Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek

Dovnload 0.74 Mb.

Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek



Pagina24/27
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
1   ...   19   20   21   22   23   24   25   26   27

10.Aanbevelingen



Algemeen:


  • Het Vlaamse wetenschapsbeleid dient verruimde aandacht te schenken aan het belang en de specificiteit van de sectoren waarin gewerkt wordt in, met of voor ontwikkelingslanden. De bestaande know-how in Vlaanderen op dit gebied dient behouden en uitgebreid te worden.

  • Kennis, van belang voor ontwikkelingslanden, dient op bevoorrechte wijze aan deze landen overgedragen te worden, waarbij een compromis moet gevonden worden tusen de primordiale ontwikkelingsbelangen van de partnerlanden en de eigen Vlaamse wetenschappelijke of commerciele overwegingen

  • Wetenschappelijke activiteiten in ontwikkelingslanden gebeuren niet in een maatschappelijk vacuüm en de onderzoekers zullen er (als minimumnorm) over waken geen schade toe te brengen aan bestaande structuren en instellingen en de lokale levensomstandigheden te verbeteren. Mogelijkheden om deze structuren en instellingen verder uit te bouwen en de lokale levensomstandigheden blijvend te verbeteren dienen gezocht en benut te worden in elk project.

  • Onderzoek in ontwikkelingslanden dient te gebeuren in samenwerking met plaatselijke experts en instellingen, die bij alle stadia van het onderzoek en exploitatie van de resultaten betrokken worden. De bestaande lokale expertise en technologie zal positief gevaloriseerd en ondersteund worden. Vorming en carrière van researchers en academici in de partnerinstellingen moet de nodige aandacht krijgen.

  • Naast onmiddellijk toepasbaar onderzoek rond primaire behoeften (gezondheid, voedsel) zijn ook andere domeinen van onderzoek en wetenschappelijke samenwerking van belang. Een genuanceerde benadering van het begrip 'ontwikkelingsrelevantie' dient gehanteerd te worden bij de beoordeling van concrete voorstellen en activiteiten.

  • Het verstrekken van ontwikkelingssamenwerking dient hand in hand te gaan met de wetenschappelijke toetsing van de effecten en resultaten van deze hulp, en de ontwikkelingsdonoren kunnen hiervoor beroep doen op de bestaande expertise opgebouwd in Vlaamse en partnerinstellingen.

  • Voorkeur dient te gaan naar het verder bouwen op bestaande expertise in bepaalde niches en bestaande samenwerkingsverbanden verder uit te diepen, eerder dan, omwille van soms louter politieke keuzes of modeverschijnselen, exclusiviteit of voorrang te verlenen aan nog op te bouwen expertise of samenwerking met nieuwe landen.


Specifiek:


  • In deze faze van defederalisering van het wetenschapsbeleid is het nuttig dat de Vlaamse overheid het volledige Vlaamse gamma van beleids- en financieringsinstrumenten ten aanzien van ontwikkelingslanden analyseert en in een coherent kader onderbrengt dat in lijn is met het nationale niveau en met de internationale stand van zaken; tevens dient voldoende aandacht besteed aan

    • de complementariteit met ontwikkelingssamenwerkingprogramma's.

    • de eenvoud van administratie en beheer.

    • de rolverdeling tussen de verschillende actoren.

  • In de specifiek op ontwikkelingslanden gerichte financieringsinstrumenten dient wellicht onderscheid gecreëerd tussen:

    • "core funding" van specifiek op ontwikkelingslanden gerichte Vlaamse instituten.

    • kadercontracten met een beperkt aantal expertise-centra of -netwerken, die een ruime implementatie-autonomie krijgen en periodiek grondig geëvalueerd worden; hierbij hoort ook institutionele samenwerking met partnerinstellingen in het Zuiden.

    • kortlopende (<5 jaar) project- en mandaatfinanciering op basis van de klassieke 'calls for proposals' en een onafhankelijke expertenreview, open voor alle non-profit instellingen, zonder quota per instelling of zelfbediening. Deze oproepen kunnen de thematische of geografische interesses van de overheid volgen.

    • innovatieve projectfinanciering door middel van beperkte enveloppes voor bvb terugkeerprojecten (voor hier opgeleide wetenschappers uit het Zuiden), piggy-back financiering (bijkomende financiering voor projecten van Vlaamse teams die in internationale calls geselecteerd werden), opvolgfinanciering (bij goede evaluatie, zonder nieuwe competitieve procedure).

  • De research van teams zowel uit de academische wereld, de privé-ondernemingen en de social-profit sector dient positief ondersteund in hun eigen specificiteit, en samenwerking tussen deze teams dient positief gesteund te worden.

  • De universitaire overheden dienen erover te waken dat onderzoekers die kiezen voor dit type onderzoek hierdoor geen nadeel lijden wat hun academische carrieremogelijkheden betreft.

  • In het mandaat van de verschillende Vlaamse Wetenschappelijke Instellingen dient plaats gecreëerd te worden voor ontwikkelingsrelevant onderzoek. De Instellingen dienen in hun jaarverslag te rapporteren over de gemaakte vooruitgang op dit punt.

  • De Vlaamse steunpunten rond relevante thema's (duurzame landbouw, gelijkekansenbeleid, milieu en gezondheid, milieubeleidswetenschappen, ondernemerschap, ondernemingen en innovatie) dienen een specifiek mandaat voor onderzoek ten bate van ontwikkelingslanden te krijgen.

  • De specificiteit van het onderzoek in, met of voor ontwikkelingslanden zou kunen leiden tot de oprichting van een apart steunpunt of kennisnetwerk, na grondige analyse door de Vlaamse Regering.

  • Betrouwbare informatie over onderzoeksactiviteiten dient gemakkelijk toegankelijk te zijn. De IWETO-databases bieden hiervoor in principe de benodigde structuur (mits uitbreiding van de huidige fiches), doch de update van de gegevens moet strikter opgevolgd worden. Alternatief kan de database van het onderhavig onderzoek toevertrouwd worden aan een Vlaams steunpunt voor verdere uitbouw en update.

  • Doorstroming van onderzoeksresultaten naar wetenschaps- en beleidsinstanties in het Zuiden dient de nodige aandacht en opvolging te krijgen. Vroegtijdig betrekken van deze partners in het onderzoek is hierbij cruciaal.


Verder onderzoek is nodig op de volgende vlakken:

1. vraagstukken die buiten beschouwing gelaten werden in het huidig onderzoek:

  • in kaart brengen van het onderzoekspotentiëel van Vlaamse instellingen dat mogelijks van nut zou kunnen zijn voor ontwikkelingslanden, maar dat momenteel geen enkele band met die landen heeft; nagaan hoe dit potentiële aanbod aangeboord kan worden en benut ten gunste van ontwikkelingslanden.

  • de kwaliteitsbeoordeling van het geleverde onderzoek door Vlaamse teams, op basis van parameters zoals aantal en kwaliteit van publicaties, sterkte van capacity building (curricula, PhD's) en van wetenschappelijke samenwerking (gezamenlijke publicaties, projecten, vorming en uitwisseling).

  • een beoordeling en interpretatie van het Vlaamse onderzoek door de partners in het Zuiden.


2. studiewerk dat binnen het tijdsbestek niet kon uitgevoerd worden:

  • het vervolledigen van de topologie van bestaande activiteiten, voornamelijk mbt. privé-organisaties, NGO's, teams die voornamelijk met internationale fondsen werken.

  • in kaart brengen en analyseren van vormingsactiviteiten en aanbevelingen voor het bevorderen van kennisoverdracht (science sharing als werkwoord).


3. vragen die uit de huidige conclusies naar voor komen:

  • analyse van het aandeel van de projecten en mandaten ivm ontwikkelingslanden in de algemene wetenschappelijke fondsenstromen (FWO, BOF...).

  • huidige individuele carrièremogelijkheden voor wetenschappers uit Zuid en Noord en aanbevelingen om de opgedane expertise zo efficiënt mogelijk aan te wenden ten bate van de ontwikkelingslanden.


Lijst van Afkortingen


AAU: Association of African Universities

AWI Administratie Wetenschap en Innovatie (VL)

BOF Bijzonder OnderzoeksFonds (Universiteiten)

BTC Belgische Technische Cooperatie

BVO BeleidsVoorbereidend Onderzoek

CGIAR Consultive Group for International Agricultural Research

CLO Centrum voor Landbouwkundig Onderzoek

DWTC Diensten voor Wetenschappelijke, Technische en Culturele aangelegenheden (B)

DGOS Directoraat Generaal OntwikkelingsSamenwerking (B)

EC Europese Commissie

ECDPM European Centre for Development Policy Management

EI Eigen Initiatieven (VLIR)

ESF European Science Foundation

EU Europese Unie

FAO Food and Agriculture Organization

FWO-Vl Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek - Vlaanderen

HICs High Income Countries

ITG Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde

IMEC Interuniversitair Micro-Electronica Centrum

IUS InterUniversitaire Samenwerking (VLIR)

IWT-Vl Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen

KMMA Koninklijk Museum Midden-Afrika

LMICs Lower & Middle Income Countries

LICs Low Income Countries

RTD Research and Technology for Development,

Research, Technology, Development (Directoraat-Generaal van de EC, vroeger DG XII)

S&T Science and Technology

SIDA Swedish International Development Agency

UNDP United Nations Development Program

UNESCO United Nations Education, Scientific and Cultural Organization.

VIB Vlaams Interuniversitair Instituut voor Biotechnologie

VITO Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek

VLIR Vlaamse Interuniversitaire Raad

VLIR-UOS VLIR- secretariaat Universitaire Ontwikkelingssamenwerking

VVOB Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand.

WIV Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid

WHO/WGO World Health Organization / Wereldgezondheidsorganisatie

Annexen


1. Inventarisatie projecten: basisdocument

2. Questionnaire belangrijkste teams

3. Programma en deelnemerslijst Workshop 5 december 2003

1   ...   19   20   21   22   23   24   25   26   27

  • Specifiek
  • Verder onderzoek is nodig op de volgende vlakken
  • 2. studiewerk dat binnen het tijdsbestek niet kon uitgevoerd worden
  • 3. vragen die uit de huidige conclusies naar voor komen
  • Lijst van Afkortingen
  • Annexen

  • Dovnload 0.74 Mb.