Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek

Dovnload 0.74 Mb.

Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek



Pagina23/27
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
1   ...   19   20   21   22   23   24   25   26   27

8.Verslag workshop 5 december 2003


Op vrijdag 5 december 2003 had in het Monasterium Poortackere te Gent de workshop plaats ‘Vlaams Wetenschappelijk Onderzoek en Science Sharing’. Het multidisciplinair onderzoeksteam van de UGent, onder leiding van prof. Marleen Temmerman19, dat in opdracht van de VRWB het gelijknamige project uitvoerde, stelde er de resultaten voor aan wetenschappers en beleidsmakers met een bijzondere interesse en/of expertise op het vlak van ontwikkelingssamenwerking. De onderzoekers confronteerden hen ook met de vraag naar de ontwikkelingsrelevantie van de bestaande wetenschappelijke ontwikkelings-samenwerking. De workshop werd een moment van kritische reflectie.

Prof. em. Roger Dillemans, voorzitter van de VRWB-stuurgroep die dit Science Sharing project begeleidt, heette de deelnemers (programma en deelnemerslijst in annex 3) welkom en situeerde het project. Het idee ontstond toen de VRWB om advies werd gevraagd omtrent het voorstel van EU-commissaris Busquin voor de creatie van één Europese onderzoeksruimte. De VRWB vond toen dat een Europese Onderzoeksruimte weliswaar een goed idee is, maar dat dit niet enkel mag gericht zijn op het verbeteren van de concurrentiepositie van Europa ten opzichte van de VS en Japan, en tevens gekenmerkt moet zijn door een mondiale openheid. Er moet ruimte gecreëerd worden voor initiatieven die zich richten op Science Sharing, het delen van het wetenschappelijk potentieel met andere landen, vooral ontwikkelingslanden. Dat ook Vlaanderen daarbij een rol te vervullen heeft, staat vast. De VRWB, als adviesorgaan voor de Vlaamse overheid, wou hierin een stimulerende, anticiperende en sensibiliserende rol spelen en gaf de opdracht voor een onderzoeksproject.

Promotor prof. Marleen Temmerman stelde het multidisciplinaire team voor en schetste de aanpak voor dit project. De bedoeling was in eerste instantie de wetenschappelijke onderzoeksdisciplines in Vlaanderen in kaart te brengen die van betekenis kunnen zijn in de grote wereldvraagstukken en de specifieke problemen van ontwikkelingslanden. Wat kan Vlaanderen in bepaalde domeinen (informatica, biogenetica, micro-elektronica, medisch onderzoek, staatsopbouw, recht, economie…) aan deze landen bieden? Waar situeren zich de belangrijkste samenwerkingsverbanden?

Daarnaast moest ook aandacht gaan naar mogelijke trends die zich in die disciplines in de toekomst kunnen aftekenen en naar de relevantie van al die onderzoeksprojecten voor ontwikkelingslanden. Dat ontwikkelingsrelevantie niet eenvoudig te vatten is, zeer tijdsgebonden en subjectief is, bleek ook uit de presentatie van prof. Ronald Soetaert, vakgroep Onderwijskunde UGent (zie annex 4). Hij onderbouwde en illustreerde zijn betoog met voorbeelden uit zijn eigen onderzoeksgebied nl. de culturele geletterdheid in het algemeen en media & digitale geletterdheid in het bijzonder.

De (nog niet definitieve) resultaten van de inventarisatieoefening werden door projectcoördinator Lou Dierick en projectmedewerker Wouter Van Hove voorgesteld (annex 5). Eerst gaven zij een overzicht van de belangrijkste donoren in Vlaanderen op het vlak van ontwikkelings -en onderzoekssamenwerking en hun geografisch actieterrein. Vervolgens lichtten zij de werkwijze voor het verzamelen en verwerken van de gegevens toe. Het aldus verkregen projectenbestand is geen volledige inventaris geworden maar eerder een steekproef, representatief voor het onderzoekslandschap in Vlaanderen. Hieruit konden een 55-tal onderzoeksteams geïdentificeerd worden als de voornaamste spelers in het Vlaams wetenschappelijk onderzoek in/met en voor ontwikkelingslanden. Daarnaast werden de gegevens geclusterd in expertiseniches. Dit geeft een duidelijk visueel overzicht van de bestaande situatie.

Na de middag werden de deelnemers aan de workshop in 2 parallelle sessies aan het werk gezet. Groep A (verslag in annex 6) moest zich buigen over de vraag of de minst ontwikkelde landen en wetenschappelijk onderzoek rond de basisbehoeften een centrale plaats moet krijgen en Science Sharing op andere domeinen een eerder perifere plaats. Vragen zoals: ‘Is het interessant, wenselijk en haalbaar om een socio-cultureel luik in een onderzoeksproject naar geneesmiddelen op te nemen? Hoe betrek je de ontwikkelingslanden bij het uitstippelen van het onderzoeksproject, zodat de relevantie verzekerd is? Moet zuid-zuid-samenwerking om die reden niet gestimuleerd worden?‘ kwamen er aan bod. Groep B (verslag in annex 7) besprak de organisatorische kant van het onderzoek; de structuren, strategieën, oriëntaties, programma’s en budgetten voor Vlaams ontwikkelingsonderzoek. Moet Vlaanderen zich niet beperken tot een aantal expertise-domeinen, bij voorkeur in een niche waar onze expertise het verschil kan maken en waar Vlaanderen sterk staat. Een belangrijk knelpunt blijkt ook de geringe appreciatie en academische return voor ontwikkelingsrelevant onderzoek te zijn.



De workshop werd afgerond met een plenaire rapportering van de bespreking in beide sessies.

9.Conclusies


Op basis van de onderzoeksresultaten komen wij tot de volgende conclusies:

  • Vlaamse teams zijn actief op het domein van onderzoek in, met en voor ontwikkelingslanden

  • Dit onderzoek neemt verscheidene vormen aan:

    • research in ontwikkelingslanden, rond ontwikkelingsthema's en in samenwerking met partnerteams in deze landen

    • fundamenteel en in België gebaseerd onderzoek op terreinen die van belang zijn voor ontwikkelingslanden

    • wetenschappelijke samenwerking met instellingen in ontwikkelingslanden

    • onderzoek en evaluatie in het kader van ontwikkelingssamenwerkingprogramma's, teneinde de effectiviteit van de programma's te onderzoeken en te verhogen.

    • onderzoek in ontwikkelingslanden met weinig directe relevantie voor het land zelf

    • ondersteuning van onderzoeksinstellingen in ontwikkelingslanden, vormingsactiviteiten en kennisoverdracht

  • Dit breed gamma van activiteiten plaatst deze sector op een aparte plaats binnen de wetenschapsuitoefening in Vlaanderen, verleent haar een aparte specificiteit

  • Deze sector is van belang:

    • voor de ontwikkeling van de partnerlanden, door directe of indirecte toepassing van de onderzoeksresultaten

    • voor de Vlaamse onderzoeksinstellingen, die door deze internationale werking belangrijke onderzoekservaring kunnen opdoen en uitstraling verwerven

  • Het VRWB-project heeft de huidige topologie van de sector in kaart gebracht, en stuitte daarbij op een gebrek aan transparante, vergelijkbare, up-to-date en vlot beschikbare gegevens

  • De studie beperkte zich derhalve tot het verzamelen van een representatieve steekproef van projectgegevens (>1000 recente onderzoeksprojecten), het clusteren in specifieke expertiseniches en ruimere wetenschapsdomeinen en het selecteren en bevragen van een 60-tal (meestal academische) teams.

  • De expertiseclusters van de Vlaamse teams bevinden zich zowel op het vlak van direct ontwikkelingsgerichte domeinen zoals landbouw- en gezondheidswetenschappen, als op andere domeinen waar wetenschappelijk onderzoek en samenwerking evenzeer van belang zijn

  • Het bijwijlen versnipperd landschap is ontstaan door een combinatie van verscheidene factoren, voornamelijk:

    • de specificiteit van beschikbare financieringskanalen

    • persoons- en teamgebonden specialiteiten, interesses en initiatief in een internationale en wetenschappelijk competitieve omgeving

  • De geografische focus en concentratie van Belgische en Vlaamse ontwikkelingssamenwerking enerzijds en Belgisch en Vlaams onderzoeksbeleid anderzijds is slechts ten dele congruent en coherent. Intensieve samenwerkingsverbanden tussen wetenschappelijke teams zijn er ook in landen die door geen van de Belgische of Vlaamse beleidsinstrumenten gefinancierd kunnen worden.

  • Bij de defederalisering van het wetenschapsbeleid gaat globaal minder aandacht naar research in / met of voor ontwikkelingslanden. Met name in het mandaat en de werking van de diverse Vlaamse Wetenschappelijke Instellingen en steunpunten is deze focus opvallend afwezig.

  • Onder de wetenschappers actief op het terrein bestaat een grote motivatie ten aanzien van hun werk, gepaard met een groeiende bezorgdheid voor het behoud en optimale benutting van hun expertise.


1   ...   19   20   21   22   23   24   25   26   27

  • 9.Conclusies

  • Dovnload 0.74 Mb.