Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek

Dovnload 0.74 Mb.

Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek



Pagina27/27
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
1   ...   19   20   21   22   23   24   25   26   27

4 Het in 1999 door de E.U. DG Ontwikkeling goedgekeurde rapport ‘Research and Technology for Development’ was aanvankelijk hoopgevend. Krachtlijnen van het rapport waren het faciliteren van de omgeving voor wetenschap in ontwikkelingslanden en het versterken van wetenschappelijke samenwerking tussen de Europese en derde-wereld onderzoekscentra, en het rapport was een antwoord op door de Europese Commissie vastgestelde tekortkomingen als:

  • onvoldoende betrokkenheid van civiele organisaties bij het articuleren van onderzoeksprioriteiten, met al te academische projecten als resultaat.

  • te zwakke impact van noord-zuid onderzoekssamenwerking op ontwikkeling, o.m. veroorzaakt door de haast exclusieve focus op management van natuurlijke bronnen, landbouw en gezondheid (ICT is hierin afwezig) en de afwezigheid van een gemeenschappelijke visie onder Europese donors en de Regeringen van ontwikkelingslanden over de cruciale rol van RTD in het ontwikkelingsproces.

Amper een jaar later echter besliste het DG Ontwikkeling van de EU tot de ‘mainstreaming’ van RTD en verloor hiermee in belangrijke mate z’n politieke en programmatische interesse in de RTD-dialoog die opgezet was met diverse vertegenwoordigers van onderzoekseenheden in ontwikkelingslanden. Gevolg was dat Europese donor-agentschappen hun vertrouwen in DG ontwikkeling verloren en aansluiting zochten bij de S&T-politiek van de Wereldbank. (Greenidge & Engelhard, 2002). In augustus 2001 echter, initieerde het DG Onderzoek van Europese Commissie (in hoofde van Philippe Busquin) een nieuwe dialoog met ontwikkelingslanden. Hij stelde de ACP Group of States de oprichting voor van een duurzaam ACP-EU partnerschip rond Wetenschap en Technologie. Tijdens het ACP-EU forum over onderzoek voor duurzame ontwikkeling Kaapstad (2002) werd vervolgens een ‘ACP-EU Shared Vision for Research for Sustainable Development’ en een voorlopig actieplan opgesteld. Een nieuwe eerste stap in een proces dat reeds gekarakteriseerd is door vele valse stappen volgens sommigen (Greenidge & Engelhard, 2002). Het recente actieplan van de EU ‘Science and Society: Towards a new Partnership’ wordt dan ook met dubbele gevoelens onthaald. Is het een stap in het overbruggen van de huidige wetenschaps-en technologiekloof tussen HCs en LCs of speelt eerder de bekommernis van de EU om tegen 2010 's werelds grootste competitieve en dynamische kennis-gebaseerde economie te worden?

5 Ter illustratie van het onevenwicht aan middelen: In HIC's bedraagt het onderzoeksbudget van een private actor als Monsanto meer dan 10 biljoen Usdollar. De 16 tropische onderzoeksinstituten daarentegen, die samen de Consultive Group for International Agricultural Reserach (CGIAR) en die de onderzoeksnoden van LIC's op de agenda plaatsen, werken met een budget van minder dan 400 miljoen US dollar om hun onderzoeksbeleid voor de periode 2000-2010 te implementeren. (Pardey,. & Beitema N.M. (2001). Slow Magic: Agricultural R&D a Century after Mendel. IFPRI, Washington DC.

6 Deze uitkomsten zijn niet verrassend indien we oorsprong en motieven van gezondheidsonderzoek bekijken. Farmaceutische verenigingen en rijke landen zorgen voor 93% van de wereldwijde spendering aan gezondsheidsonderzoek. Arme landen en ziekten van armen betekenen weinig in markttermen omdat ontwikkelingslanden slechts voor 2% deel uitmaken van de markt voor het merendeel van de farmaceutische producten. Het resultaat is dat arme landen slechts baat hebben bij globale investeringen in gezondheidsonderzoek voorzover ze te kampen hebben met ziekten die ook de rijke landen treffen. Het meest actuele voorbeeld hierbij is HIV/AIDS.

7 Het werk van de NGO BAIF Development Research Foundation in Pune is een goed voorbeeld. Zie hiervoor Engelhard, R.J. (1989) BAIF: Monitoring and Evaluation Policies and Implementation Strategies. Report Prepared for IDRC, Ottawa.

8 UN (2000) United Nations Millenium Declaration. New York, September 2000. Available from: [http://www.un.org/millennium/declaration/ares552e.htm]

9 Gibbons, M. et. al. (1994). The new Production of Knowledge: The dynamics of Science and Research in Contemporary Societies. Sage. Londen.

10 (Reflecties over de recente Participatorische Armoedemeting door de Wereldbank stellen bijvoorbeeld dat één van de belangrijkste uitkomsten van het programma de huidige aanwezigheid van ervaring en kennis omtrent participatorische onderzoeksbenaderingen bij de betrokken regeringen en onderzoeksorganisaties is (Norton, 1998).


11 KFPE (1998). Guidelines for Research in Partnership with Developing Countries. Swiss Commission for Research Partnership with developing Countries. KFPE. Available on [http://www.kfpe.unibe.ch/guidelines_e.html]

12 Finch, J. (1986). Reserach and Policy: The uses of qualitative methods in social and educational research. Falmer Press. Lewes.

13 We denken hierbij ondermeer aan SIDA en ECDPM. Het kader voor onderzoek in ontwikkelingslanden voorgesteld door ECDPM, als resultaat van het onderzoeksproject "ACP-EU Policy Dialogue on Research and Technology for Development" , een project uitgevoerd door het ECDPM in opdracht van het Directoraat Generaal Ontwikkeling van de Europese Commisie in 2000-2002, is bijvoorbeeld interessant.

14 Zie de voetnoot betreffende de Europese politiek in punt 2.3. als illustratie van deze vraagstelling.

15 citaat: "De "Bilaterale Wetenschappelijke Samenwerking" kan beter weer uit het BOF worden gehaald en opnieuw als apart financieringskanaal in interuniversitaire competitie worden aangeboden. Gezien de essentiële rol die de overheid speelt (overeenkomsten met de partnerlanden, coördinatie, ...) is het ook logisch om oproep en selectie op dit niveau te situeren. De randvoorwaarden die in dit programma worden opgelegd zijn in tegenstelling met de logica van het BOF als beleidsinstrument van de universiteiten. De toevoeging aan het BOF was eerder artificieel en bovendien misleidend, daar het aanleiding gaf tot een verkeerde perceptie van verhoogde BOF-middelen."


16 we verwijzen hier naar het inventarisatiemodel van Shared (http://shared-global.collexis.net), een EC project sinds 1996.

17 De homepage luidt: "IWETO, upgraded with a re-designed relational data model introducing Person as a new entity, will be accessible on a completely new website soon.

The present website remains accessible to the public, but users should be aware that recent information is not available for the moment as the present website can no longer be updated for technical reasons. We wish to apologize for the temporary inconvenience."




18 Hierbij dient men wel voor ogen te houden dat slechts voor 87% van de projecten budgetgegevens beschikbaar zijn (Natuurwetenschappen 82%, Socio-Culturele wetenschappen 90%, Gezondheidswetenschappen 92%).

19 Vakgroep Uro-Gynaecologie en directeur van het International Centre for Reproductive Health (ICRH)

20 download de tekst van het onderzoeksvoorstel van allserv.rug.ac.be/~hdierick/shared

21 voor de definities van de verschillende entiteiten, zie annex A

22 indien de ruwe projectgegevens ter beschikking gesteld worden, maken we de analyses zelf.

23 ook indien de ruwe projectgegevens ter beschikking gesteld worden is het toch nodig de totale enveloppes te kennen.

1   ...   19   20   21   22   23   24   25   26   27


Dovnload 0.74 Mb.