Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek

Dovnload 0.74 Mb.

Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek



Pagina2/27
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   27

Afbakening van het onderzoeksdomein


De onderzoeksopdracht van de VRWB was veelomvattend, en een duidelijker afbakening was een eerste vereiste.

onderzoeksactiviteiten in / met / voor ontwikkelingslanden


We vertrekken vanuit concrete, recente onderzoeksactiviteiten die ofwel in ontwikkelingslanden gebeuren (dus ook bvb archeologische opgravingen), ofwel met partners in ontwikkelingslanden (dus ook bvb rond high-tech-problematieken) ofwel voor ontwikkelingslanden (bvb beleidsvoorbereidend deskwerk in België).

Dit betekent dat we buiten beschouwing laten:



  • het onderzoekspotentiëel van Vlaamse instellingen dat eventueel van nut zou kunnen zijn voor ontwikkelingslanden, maar dat momenteel geen enkele band met die landen heeft.

  • slechts zijdelings belichten we individuele capaciteitsondersteuning: cursussen, conferenties, beurzen en andere activiteiten die ongetwijfeld het onderzoekspeil van wetenschappers uit ontwikkelingslanden opkrikken, maar die buiten de mogelijkheden vallen van de huidige onderzoeksopdracht. Mandaten (FWO, BOF, IWT, VLIR) komen wel aan bod. Dit betekent dat de focus kennisoverdracht (science sharing als werkwoord) niet systematisch aan bod komt.

  • de kwaliteitsbeoordeling van het geleverde onderzoek

  • een beoordeling van het onderzoek door de partners in het Zuiden

  • de beoordeling of een project 'ontwikkelingsrelevant' (=tegemoetkomend aan de noden van ontwikkelingslanden ?) of niet 'relevant' is Deze problematiek komt wel uitvoerig aan bod in hoofdstuk 3, 'Ontwikkelingsrelevantie'.

Deze beperkingen drongen zich op vanuit het beperkte tijds- en middelenbestek. Bij de uitvoerige besprekingen met de promotoren en de stuurgroep, alsook uit de reacties op de workshop bleek dat elk van de buiten beschouwing gelaten issue's wellicht een studie op zich vormt (zie de aanbevelingen).

thematisch


het onderzoek betrof ALLE gebieden van de wetenschap, dus een opdeling was nodig

  • De VRWB onderzoeksopdracht deelde de wetenschap op in 4 gebieden: Natural - Social - Cultural - Life Sciences. Dit bleek een niet-universeel gebruikte opdeling te zijn die in de praktijk wel hanteerbaar was (als 3 gebieden: Natural - Socio-Cultural en Life Sciences) maar verder uitgediept moest worden.

  • Voor het opstellen van de IWETO-fiches gebruikt men de Europese Cerif-indelingen voor disciplinecodes en toepassingscodes. De indeling van disciplinecodes kon gevolgd worden voor de hoofdindelingen van de bovenvermelde domeinen, maar de expertiseniches in verband met research in/met/voor ontwikkelingslanden bevinden zich dikwijls op een nog lager micro-niveau.

  • de trefwoordenindeling van de onderzoeksdatabase Cordis (eveneens EG, DG RTD) bleek uiteindelijk voldoende gedetailleerd om de specifieke expertiseniches te klasseren in grotere gehelen.

geografisch


In het overzicht van het ontwikkelingsrelevant onderzoek in Vlaanderen ligt de focus vaak op onderzoek dat in of naar bepaalde regio’s gebeurt. In ruimere zin gaan we ervan uit dat het potentieel ontwikkelingsrelevant onderzoek gericht moet zijn op de continenten Afrika, Latijns Amerika en Azië en ook het Midden-Oosten. We sluiten hierbij ex-USSR en Centraal-Azië uit. Dit is echter een a priori onderscheid dat wordt gemaakt waarvoor ongetwijfeld een aantal pro’s en contra’s gegeven kunnen worden. Dit onderscheid is desalniettemin te verantwoorden vanuit de classificaties zoals die door de officiële instanties als de World Bank (WB) en United Nations Development Program (UNDP) worden opgesteld.

De WB maakt een vierdelige classificatie die gebaseerd is op het BNP per hoofd van de bevolking. Een onderscheid wordt gemaakt tussen low-income countries/ lower middle income countries/ upper-middle income countries/ high income economies. Er zijn echter drie groepen die niet gemakkelijk in deze taxonomie passen. Een aantal petroleum exporterende landen uit het Midden Oosten zoals Oman, Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten die volgens BNP/cap. bij de ‘high income countries’ gerekend zouden kunnen worden, maar waar de economieën veel traditioneler zijn dan in de andere landen uit die groep. Drie andere landen, Israel – Singapore – Hongkong, worden door de Verenigde Naties als ontwikkelingslanden gezien ondanks het feit dat zij een hoog BNP/cap. hebben (Perkins e.a. 2001) (Singapore zullen wij echter uitsluiten; zie verder) Daarnaast zijn er nog de Oost-Europese economieën waaronder ook Rusland die niet als dusdanig als ontwikkelingslanden worden beschouwd maar die vaak de term transitie-economieën meekrijgen (ibid).

Het is zo dat sinds de vroege jaren ’70 economische ontwikkeling tot ongeziene rijkdom en mogelijkheden heeft geleid in de zogenaamde Newly Industrialized Countries (NIC’s) zoals Taiwan, Singapore en Maleisië. Dit zijn dan ook landen die binnen ons onderzoek ‘uitgesloten’ worden. Daarnaast was men ook getuige van de opkomst van olie-economieën zoals Saudie-Arabië, Venezuela en Nigeria waar men wel een zekere mate van politieke en economische ontwikkeling kon waarnemen maar waar de sociale kosten in termen van corruptie, schendingen van mensenrechten en milieuverloedering zeer hoog waren (Dodds 2002). Vandaar dat ons onderscheid naast de vierdelige classificatie van de WB ook gebaseerd is op de Human Development index (HDI) die wordt opgesteld door het UNDP en waarin een combinatie gemaakt wordt van levensverwachting, geletterdheid en BNP/cap.

We zijn er ons dus van bewust dat eender welk onderscheid men maakt tussen ontwikkelingslanden en andere landen een probleem stelt. We denken in de eerste plaats aan Oost-Europese landen zoals Albanië en Joegoslavië die ongetwijfeld arm zijn en als het ware voor een crisis van de term Derde Wereld zelf geleid hebben maar die desondanks toch ‘uitgesloten’ worden. Toch denken we dat onze focus op Afrika, Azië, Latijns-Amerika en het Midden-Oosten te verantwoorden is vanuit de huidige officiële standpunten ten aanzien van het ‘erkennen van’ ontwikkelingslanden. Dit neemt niet weg dat we pleiten voor aandacht voor deze problematiek en de erkenning dat de opdeling ontwikkelingslanden – ontwikkelde landen een dynamisch eerder dan een statisch gegeven is.



Referenties:
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   27


Dovnload 0.74 Mb.