Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Oefenvragen ihw adriaan van Veldhuizen Oefenvragen op deze pagina, antwoordmodel op de volgende pagina

Dovnload 11.01 Kb.

Oefenvragen ihw adriaan van Veldhuizen Oefenvragen op deze pagina, antwoordmodel op de volgende pagina



Datum30.10.2018
Grootte11.01 Kb.

Dovnload 11.01 Kb.

Oefenvragen IHW

Adriaan van Veldhuizen
Oefenvragen op deze pagina, antwoordmodel op de volgende pagina.
1. Thema: HistorischeOoggetuigen

  1. Ons geheugen kent vele zwaktes, tijdens de colleges werden er zes genoemd. Leg kort uit wat ‘source amnesia’ is. (4 regels)

  2. Tijdens het college werd gezegd dat de manier waarop ‘memory studies’ omgaat met het menselijk geheugen een beetje lijkt op de manier waarop de ‘mediumbenadering’ omgaat met beeldmateriaal. Leg deze vergelijking zorgvuldig uit. (8 regels)

  3. Geef twee voorbeelden van ‘selectieve waarneming’. (2x2 regels)

2. Thema: Discoursanalyse

Tijdens meerdere colleges werden opmerkingen gemaakt over het fenomeen ‘discoursanalyse’.



  1. Leg concreet uit waar dit begrip vandaan komt en wat hiermee wordt bedoeld. (7 regels)

  2. Geef een voorbeeld van iemand die discoursanalyses gebruikte om de postkoloniale periode te duiden en zeg iets over zijn of haar onderzoek. (4 regels)

  3. Stel, je wil het negentiende-eeuwse studentenleven in Leiden onderzoeken. Hoe zou je daar een discoursanalyse voor kunnen gebruiken? Geef een concreet voorbeeld. (4 regels)

ANTWOORDMODEL OP VOLGENDE PAGINA


ANTWOORDMODEL vraag 1:

  1. Bij source amnesia weet je niet meer uit welke bron bepaalde informatie komt. Je denkt dat je iets zelf hebt meegemaakt, maar ondertussen komt het uit een foto, boek of film die/dat je hebt gezien/gelezen. (6)

  2. De discipline Memory studies neemt herinneringen niet als bron die zegt wat er exact is gebeurd, maar is geïnteresseerd in hoe mensen een periode herinneren. Het idee is dat het geheugen nooit een directe blik op het verleden biedt vanwege de onbetrouwbaarheid. Bij de mediumbenadering wordt een beeld niet gezien als een venster op het verleden, maar als iets dat aan allerlei bewuste en onbewuste trucage onderhevig is. Ze zoeken dus beide op een secundair niveau naar informatie: ze vragen ‘Hoe ziet een idee van X eruit?’ en niet ‘Hoe ziet X er zelf uit?’. (8)

  3. 1. We zoeken naar wat we verwachten (en menen dat ook te waar te nemen) 2. We vertrouwen op wat we al weten (en zoeken dan niet verder). (6)

ANTWOORDMODEL vraag 2:



  1. Analyse van de talige omgeving van Harris, maar vooral bekend door Foucault. Alle gesproken en geschreven taal wordt geanalyseerd om te zien hoe de taal interacteert met de sociale omgeving: hoe bepaalt de omgeving de betekenis van de taal en hoe vormt taal de omgeving? Dit verraadt machtsstructuren, maar ook wat in een bepaalde periode ‘waar’ was. Dit idee vaak geassocieerd met het postmodernisme dat zegt dat alle kennis door taal wordt beïnvloed. (10)

  2. Denk aan Frantz Fanon die ontdekte hoe hij door de taal werd onderdrukt en van daaruit een deel van zijn onderzoek schreef. Of aan Edward Saïd die het Oriëntalisme als een talige constructie zag die als blauwdruk voor de westerse blik op het oosten functioneerde. (4)

  3. Je kan kijken naar studentenbladen, naar almanakken of naar opdrachten en werkstukken. Je kan daarin onderzoek hoe studenten schreven, welke woorden gebruikelijk waren en hoe deze woorden de verschillen tussen studenten en ‘burgers’ uitdrukten. Ook andere voorbeelden kunnen goed zijn. (6)


Dovnload 11.01 Kb.