Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Nieuwe voorgangers komen er aan

Dovnload 12.56 Kb.

Nieuwe voorgangers komen er aan



Datum29.06.2018
Grootte12.56 Kb.

Dovnload 12.56 Kb.

NIEUWE VOORGANGERS KOMEN ER AAN
Een christelijke geloofsgemeenschap heeft:

Recht op doopsels in de parochiekerk.

Recht om huwelijken te sluiten in de parochiekerk.

Recht op de zondageucharistie in de parochiekerk.

Recht op een ziekenzalving in de parochie waar hij/zij woont.

Recht op een uitvaartdienst in de eigen parochiekerk.


Daar komt het recht uit voort dat elke parochie beschikt over:

Voorgangers bij een doopsel.

Voorgangers bij een huwelijk.

Voorgangers in de eucharistie.

Voorgangers in de zondagliturgie.

Voorganger bij een ziekenzalving.


We kunnen meer dan we denken

"Leken mogen niet dopen; leken mogen niet voorgaan in de eucharistie enz." Is dit wel een sluitende katholieke uitspraak?

Mag ik je even meenemen naar kerkelijke documenten uit een onverdachte hoek, het Kerkelijk Wetboek? In de "Codex Iuris Canonici" lees ik letterlijk in Canon 230 3: "Waar de nood van de Kerk dit wenselijk maakt, kunnen bij gebrek aan bedienaren ook leken, al zijn zij geen lector of acoliet, sommigen van hun taken waarnemen, namelijk de bediening van het woord uitoefenen, in liturgische gebeden voorgaan, het doopsel toedienen en de heilige Communie uitreiken, volgens de voorschriften van het recht".
Toelichting

Het begrip "bedienaren" doelt hier op: bisschoppen, priesters, diakens. In deze canon worden de begrippen "lector en acoliet" niet bedoeld zoals wij dat begrip kennen maar als 2 van de (voorheen) 4 "lagere wijdingen". In deze canon wordt dus gezegd dat zelfs die lagere aanstelling niet nodig is. Bovendien wordt hier het begrip "leken" gebruikt. Dit zijn in Kerkelijk Recht termen mensen die (enkel) het sacrament van het doopsel (en vormsel) hebben ontvangen, ook wel "christengelovigen" genoemd. Samengevat: elke gedoopte heeft de plicht voor te gaan in doop, liturgisch gebed, woorddiensten, uitvaarten enz.

In Canon 918 staat dat elke gedoopte de toelating krijgt "de H. Communie te ontvangen buiten de H. Mis" als daar een goede reden voor is. Een goede reden is: ziek zijn. Vandaar dat elke gedoopte de communie bij zieken kan brengen en de zegen (zalving) van de kerk kan meebrengen. Canon 910  2 bevestigt dit.

Canon 935 vertelt dat (enkel) in geval van "pastorale noodzaak" (bv. bij een ziekenbezoek) het voor een christengelovige geoorloofd is de allerheiligste Eucharistie bij zich te bewaren. Heeft iemand, zelfs een bisschop het recht om een christelijke gemeenschap te onthouden van de eucharistie omdat hij voor elke zondag niet langer een bedienaar kan vinden voor elke parochiekerk?


In gebreke

De bisschop moet er voor zorgen dat in elke erkende parochie elke zondag minstens één mis opgedragen wordt. Als hij die opdracht niet kan vervullen, bij gebrek aan bedienaars (priesters), blijft die parochie het recht op het hebben van een eucharistie behouden. Door deze onverenigbaarheid zitten we in het luchtledige op gebied van het Kerkelijk Recht. Tenzij je hier canon 213 inroept: "De christengelovigen hebben het recht uit de geestelijke goederen van de Kerk, vooral uit het woord Gods en de sacramenten, bijstand van de gewijde Herders te ontvangen".



Het Tweede Vaticaans Concilie bevestigt dat elke gelovige gemeenschap (parochie) recht heeft op de eucharistie. Canon 528 verwoordt het zo: "... dat de allerheiligste Eucharistie het middenpunt is van het parochiale samenzijn van de gelovigen... ". Gelovigen hebben daarom recht op eucharistie. Gebrek aan priesters is van ondergeschikt belang. Als er een conflict is in het Kerkelijk Recht tussen twee canons dan zegt Canon 53 zelfs dat een "gewoonte" voorrang heeft op een "wet". Nieuwe gewoonten kunnen oude wetten nietig maken.

Een normale theologische gevolgtrekking (cfr. Schillebeeckx) is dat daar waar een gelovige gemeenschap een eucharistie wil (eist) dat ze er dan zelf kan voor instaan, als de bisschop in gebreke blijft en dat die plaatselijke parochie "in haar midden bekwame mensen" aanstelt als voorganger in de eucharistie en andere liturgische samenkomsten. Het kan een "gewoonte" worden die daarna kan uitgroeien tot een wet.


Voorbeeld 1.

Herinner je het voorbeeld dat Willy Delsaert aanhaalde in de parochieraad van 18 februari 2008. Eerst werd hij verplicht omwillen van kerkelijke regels de vergaderzaal van de vzw VPW te verlaten. Later, juist omwille van zijn volgehouden optreden, (gewoonte) werd de kerkelijke wet aangepast.
Voorbeeld 2.

In de jaren 90 van vorige eeuw verbood het Vaticaan dat meisjes als misdienaar optreden in de eucharistie. Toch bleven meisjes in vele landen actief als misdienaar. Waardoor het Vaticaan de gewoonte toch maar in een wet goot: meisjes mogen nu wel misdienaar zijn.
Ten gronde

De theologie leert ons dat Christus aanwezig is in de eucharistie, niet in de priester. Straffer zelfs: een priester kan geen "mis opdragen" als er niet minstens één "leek" aanwezig is. Cfr. canon 906.

Samengevat: indien er voldoende geloof aanwezig is in een parochie om Christus te erkennen in haar samenkomsten kan dit uitgebeeld worden in alle vormen van de liturgie van doopsel tot begrafenis, eucharistie incluis.
Er is nog meer mogelijk

Neem nu Canon 1112 waar we lezen: "Waar priesters en diakens ontbreken, kan de diocesane Bisschop, met voorafgaand oordeel van de bisschoppenconferentie en na het verkrijgen van verlof van de Heilige Stoel, leken delegeren om bij huwelijken te assisteren."

"Assisteren" is het begrip dat ook gebruikt wordt wanneer een priester de huwelijksviering leidt. Ook bisschoppen hebben meer mogelijkheden dan ze laten uitschijnen.

Of wat dacht je van canon 920 "Iedere gelovige is verplicht, nadat hij tot de eerste communie is toegelaten, ten minste éénmaal per jaar de heilige communie te ontvangen." Bovendien zeggen andere canons dat dit in de paastijd moet kunnen gebeuren en ook in "stervensgevaar". Wat als er geen priester te vinden is? Anderzijds blijkt uit het leven van de gelovige gemeenschappen dat haast niemand nog geïnteresseerd is om priester te worden op de wijze zoals het concept ontstond is in de 11de - 12de eeuw. Ook nu is de tijd meer dan rijp voor nieuwe vormen van voorgangerschap, voor nieuwe gewoonten. Wie de sprong niet waagt blijft staan. Denk aan "het doorbreken van vastgeroeste patronen" zoals we dat op de Visiedag oefenden.


Recht, ja zelfs de plicht

Om in termen van het Kerkelijk Recht te besluiten, doe ik het met canon 212  3 "Naargelang van de kennis, de deskundigheid en het aanzien dat zij genieten hebben zij (alle christengelovigen) het recht, zelfs ook de plicht, hun mening over wat het welzijn van de Kerk aangaat aan de gewijde Herders kenbaar te maken." Of zoals canon 213 het formuleert: "De christengelovigen hebben het recht uit de geestelijke goederen van de Kerk, vooral uit het Woord en de sacramenten, bijstand van de gewijde Herders te ontvangen. Christengelovigen hebben recht op sacramenten. Meer hoeft dat niet te zijn. Rik Devillé.





  • We kunnen meer dan we denken
  • Er is nog meer mogelijk
  • Recht, ja zelfs de plicht

  • Dovnload 12.56 Kb.