Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Oek de jong, auteur van pier en oceaan

Dovnload 0.66 Mb.

Oek de jong, auteur van pier en oceaan



Pagina1/6
Datum14.03.2019
Grootte0.66 Mb.

Dovnload 0.66 Mb.
  1   2   3   4   5   6

Opdracht 5 literatuuractua deel 1

DE gouden BOEKENUIL 2013 GING NAAR...

OEK DE JONG, AUTEUR VAN PIER EN OCEAAN

Oek de Jong wint de Gouden Boekenuil, de belangrijkste literaire prijs in Vlaanderen. Zijn roman Pier en oceaan (Atlas Contact) wordt als beste Nederlandstalige literaire werk van 2012 bekroond. De Jong ontvangt 25.000 euro en een kunstwerk van Philip Aguirre.

De Vakjury van de Gouden Boekenuil 2013 bestond uit Diane Broeckhoven, Elsbeth Etty, Wim Brands, Marc Reynebeau en Frederick Vandromme. Friedl' Lesage (voorzitter) maakte op 4 mei de winnaar bekend.
Het juryrapport:
"‘Toen Dina wakker werd, was ze vergeten dat ze zwanger was,’ zo begint Oek de Jongs meesterwerk Pier en oceaan, waarin we een schrijverschap geboren zien worden. Een zeer ambitieus project, een roman die alle zintuigen prikkelt, soms apart en soms tegelijk, geschreven zoals een oude meester schildert.
Pier en oceaan roept een voorbije tijd op, het Nederland van de Tweede Wereldoorlog tot de jaren zeventig. Oek de Jong slaagt hierin door minutieuze beschrijvingen van de observaties van een sensitief kind, zonder in nostalgie te vervallen, zonder ooit het overzicht te verliezen.
Het is een verhaal dat de tijd neemt, een langzaam verhaal, dat stilte ademt en je soms de adem beneemt. Of zoals het hoofdpersonage dat ervaart aan het eind van het boek, wanneer hij de maan ziet stijgen tussen de wolken boven zee, ‘hij drukte zijn handen in het gras. Dit was het. Dit was het begin.’
Het is met grote vreugde en eenstemmigheid dat de jury de Gouden Boekenuil 2013 heeft toegekend aan Pier en oceaan van Oek de Jong."

Oek de Jong (°4 oktober 1952) studeerde kunstgeschiedenis in Amsterdam. In 1975 debuteerde hij met De onbeweeglijke in Hollands Maandblad. Zijn doorbraak kwam met de roman Opwaaiende zomerjurken in 1979. Sedertdien publiceerde hij romans, novellen en tientallen essays en artikelen in o.a. Vrij Nederland, NRC Handelsblad, De Groene Amsterdammer en andere toonaangevende bladen. Een aantal van zijn korte verhalen werd verfilmd, en van zijn roman Hokwerda’s kind (2002), genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs en de Gouden Uil, werd een toneelstuk gemaakt. In oktober 2012 verscheen Pier en oceaan. De Jong werkte ruim acht jaar aan deze roman, die een indrukwekkende 800 pagina’s telt. Hij noemt het zelf zijn ‘magnum opus’.



DE PRIJS VAN DE LEZERSJURY IS VOOR DIT ZIJN DE NAMEN VAN TOMMY WIERINGA

Onder leiding van juryvoorzitter Bent Van Looy lazen de 100 lezers van de Lezersjury de 5 titels van de shortlist en discussieerden erover op het online Lezersforum.

Zij kozen overtuigend voor de roman Dit zijn de namen van Tommy Wieringa (De Bezige Bij). Wieringa kreeg 2.500 euro overhandigd en een pen van Montblanc.

Uit het juryverslag van de Lezersjury:


“De winnaar van de Prijs van de Lezersjury schetst het psychologische portret van mensen die de vriendschapspuzzel opnieuw proberen te leggen. Het klassieke, maar melodieus gecomponeerde verhaal laat zich lezen in poëtische, meanderende zinnen. Onze winnaar is een grootse taalvirtuoos. Je voelt je meedeinen op de cadans van een trein terwijl schitterend beschreven vergezichten de herinneringen aan vroeger stuk voor stuk op hun plaats laten vallen. Wie eerder gemaakte keuzes in het eigen leven in een ander daglicht wil plaatsen, moet volgens mijn Lezersjury deze roman lezen, en vooral ook herlezen. Want daar vraagt het om. Kortom, een meesterlijke roman.”

Tommy Wieringa (1967) brak door naar een groot lezerspubliek met Joe Speedboot (2006) waarmee hij vele nominaties voor literaire onderscheidingen en de F. Bordewijkprijs in huis haalde. Zijn reisverhalen werden gebundeld in Ik was nooit in Isfahaan (2006). In 2007 verscheen De dynamica van begeerte, een aanstekelijk onderzoek naar de oorsprong van begeerte en de grote rol van pornografie in de moderne wereld. Zijn essays en beschouwingen verschenen in de Volkskrant en NRC Handelsblad.


In 2012 verscheen zijn roman Dit zijn de namen. De Volkskrant schreef: "Dit zijn de namen behoort tot de beste boeken van het jaar. Een monumentale roman." Dit zijn de namen was ook genomineerd voor de E. du Perronprijs 2012 en de Libris Literatuurprijs.
Het werk van Tommy Wieringa wordt inmiddels wereldwijd vertaald, onder meer in het Hebreeuws, het Koreaans en het Frans, Duits en Engels.
Meer informatie op www.tommywieringa.nl

www.goudenboekenuil.be



Nobelprijs voor Literatuur gaat naar Alice Munro


NIEUWS 

BOEK.BE 

10/10/2013

De Nobelprijs voor de Literatuur werd vandaag toegekend aan de Canadese schrijfster Alice Munro. Peter Englund, secretaris van de Zweedse Academie, noemt haar de 'master of the contemporary short story'.





Munro (82) is de dertiende vrouw die deze prijs ontvangt. In 2009 kreeg zij al voor haar hele oeuvre de Man Booker International Prize toegekend. Het oeuvre van Munro bestaat uit dertien verhalenbundels en een roman. In 2009 werd het oeuvre van de Canadese schrijfster gelauwerd met de Man Booker International Prize. Ze werd drie keer onderscheiden met de Governor General's Award for fiction in Canada, een van de meest prestigieuze literaire prijzen in Canada. 

Lees Munro's biobiblografie op de site van de Nobelprijs. Een excerpt: "Munro is acclaimed for her finely tuned storytelling, which is characterized by clarity and psychological realism. Some critics consider her a Canadian Chekhov. Her stories are often set in small town environments, where the struggle for a socially acceptableexistence often results in strained relationships and moral conflicts". 

Alice Munro krijgt de prijs op 10 december uitgereikt in Stockholm: een medaille, een oorkonde en een bedrag van 915.000 euro.

In Nederland heeft uitgeverij De Geus vele verhalenbundels van Munro in vertaling uitgebracht. Op de stand van deze uitgeverij op de Buchmesse is men door het dolle heen. Zij is de beste verhalenvertelster die er is’, zegt Eric Visser Van De Geus.‘ Ze wordt vergeleken met de grote Russische verhalenvertellers als Tjechov. Elk verhaal van haar van 20 of 30 pagina’s is zo rijk als een hele roman. Ze is altijd een marginale auteur geweest, maar bij ons is ze echt gegroeid. De oplages zijn van 1.000, 1.500 naar 4.000 gestegen. Herman Koch heeft ons erg geholpen met een mooie quote.‘  

Sinds 1901 zijn 109 mensen bekroond met de Nobelprijs voor Literatuur, waarvan slechts 13 vrouwen, zo staat te lezen op de weetjespagina van deze prijs.

De Nobelprijs voor de Literatuur werd vorig jaar gewonnen door de Chinese schrijver Mo Yan. Vorige winnaars zijn de Zweedse dichter Tomas Tranströmer, Mario Vargas Llosa uit Peru (2010), de Duitse Herta Müller (2009) en de Fransman Le Clézio (2008).

Bron: Boekblad.nl (Robertine Romeny)

 www.boek.be

Marc Didden over zijn nieuwe boek: 'Spreek met meer liefde over Brussel'

Brusselwoensdag 16 oktober 2013, 09u08Michaël Bellon © Brussel Deze Week

U mag het ons niet kwalijk nemen dat we voor één keer een boek waaraan we zelf een kleine bijdrage mochten leveren in de vorm van een bescheiden inleiding, nog wat verder inleiden op de bladzijden van deze krant. Als Marc Didden - inmiddels tweeënzestig jaar Brusselaar - een boek schrijft dat helemaal aan onze stad gewijd is, en dat eventueel zelfs Hollanders zou kunnen overhalen om naar hier te komen, dan vraagt dat om opheldering.



Marc Didden (© Ivan Put)

Ads by FoxyLyricsAd Options

Marc Didden (© Ivan Put)

Marc Didden'Een gehucht in een moeras'

I n Een gehucht in een moeras wandelt Marc Didden (1949) in twintig hoofdstukken door het hele gewest, om in zijn ondertussen gekende schrijfstijl de aandacht te vestigen op wat meer aandacht verdient, om een resem totaal vrijblijvende, maar toch welhaast toeristische tips mee te geven, en om met welgemeend enthousiasme de plussen en de minnen op te sommen van pakweg de Pont Albert, het Josaphatpark, de gemeente Ganshoren, voetbalclub Anderlecht of de Brusselse burgervaders. Al bij al werd het ook wel eens tijd dat Didden zijn stad in kaart bracht.

Marc Didden: "Dat voornemen bestond wel al langer, maar ik ben nu in een periode van 'afsluiten'. Ik ben nog niet van plan om technisch gezien te sterven, maar er zijn toch zaken die ik nu ongeveer definitief gehad heb. Ik zou ook nog eens een rock-'n-roll-boek voor de hedendaagse jeugd kunnen schrijven, maar eerst was het tijd voor een subjectief boek over Brussel. Volgens de uitgever was daar om tal van redenen behoefte aan. Bijvoorbeeld omdat veel mensen niets weten van Brussel."

Ooit schreef u in de reeks 'Een passie voor...' al een boekje over Antwerpen in plaats van over Brussel.

Marc Didden: "Omdat Brussel toen al vergeven was aan Eric De Kuyper. Maar er zijn wel de films die ik in Brussel gedraaid heb en de scenario's van anderen die ik vaak zo'n draai heb gegeven dat er ook in Brussel kon gefilmd worden. Ik was ook nog op zoek naar een vorm voor het boek, want voor een cultuurhistorische of sociologische aanpak zijn er verstandigere mensen te vinden dan ik. Nadat Omtrent Hugo Claus goed ontvangen was, wist ik dat badinerend moest schrijven. Niet al mijn gif inslikken, niet zeggen dat Brussel een aards paradijs is, maar toch met liefde over de stad schrijven, omdat er al genoeg kwaad over wordt gesproken."

"De tekst is vaak al wandelend ontstaan. Wandelen is mijn natuurlijke 'manier van zijn' geweest de afgelopen vijftig jaar. Dat dateert van toen ik van mijn ouders vrij rond mocht lopen in de stad en dat was al in het eerste studiejaar. Ik nam alleen de tram naar de Marollen (Didden ging naar het Sint-Jan-Berchmanscollege, red.) en tijdens de middag en voor het avondeten liep ik rond."

"Ik ben ook een groot voorstander van afluisteren. Kijken naar een mooi gebouw, tegelijk de smerige vuilbak ernaast zien staan, en ondertussen de twee mensen op het terras horen babbelen - dat is mijn perspectief. Ik heb dus een Moleskine gekocht, puberfantasieën uitgevoerd zoals de tram nemen tot de terminus die Ban Eik heet, om dan in een duivenlokaal of een pretentieuze pub in telegramstijl zaken neer te schrijven. Uitwerken deed ik dan dikwijls op zondag, omdat ik nooit geëquipeerd ben geweest om met de verveling van een zondag om te gaan. Dankzij onze vriend Google kon ik dingen dubbelchecken, en een paar keer heb ik ook op gemoedelijke wijze een expert geraadpleegd, zoals Bob Pleysier over het Klein Kasteeltje, Dirk De Prins over de Brusselse cuisine, of Guido Fonteyn over het institutionele Brussel."

"Maar de grootste namen van Brussel zijn voor mij de verschillende mensen die samen de stad uitmaken - van de 'illegalen' tot de hoge piefen van de EU. Ik heb in mijn boek ook een serieuze lans gebroken voor de Zinneke Parade die mij om de twee jaar tot tranen toe beweegt. Ik vind het ongelooflijk wat die mensen doen, maar meestal krijgen zij van de nationale pers die hier natuurlijk niet woont maar een klein vierkantje in de krant."

Wat opvalt: elke gemeente krijgt aandacht. Niet alleen de Dansaertstraat.

Didden: "Dat is iets dat me zelfs irriteert aan de Brusselse media. Het lijkt soms alsof alles zich hier om de hoek afspeelt. En mensen die dan toch eens naar Brussel komen, gaan schoenen kopen in de Dansaertstraat en daarna iets drinken in De Markten. Dat is niet het hart van Brussel. De pars pro toto werkt in dit geval niet. Het DNA van Brussel zit niet in deze buurt. Ik ben hier 35 jaar geleden komen wonen toen we voor Brussels by night een lange praatscène moesten draaien in een bus die van het Beursplein tot in Molenbeek reed. Door het raam zag ik het bordje 'A louer' hangen en tijdens de lunch ben ik mijn appartement gaan huren. Dit was toen een wijk met cafeetjes en winkels die visgerief en koorden verkochten."

"De structuur in het boek volgt concentrische cirkels door de stad. Ik vertrek aan mijn deur die op driehonderd meter ligt van het Sint-Goriksplein, waar Brussel ooit gesticht is. Onderweg wilde ik niets vergeten. Ik moest ook iets over Ganshoren en Jette zeggen, zelfs over Stokkel dat niet eens een gemeente is. Ik wilde het ook graag over de vele parken hebben, want ik zie ook graag bomen en dieren."

"Brussel is een stad waar je iets voor moet doen - een ville secrète. Als je aan het Noordstation uitstapt, dan kan je ofwel naar de hoeren, ofwel terug in de trein stappen en ergens anders naartoe gaan, ofwel de heuvel oplopen om de Louis Bertrandlaan en het Josaphatpark te ontdekken."

Het boek is geen ongebreidelde lofzang.

Didden: "Qui aime bien, châtie bien. Maar op het gevaar af apostolisch te klinken, bevat dit boek toch een soort oproep. Ook aan de Brusselaars, waarvan er veel Brussel niet goed kennen. De negentien dorpen zijn nog een realiteit. Wie in Woluwe woont is niet per se al in Vorst geweest."

"Maar in de eerste plaats is het een oproep aan de Nederlanders en de Vlamingen - dat ze in plaats van een citytrip naar Tallinn te boeken eens een keer naar Brussel zouden komen. Ze moeten dan wel nog een praktische gids met adressen van hotels en restaurants bij kopen, want een reisgids is dit niet."

"Wat ik het meest beu ben is het dédain waarmee soms door provincialen over Brussel wordt gesproken. Alsof wij die hier wel wonen allemaal idioten zijn. Ze klagen over de files die ze grotendeels zelf veroorzaken. Ze vinden dat Brussel niet werkt omdat ze met hun auto niet vanuit hun randgemeente aan het ministerie geraken. Ze spreken over de 'olievlek Brussel', en over Franstaligen die de rand 'overspoelen'. Alsof die mensen een ziekte hebben, terwijl ze gewoon een groter appartement zoeken."

"Spreek met wat meer liefde over Brussel en denk niet dat de mensen die daar wonen slachtoffers zijn. Je moet Brussel ook niet willen vergelijken met Vlaanderen. Er kan hier meer gefietst worden, maar de topografie van Brussel is nu eenmaal niet ideaal voor wie al wat ouder is of met twee kleine kinderen van het centrum naar Flagey moet."

"Kom ook niet te combattief naar de stad. Bezoek ze met dezelfde tolerantie als je Tallinn zou bezoeken. Als je hier aankomt met het idee dat de eerste die Frans tegen je durft spreken het geweten zal hebben, dan maak je jezelf het leven zuur. Ik woon hier 62 jaar, het is zelden gebeurd dat ik mij als Vlaming benadeeld voelde. Als je gelukkig wil zijn in Brussel moet je van de zoon van een Berberherder niet eisen dat hij Nederlands kent."

"Omgekeerd zal ik de Franstaligen – als het me lukt om dit boekje vertaald te krijgen – ook duidelijk maken dat er geen Vlaams complot bestaat om Brussel over te nemen omdat de directeurs van de Munt en Wiels toevallig Vlamingen zijn of omdat Brussel ongevraagd de hoofdstad van Vlaanderen is geworden. Ik zou er overigens geen probleem mee hebben dat door-en-door Vlaamse steden als Gent, Antwerpen of zelfs Leuven de hoofdstad van Vlaanderen waren."

Voor uw ouders moet de stap van het Limburgse Hamont-Achel naar Brussel vrij groot geweest zijn.

Didden: "Ik was toen twee jaar, en hoewel ik er onlangs als een soort ereburger ontvangen ben, heb ik van Limburg alleen nog een vaag beeld van de hond van de buurman die naar mij blafte, waardoor ik lang schrik heb gehad van honden. Mijn ouders hebben de stap naar Brussel inderdaad op een radicale manier gezet. Ze hadden ook geen auto om af en toe nog eens terug te rijden. We woonden heel symbolisch in de Blijde Inkomstlaan aan het Jubelpark. Mijn ouders hebben snel Frans geleerd, en met de drie jongste broers liepen wij als kleine eendjes achter hen aan om de stad te ontdekken. Daarvoor werden plannen gemaakt: gingen we de ene week naar de voddenmarkt, dan de volgende naar de vroegmarkt, of met de tram naar Bosvoorde. We zagen ook de binnenkant van de gebouwen. De Munt, de KVS... Meestal op de goedkoopste plaatsen, maar ik kende de magie van de scène toch. Plots stond de Schipper (Nand Buyl, red.) niet meer naast Mathilde maar tien meter voor mij op de scène. Al die uitstapjes werden een kleine optelling van liefde voor de stad."

"Later ben ik zelf veel verhuisd omdat ik nooit geloofd heb in het kopen van een huis. Ik ben een archetypische huurder die het idee moet hebben dat hij rap weg kan, ook al woon ik nu al 35 jaar op dezelfde plaats. Maar daarvoor heb ik aan de Squares gewoond, in de Spoormakersstraat, aan Schuman, in Elsene, aan het Koninklijk Circus, in Vorst, en zelfs in Ukkel - in die bijzondere wijk die de Kat heet en opgericht is om de mensen die voor het Justitiepaleis moesten wijken."

Het boek wordt natuurlijk ook in Nederland verkocht. Moeten we ons schrap zetten?

Didden: "Op het einde laat ik het aan de lezer of Brussel hem nu interesseert of niet. Kom naar hier als je wil, en als je niet komt is het ook goed. Ik werk niet voor de toeristische dienst, maar hoop dat mensen hun vooroordelen een keer opzijzetten en zelf komen kijken, of anders hun smoel houden."

"Gent is een fijne stad, maar als ik Nic Balthazar hoor zeggen dat Gent de mooiste stad van de wereld is, dan ben ik vooral bang dat hij dat echt meent. Een Antwerpenaar is al genuanceerder over zijn stad, omdat die ook goed kan klagen. Brussel is een stad die je nooit zal lokken, maar de rommel en de chaos heeft charme. Onlangs stond ik met fotograaf Johan Jacobs op het Poelaertplein de stad te overzien. Daar herken je niet de patronen die andere steden wel leesbaar maken. Je ziet alleen rommel met op het einde het Atomium. Toen bedacht ik iets dat ik vergeten ben in het boek te schrijven: toen God aan Brussel moest beginnen, heeft hij gedacht 'fuck, ik heb er genoeg van', en heeft hij alles wat hij nog in zijn doos had zitten er daar uitgesmeten."

'Een gehucht in een moeras' van Marc Didden. Met foto's van Johan Jacobs, uitgeverij Luster, 240 blz., 19,95 euro.



www.brusselnieuws.be
  1   2   3   4   5   6

  • Nobelprijs voor Literatuur gaat naar Alice Munro

  • Dovnload 0.66 Mb.