Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


O-zon-bulletin 2: Taaldossier Nederlands en vreemde talen Dossier 1: Onderwijskrant n

Dovnload 0.52 Mb.

O-zon-bulletin 2: Taaldossier Nederlands en vreemde talen Dossier 1: Onderwijskrant n



Pagina11/16
Datum14.03.2017
Grootte0.52 Mb.

Dovnload 0.52 Mb.
1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   16

7 Leerkrachten wijzen eenzijdigheid af
7.1 Leerkrachten verwerpen 'slogans'
Voor de meeste taaldomeinen blijven de leerkrachten voorstander van een gestructureerde en leerkrachtgeleide aanpak. Ons expertisecentrum Steunpunt NT2 wekt echter graag de indruk dat zijn opvattingen boven alle verdenking staan en dat het veel scholen daadwerkelijk begeleidt. Er zijn o.i. voldoende aanwijzingen dat de Steunpunt-visie al bij al weinig aanslaat. In onze vorige twee taaldossiers hebben we al een aantal getuigenissen opgenomen. We gaan er nu verder op in.
7.2 Kritiek op lesmaterialen Steunpunt NT2
Het Steunpunt NT2 krijgt veel centen voor de ontwikkeling van lesmateriaal. Voor het basisonderwijs is echter bekend dat de Steunpunt-methode 'Toren van Babbel' door de meeste praktijkmensen als een flop wordt beschouwd; de uitgeverij Plantyn geeft dit overigens grif toe. Sommige OVB-scholen werden jammer genoeg plus minus verplicht om deze methode in te voeren.
Ook het Steunpunt-materiaal voor het s.o. slaat blijkbaar veel minder aan dan het Steunpunt laat uitschijnen. Dorothea Van Hoyweghen -inspectrice s.o.– schreef onlangs eufemistisch: "Sommige scholen zijn niet zo tevreden over het lesmateriaal dat door het Steunpunt wordt geleverd, omwille van wat zij een gebrek aan aansluiting bij de leefwereld van hun leerlingen noemen, of omwille van de haalbaarheid ervan voor hun doelgroep of omwille van het kostenplaatje dat eraan vasthangt" (Over geletterdheid, taalachterstand en gelijke kansen, Impuls, december 2005). Het Steunpunt-materiaal pretendeert o.a. dat het veel beter aansluit bij de leefwereld van de leerlingen en ook effectiever is, maar de praktijkmensen zijn het hier blijkbaar niet mee eens.

Van Hoyweghen voegt er ook nog aan toe: "Hoewel het Steunpunt NT2 spreekt van 1.500 scholen die op één of andere manier werden ondersteund, is de invloed inzake taakgericht taalonderwijs in de secundaire scholen nog niet zo krachtig voelbaar. Zo werken maar een beperkt aantal scholen aan taakgericht taalonderwijs" zoals het Steunpunt dit al lange tijd propageert.
In een recent onderzoek van prof. P. Van Petegem e.a. over het GOK-beleid wordt er ook terloops gepolst naar de rol van de Steunpunten en van het door hen ontwikkelde lesmateriaal. In de conclusies van dit rapport lezen we eveneens dat de leerkrachten niet tevreden zijn over de aansluiting tussen de inhoudelijke thema's van het materiaal en de leefwereld van de (doelgroep)leerlingen. Ook de specifieke aanpak die het materiaal vereist (wat een grote zelfstandigheid van de leerlingen vraagt), zou volgens sommigen niet haalbaar zijn voor de doelgroep… Een ander probleem is de veelvuldigheid van tests die de steunpunten naar voren schuiven vooraleer men daadwerkelijk aan de slag kan gaan"; een aantal tests zijn ook veel te omslachtig. Ruim de helft van de scholen heeft wel een beroep gedaan op de Steunpunten, maar bijna uitsluitend omdat ze door hen ontwikkelde analyse- en zelfevaluatie-instrumenten nodig hadden om aan de oplegde evaluatie te voldoen. Slechts de helft van de scholen vond dat de kwaliteit van het aanbod van de steunpunten (eerder) goed was. (Van Petegem, P., Verhoeven, J.C., Buvens, I. & Vanhoof J. (2004). Zelfevaluatie en beleidseffectiviteit in Vlaamse scholen. Het gelijkeonderwijskansenbeleid als casus. Gent: Academia Press, Wetenschappelijke uitgeverij).
Een gesprek met leerkrachten die binnen het 'Voorrangsbeleid Brussel' met de Steunpunt-methode 'Toren van Babbel' en met de Steunpunttests moeten werken, leverde dezelfde kritiek op. In een evaluatieverslag van een Antwerpse school met veel NT2-leerlingen lezen we eveneens dat de leerkrachten niet tevreden zijn over de methode 'Toren van Babbel': te moeilijk voor de leerlingen – vooral in de lagere klassen, te weinig gestructureerd, onvoldoende leerwinst, teveel voorbereiding, te vermoeiend, te weinig aandacht voor taalkennis… "De leerkrachten maken hoe langer hoe minder gebruik van deze methode". De meeste VLOT-toetsen vinden ze ook te omslachtig.

7.3 Misnoegdheid in Steunpunt-studies
In twee evaluatiestudies van het Steunpunt NT2 stelden de onderzoekers telkens vast dat de praktijkmensen hun aanpak heel eenzijdig vinden en veelal niet pratikeren. We gaan er even op in.


  • Onderzoek 1: receptie Steunpunt-visie

In 2004 mochten de Steunpuntmedewerkers Koen Van Gorp en Kris Van den Branden zelf de receptie en invloed van hun visie bij de praktijkmensen en kandidaat-leerkrachten evalueren: 'Hoe vernieuwend denken studenten in de lerarenopleiding en leerkrachten over taalonderwijs?, Steunpunt NT2, 2004. Ze stelden hierbij vast dat de meeste leerkrachten niet akkoord gingen met hun visie (zie ook O.Krant nr. 133). Ze betreurden dit en concludeerden dat het Steunpunt nog veel missioneringswerk voor de boeg had. Onafhankelijke waarnemers zouden besloten hebben dat de Steunpunt-visie grotendeels afgewezen wordt omdat de leerkrachten die veel te eenzijdig vinden.


De leerkrachten gaan niet akkoord met de Steunpunt-visie:


  • dat de leerkracht een begeleidende coach is die zelfs bij het begin van een nieuw onderwerp geen model mag staan voor hoe de leerlingen de nieuwe taak moeten aanpakken en dus geenszins instructie mag geven

  • dat technisch lezen, spelling en taalbeschouwing voor het toetsen en het rapport van minder essentieel belang zijn

  • dat het opbouwen van kennis over taal, het oefenen op het bouwen van zinnen … geen goede manier zijn om aan de taalvaardigheid van de leerlingen te werken;

  • dat de wijze waarop leerlingen taalonderwijs moeten krijgen wezenlijk gelijk is voor alle leerlingen, of hun moedertaal nu een andere taal of een variëteit van het Nederlands is. NT2-leerlingen en zwakkere leerlingen moeten volgens het Steunpunt steeds dezelfde taken en instructie krijgen. Ook voor hen geldt de 'analytische' of 'whole-language'-aanpak van het Steunpunt NT2.

Het Steunpunt hecht volgens de leerkrachten ook veel te weinig belang aan de extra zorg en instructie voor zwakkere leerlingen en aan het feit dat NT2-leerlingen een veel intensiever en ook deels ander taalaanbod nodig hebben. NT2-leerlingen hebben veel meer nood aan taalinput, aan de receptieve aanpak: langdurig (en interactief) beluisteren van het 'aangepast' taalgebruik (child direct speach van de kleuterleidster of leerkracht). Ook prof. Snow beklemtoont heel sterk het belang van de taalinput. Extra uitspraak- en woordenschatlessen zijn ook heel belangrijk.




  • Onderzoek 2: 'Voorrangsbeleid Brussel'

Merkwaardig genoeg mochten de ondersteunende Steunpunt NT2 en ICO zelf instaan voor de evaluatie van het 'Voorrangsbeleid Brussel'. De onderzoekers betreuren dat de didactische 'procesindicatoren' – de visies van de Steunpunten NT2 en ICO – nog weinig toegepast worden.

De leerkrachten blijken zich nog steeds sterk sturend op te stellen en niet in de eerste plaats als coach. Dat verwondert ons niet omdat voldoende bekend is dat zwakkere leerlingen veel directe leiding en structurering nodig hebben. Hierbij aansluitend stellen de onderzoekers dat er

nog te weinig sprake is van interculturalisering – in de brede en vage betekenis van 'benutten van interactief handelen'. Ook op het vlak van het 'omgaan met diversiteit en differentiatie' werd volgens de onderzoekers weinig verandering in leraarsgedrag vastgesteld. In de receptiestudie werd al vastgesteld dat leerkrachten niet akkoord gaan met de visie van het Steunpunt NT2 inzake differentiatie, b.v. met de stelling dat NT2-leerlingen geen specifieke aanpak nodig hebben.


Noot. We betreuren dat de GOK-Steunpunten veelal zelf het effect van hun ondersteuning mogen evalueren. De Steunpuntonderzoekers betreuren dat hun visie tot nu toe nog maar weinig ingang vond bij de praktijkmensen en ze concludeerden dan dat ze nog veel bekeringswerk voor de boeg hadden. Onafhankelijke onderzoekers zouden hebben geconcludeerd dat de Steunpunt-visie afgewezen wordt omdat de leerkrachten die veel te eenzijdig vinden.
8 Besluit
Zowel in Onderwijskrant nr. 135 als in voorliggend nummer hebben we een aantal reacties op ons eerste taaldossier opgenomen en een aantal thema's verder uitgewerkt. We hopen dat ook voorliggende bijdrage opnieuw discussie zal uitlokken. Ons eerste taaldossier was mede een reactie op de vaststelling dat er te veel onenigheid bestaat omtrent het leervak Nederlands. Veel leerkrachten gaan niet akkoord met een aantal modieuze opvattingen. Ze vrezen dat de 'doe-maar-aan-mentaliteit' al tot een daling van de taalbeheersing heeft geleid.

Taaldossier 4: Onderwijskrant nr. 138
Te weinig taalstimulatie voor allochtone leerlingen:

overheid en GOK-steunpunten zijn mede verantwoordelijk

Pieter Van Biervliet

  1. Inleiding

In een andere bijdrage in dit nummer toonden we aan dat allochtone leerlingen in Vlaanderen geenszins minder onderwijskansen krijgen dan elders. We gingen wel akkoord met de stelling dat het taalonderwijs en voorrangsbeleid voor migranten onvoldoende renderen. De allochtone kinderen die in het PISA-onderzoek voor wiskunde zwak scoren, zijn vooral die leerlingen die onvoldoende de Nederlandse taal beheersen. Zij ondervinden ook in de andere leerdomeinen grote problemen. In de drie taaldossiers die Raf Feys en Noël Gybels publiceerden (nr. 133, 135 en 137) kwam deze thematiek al uitvoerig aan bod. Zij stelden o.a. dat jonge allochtone leerlingen te weinig vakkundige taalstimulatie krijgen; dat is nog iets meer dan een intensief taalbad. Naar aanleiding van het recente OESO-rapport gaan we er verder op in.


Onderwijskrant stelt al vanaf 1994 dat de beleidsmensen de ondersteuning van hun voorrangs- en GOK-beleid toevertrouwden aan universitaire steunpunten die ver af staan van de praktijk en die opteren voor een eenzijdige visie – die grotendeels haaks staat op een effectieve aanpak van het achterstandsonderwijs en van NT2 (Nederlands als tweede taal). We hopen al een tijdje dat de onderwijsminister en een aantal medewerkers, de onderwijscommissie en andere adviseurs zullen inzien en dat het roer omgegooid moet worden. De standpunten dienaangaande die we de voorbije maanden en naar aanleiding van het recente PISA-rapport beluisterden, stellen ons wel teleur. Zelden wordt ingegaan op de kern van de zaak. We merkten verder dat het Steunpunt NT2-Leuven en het GOK-Steunpunt zich sinds de PISA-persconferentie van 15 mei opvallend gedeisd hielden. Dit laatste staat in schril contrast met de zelfbewuste wijze waarop Koen Jaspaert nog op 18 april 2006 de eenzijdige 'taakgerichte aanpak' van het Steunpunt NT2-Leuven als alleenzaligmakend propageerde tijdens de Taalforumconferentie van de Nederlandse Taalunie; en dit niettegenstaande 90 % van de deelnemers voor een meer veelzijdige aanpak koos (zie punt 3).
2 Ontgoochelend debat in het parlement
Een paar dagen nadat Vandenbroucke en Schleicher het PISA-rapport over de allochtone leerlingen hadden openbaar gemaakt, volgde op 17 mei in het Vlaamse Parlement een debat over dit rapport en vooral over het taalprobleem van de allochtone leerlingen. Jammer genoeg was minister Vandenbroucke zelf niet aanwezig om de interpellaties van o.a. Ludo Sannen (Sp.a-Spirit) te beantwoorden. Vandenbroucke koos voor het bijwonen van de uitreiking van de Koningin Paolaprijs voor onderwijs; partijgenote Kathleen Van Brempt mocht de honneurs in het parlement waarnemen.

Het debat werd een slappe vertoning. Geen enkele volksvertegenwoordiger vroeg zich echt af waarom het gevoerde voorrangs- en kansenbeleid al te weinig rendeerde en wat er schortte aan het taalonderwijs en NT2 in het bijzonder. Ze stelden vooral ingrijpende structurele maatregelen voor: het streven naar gemeenschappelijkheid in de onderwijsstructuur (comprehensief onderwijs), een beter en ander spreidingsbeleid, het sensibiliseren van ouders, de invoering van de leerplicht vanaf 3 jaar … Het valt te betwijfelen of zulke structurele maatregelen het gewenste effect zullen opleveren. Al meer dan 12 jaar zijn dergelijke structurele voorzieningen voor allochtone leerlingen ontwikkeld. Ludo Sannen stelde tijdens het debat terecht: “Eerst was er het onderwijsvoorrangsbeleid. Daarna volgde het GOK-decreet. Wat blijkt nu? De kloof is scherper dan ooit te voren.” Maar tot een ernstige analyse van die structurele maatregelen en van de alternatieven kwam ook Sannen niet. Hij vroeg zich te weinig af hoe het komt dat het gevoerde voorrangsbeleid te weinig rendeerde. Hij wou eerder nog meer structurele voorzieningen en meer van hetzelfde. Ludo Sannen verwees verder naar de schitterende resultaten van de allochtone leerlingen in Australië en Canada, en vroeg hij zich af of we daar niets van kunnen leren. Sannen vertelde er niet bij dat het hier gaat om landen met een selectief migratiebeleid. Interessantere voorstellen om het taalonderwijs te verbeteren vonden we eerder in lezersbrieven en opiniestukken geschreven door praktijkmensen dan in het parlementair debat. We denken o.a. aan 'Het droombeeld van de meertaligheid' van Fr. Peirs-Lueken (DS, 19.06.06).





  1. Taalforumconferentie: negatie praktijkmensen


3.1 Taalunie-kopstukken negeren visie praktijkmensen
We namen op 18 april 2006 deel aan de Taalforumconferentie van de Nederlandse Taalunie (te Antwerpen) over 'taal en onderwijskansen'. Op de conferentie waren vooral experts 'uit het veld' uitgenodigd. We waren met zo’n 130. Ook onderwijsminister Vandenbroucke was aanwezig; voor hem is de Taalunie wellicht het belangrijkste adviesorgaan omtrent taalonderwijs. Onze verwachtingen waren dan ook hoog gespannen.
De spreekbeurten op de conferentie werden vooraf gegaan door een stemming over enkele stellingen in verband met de NT2-didactiek. De resultaten van de stemming luiden als volgt (cf. www.taalforum.org):

  • Over de gewenste taaldidactiek bestaat grote overeenstemming tussen de deelnemers: 90% van hen vindt dat deze bestaat uit een combinatie van een gestructureerde (expliciete) en een constructivistische (taakgerichte) didactiek.

  • 77% van de aanwezigen vindt dat scholen verantwoordelijk zijn voor het tot stand komen van een goede communicatie met anderstalige ouders. Een ruime meerderheid vindt niet dat je anderstalige ouders kunt verplichten tot het thuis spreken van het Nederlands.

  • Slechts 18% van de deelnemers is van mening dat het vak Nederlands volledig geïntegreerd moet worden in de andere vakken. Een krappe meerderheid van de aanwezigen denkt echter niet dat de specifieke expertise van leraren Nederlands door vakkenintegratie verloren dreigt te gaan.

90 % van de deelnemers pleitte dus voor een veelzijdige aanpak. We merkten dus met voldoening dat veruit de meeste conferentiedeelnemers de visie ondersteunen die Feys en Gybels in hun taaldossiers in vorige Onderwijskranten hebben bepleit. Het Steunpunt NT2-Leuven heeft overigens ook al in twee eigen studies kunnen vaststellen dat de leerkrachten geenszins akkoord gaan met de eenzijdige 'taakgerichte' aanpak en met het pleidooi voor verregaande integratie in de andere vakken (zie vorige Onderwijskrant).


De opvatting van de meeste deelnemers stond echter in schril contrast met de boodschap van de sprekers op diezelfde conferentie. We vermoeden dat de meeste organistoren van de conferentie verrast en misnoegd waren door het feit dat 90 % van de deelnemers tegenstander was van een exclusief taakgerichte en impliciete aanpak. Een mooie illustratie hiervan was de uiteenzetting van Koen Jaspaert, het boegbeeld van de 'taakgerichte aanpak' binnen het taalonderwijs. Jaspaert was een aantal jaren directeur van het Steunpunt NT2-Leuven en was daarna ook lange tijd algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie. Bij de aanvang van zijn workshop liet hij duidelijk verstaan dat hij een tegenstander was van een combinatie van verschillende benaderingswijzen. Alleen de taakgerichte aanpak à la NT2-Leuven wijst volgens hem de juiste weg.
Het niet of onvoldoende toepassen van de taakgerichte aanpak is volgens Jaspaert enkel en alleen de schuld van de leraren zelf. Ofwel werken ze niet consequent genoeg volgens de principes van de taakgerichte aanpak, ofwel zijn ze niet verstandig genoeg om met zo’n methode te werken. Hij verwees daarbij naar de kwaliteit van de instroom van de student-onderwijzers. Maar de eenzijdige taakgerichte aanpak zelf werd door deze Leuvense professor taalkunde geenszins in vraag gesteld. In de volgende punten zullen we verder ingaan op pleidooien voor een veelzijdige en meer expliciete aanpak. Vakkundige taalstimulering is o.i. heel iets anders dan in de visie van de GOK-steunpunten.
3.2 Opstelling Vandenbroucke
In ons januari-interview ging minister Vandenbroucke akkoord met ons pleidooi voor meer instructie en structuur. Hij was ook aanwezig op de Taalforumconferentie. Tijdens het debat met zijn Nederlandse collega Maria van der Hoeven dat aan de stemming voorafging, liet hij weten dat hij resultaten van het taalbeleid wil zien. Zo wees hij op het belang van taaltoetsen. Over hoe die taalresultaten bereikt moeten worden, repte hij echter met geen woord.
Een minister moet o.i. geen taalmethodiek opleggen. Maar anderzijds beseft Vandenbroucke wellicht nog te weinig dat de overheid dit wel deed door de ondersteuning van het beleid toe te vertrouwen aan GOK-Steunpunten die een eenzijdige aanpak opdringen en de pedagogische vrijheid van de leerkrachten aan banden leggen. Met de verkregen subsidies heeft Steunpunt NT2-Leuven zelfs taalmethoden zoals de Toren van Babbel en heel recentelijk Totemtaal - allebei taakgerichte taalmethoden – ontwikkeld. Het is verwonderlijk dat uitgeverijen niet harder reageren tegen dit soort oneerlijke concurrentie.
Onlangs drukte de minister indirect wel enige sympathie uit voor de aanpak van het Steunpunt NT2. Hij reikte op 17 mei de Taalunie Onderwijsprijs uit aan een school waar een taakgericht taalvaardigheidstraject werd ontwikkeld waarbij de leerling zelf instructeur wordt. Leerkrachten die kiezen voor een veelzijdige aanpak en die daarbij ook nog concrete leerresultaten kunnen voorleggen, kregen tot nu toe nog nooit een prijs vanwege de overheid. We zijn benieuwd wat het lopende taaldebat zal opleveren.
4 Officieel GOK-beleid: te weinig taalstimulatie
4.1 Officieel beleid en Steunpunten
Onderwijskrant voerde vanaf september 1991 een campagne voor het opzetten van een zorgverbredingsbeleid. De basisvisie werd uiteengezet in nr. 68/69, september 1991. Daarnaast werkten een aantal redactieleden de voorbije kwarteeuw effectieve achterstandsdidactieken voor lezen, rekenen, spelling uit. Ze hielden ook pleidooien voor een andere en meer intentionele aanpak van het taalonderwijs in de kleuterschool en van NT2 in het bijzonder. Ze stuurden ook aan op meer vakkundige taalstimulatie beginnend in het kleuteronderwijs en doorgetrokken in het basisonderwijs; dat is nog iets meer dan een intensief taalbad en veel meer dan in de visie van de GOK-Steunpunten (zie recente taaldossiers).
We waren destijds gelukkig dat er een onderwijsvoorrangs- en zorgverbredingsbeleid op gang kwam. We hadden wel veel problemen met het feit dat de overheid voor de ondersteuning van die projecten enkel een beroep deed op universitaire Steunpunten die o.i. een visie verkondigden die heel eenzijdig was en die grotendeels haaks stond op een effectieve achterstandsdidactiek. Denk maar aan het Steunpunt Nederlands als Tweede Taal (NT2) van de K.U. Leuven, het Centrum voor ErvaringsGericht Onderwijs (CEGO)en het Steunpunt Intercultureel Onderwijs (ICO) van de Gentse Universiteit (zie www.ond.vlaanderen.be/gok/regelgeving). Deze drie hebben zich in 2004 verenigd onder de naam 'Steunpunt-GOK'. In het verleden kregen ze voor de ondersteuning een subsidie van 75 miljoen oude franken per jaar. Het zijn vooral die Steunpunten die de uitvoering in klas van het OVB- en GOK-beleid vorm mochten geven en de aanwendingsplannen van de scholen mochten helpen goedkeuren. Uiteindelijk mogen zij zelf ook nog evalueren of de ingevoerde maatregelen succesvol zijn. Zo verzorgde NT2-Leuven de evaluatie van het 'Voorrangsbeleid Brussel'.

Sedert het schooljaar 1991-1992 kende het onderwijsvoorrangsbeleid (OVB) extra OVB-uren toe voor onderwijs aan allochtone kinderen. Sinds het schooljaar 2001-2002 werd het OVB opgenomen binnen het geheel van het GOK-beleid. De extra GOK-uren zijn niet alleen bedoeld voor allochtone kinderen maar ook voor autochtone uit kansarme milieus. Om die extra-uren te verkrijgen moeten scholen aan een aantal voorwaarden voldoen, minimaal 10% (doelgroep)leerlingen tellen die aan de zogenaamde gelijke onderwijskansenindicatoren voldoen. Een van die indicatoren is het hebben van een moeder die geen diploma secundair onderwijs heeft. Daarnaast moeten de scholen ook een aanwendingsplan voorleggen. In dat plan staan concrete initiatieven die een school wil ondernemen om kinderen uit kansarme gezinnen een duwtje in de rug te geven. Deze initiatieven moeten aan de hand van een aantal rubrieken worden geordend. De rubrieken zijn sedert 1991 – eerst voor OVB dan voor GOK – vrijwel ongewijzigd gebleven: taalvaardigheid, intercultureel onderwijs (ICO), preventie/remediëring en betrokkenheid ouders. Vanaf 2001 werden daar volgende rubrieken aan toegevoegd: socio-emotionele ontwikkeling, leerlingenparticipatie en doorstroming/oriëntering.


De OVB- en GOK-omzendbrieven bij de decreten verwijzen inzake aanpak vooral naar 'gespecialiseerde instellingen', naar de zgn. Steunpunten die het OVB- of GOK-beleid mogen ondersteunen. Al 15 jaar lang ontwikkelen scholen aanwendingsplannen waarin ze onder andere uitleggen hoe ze bepaalde kinderen Nederlands zullen leren (cf. de rubriek ‘taalvaardigheid’). Al 15 jaar doen ze daarvoor een beroep op de expertise van verschillende universitaire centra. Die ondersteuning wordt expliciet door de omzendbrieven opgelegd. Scholen worden dan ook aanbevolen om bij het uitschrijven van hun aanwendingsplannen te verwijzen naar die expertise – en dus b.v. ook naar het jargon van het Steunpunt NT2: taalvaardigheidsonderwijs, analytisch taalonderwijs, taakgericht taalonderwijs, communicatief taalonderwijs enz. De scholen beseffen dat het aanwendingsplan ook nog door de inspectie moet worden goedgekeurd en die baseert zich sterk op het jargon van de Steunpunten. Lange tijd speelden zelfs de Steunpunten de hoofdrol binnen de goedkeuringscommissie.
Scholen met OVB- of GOK-uren voelden zich verplicht om voldoende tegemoet te komen aan de criteria en visie opgelegd door de Steunpunten en door beleidsmensen. Vanuit hun ervaringskennis beseffen gelukkig veel leerkrachten dat leerlingen en – in het bijzonder NT2-leerlingen – nog voldoende expliciete en sturende instructie nodig hebben. De kloof tussen de prestaties van onze allochtone en autochtone leerlingen zou nog groter zijn indien de leerkrachten de visie van de Steunpunten en van veel beleidsmensen zomaar hadden overgenomen.
4.2 Kritiek op aanpak Steunpunten
Vanaf 1994 protesteren Onderwijskrant-redacteurs tegen de monopolisering van de GOK-ondersteuning door Steunpunten die te ver af staan van de praktijk en die visies propageren die haaks staan op een effectieve achterstandsdidactiek en op een intensief taalbad voor NT2-leerlingen. Dit kwam nog eens overduidelijk tot uiting in een recente publicatie over taaldidactiek waaraan het Steunpunt NT2-Leuven meewerkte: Taal verwerven op school, Acco 2004. In deze publicatie wordt met geen woord gerept over de aanpak van NT2. Kris van den Branden (NT2 Leuven) e.a. legitimeren dit in hun inleiding als volgt: "Wat de leerlingen aan taalvaardigheid in de Nederlandse standaardtaal en schooltaal moeten verwerven, is wezenlijk gelijk voor alle leerlingen, of hun moedertaal nu een variëteit van het Nederlands is of een andere taal. En de wijze waarop leerlingen taal en vaardigheid verwerven, is ook wezenlijk gelijk voor alle leerlingen. Daarom gaan we er in de verschillende hoofdstukken van dit handboek van uit dat we in het taalonderwijs geen fundamenteel onderscheid moeten maken tussen NT1 en NT2" (p. 11). Van den Branden vergeet dat de beginsituatie van NT2-leerlingen en van leerlingen uit een taalarm milieu totaal verschillend is van de beginsituatie van leerlingen die thuis een rijk taalbad aangeboden krijgen. De medewerkers van NT2-Leuven verschuilen zich steeds achter de stelling dat de NT2-aanpak dezelfde is als de NT1-aanpak. In zijn bijdrage over 'mondelinge taalvaardigheden' beklemtoont Van den Branden eenzijdig de impliciete benadering en al te weinig de taalinput vanwege de leerkracht. Koen Van Gorp van zijn kant pleit voor een 'constructivistische aanpak' en voor het zelfontdekkend 'leren al doende' waarbij Nederlands grotendeels in de andere vakken geïntegreerd wordt.
Het valt ook op dat de GOK-steunpunten – en NT2-Leuven in het bijzonder – bij de recente discussie over de beperkte taalvaardigheid van de allochtone leerlingen totaal afzijdig bleven. Enkel Magda Deckers, directeur Voorrangsbeleid Brussel, liet even van zich horen. Het verwonderde ons wel dat ze zich zo sterk achter de 'impliciete' aanpak van het Steunpunt NT2-Leuven schaarde. Zo mag het aanleren van het woordje 'schaar' e.d. enkel gebeuren in 'een handelingscontext waarin kinderen daadwerkelijk moeten knippen' (KNACK, 24.05.06). Een kleuterleidster mag blijkbaar woorden en zinswendingen niet zomaar op een directe en expliciete manier aanleren. Als het taalaanbod van de kleuterleidster zich beperkt tot het toevallig inspelen op spelactiviteiten waarmee kinderen individueel of in kleine groepjes bezig zijn, dan krijgen de meeste leerlingen per les al te weinig taalaanbod en al te weinig gestructureerd.
Ook psychologe Friederike Peirs-Lueken pleit voor een meer gestructureerde en gestuurde taalinstructie. Ze getuigt dat ze in Brussel dagelijks wordt geconfronteerd met veel meertalige kinderen lager onderwijs die al drie jaar Nederlandstalige kleuterschool achter de rug hebben en nauwelijks een opdracht of vraag in het Nederlands begrijpen en ook geen grammaticaal correcte zinnen hanteren. Ze vindt het hoog tijd dat er een doordacht, systematisch en consequent taalbeleid uitgestippeld wordt dat ook rekening houdt met taalzwakke, lager begaafde en (gedwongen) meertalige kinderen. 'Geen taalbad (een taalbad is alleen bruikbaar voor een kind dat al kan zwemmen), maar een vakkundige taalstimulatie' (DS, 19.06.06).
1   ...   8   9   10   11   12   13   14   15   16

  • 7.2 Kritiek op lesmaterialen Steunpunt NT2
  • 7.3 Misnoegdheid in Steunpunt-studies
  • Onderzoek 2: Voorrangsbeleid Brussel
  • Taaldossier 4: Onderwijskrant nr. 138 Te weinig taalstimulatie voor allochtone leerlingen: overheid en GOK-steunpunten zijn mede verantwoordelijk
  • 2 Ontgoochelend debat in het parlement
  • Taalforumconferentie: negatie praktijkmensen 3.1 Taalunie-kopstukken negeren visie praktijkmensen
  • 3.2 Opstelling Vandenbroucke
  • 4 Officieel GOK-beleid: te weinig taalstimulatie 4.1 Officieel beleid en Steunpunten
  • 4.2 Kritiek op aanpak Steunpunten

  • Dovnload 0.52 Mb.