijbel over een nazireeër spreekt. In Genesis 49:26 wordt Jozef een 'nazireeër onder zijn broeders' genoemd. Het verhaal van Jozef geeft ons inzicht in het nazireeërschap waarover we in Numeri lezen. Daarom kijken we deze week naar het nazireeërschap in het leven van Jozef, en naar de wijze waarop hij daarin Jesjoea weerspiegelde.
De gelofteperiode

Het nazireeërschap wordt in Numeri een 'vrijwillige gelofteperiode onder ede' genoemd, een liendoor nèdèr. Dat komt van de wortel nadar, wat uitvallen betekent, zoals een graankorrel 'uitvalt' bij het dorsen. De vrijwillige afzondering als nazireeër wordt door deze graankorrel gesymboliseerd. Zoals de graankorrel wordt ontdaan van alle overbodige zaken die hem zijn plek in het leven gaven, dat is het kaf, wordt ook de nazireeër beroofd van alle gemeenschappelijke feestvreugde (de wijn) en treuren (de rouw) onder het volk. Al deze emoties van het leven, van vreugde tot rouw, mogen er zeker zijn in Israël. Maar zoals priesters hiervan verstoken zijn als zij dienst moeten doen in het Heiligdom (Lev. 10:6, 9), geldt dat ook voor de nazireeërs. Een nazireeër kíest er voor om zich buitengewoon toe te wijden door deze afscheiding van de emoties van het leven. Daarmee wordt hij een vruchtbaar zaad dat door de Eeuwige gebruikt kan worden om te zaaien voor Zijn doelen.


Jozefs nazireeërschap

Jozef werd zo een zaad dat gebruikt werd voor het doel van JHWH. Zijn doel was in dit geval de redding van Egypte en Israël tijdens een hongersnood. Een lange periode van afgescheiden zijn, was nodig om dit te bereiken. Die periode herkennen we als 'Jozefs nazireeërschap'.

De afscheiding begon toen Jozef zich vrijwillig onder zijn broers begaf in Dothan, terwijl er veel spanningen tussen hen waren. De 'graankorrel' Jozef, wordt hier 'uit het kaf gedorst' en in de aarde gestopt: de put waarin hij gegooid werd. Dit resulteerde in een lange periode van verstoting van het leven in gemeenschap met elkaar als familie. Jozef had geen vreugde meer, geen feesten, geen familie en geen vader. Hij mocht waarschijnlijk als slaaf geen druppel wijn aanraken. Ook had hij geen toegang tot een fatsoenlijke kapper, zodat iedereen in Egypte kon zien dat hij een buitenlandse slaaf was, die geen scheermes op zijn hoofd zette zoals de Egyptenaren dat deden[2]. Vreugde en rouw kende Jozef in deze periode niet, slechts ijverige en vrijwillige dienst, waarom hij dan ook geëerd werd. Maar ook onder de heidenen komt het moment dat Jozef opnieuw in de aarde wordt gestopt.[3] Enkele jaren later wordt Jozefs nazireeërschap beëindigd. Hij wordt uit de aarde gehaald en  geschoren (Gen. 41:14)! Dat is het moment van zijn verheffing als onderkoning. Nu kan hij weer deelnemen aan het leven, maar op een wijze die vruchtbaar is, zoals JHWH het oorspronkelijk met de mens bedoelde. Zou Jakob deze geschiedenis in gedachten hebben gehad, toen hij Jozef een nazireeër noemde?
Jesjoea een nazireeër?

Van Johannes de Doper is bekend dat hij een nazireeër was. Bij zijn geboorte wordt immers gezegd dat hij geen wijn drinken zal. Hij leidt inderdaad een afgezonderd leven in de woestijn, zoals het een nazireeër betaamt, en draagt ook veel vrucht als hij zijn boodschap brengt. Maar Jesjoea drinkt wijn en neemt deel aan maaltijden van vreugde (Matt. 11:18, 19)! Toch kan ook van Jesjoea gezegd worden dat hij een nazireeër is zoals Jozef.

Er is namelijk een moment dat Jesjoea een 'vrijwillige gelofteperiode onder ede' aflegt. Ook dat moment is weer een bijzonder mooi bewijs van de Goddelijke parallel tussen het leven van Jozef en Jesjoea. In Mattheüs 26:29 zegt hij, nadat hij drie glazen wijn gedronken heeft: “Ik zeg u dat ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van mijn Vader.” Dit zegt hij precies op het moment dat de spanningen tussen hem en zijn joodse broeders zo hoog zijn dat ze hem verkopen aan de heidenen om in de aarde gezaaid te worden. Sindsdien is hij bij de meeste van zijn broeders verbannen, tot de dag van vandaag. Toen hij aan het kruis zure wijn kreeg aangeboden omdat hij dorst had, weigerde hij dit te drinken en er zijn dorst mee te lessen vanwege zijn gelofte (Matt. 27:34).

Nog steeds is Jesjoea in geestelijke zin een nazireeër. Hij leeft in de hemel in afzondering van zijn bruid. Maar hij leeft ook hier op aarde nog voort door zijn lichaam, de bruidsgemeente, zoals Jozef in Egypte. Christelijke keizers konden de gemeente wel gebruiken voor hun keizerrijk. Net zoals Potifar Jozef wel kon gebruiken in zijn heidense huishouden. Ook Europa is tolerant: Jesjoea's lichaam mag als knecht goed doen, net zoals de gevangenis-bewaarder in Egypte aan Jozef die ruimte gaf. Zo leeft Jesjoea nog in de gevangenis van de wereldpolitiek, net als Jozef in Egypte! Dat zien we aan zijn volgelingen die in zijn naam dienen en omzien naar hun naasten. Eens zal Jesjoea als Koning geopenbaard worden. Dan zal hij heel Israël bijeenroepen om naast hem te staan als zijn bruid. Dan zal hij het Davidische koninkrijk van Israël herstellen. Op dat moment loopt zijn nazireeërschap ten einde[4]. Jesjoea heeft Numeri 6 dus nog niet vervuld, hij is bezig het te vervullen!


Dwars door de dood heen

Wij kunnen dus, net als Jozef, dienen in de gevangenis van Egypte. Door hongerigen te voeden en dorstigen te drenken, vreemdelingen gastvrijheid te verlenen, naakten te bekleden en zieken te bezoeken, doen we wat Matt. 25:31-46 ons leert.[5] Telkens wanneer we dit doen, dienen we in feite Jesjoea (vs. 40). Op die manier volgen we hem. Jesjoea zegt in Johannes 12:24-26 (parafrase): “Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij onvruchtbaar. Zo zal wie zijn leven liefheeft onvruchtbaar zijn. Maar wie zich zoals een nazireeër, niet laat leiden door zijn emoties, maar gewillig dient op de plaats waar hij gevangen is in ballingschap, zal zeer vruchtbaar zijn. Waar ik ben, zal mijn dienaar ook zijn. Ben je mijn dienaar? Volg mij dan. Als je mij zo dient, zal JHWH je eren!” Als we Jesjoea willen volgen, geldt voor ons dus deze opdracht: Aanvaard maar dat je leven je als kaf afgenomen wordt, zoals een nazireeër. Niet om op die manier heiliger te zijn, of dichter bij God, maar om in plaats van naar je eigen overbodige behoeften, om te zien naar de noden van je naaste. Dan bouwen we mee aan Gods Koninkrijk, al zitten we nu nog in de gevangenis!


Het thema van de lezingen van deze week is:

Een nazireeër is buitengewoon omdat hij afstand neemt van 'vreugde en rouw' en zich dienstbaar toewijdt aan Gods roeping en komst. (Num. 6:2, Richt. 13:16-19, Ps. 95:6, Mt. 24:38-42, 49-50)
Thematische verbindingen en verdiepende vragen:

  • De wortel 'nadar' die gebruikt wordt in Num. 6:2 om de eed te omschrijven, betekent 'gewillig uitvallen'. Door de opheffingsgave (brandoffer) bleek Manoach's bereidheid (in Richt. 13) en verklaring om zijn zoon Simson als nazireeër 'gewillig te laten uitvallen in zijn buitengewoon zijn' in zijn generatie.

  • Na God als Majesteit (ps. 92), en als Rechter (93), bezingt de Psalm God nu als Koning! Een Koning die het waard is om voor de knielen (vs. 3, 6). Dat knielen symboliseert hetzelfde als het 'uitvallen' voor het Nazireeërschap, en de toewijding die Manoach liet zien door zijn opheffingsgave.

  • De vreugde van een Nazireeër komt niet van wijn, maar is blijdschap in God (Ps. 95:1-2)!

  • De grootste vijand voor een Nazireeër is afleiding. Dat is ook precies waar Jesjoea voor waarschuwt. Hij waarschuwt voor allerlei vormen van afleiding: goedgelovigheid (23), misleiding (24), impulsiviteit (25). Daartegenover staat de toewijding van een Nazireeër: buitengewoon zoals Noach (38), opmerkzaam en onderscheidend (39), waakzaam (42), ijverig en trouw (46).

  • Afstand nemen van wijn en bepaalde levensvreugde, herkennen we in Matt. 25, met name in vs. 38, 49.

  • Wat is het verschil tussen een Nazireeër en een priester?

  • Waarom wordt het 'eten van iets onreins' genoemd in Richteren 13?

Volgende week lezen we T'barachoe (Je zal zegenen):



Numeri 6:22-7:47, 1 Kon. 8:54-9:9, Psalm 96, Mattheüs 25:1-30

[1][1]     Numeri 6:1-9 (12).

[2][2]     Iets van die slaafse positie in Eygpte herkennen we in Gen. 41:12, volgens Rashi.

[3][3]     In Genesis 41:14 wordt de Egyptische gevangenis een put (boor) genoemd. Hetzelfde woord als in Genesis 37:24 waar Jozef door zijn broers in de put wordt geworpen.

[4][4]     Maar niet letterlijk zoals voorgeschreven, want het zondoffer is door hem reeds volbracht.

[5][5]     Het is geen toeval dat Jesjoea dit onderwijst ter illustratie van de 'onnutte slaaf' die veroordeeld wordt in vs. 30!

  • Afzondering door de dood
  • Ik zeg u dat ik van nu aan van de vrucht van de wijnstok niet zal drinken tot op de dag wanneer ik die met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van mijn Vader.”
  • “Als de tarwekorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij onvruchtbaar. Zo zal wie zijn leven liefheeft
  • Waar ik ben, zal mijn dienaar ook zijn . Ben je mijn dienaar Volg mij dan. Als je mij zo dient, zal JHWH je eren!”
  • Het thema van de lezingen van deze week is

  • Dovnload 24.32 Kb.