Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Notulen rp5000 meeting 18-08-2010

Dovnload 39.39 Kb.

Notulen rp5000 meeting 18-08-2010



Datum04.06.2018
Grootte39.39 Kb.

Dovnload 39.39 Kb.


Notulen RP5000 meeting 18-08-2010

Utrecht, Parkplaza hotel. 19.00-21.10u

Aanwezig: Jan Geert Bollemeijer, Ingeborgh van den Born, Frans Cremers (voorzitter), Mies van Genderen, Karin Littink (notulist), Jan Keunen, Caroline Klaver, Hester Kroes, Jan Willem Pott, Reinier Schlingemann, Mary van Schooneveld, Linda Visser.

Afwezig: Jeroen Klevering, Anneke den Hollander

  1. Introductie RP5000 (Frans Cremers)

a. Uitgangspunten en doel RP5000

  • Uitgangspunt van het gehele project is het belang van de patiënt. Alle activiteiten en discussies die hierna volgen zullen wat FC betreft ondergeschikt zijn aan het belang van de patiënt. Het is zijn overtuiging dat we met dit uitgangspunt er op alle fronten (oogartsen, klinisch moleculair genetici, onderzoekers) op vooruit zullen gaan.

  • Reden dat FC de vergadering nu voorzit is om de achtergronden en zijn filosofie voor het project aan te geven. Hij zal alleen als deelnemer of toehoorder aanwezig zijn als het om belangrijke algemene zaken gaat.

  • Verdeling project in aantal groepen: kan beetje arbitrair zijn; overlap tussen of met andere kerngroepen is natuurlijk mogelijk en soms noodzakelijk. Ook uitnodigen van andere oogartsen en (klinisch) genetici is mogelijk.

  • Waarom een dergelijk groot programma in NL: Nijmegen trekt een Europese samenwerking (7 groepen; Nijmegen, Gent, Tuebingen, Montpellier, Jeruzalem, Napels, Madrid; nog geen formele sponsoring) om arRP patiënten te verzamelen en homozygotiegegevens te delen. Samen kennen deze groepen ~2000 probanden. Waarom wel Europese samenwerking terwijl er in NL net zoveel patiënten te verzamelen zijn? Het zou mooi zijn als we patiëntengroepen kunnen samenvoegen om meer met de gegevens te kunnen doen (met in gedachten het belang van de patiënt). Daar kunnen oogartsen/klinisch genetici ook voordeel van hebben, in de zin van sterkere publicaties, en uiteindelijk misschien therapie.

  • Het idee van RP5000 kwam ook voort uit een TOPsubsidie project (van Frans Cremers, Anneke den Hollander, Hannie Kremer). Het doel is het opsporen van genetisch defecten m.b.v. consanguine buitenlandse families (Pakistan, Turkije) in combinatie met niet-consanguine Nederlandse patiënten. Uit dat project kunnen voor 2 thema’s gefinancieerd worden: 2 promovendi, 3 jaar 0.5 fte postdoc en een project manager (5 maanden), hetgeen dus maar een kleine basis is voor de omvangrijke voorgestelde studies. De moleculair genetische analyses (testen bekende varianten; homozygotie mapping en/of linkage analyse; vinden van nieuwe loci, nieuwe genen), lijken al achterhaald te worden nieuwe technologische ontwikkelingen (next generation sequencing).

  • Doelstellingen RP5000:

* in 5 jaar 1000 patiënten analyseren, in 75% daarvan genetisch defect ontdekken. (=vrij ambitieus) Percentage dat nu opgelost wordt met APEX (bij diagnosiek in Nijmegen) en homozygotie mapping (in onderzoek) = circa 40%

* Lange termijn doelstelling: in 2025 5000 RP patiënten testen, daarvan bij 90% genetisch defect opsporen. RP omvat ook de hieraan gerelateerde ziekten.

* Daarnaast gestandaardiseerde klinische karakterisering van RP patiënten en daaraan gerelateerde aandoeningen

* Implementatie gentherapie (in A'dam al proof-of-principle studies gaande) in 2 centra in de komende 5 jaar.

* RP5000 werd als naam gekozen, omdat RP de meest bekende term is (in tegenstelling tot RD) en omdat 5000 wel een mooi rond getal is dat dichtbij het aantal RP patiënten in NL zou kunnen liggen.


  1. Organisatie:

De indeling in 3 werkgroepen ligt voor de hand; over de inrichting van een overkoepelend dagelijks bestuur moet nog nagedacht worden, en staat deels open voor suggesties.

Klinische werkgroep: oogartsen uit alle UMC's, NIN, ROI/OZR

Naast de genodigden voor dit overleg worden nog gevraagd: Jan Schouten (UMC Maastricht), Yvonne de Jong-Hes (VU), Annette Ossewaarde-Norel (UMCU) en/of Redmer van Leeuwen (UMCU)

Het is niet per se noodzakelijk dat ieder UMC zelf patiënten uitgebreid onderzoekt. Het kan ook dat maar een aantal centra actief patiënten uitgebreid zien, en andere centra patiënten vooral doorverwijzen.

Communicatie: liefst per centrum één contactpersoon + één plaatsvervanger

Voorzitterschap: per werkgroep een voorzitter/penvoerder voor 3 jaar. Er moet een balans zijn tussen hoeveelheid werk die een voorzitter op zich neemt en hoe lang iemand voorzitter kan/zou moeten zijn. Nu is het voorstel dat Ingeborgh de eerste voorzitterstermijn zal invullen.

Bijeenkomsten: tussen nu en april 2011 4 bijeenkomsten? Liefst niet te lang na elkaar, om vaart erin te houden. (bv iedere 8 weken)

Thema's die aan bod zullen moeten komen: klinische protocollen, communicatie met patiënten en oogartsen, METC aanvraag, centrale database.



c. Meerwaarde van het RP5000 project:

* Opsporing voldoende patiënten met zeldzame gendefecten; poolen van patientendata, waardoor meer significante genotype-fenotype publicaties mogelijk worden.

* Nieuwe nationale onderzoeksprogramma’s kunnen opgezet worden (aantallen patiënten daarvoor belangrijk)

*NWO heeft ARVO-Ned gevraagd om een programma te schrijven als tegenhanger van Uitzicht. Wellicht dat het RP5000 programma hier ook een plek in kan krijgen, omdat wij voorzien dat met name ook veel klinische studies financieel nu nog niet gedekt zijn.

* Actief inzamelen van middelen mogelijk? Zie bv. www.energy4all.nl  professionele organisatie om geld in te zamelen voor zeldzame mitochondriele aandoeningen.

Reinier brengt in dat andere organisaties zich terughoudend opstellen omdat het Oogfonds de enige collectebusorganisatie is voor de oogheelkunde. De werfkracht is nog niet zo groot.

We kunnen mogelijk het Oogfonds helpen door met concrete doelstellingen te komen. Lokaal: AMC is bezig met foundation waarin patiënten kunnen doneren. OZR heeft dat al een aantal jaren, zo krijgen alle patiënten een folder waarop vraag tot donatie staat.


  1. Bespreking algemeen protocol (inleiding Ingeborgh van den Born)

Welke patiëntengroepen includeren?

Om een goede start te maken ligt er het voorstel om eerst te concentreren op een aantal recessieve ziekten die zowel klinisch als genetisch in elkaars verlengde kunnen liggen: LCA, arRP, xlRP, arCRD, arCD, xlCRD, arCPRD (Clumped pigmentary retinal degeneration is groep met o.a. enhanced S cone syndroom en NRL gerelateerde dystrofieën), arSTGD1, achromatopsie, Usher, retinoschisis, choroideremie. Zeldzamere beelden zoals bijv. arBestrinopathieën en Bietti’s cristallijne retinopathieën kunnen ook in deze groep horen.

Patiënten met dominante ziekten en recessieve ziektebeelden zoals bijv. albinisme kunnen moleculair genetisch getest worden, maar zullen niet als eerste groep klinisch onderzocht worden.

Niet includeren in klinische studies:

xl CSNB, ernstige syndromen, AMD, albinisme

Het onderscheid tussen arCSNB en kegeldysfuncties is op voorhand niet altijd duidelijk. Voorlopig is het uitgangspunt om te beginnen met recessieve aandoeningen.

Wel van belang:

Hoe ernstig is het ziektebeeld? Is er mogelijkheid om gezichtsveld te stabiliseren of te verbeteren met therapie in toekomst.

Reinier Schlingemann: we moeten niet alleen rekening houden met genspecifieke therapieën; er kunnen ook behandelingen komen (bv. encapsulated groeihormoon therapie), waar vrijwel alle patiënten baat bij zouden hebben en een goede baseline analyse van belang is.

Mies van Genderen: Bij oproep/werven van patiënten: je weet pas echt wat de diagnose is als je de patiënt al gezien hebt en weet dan dus pas of iemand geincludeerd kan worden en welk protocol je moet volgen. Als patiënten zich aanmelden is het lastig om ze te moeten uitsluiten. Een genetische analyse is wellicht altijd mogelijk.

Hester Kroes benoemt dat syndromale retinopathieën juist erg interessant kunnen zijn, omdat ze meer inzicht kunnen brengen in de etiologie van aandoeningen (zoals bij ciliopathieën)

Dat is een goed punt. Frans merkt op dat er regelmatig overlap wordt gevonden tussen syndromale en niet-syndromale fenotypes bij genen die normaal een syndromale RD veroorzaken. BBS genen en NPHP genen kunnen met een brede genetische analyse ook getest worden, dus zouden ook mee genomen kunnen worden in deze diagnostiek.

Aandachtspunt: een inclusie/exclusie lijst te maken voor de volgende bijeenkomst


  1. Bespreking klinisch protocol (inleiding Ingeborgh van den Born)

a. Klinisch protocol

Doel van klinisch protocol:

- verzamelen uniforme data

- bestuderen bepaalde fenotypes

- genotype-fenotype correlatie

- direct publicabele data

- prospectieve aanpak van klinische data verzamelen

Voorzet klinisch protocol: het CRF (case record form)

Voordeel van een CRF is dat je geen dingen vergeet en een uniforme notatie en verslaglegging van de data hebt.

Het CRF bevat algemene informatie, stamboomgegevens, oogheelkundige anamnese, oogheelkundig onderzoek, aanvullend onderzoek.

De aanvullende onderzoeken die gedaan kunnen worden zullen per instituut verschillen.

In principe zouden 'basis onderzoeken' overal gedaan moeten kunnen.

Basis: perimetrie, ERG, fundusfoto's, kleurenzien (op indicatie). (Deze zouden dan alleen kwalitatief beschreven kunnen worden en niet kwantitatief door verschil apparatuur/ protocollen)

Optioneel: OCT, FAF, microperimetrie.

Reinier brengt in dat bij gentherapie klinische onderzoeken op een gestandaardiseerde manier met gecertificeerde onderzoeken afgenomen moeten zijn, omdat klinische data daarvoor zeer gedetailleerd in kaart gebracht moeten zijn.

Ingeborg: Voor gentherapie inclusie moet veel meer gebeuren dan wat er normaal gesproken gedaan wordt. Zo compleet nakijken is niet reëel voor de hele groep patiënten. Wat wellicht wel van belang kan zijn voor het later selecteren van patiënten voor therapie is het goed documenteren van achteruitgang van het fenotype. FAF of gezichtsveldonderzoek zouden daarvoor geschikt zijn.

Misschien wel mogelijk om bepaalde groepen patiënten (met specifieke genafwijkingen) meer in detail in kaart te brengen dan anderen.

Discussie later voeren over wat te meten als baseline, en wat voor follow-up data, hoe vaak patiënten terug laten komen etc.

Waarschijnlijk belangrijk voor klinieken die tzt gentherapie willen gaan doen, nu al na te denken over hun psychofysica en electrofysiologie. Dit is echter niet primaire doel van deze studie.

Ook een optie om over na te denken: of er eerst een genetische uitslag moet zijn voordat de patiënt in de kliniek bij de oogarts komt (praktisch niet haalbaar). Ook is ter sprake geweest dat er gekozen kan worden voor een beperkt aantal klinieken die klinische work-up doen en dat andere klninieken die niet de apparatuur of de mankracht bezitten verwijzen naar deze klinieken.



c. Wie betaalt aanvullende onderzoeken

Als patiënten gezien worden in een regulier spreekuur dekt de DBC een deel van de kosten. Als patient aktief opgeroepen wordt of zich vrijwillig aanmeldt ligt dit anders. Sowieso zal een ziekenhuis bijna altijd verlies draaien op RD patiënten.

Rekensom: Per centrum ~1 per week als je uitgaat van 40 patiënten per jaar per centrum. (= als 5 centra meedoen)

Als patiënten actief opgeroepen worden, kan je hen dan ook via verzekering (dus eigen risico) laten betalen?

Wat kost het om een RP patiënt te zien? Patiënt is ~3 uur aanwezig; minimaal 500 euro exclusief apparatuur, 1000 euro per patiënt inclusief apparatuur. Ter vergelijking: DNA-onderzoek kost circa 700 euro per gen-analyse.

Uitzoeken: wat kost het, en wat krijg je nu precies uit de DBC? Ingeborgh zoekt dit uit.

De kosten die een afdeling zelf zal hebben zal verschillen per centrum. Per instituut zal iedereen zelf verantwoordelijk zijn voor het regelen van geld. Per centrum bekijken hoeveel patiënten je verwacht, en hoeveel dat gaat kosten. Het hangt o.a. hier vanaf hoeveel centra er actief mee zullen doen.

Opties voor financiering:

- Optometristen/research nurse/arts-onderzoeker een deel van het CRF laten invullen?

- Financieringsmogelijkheden voor weesziekten analyseren?

- Als er een METC goedkeuring is en een gestandaardiseerd CRF, dan zullen mogelijk ook de lokale fondsen en afdelingen bereidt zijn hierin te investeren?

Jan Keunen brengt in dat het belangrijk is om per centrum specifieke expertise aan te bieden en patiënten naar elkaar door te sturen.

Het grootste deel van de patiënten zijn RP patiënten. Die kan iedereen zien. Patiënten met een specifieker ziektebeeld kunnen wel doorverwezen worden; bv subprojecten.

Hierbij in overweging nemen of patiënten zo ver willen reizen.

Wat te doen met het eigen risico van de patiënt?

Caroline Klaver heeft veel problemen ervaren met kegeldystrofie patiënten, die aan onderzoek meededen, en hun eigen risico vergoed wilden krijgen plus reiskosten. Uiteindelijk hebben ze hen allemaal terugbetaald. Dit kostte veel geld en werk.

Bij patiënten die uit zichzelf op het spreekuur komen is eigen risico geen probleem, misschien wel bij patiënten die actief geworven worden. Ook als je duidelijk vooraf benoemt dat evt. betaald moet worden met eigen risico, dan kunnen mensen toch nog met klachten komen. Zeker als het gaat om familiestudies. Over het algemeen is de ervaring dat mensen geen probleem hebben met het betalen van eigen risico voor DNA onderzoek.

Reinier: In ARVO-NED zijn nu een aantal thema’s omschreven, waarin een brede samenwerking wordt gestimuleerd. Het RP5000 programma zou wellicht hier ook in opgenomen kunnen worden.

Naast Uitzicht kunnen wellicht ook lokale fondsen bijdragen: FP Fischer, SWOO, research fonds Nijmegen; wellicht nog andere fondsen?

We kunnen ervoor proberen te zorgen dat een patiënt alle onderzoeken (incl DNA onderzoek) binnen 1 kalenderjaar ondergaat, en daardoor maar 1 keer eigen risico betaalt.

Als alleen visus + gezichtsveld gedaan wordt, dan kost het niet veel. De discussie ontstaat welke klinische onderzoeken noodzakelijk zijn. Het blijkt dat er veel verschil is in hoe vaak een gezichtsveld onderzoek gedaan wordt. Het belangrijkste punt hiervoor is dat in follow-up dat de visuele functie goed gedocumenteerd moet worden (ook voor te identificeren groepen voor evt. gentherapie). De vraag is dan ook: meten we deze zaken voor reguliere zorg of voor wetenschappelijke doeleinden. Meer hierover als het CRF in detail besproken gaat worden.

In het OZR zijn door Linda Visser al SOPs (standard operation protocols) gemaakt.

Er is nog veel te bespreken over dit punt (kosten, invulling CRF). Volgende keer weer op de agenda.


  1. Patiënten communicatie (inleiding Frans Cremers)

a. Werven

>200 recessieve families per jaar = 25 (8 centra) -40 (5 centra) families per centrum. De meeste patiënten zijn sporadisch; gemiddeld 1,2 patiënten per autosomaal recessieve familie.

Methode:

- Nieuwsbrief via NOG (e-mail)

- Flyer in oogheelkundige centra?

- Vaste rubrieken in Retina Visie en Uitzicht + websites. Updates iedere uitgave. (~1200 leden; opbrengst waarschijnlijk beperkt)

- Patiënten bijeenkomsten

Discussie: mag gentherapie gebruikt worden om in teksten voor patiëntenwerving te zetten? Moeten we voorzichtig mee zijn en het verwachtingspatroon heel reëel voorhouden. Patiënten vinden het vaak al fijn dat er onderzoek gedaan wordt, dus we kunnen ook inzetten op het verder onderzoeken van het ziektebeeld en de oorzaak ervan. RP patiënten lijken vaak wel erg gemotiveerd voor bijdrage aan onderzoek, ook als er geen direct eigenbelang is.

In werving duidelijk neerzetten dat het een landelijk project is.

b. Informeren

- Genetische uitslag via aanvragers (bij ~50% gendefect te vinden in diagnostiek methodes in Amsterdam en Nijmegen)

- Na ~2 jaar algemene informatie over vervolgonderzoek geven.

- E-mail aan patiënten; worden e-mailadressen nu geregistreerd?



c. Website

- RP5000.nl is gereserveerd, just in case.

Jan Willem Pott brengt in of we niet moeten oppassen met werving i.v.m. capaciteit van centra, dus beter gedoseerd werven. Met de aanmeldingen die er tot nu toe binnen zijn gekomen na oproep in Retina Visie lijkt dit geen probleem.


  1. Bespreking DNA Diagnostiek overzicht

a. DNA van patiënten dat al getest is in onderzoeksomgeving?

Dit speelt waarschijnlijk niet in het NIN. Er is een groep patiënten in Nijmegen die al voor een aantal genen gescreend is (ABCA4, CRB1, LCA5). Dit zijn patiënten die zich als eerste hebben aangemeld, en die gemotiveerd bleken voor onderzoek. Dat geeft ons de verplichting om hen in dit programma te betrekken en als eerste via de nieuwe DNA Diagnostiek methoden te screenen. Er is nu een pilot gaande voor screening met NGS bij RP patiënten. Uitslagen kunnen echter pas gegeven worden na nieuwe bloedafname en bevestiging in DNA Diagnostiek. Sinds 1-1-2009 wordt alle bloed (ook voor onderzoek) centraal verwerkt bij monsterontvangst KGC Nijmegen, waardoor 2e maal prikken niet meer hoeft.

Als patiënten opnieuw geprikt moeten worden, dan komt er ook een nieuwe rekening. Lastig punt. Lijkt voor patiënten over het algemeen niet echt een probleem, is de ervaring van Hester.

b. Klinisch onderzoek van patiënten waarbij al mutatie gevonden is:

Nog over nadenken, omdat gegevens van deze patiënten via de diagnostische centra moeten komen.



  1. Database

Afwegingen, voorwaarden:

Zou mooie basis zijn om data gestandaardiseerd te verzamelen en te documenteren.

Overwegingen:

- Nationale database met toegangscode per centrum.

- Gebruikersvriendelijk (in en export data)

- Optie om data te delen.



Voorbeelden van databases:

- AMD database in Nijmegen.

- Database in Tübingen speciaal voor retina dystrofie (via EVI-GENORET ook Europees ingezet)

Zelf invoeren door oogartsen.

- OZR: inscannen: doordrukvel dat ingescand wordt, waarbij data in velden ingevoerd wordt en alle data er selectief uitgehaald kunnen worden. Niet online.

Er zijn nu een aantal lokale databases, met name eigen lijsten in excel.

Basisconcept voor functie en voorwaarden rondmailen en feedback krijgen door Karin.


  1. METC aanvraag

Voor genetische studies in TOPsubsidie was geen METC goedkeuring nodig. Gaat via DNA Diagnostiek en patiënten kunnen goedkeuring geven aan ‘vervolgonderzoek’. METC wel nodig voor verzamelen van klinische data en in database opslaan. Aanvraag is in gang gezet. Deze is nu gericht op Nijmegen en OZR, andere centra kunnen daarmee ook snel toestemming krijgen.

Kosten voor patiënt moeten erin komen te staan (in patiënteninformatie brief). En benoemen van fondsen die evt. bijdragen om onvoorziene kosten te dekken, als bv mensen eigen risico terugwillen.

Toestemming voor onderzoek met kinderen komt er ook in.


  1. Vergaderdatums

Tijdstip: middag zal lastiger zijn om te plannen, maar mag gerust voorgesteld worden.

Dag: maakt niet uit



Dus: voorstel via datumprikker voor 2 weken medio oktober (niet in herfstvakantie) iedere middag en avond.
ACTIE- en AANDACHTSPUNTEN:

  • Karin: voorstel voor database functionaliteiten en voorwaarden rondmailen voor feedback

  • Ingeborgh: uitzoeken hoeveel er via DBC vergoed wordt, versus wat klinische work-up ongeveer kost per patient

  • Frans/Karin/Ingeborgh:

  • voorstel lijst met oogziekten die wel/niet direct meegenomen worden

  • METC protocol afmaken

  • Reinier: overleg met ARVONED bestuur over evt. opname RP5000 programma in ZonMw programma

Aandachtspunt voor de volgende bijeenkomst(en):

  • DNA Diagnostiek procedures Amsterdam/Nijmegen: blijven die voorlopig hetzelfde of komen hierin aanpassingen?

  • Duidelijke afspraken maken met oogartsen en andere projectdeelnemers t.a.v.:

  • toestemming voor gebruik van DNA voor dit protocol en later hergebruik.

  • een aantal publicatiescenario’s beschrijven met daarin de rechten en plichten van de diverse deelnemers

  • Introductie RP5000 (Frans Cremers)
  • Bespreking algemeen protocol (inleiding Ingeborgh van den Born)
  • Bespreking klinisch protocol (inleiding Ingeborgh van den Born)
  • Patiënten communicatie (inleiding Frans Cremers)
  • Bespreking DNA Diagnostiek overzicht
  • Karin . METC aanvraag
  • Vergaderdatums

  • Dovnload 39.39 Kb.