Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek

Dovnload 0.74 Mb.

Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek



Pagina11/27
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   ...   27

4.Structuur van de
researchfinanciering


Zoals beschreven in de methodologie, was onze eerste opdracht het in kaart brengen van de aanbodzijde van onderzoeksfondsen. Door wie worden de Vlaamse teams gesteund en gesponsord om hun onderzoekstaken uit te voeren ? We stellen vast dat er een groot aantal programma’s bestaan die wetenschappelijk onderzoek sponsoren als hoofd- of bijfinaliteit. Het beheer van de programma’s ligt in handen van een (overheids)administratie voor wie deze programma’s al dan niet een hoofdtaak uitmaken. De oorsprong van de onderzoeksfondsen kan opgesplitst worden volgens de opeenvolgende bevoegdheidsniveau’s (Vlaamse overheid, Federale overheid, Europese overheid, Internationale of multilaterale organisaties, privé-organisaties, caritatieve trusts, Niet-goevernementele organisaties) (zie figuur 1).

Ook aan de kant van de recipiënten van onderzoeksfondsen is het van belang duidelijkheid te scheppen in de structuren, en onder meer juist te identificeren op welk organisatorisch niveau het eigenlijke wetenschappelijke team zich bevindt. Eerder zelden zal het een volledige vakgroep of departement zijn die zich met onderzoek met ontwikkelingslanden bezighoudt. Veelal is het een team of een promotor binnenin een vakgroep (figuur 2).



Figuur 2: situering van het team

onderzoeksteams

Terminologie

universiteiten / hogeschool / privé / ...










instituut / organisatie

Instelling

faculteit / vakgroep / afdeling enz.




onderzoeksteam

Implementor

subteam / individu




Ter illustratie: bij de bevraging van de top-60 teams (zie hoofdstuk 7) bleek meerdere malen dat de vakgroepvoorzitter (ons eerste contactpunt) niet eens op de hoogte was van de ontwikkelingsrelevante activiteiten van zijn collega’s.

De instelling waaronder de onderzoeksteams ressorteren (universiteit, instituut, hogeschool, museum, firma, NGO...) speelt meermaals verschillende rollen:



  • het onderzoek is een van de maatschappelijke of commerciële finaliteiten van de instelling; de stafleden worden gestimuleerd of vrijgesteld om zoveel mogelijk onderzoeksprojecten uit te voeren; de wetenschappelijke verworvenheden dienen de uitstraling en groei van de organisatie;

  • de instelling verstrekt een aantal diensten die het onderzoek vergemakkelijken (onderzoeksbeleid, administratieve diensten);

  • in het geval van de universiteiten beheren zij het Bijzonder Onderzoeks Fonds, dat we hier moeten beschouwen als een van de donorprogramma’s;

  • de instellingen zijn vertegenwoordigd in de talrijke commissies die beslissen over wetenschapsbeleid in het algemeen en het toewijzen van de fondsen in het bijzonder;

Een bijzondere plaats is weggelegd voor de instituten, overheidsinstellingen die vroeger voornamelijk op nationaal niveau gesitueerd waren en nu behoudens enkele uitzonderingen (KMMA, Nationale Plantentuin) op het regionale niveau of met speciaal statuut (ITG). Op Vlaams niveau zijn de voorbije decennia belangrijke onderzoekstaken en – fondsen toevertrouwd aan nieuwe instituten, voornamelijk in de natuur- en toegepaste wetenschappen;

De recent opgerichte Vlaamse instituten (IWT, VITO, VIB, CLO, WIV (IHE/IP)...) nemen een groeiend aandeel van het wetenschappelijk onderzoek voor hun rekening. Net als de Universiteiten kunnen zij hierin verschillende rollen vervullen: hun wetenschappelijke teams voeren research uit (implementatie), de instituten zelf voeren een wetenschappelijke strategie met wetenschappelijke en maatschappelijke finaliteit (concentratie), zij brengen de wetenschappelijke capaciteiten in verbinding met andere actoren (interface) en sommigen beheren mandaats- of projectenprogramma's (administratie / programmatie, bvb IWT).

In onze steekproef van projecten kwamen deze instituten beduidend weinig, en eerder tangentiëel aan bod, bvb VITO via ruimte-observatie-projecten. Bij navraag op de verschillende departementen die met ontwikkelingswerk zouden kunnen te maken hebben (bvb duurzame ontwikkeling, milieu, informatie-technologie) bleek het nut voor de ontwikkelingslanden helemaal niet als deel van hun opdracht gepercipiëerd te worden.

Toch weerhielden wij een vijftigtal IWT-mandaten in onze steekproef, voornamelijk omdat ze uitgevoerd worden binnen universitaire teams die met relevant onderzoek bezig zijn.

IMEC komt als een van de weinige niet-universitaire instellingen naar boven in onze steekproef, via enkele technologische samenwerkingsprojecten (AWI, bilaterale) met Zuid-Afrika, China en Chili ter waarde van € 250,000.

VITO voert een tiental projecten uit in Zuid-Afrika (AWI, bilaterale), China (DWTC en AWI, bilaterale) en India (EU, EESD), voornamelijk op het gebied van remote sensing en milieutechnologie, ter waarde van € 660,000.

Ook enkele activiteiten van het Wetenschappelijk Instituut voor Volksgezondheid Louis Pasteur, WIV (een samensmelting (1997) van het vroegere Instituut voor Hygiëne en Epidemiologie en het Institut Pasteur Brussel) gebeuren in samenwerking met ontwikkelingslanden of zijn relevant door hun thematische focus (epidemiologie, HIV, cervixkanker)

Het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde bekleedt een aparte plaats binnen het rijtje van Vlaamse instituten, enerzijds door zijn juridisch statuut en anderzijds omdat het onderwijs-, onderzoeks- en dienstverleningsprofiel van het ITG nu net essentiëel gericht is op ontwikkelingslanden. Door de aanwezigheid van quasi alle ITG-teams op het internationale, Europese en binnenlandse toneel is het instituut sterk vertegenwoordigd in de lijst van hoofdactoren in de Gezondheidswetenschappen.



Op Federaal niveau blijven slechts twee instituten over die meteen ook van belang zijn voor ons onderzoek:

  • Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika (KMMA) heeft een belangrijke wetenschappelijke opdracht en voert tientallen onderzoeksprojecten uit, zowel op het gebied van de Natuurwetenschappen als de Sociaal-culturele wetenschappen.

  • De Nationale Plantentuin van België, met zijn unieke verzamelingen en onderzoekswerk over tropische flora.

Voor onze studie-opdracht hebben we de donorprogramma’s en de wetenschappelijke instellingen vooreerst bekeken vanuit het oogpunt van de data-acquisitie: waar vonden we de meeste informatie over ontwikkelingsresearch bijeen, zonder teveel overlappingen en lacunes. We benaderden dus de donoren in eerste instantie en de instellingen in tweede instantie als ‘data-leveranciers’ voor projectgegevens in bestandsvorm of op papier (Figuur 3).
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   ...   27

  • Figuur 2: situering van het team onderzoeksteams Terminologie
  • Vlaamse instituten
  • Federaal niveau

  • Dovnload 0.74 Mb.