Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Objectieve bibliografie van secundaire bronnen

Dovnload 0.49 Mb.

Objectieve bibliografie van secundaire bronnen



Pagina1/7
Datum28.10.2017
Grootte0.49 Mb.

Dovnload 0.49 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7

Objectieve bibliografie

van secundaire bronnen

Cornelis de Hoghe

(ca 1541-1583)


samengesteld door

Jaap Gestman Geradts

La Serre, Augustus 2008
Inleiding
Over Cornelis de Hoghe (Den Haag ca. 1541 - Den Haag 1583) is gezien zijn opzienbarende levensloop naar verhouding weinig gepubliceerd. Cornelis werd in Den Haag in een zeer gegoed mileu geboren, naar eigen zeggen zelfs als bastaard van keizer Karel V.

Vervolgens werd hij opgeleid als een der eerste graveurs die Nederland rijk was. Hij verkeerde daarvoor in het culturele en humanistische Antwerpen van vóór de Spaanse Furie, waar hij kaarten van onder andere vestingwerken maakte voor koning Philips II. Omstreeks 1570 vluchtte hij naar Engeland waar hij vervolgens landkaarten maakte voor Philips' tegenstandster, koningin Elisabeth I. Hier begon hij ook handel te drijven. Enkele jaren erna kwam hij terug in Nederland, waar hij trouwde en vervolgens een opstand lanceerde tegen de jonge Nederlandse Staat in opbouw, waarvoor hij ter dood werd veroordeeld en gebracht.



In vrijwel zijn gehele leven verkeerde Cornelis de Hoghe in een omgeving van regenten uit steden als Den Haag, Delft en Rotterdam, die in de stormachtige tijd van de Opstand van de Nederlanden trachtten hun plaats te handhaven zo niet uit te breiden totop landelijk niveau. Hierbij stond de gezeten burgers twee mogelijkheden open: kiezen voor de Opstand of proberen de reeds bestaande privileges en posities te handhaven door het steunen van de Spaanse zijde. In vele gevallen was deze keuze alles behalve eenduidig en werd er vele malen stuivertje gewisseld. In dit hoogst gecompliceerde spel is Cornelis de Hoghe een pion geweest die op een gegeven moment is opgeofferd.
In de onderstaande uitputtende bibliografie van secundaire bronnen is niets terug te vinden van het sociale krachtenveld waarin Cornelis de Hoghe verkeerde noch van zijn familiale omgeving, voornamelijk vanwege het simpele feit dat daarover bij de historici niets bekend is geweest. In veel publicaties wordt zijn leven beperkt tot de laatste jaren ervan die worden overheerst door zijn poging het land weer onder het gezag van de Spaanse koning te brengen. Zelfs daarin is de invalshoek zeer beperkt. Cornelis de Hoghe wordt hierbij in grote lijnen afgeschilderd als een onvaderlandslievend, dwaas of hooghartig persoon die een uit de lucht vallende opstand trachtte te ontketenen, danwel plotseling door het Spaanse Hof daartoe werd overgehaald. Zijn onthoofding wordt vrijwel unaniem gezien als het einde van een korte onfortuinlijke en bizarre episode in de vaderlandse geschiedenis die wellicht een voetnoot of een kleine alinea waard is om vervolgens weer tot de orde van de dag over te gaan. De reden hiervoor is dat de macht en de organisatiegraad van de magistratuur en overige overheden in de latere geschiedschrijving schromelijk wordt overschat en de macht die Cornelis de Hoghe achter zich had daarentegen wordt gebanaliseerd praktisch totop het niveau van een dwaze eenling. In werkelijkheid wist Cornelis de Hoghe zich gesteund door vele hoogwaardigheidsbekleders, voor zover hij niet als hun waterdrager kon worden gezien. Wijsheid achteraf toont onverbiddelijk aan dat de machten achter Cornelis de Hoghe tekort schoten om een tegenoffensief tegen de Opstand van de Nederlanden te doen slagen. Zij stegen evenwel torenhoog uit boven de louter individuele macht van Cornelis de Hoghe die volgens de hier voorhanden zijnde geschiedschrijvers als enige vigeerde.
Zoals uit de onderstaande bibliografie blijkt, is er vrijwel niets bekend van de ware redenen van Cornelis' poging tot opstand. Uit een oriënterend onderzoek ten behoeve van een dissertatie komt evenwel duidelijk naar voren dat Cornelis de Hoghe zich gedurende grote delen van zijn leven begaf in kringen van de Antwerpse humanisten, zoals Coornhert, de graveur Philips Galle en Van Heemskerk. De Hoghe's Antwerpse drukker Plantijn vormde een centraal punt van de aanverwante groep die Het Huis der Liefde was genaamd. In Nederland was de Rotterdamse drukker Dierck van Mullem bij het complot betrokken, die een Mennonietenbijbel heeft gedrukt, maar ook werken drukte van de van Antwerpen geboortige Hans de Ries, die in de Kop van Noord Holland de Mennonitische secte der Waterlanders oprichtte. De stad Antwerpen verzocht direct na het ontdekken van het complot van Cornelis de Hoghe om de uitlevering van deze Hans de Ries, zodat het zeer waarschijnlijk is dat het complot een uitgesproken humanistische danwel sectarisch-religieuze component had. Ook andere personen die bij het complot worden genoemd, zoals de aan Cornelis de Hoghe gerelateerde Delftse families Sasbout en Vosmeer kenden een humanistische inslag die zich uitte in vriendschap met de humanist Erasmus. Onder de Zeeuwse familie van Cornelis de Hoghe, de familie die zich later Van Borselen van de Hooghe is gaan noemen vinden we de Zeeuwse stadhouder Lodewijk Gruuthuse, naar wie het beroemde Gruuthuse handschrift is genoemd. Het is niet onwaarschijnlijk dat dit handschrift eeuwenlang is bewaard door de Gentse tak van deze familie Van Borselen van de Hooghe. Overigens was de vrouw van Lodewijk Gruuthuse, de laatste Vrouwe van Veere, een beschermvrouwe en bewonderaarse van Erasmus.
Een nog te bewijzen hypothese binnen de aanstaande dissertatie zal zijn dat de opstand die Cornelis de Hoghe letterlijk de kop kostte, werd geëntameerd door een maatschappelijk-culturele bovenlaag die wars was van het geweld dat zich in het jaar van de opstand 1583 al vele jaren voortsleepte. Binnen deze bovenlaag waren lofdichten op "De Rede", pogingen om vrede te brengen, en het humanisme als verzoenende factor ten opzichte van het strenge katholicisme van Philips II in ruime mate terug te vinden. Gepoogd zal worden te bewijzen dat Cornelis de Hoghe een spil vormde van een opstand die met recht getooid kan worden met de naam "De Redelijke Revolutie" of de "Revolutie van de Rede".
Deze bibliografie geeft een zo volledig mogelijk overzicht van de tot op heden bekende literatuur over Cornelis de Hoghe uit secundaire bronnen. Wie het onderstaande heeft gelezen is voor zover bekend vrijwel volledig op de hoogte van de wijze waarop Cornelis de Hoghe in de geschiedschrijving is geplaatst.

Cornelis verschijnt nog wel in tot nu toe onbekende primaire bronnen zoals in zijn trouwacte te Rotterdam. Deze bronnen zijn niet in deze bibliografie opgenomen.

Er zijn nagenoeg geen subjectieve bronnen van Cornelis de Hoghe bekend. Slechts enkele van zijn woorden hebben ons (al weer via tussenkomst van anderen) bereikt, waaronder zijn levensmotto, zijn bekentenissen in zijn vonnis met daarin o.a. de bevestiging zijnerzijds een bastaard van Karel V te zijn, het verslag van een ruzie in een kerk te Londen en enkele civiel-juridische handelsgeschillen. Verder zijn een aantal van de door hem gestoken kaarten bewaard gebleven.

Knuttel, W.P.C.

Catalogus van de pamfletten-verzameling berustende in de Koninklijke Bibliotheek.

Dl. I, 1 1486-1620

ISBN 90-6194-082-6
Knuttel, Cat. van Pamfletten, no. 1488.-1489
Copye Vande Belijdenisse ende Sententie Capitael van Cornelis de Hooghe.

1608

Waerinne gespeurt werden de aenslaghen ende middelen/ welcke den koninck van Spaengien tot verscheyden tijden ghebruyckt heeft omme door verraderije/ seditie ende oproer vele Lande te brenghen onder sijn absoluyt gheweldt.

Allen oprechten Lief-hebbers ende Yveraers der Nederlandscher Vrijheyt tot vvaerschouwinghe.

Ghedruckt int Jaer ons Heeren M.D.C.V.I.I.I.


(Hierin het Vonnis dat ook bij Bor is te vinden en verder een nabeschouwing

"Tot den goedt-vvillighen Leser ende allen Lief-hebbers der vvarer Nederlandscher Vrijheydt.")

Van dit quarto uitgegeven geschrift bestaan twee nagenoeg gelijke uitvoeringen. Slechts hun grafische vormgeving wijkt iets af. Beide zijn voorhanden in het Stadsarchief Den Haag. De een onder het Plaatskenmerk Ai 70 de andere onder Plaatskenmerk Oa 103. Deze laatste foutief gedateerd op 1583. Dit moet 1608 zijn.


Bor, Pieter Christiaensz

Oorsprongk, begin en vervolg der Nederlandsche Oorlog

Oorspronk der Nederlandsche Beroerten

1679 heruitgave van 1621

Boek XVIII pag 363


fol 363

De saken staende in desen state / isser noch bijgekomen / dat den 17. february tot Delf de poorten gesloten sijn geworden / alle den dag door/ van 's morgens tot des


fol 364
avonds / datter niemand uit noch in mocht / hoewel het weekmerkt was. De oorsake van dien was / dat aldaer gesocht en gevangen sijn geworden eenige personen / die men seide dat jegens den staet des lands geconspireert hadden. De principaelste beleider van dien was eenen genaamt Cornelis de Hoge geboren in den Hage een konstig plaet-snijder / die lange in Engeland gewoont hadde / hij hadde sijn handelinge geleert bij Philips Galle: met hem werden gevangen Aper Fransz Brouwer en Capitein der stede van Delf / noch eenen Cornelis Boek Slotemaker / en tot Rotterdam eenen Dirk Mullem Boekdrucker / daer werd mede gesocht eenen Mr Jacob Vos Docter in de Medicijne / doch een Paracelsist wesende / die sijn principaelste raetsman was in sijn sake / noch werde gesocht eenen Jan Rottaller uit Vriesland. De oorsake van de gevankenisse van den voornoemden de Hoge was / dat hij hadde aenbesteet te drucken eenen Joris Willeboorts Boekdrucker tot Leiden / 4000 exemplaren van seker geheel fameus libel / of boexken / geintituleert / Hoognodige Advertissement, en noch 600 exemplaren van sekere missive addresserende aan de Hooftmannen / Bevel-hebberen en Schutters van de Steden / op den name van Cornelis van Oostenrijk /bastaerd van den Keiser Kaerle de Vijfde. De voorsz Joris Willeboortsz dese boexkens aengenomen hebbende te drucken / en bevindende de selve vol seditie en oproers / en nergens anders toe te tenderen dan om het gehele land in oproerte te stellen / hoe wel hij belooft hadde 't selve secretelijk te doen en te houden / heeft nochtans het selve geopenbaert /door dien hij merkte de swarigheden die daer uit souden hebben gesproten. De Hoge is in den Hage gebracht / en geexamineert sijnde / heeft hij alle sijn voornemen bekent / gelijk uit de navolgende sententie breder te sien is / luidende als volgt:
Also Cornelis de Hoge geboren in de Hage, jegenwoordig gevangen voor den Hove van Holland, buiten pijne en banden van yser bekent en beleden heeft, dat omtrent Alder-heiligen in den jare 1581 eenen Don Gabriel de Silva, geboren te Mechelen, eertijds Camerling van den Keiser Kearle hoger gedachten, hem gevangen getoont heeft sekere patenten of brieven van credentie van den Conink van Spangien, seggende na dien het tractaet of handelinge metten hertog van Nova Terra binnen Ceulen niet gesuccedeert was, na des Coninks begeerte en intentie, dat hij gevangen (so den Conink verstaen hadde dat hij van sijnen bloede en een bastaerd was van den voorschreven Keiser Kaerle) hem soude willen laten vinden bij den Conink van Spangien, om met hem te radslagen, en eenen nieuwen voet te nemen, hoemen dese Landen alderbest soude brengen onder ’t gebied of gehoorsaemheid van den voorschreven Conink van Spangien, belovende hem gevangen in cas van succes, te voorsien met grote staten en digniteiten: en dat hij gevangen de voorsz sake in deliberatie geleid hebbende met Meester Jacob Vos tot Delf, en hem selven in Spangien niet betrouwende, ten voorschreven effecte metten voorschreven de Silva na Spangien gesonden heefgt eenen Jan Rottaller uit Vriesland omtrent den tijd dat sijne Excellentie tot Antwerpen geschoten worde, gevende de selve Rottaller tot dien einde mede brieven van credentie aen den Conink, mitsgaders eenige middelen of concept van ordonnantie daer toe dienende, en seker vertoog of remonstrantie van de staet, conditie en gelegenheid van dese Landen: en dat hij gevangene om dese reise in Spangien te vervorderen de voorschreven Rottaller gedaen heeft de somme van 400 Carolus guldens, behalve noch sekere brieven aen Koopluiden inPortugael, om meer penningen aldaer te lichten indien ’t nood ware. En de voorschreven de Silva (so hij te cort van gelde quam) geleent hadde de somme van 200 Carolus guldens: en dat de voorschreven Rottaller (die omtrent vijf maenden uit geweest hadde) t’sijnder wederkomste hem gevangene een brief van credentie van den Conink van Spangien gebracht, en rapport van sijn wedervaren gedaen heeft, als dat hij metten Conink van Spangien en den President Fouk gecommuniceert, gesproken en de voosz middelen en remonstrantien gelevert hadde, de welke in Spaens overgeset en bij den Conink doorsien en overlesen sijnde, den Conink seer wel behaegden, en dat den Conink om de selve et helpen effectueren, hem gevangene belooft hadde hulpe en asssitentie te doen van gelde en volken, en voor ’t eerste te bestellen op Keulen of Frankfoort door eenige Italianse Koopluiden de somme van 200000 daelders, met commissie absolute op hem gevangene, om ruiteren en knechten aen te nemen daer en so ’t hem goed dunken soude: belovende hem daer beneffens te voorsien met ’t Hertogdom van Gelre, of eenig ander hem best gelegen sijnde, en tot meerder versekertheid van dies, hem oversendende het afdruksel van sijn signet, gegraveert in een Diamant-steen, ’t welk de Conink van Spangien voor sijn meeste secreet gebruikende is: dat hij gevangene dien volgende en om de voorsz sake beter ten effecte te brengen, hem begonst heeft uitgegeven voor een Bastaerd van Oostenrijk of van Keiser Kaerle, en metten voorsz Meester Jacob Vos en Jan Rottaller gemaekt en bij geschrift gestelt seker fameus, oproerig, en sediteus libel of eenig geschrifte, geintituleert Hoognodig Advertissement: mitsgaders noch seker missiven op den naem van eenen bastaerd van Oostenrijk, addresserende aen den Hooft-mannen, Bevel-hebberen en gemene Schutters van den Steden deses Lands, tenderende beide om de Gemeente oproerig te maken en op been te brengen, en de tegenwoordige Regierders, Overheden, en Magistraten van de Landenen Steden te verdrijven, door hulpe en assistentie van den voornoemden bastaerd van Oostenrijk, die hem bij de voorsz geschriften te dien sine voor haer Hooftaenbiedende was: wlke een oproerig Advertissement, hij gevangene verscheiden personengetoont en gecommuniceert, en met eenige van henluiden geraedslaegt heeft, om d’een of d’andere Stede in te nemen en also ’t Land weder te brengen onder ’t geweld van den Conink van Spangien: tot welk einde hy eenen Joris Willeboortsz. tot Leiden ‘t voorschreven sediteus advertissement gelevert en aenbesteed heeft, om 4000 exemplaren daer van te drucken, en 600 exemplaren van de voorsz missiven, de welke onder ’t volk van dese Landen souden worden gestroit, en besegelt mette wapenen van Oostenrijk, ’t welk hy daar toe heeft doen maken bij Hans de Loor tot Utrecht: en dat de gevangene tot het kopen van een Persse, Letteren en pampier, opgebracht en gefurneert heeft 200 Pistoletten in specie, om noch 4000 exemplaren van het voorsz Advertissement tot Ceulen of elders gedrukt te worden, te weten 2000 in Duitse en 2000 in Françoise tale, om buiten ’s Lands en onder den Malcontenten te distribueren en stroyen: en dat hij gevangene hem alrede tot Ceulen of Frankfoort soude gevonden hebben, om de voorschreven comissie en ’t geld van den Coning t’ontfangen, en dien volgende ruiteren en knechten aen te nemen, om sijn aenslag op de Landen te effectuerenen volbrengen, ten ware hem ’t selve met sijn apprehensie belet ware geweest: alle welke saken sijn van seer quade exempelen en consequentien, streckende tot oproer en seditie, en van verraderye en rebellye, niet excusabel sijnde, die in een Land van Justitie niet en behoren getolereert, maer swaerlijk gestraft te werden, ten exempel van andere: so ist dat ’t voorschreven Hof, met rijpe deliberatie van Rade door-gesien en overwegen hebbende aal ’t gunt ter materie dienede was, doende recht uiten name en wegen de Hoge Overigeheid en Graeffelijkheid van Holland, Zeland, en Vriesland, en condemneert hem by desen, gebracht te werden op’t schavot, staende de plaetse van den Hage, daermen gewoon is Justitie te doen, en aldaer geexecuteert te werden metten sweerde, ’t lichaem verdeelt in vier quartieren of stukken, en de selve gehangen aen vier kricken of potenten opte vier hoeken van den Hage, en ’t hooft gestelt op een stake: verklarende alle sijne
fol 364
goeden geconfisqueert ten profijte van de Hoge Overigehid vooschreven.

Actum by den President Borre, Casenbroot, Bredenrode, Loon, Menijn, Backer, Leeuwen.
Dese sententie is den 29. Marty / 1583 gepronuncieert op de audientie van de rolle in den Hage / en als hij hoorde dat hem hadde begonst uit te geven voor een bastaerd van Oostenrijk / of van Keyser Kaerle / seide hij / dat ben ik. De sententie is ten selven dage ter executie geleid / en hij wert geexecuteert metten sweerde / en voorts gequartiert / volgens de voorschreven sententie.
Daerna is Cornelis de Slotemaker los gelaten / gelijk ook Aper Franszoon ontslagen is onder handtastinge / door dien bevonden werde / dat sij selfs niet wisten wat desselven de Hoge voornemen was / also hij henlieden sonderlinge niet hadde geopenbaert / en de voorsz. Dirck Mullen is mede ontslagen / doch voor eenige jaren uit Holland gebannen / uit oorsake dat hij het boexken om te drucken in handen gehad hebbende / ‘t selve wel geweigert hadde te drucken / maer niet hadde aengegeven; hij heeft den tijd sijnes ballingschaps gewoont binnen Vyanen / en is daer na wederom tot Rotterdam metter woon gekomen. Meester Jacob Vos / sone van Meester Maurinus Vos/ in sijn leven Procureur Generael van Utrecht / werde ten eeuwigen dage gebannen uittenlande / so ook de voorsz. Jan Rotaller. Jacob Anthonis Muys van Schiedam / wonende tot Haerlem / hebbende geweest een Scheeps-Capitein / heeft hem stille gehouden binnen Haerlem in sijn eigen huis ettelijke jaren lange / en heeft eindelijk pardon verkregen / Verscheiden andere zijn van selfs uit den Lande gevlucht / wat daer van is /of de voorsz. Cornelis de Hoge een bastaerd is geweest van den Keiser Caerle / daer van soude ik geen sekerheid konnen seggen: doch ik heb versten dat hij een seer hoog-moedig man geweest is / die lange jaren te voren hem seer prachtig hadde gehouden/ hebbende in Engeland / dewijle hij jongman was / seer gedomineert / meer dan sijn staet vermocht / heeft daer na tamelijke middelen behuwelijkt / placht voor sijn advijs te schrijven:

Cornelis, door Gods genade en gedoge,

Altijds vernedert, nochtans de Hoge.
Sijn moeder is in haer jeugt schoon geweest / en was ten tijde sijnre gevankenisse noch hier in Holland / dan is met twee dochteren vertogen na Bruynswijk aldaer zij eenige jaren daer na gestorven is.

Hooft, P.C.

Nederlandsche Historien

1642

editie W. Gs. Hellinga en P. Tuynman

Twintighste Boek.

http://www.dbnl.org/tekst/hoof001nede01_01/


pag 868

Onder dit dobbren der dingen, quam aan den dagh, hoe een Korneelis de Hooghe, gebooren Haaghenaar, plaatsnyder van zyn ambacht, (schande te zeggen) zich bestond ter fortuyne der grooten in te beuren; en om de Staatsche steeden t'ontroeren, opworp voor eenen bastaart zoon van Kaizar Kaarel den vyfden, tot hooft der weederspannigheit. En hy had nu tot Leyde, vierduyzent lasterboexkens, getytelt Hooghnoodighe waarschuwing, ten drukke besteedt, om ze onder de gemeente te zaayen, en zeshondert brieven, houdende aan de schutteryen; als de printer, begrypende 't geen'er afkoomen moghte, 't stuk, booven gedaane beloften oopenbaarde. Aangetast derhalven, binnen Delft, op den zeeventienden van Sprokkelmaant, en gebraght in den Haaghe, beleed hy, Aangezocht geweest te zyn, naa 't mislukken des Koolschen vreedehandels in den jaare eenentachtigh, door eenen Don Gabriël de Silva, geboortigh uit Mechele, en eertyds kaamerling van Kaizar Kaarel, om in Spanje, met den Kooning, die gehoort had dat hy hem in bloede bestond, te woorde te koomen, en eenen nieuwen voet te raamen, noopende 't herbrengen der Landen onder de gehoorzaamheit des zelven; van wiens weeghe hem groote staaten en waardigheeden toegezeit werden, zoo de zaake wel uitviel. Naa 't ooverweeghen der welke, met eenen Jakob Vos, arts tot Delft, hy, zich niet betrouwende in Spanje, derwaarts, met schryven van gelooffenis aan den Kooning, samt eenigh ontwerp van middelen dienstigh ten toeleg, en zeeker vertoogh van de gestalte deezer gewesten, had afgeveirdight, neevens De Silva, eenen Vries, geheeten Johan Rataller. Door den welken, weedergekeert, naa ontrent vyf maanden, en mondtgemeenschap met den Kooning, en met den Raadshooftman Fonk, hem een geloofnisbrief van zyne Majesteit behandight was, die zyn bestek prees, beloovende hem onderstandt van geldt en volk te doen; en voor eerst, door eenighe Italiaansche koopluyden tot Koolen oft Frankfoort, tweehondertduyzent Ryxdaalers te bestellen; met lastbrief op hem, tot werving van ruyters en knechten, waar ende zoo 't hem goedt dochte. Wyders zouw de Kooning hem voorzien met het Hartoghdoom van Gelder, oft eenigh ander hem best gheleeghen: ende, tot meerder verzeekring van alles, had, aan hem gezonden zyns heymelyken briefzeeghels afbeeldt, gegraveert in eenen diamant. Seedert had hy begost zich voor eenen bastaart van Oostenryk uyt te geeven; voorts gepooght te doen drukken de voorzeyde schriften tot Leyde; daarenbooven tweeduyzent diergelyke in Duytsche, tweeduyzent in Fransche taale, tot Koolen oft Frankfoort, om buyten's Lands, en onder de Malçontenten, verspreydt te worden. 'T oorspronklyk geschrift had hy ingestelt met de Vos en Rataller; en 't zelve vertoont aan verscheyde persoonen; ook geraadslaaght met zommighe op 't inneemen van d'eene stadt oft d'andre. Hieroover verwees hem 't Hof van Hollandt, den neeghenentwintighsten van Lentemaant, om onthalst en gevierendeelt te worden, 't hooft op een' staak geplant, d'andre stukken aan krikgalghen gehangen. Hoorende, in zyn vonnis, leezen van Kayzars bastaardt, Dat ben ik, en zal 't sterven, zeyd' hy; laatende ter jongste uure noch zoo ydel een' hoomoedt niet zinken. Een Jakob Mullen van Rotterdam, hebbende geweyghert de boexkens te drukken, doch 't werk niet gemeldt, werd uit Hollandt gebannen voor langen tydt; eeuwelyk de Vos en Rataller, die gevlucht waaren, gelyk zommighe andre meêwustighen. Een scheepshopman, Jakob Antoniszoon van Schiedam, hield zich verborghen, etlyke jaaren, tot Haarlem in zyn huys, en kreegh
Marge pag 868:

1583.


Korneelis de Hooghe geeft zich uit voor bastaart zoon van Kaizar Kaarel, en zoekt afval te maaken.

Credentie.

Hy wordt onthalst.

Pag 869
eyndtlyk vergiffenis.



Meteren, Emanuel van (1535 - 1612)

Historien der Nederlanden en haar naburen oorlogen tot het iaar 1612. / Door Emanuel van Meteren. ; Met heerelijker konterfeijtsels dan ooyt voordezen verciert en verbetert

1647

Tot Dordrecht, : by Maerten de Bot.

Al eerder verschenen ongeautoriseerde Duitse en Latijnse bewerkingen (Historia und Abcontrafeytung, 1593; en: Historia Belgica, 1578)
Oorspr. titel: Belgische ofte Nederlandsche historie van onsen tijden. - 1599

KB Aanvraagnummer 1790 A 122

XI Boek, fo 219, verso
niet onderzocht

Pers, Dirck Pietersz (1581-1659)

Verwarde Adelaar, bl. 850
niet gevonden en niet onderzocht
De verwarde Adelaer en ontstelde Leeuw (1647)

Dit is een sterk uitgebreide versie van de Ontstelde Leeuw. Deze laatste bestreek de periode 1560-1581, terwijl de nieuwe versie de ontwikkelingen vanaf Luther (± 1517) tot aan de dood van Willem van Oranje in 1584 behandelt. Voorts is het werk uitgebreid met een Verwarde Adelaer ‘(...) waer in ik den oorsprongh der veranderingen, die soo in den Staet als Religie, soo in Duytslant als elders, zijn voorgevallen, hebbe vertoont, en die daer na, in de Nederlanden zijn overgewaeit.’ Ook hier is alleen de opdracht gedagtekend: ‘den 16 Septembris 1647.’ Kennelijk lag het in Pers' bedoeling op dit werk nog een vervolg te schrijven: ‘En al-hoewel ick alreede van 't vervolgh veele stucken heb ontworpen, soo staet het doch in des Heeren hand, of ick 't sal voltrecken.’ Het is er echter niet meer van gekomen. Ook verschenen er van dit werk geen latere edities.


  1   2   3   4   5   6   7

  • Knuttel, W.P.C. Catalogus van de pamfletten-verzameling berustende in de Koninklijke Bibliotheek.
  • Bor, Pieter Christiaensz Oorsprongk, begin en vervolg der Nederlandsche Oorlog Oorspronk der Nederlandsche Beroerten
  • Hooft, P.C. Nederlandsche Historien 1642
  • Meteren, Emanuel van
  • Pers, Dirck Pietersz

  • Dovnload 0.49 Mb.