Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek

Dovnload 0.74 Mb.

Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek



Pagina15/27
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   ...   27

C. Verloop van de datacollectie


Al gauw bleek dat de zaken niet zo eenvoudig waren als verwacht. De bevoegdheden in België liggen ook op dit vlak versnipperd, en zijn in volle (d)evolutie (zie het vorige hoofdstuk). De researchdonoren en hun administraties (DWTC, AWI, FWO, VLIR) bezorgden ons vlot hun gegevens (als bestand of op papier). Aan de kant van de ontwikkelingsdonoren en hun administraties (DGOS, Vlaamse Gemeenschap, BTC, VVOB) was het al wat moeilijker om bruikbare gegevens op te sporen, vooral omdat de klemtoon van de projecten hier natuurlijk op ontwikkelingswerk en niet op research ligt.

De internationale gegevens van met name de Europese Commissie rolden vlot uit de zoekmachine van CORDIS. Ook SHARED (medische research) en WISANT (landbouw) leverden bruikbare informatie op. De binnenlandse gegevensverzameling was echter zo arbeidsintensief dat we noodgedwongen de internationale donoren verder slechts zijdelings (via info van concentratoren en implementoren) in aanmerking konden nemen.

Voor een groot deel van de informatie kwamen we terecht bij de concentratoren, met name bij de IWETO-databank (met name BOF gegevens zijn enkel daar terug te vinden). De web-database is reeds enige tijd buiten gebruik 17, maar we konden gebruik maken van de nieuwe achterliggende databases die volgens de huidige afspraken binnen IWETO gevoed worden door de (onderzoeksdiensten van) de universiteiten.

Een eerste IWETO databank, 'coöperatie' bevat in principe alle internationale research-verbanden. Na een summiere validatie bleek deze niet bruikbaar voor onze noden, vermits de gegevens niet langer standaard doorgegeven worden aan IWETO.

De projectendatabase (gevoed door de bekende IWETO-fiches) bleek wel bruikbaar, hoewel er per universiteit sterke verschillen zijn inzake grondigheid, up-to-date-heid en accuraatheid van de gegevens. Helaas blijken de gegevens die via de IWETO-fiche verzameld worden te summier voor onze doelstelling. Zo ontbreekt een veld waar de locatie van de research kan ingevuld worden. Ook de keywords (discipline- en toepassingscodes) bleken niet eenduidig genoeg voor onze noden. Een snelle selectie op basis van geografische en thematische velden uit de database was dus onmogelijk.

Er zat niets anders op dan de recente projecten uit IWETO één voor één door te nemen. In de zomer van 2003 nam ons team van experts op verscheidene domeinen, bijgestaan door de promotoren, de titels en abstracts van meer dan 10,000 projecten door en selecteerde een kleine 1,000 projecten als potentiëel in aanmerking komend.

Tijdens deze selectieprocedure werden voor elk domein van de wetenschap een aantal classificatiecriteria scherp gesteld.


  • Onderzoek rond tropische dier- of plantensoorten (bvb. schorpioenen) werden geïncludeerd, tenzij het gaat om modelorganismen voor basisonderzoek, veelbestudeerd maar louter toevallig tropisch (bvb het zebravisje, Danio rerio of Arabidopsis thaliana)

  • Algemene rubrieken die op zich relevant zijn voor ontwikkelingslanden (zoals Duurzame ontwikkeling, Klimaatsverandering, Duurzaam energiegebruik, uitputting fossiele brandstoffen) werden niet per se geïncludeerd, enkel indien er een concreet aanknopingspunt bestaat.

  • HIV/AIDS: ook fundamenteel onderzoek in deze materie (bvb rond vaccins) kan van belang zijn voor de bestrijding van de epidemie die vooral in ontwikkelingslanden woedt. De scheidingslijn om het onderzoek al dan niet te includeren werd genomen als volgt:+ 1) toepasbaarheid op korte termijn van eventuele resultaten van het onderzoek en 2) immunologisch basisonderzoek dat niet gedifferentiëerd is naar HIV/AIDS en bvb ook van belang kan zijn voor kankeronderzoek werd niet opgenomen.

De projecten werden daarna geklasseerd volgens vakgebied. De vaststelling dat de IWETO-keywords niet bruikbaar bleken om projecten op een specifieke expertiseniche bijeen te brengen (wegens te breed of niet eenduidig), zette ons op zoek naar een bruikbare classificatie die wel genoeg specificiteit toeliet. Uiteindelijk besloten we te werken met de hierarchisch-georganiseerde sleutelwoorden van CORDIS (de database van de Europese Commissie, DG RTD), hoewel we hier en daar nog enkele subniveau's dienden bij te voegen.

De financiële gegevens van de geselecteerde projecten werden aangeleverd door IWETO (behalve voor de KULeuven, waar de onderzoeksdienst zelf ons de gegevens liet ophalen).

De initiëel geselecteerde IWETO projecten werden samengevoegd met de lijsten van o.a. VLIR, FWO (eveneens manueel geselecteerd op basis van de jaarrapporten), DWTC, AWI en BTC. De dubbels waren soms moeilijk op te sporen (andere titels, promotor v. vakgroepvoorzitter, Engels/Nederlands, verschillende co-ordinatoren, andere budgetten...). De projecten werden waar nodig toegewezen aan de juiste teams (uit de IWETO-database) en van alle teams die een geselecteerd project hadden werd opnieuw de volledige lijst overlopen ter inclusie van projecten die over het hoofd gezien waren of ter exclusie van projecten van een team dat bij nader inzien toch niets met ontwikkelingslanden te zien had.

Uiteraard stootten we geregeld op lacunes, zo konden een groot aantal projecten van het Instituut voor Tropische Geneeskunde en het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika pas naderhand bijgevoegd worden.


D. Projectenbestand


Het huidige bestand heeft de volgende kenmerken:

  • volledigheid: gegevens van specifiek ontwikkelingslanden-gericht onderzoek door universiteiten is goed in kaart gebracht, maar gegevens van hogescholen, sommige instituten (bvb. Nationale Plantentuin), privé-initiatieven en NGO's zijn slechts zeer fragmentair.

  • accuraatheid: over het algemeen kunnen we stellen dat de basisgegevens van donoren, IWETO en andere bronnen een zeer goede accuraatheid vertonen. Zoals steeds in databestanden zakt de betrouwbaarheid van de gegevens echter pijlsnel bij de koppeling van gegevens aan elkaar, door interpretatie (bvb selectie op basis van de titels), classificatie (indeling in domeinen, subdomeinen, niches van de wetenschap), en toewijzing (groeperen van projecten in het juiste onderzoeksteam). De enige methode die hier kan baten is de terugkoppeling naar de originele verstrekker van de gegevens (de teamleider) voor verificatie van de basisgegevens en validatie van de gelegde relaties. Deze procedure wordt momenteel niet gebruikt door IWETO of door de donoren. In het kader van onderhavige studie hebben wij hun projectenlijst voorgelegd aan een zestigtal teams, en hieruit bleek dat 18 % van de projecten moesten geschrapt worden (waarvan de helft wegens geen (gepercipiëerde) band met ontwikkelingslanden, maar ook nog wegens dubbels, afgelopen projecten, nog niet begonnen, verkeerd team). De respondenten gaven anderzijds eveneens 18 % nieuwe projecten op die blijkbaar (nog) niet in IWETO zaten of door de donoren opgegeven waren. Ook de juistheid van gegevens (titel, looptermijn, naam van project- en teamleider, budget...) van projecten die correct opgenomen waren bleek toch aan meer dan 10% fouten onderhevig (dikwijls details of niet doorgeven van wijzigingen in contract).

  • up-to-date: dit is zeer wisselend. Sommige universiteiten hebben blijkbaar een serieuze achterstand opgelopen.

  • Comprehensiviteit: welke projecten aan IWETO aangegeven worden is zeer sterk verschillend. De meeste universiteiten geven enkel het minimum minimorum door. Eén universiteit (KULeuven) includeert zelfs 'vrij' onderzoek, m.a.w. dat zonder apart budget gevoerd wordt in het kader van de normale academische opdracht, en baseert neemt bij de ZAP-evaluatie enkel de research die in de database opgenomen is in aanmerking. De kwaliteit en comprehensiviteit zijn navenant.

  • financiële gegevens: deze zijn slechts voor gemiddeld 87 % van de projecten beschikbaar. De betrouwbaarheid van deze gegevens is bovendien laag, vermits we niet konden confirmeren dat het enkel over de researchcomponent van het budget ging dat toegekend is aan dit researchteam. Dikwijls betreft de opgave een volledig projectbudget, waar ook ontwikkelingsfondsen of andere niet-researchfondsen inzitten, of waar het deel voor andere partners in België of in het partnerland niet uitgesplitst is. De mysterieuze wegen van de boekhoudingsclassificatie in vele organisaties laat bovendien vrezen dat personeels en investeringskosten soms wel, dan niet in het plaatje opgenomen zijn.
1   ...   11   12   13   14   15   16   17   18   ...   27

  • D. Projectenbestand

  • Dovnload 0.74 Mb.