Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek

Dovnload 0.74 Mb.

Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek



Pagina3/27
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   27

3.ONTWIKKELINGSRELEVANTIE

INLEIDING

Géén beoordeling…


In deze bijdrage over ontwikkelingsrelevantie is het allerminst de bedoeling de geinventariseerde onderzoeksactiviteiten te beoordelen naar hun graad van ontwikkelingsrelevantie. Dit lijkt ons enerzijds onmogelijk gezien we niet beschikken over voldoende contextinformatie (waar precies wordt het project uitgevoerd, wie zijn de diverse betrokken actoren,….) en procesinformatie (wie gaf de aanzet tot het opzetten van het onderzoeksproject, wordt er gewerkt aan de doorstroming van de onderzoeksresultaten in het Zuiden,…) Anderzijds lijkt het ons onwenselijk, gezien ‘ontwikkelingsrelevantie’ geen objectief toetsingsbegrip is, dat kan worden vastgelegd in een checklist met universeel toepasbare criteria. Uitgebreider onderzoek zou voor dergelijke evaluatie van bestaande activiteiten noodzakelijk zijn.

…wél een noodzakelijk agendapunt!


Toch is het urgent de ‘ontwikkelingsrelevantie’ van wetenschappelijk onderzoek op de agenda te plaatsen. Dit in de eerste plaats omwille van de veranderende betekenis van onderzoek voor ontwikkeling (zie verder 1) en de enorme ethische verantwoordelijkheid die hiermee gepaard gaat voor iedereen die betrokken is bij kennisopbouw (zie verder 2). Maar ook in meer pragmatische zin vraagt het begrip om discussie en verduidelijking, omdat het vandaag een vaak gebruikt maar zelden geëxpliciteerd criterium voor onderzoeksfinanciering en –evaluatie is. In zijn nieuwe vijfjarenplan voor universitaire ontwikkelingssamenwerking (2002) pleit de VLIR dan ook voor het verhogen van transparantie van het gevoerde ontwikkelingsgericht wetenschapsbeleid door het nader toelichten van frequent gebruikte termen als ‘ontwikkelingsrelevantie’ en ‘duurzaamheid’.

Een aanzet tot discussie


Hoewel in het verleden in Vlaanderen reeds studies naar de criteria voor ontwikkelingsrelevant onderzoek, zogenaamd ‘development related research’ werden uitgevoerd (de O.R.O.-enquete, 1981) ontbreekt het ons nog steeds in de eerste plaats aan een duidelijke (beleids)visie, zonder dewelke een coherente ontwikkelingsgerichte wetenschapspolitiek en –praktijk onmogelijk is. Doel van deze bijdrage is dan ook een aanzet te geven tot deze visieontwikkeling.

Enerzijds vertrekken we hiertoe vanuit de pragmatische eisen die door VLIR en andere organisaties aan ontwikkelingsrelevantie worden verbonden, anderzijds bedden we de discussie in in de ruimere politieke onderzoeks-en ontwikkelingskaders op niveau van de EU, de UNDP en UNESCO. Dit laatste omdat fondsen- en donorcoördinatie vanuit het standpunt van ontwikkelingslanden reeds langer een noodzaak is (UN, 2003), en de Vlaamse politiek terzake bijgevolg geen geïsoleerde maar een extern afgestemde politiek dient te zijn.

Naast deze politieke omkadering maken we ook gebruik van wetenschappelijke literatuur. Dit om bestaande regelgeving te plaatsen, maar vooral om een gefundeerde discussie te kunnen voeren op het snijpunt van wetenschap en beleid.

1. DE VERANDERENDE BETEKENIS VAN
ONDERZOEK VOOR ONTWIKKELING


Om te kunnen spreken over ‘ontwikkelingsrelevant’ onderzoek hebben we een visie nodig op ontwikkeling -als een wereldwijd fenomeen- en de plaats die derde wereldlanden hierin innemen.

Zonder grootse theorieën te willen poneren of ontwikkelingsblamen te willen uitspinnen, lijken ons twee stellingen binnen het bestek van deze bijdrage relevant. Ten eerste moet ons spreken over ontwikkelingsrelevant onderzoek uitgaan van de structurele, nog steeds reële (machts)ongelijkheid tussen Noord en Zuid (zie 2). Ten tweede moeten we ontwikkelingsrelevantie beschrijven vanuit de actuele en complexe ontwikkelingswetten die ontwikkeling in het Noorden, evenals in het Zuiden sturen. Hierbij is net de betekenis van onderzoek voor ontwikkeling sterk veranderd, en dit in dubbele zin:


1.1. Kennis als sleutel tot actuele ontwikkeling:
een toenemend ontwikkelingspotentieel voor onderzoek

Globalisering en de kennisgebaseerde maatschappij


In het actuele ontwikkelingsdenken kunnen we niet heen om het fenomeen van de globalisering, die grenzen van natiestaten heeft geopend en ontelbare verbindingen tot stand bracht tussen culturen, plaatsen en individuen. Het proces is vandaag doorgedrongen tot de meest afgelegen hoeken van de wereld, en wordt in de eerste plaats gekenmerkt door een verhoogde mobiliteit van kapitaalstromen, producten en technologie (Ohmae, 1996). Deze veranderde aard van productie en handel gaat gepaard met een veranderde status en betekenis van kennis en onderzoek in het productieproces. Het vrije verkeer van kennis schept zo’n groot potentieel voor ontwikkeling dat men de huidige maatschappij omschrijft als ‘kennisgebaseerd’(EU, 2002; UNDP, 2001). In dergelijke kennisgebaseerde samenleving -waarin kennis als primaire motor voor ontwikkeling wordt beschreven (Gibbons, 1999)- is een ontwikkelingsbegrip gestoeld op de basic needs-gedachte problematisch. “De idee dat ontwikkelingslanden in versneld tempo de (industriele) ontwikkeling van de westerse landen zullen overdoen – en hun actuele noden bijgevolg af te leiden zijn uit vroegere westerse ontwikkelingsstadia- klopt niet in de context van de huidige kenniseconomie. Ontwikkeling als wereldgegeven is niet hegeliaans, niet continue en progressief. Denkend vanuit de heersende noord-zuid-machtsverschillen is ontwikkeling een proces met sprongen, waarbij onderzoek vandaag een uitermate belangrijk investeringsveld is." (Van Damme, 2003). Want niet enkel economische maar ook sociaal-culturele ontwikkeling is in toenemende mate afhankelijk van kennis over de eigen ontwikkelingsnoden en capaciteiten om aan deze noden te beantwoorden. De UNDP vat dit nieuwe bewustzijn als volgt samen in het Human Development Report 2001: " if the development community continues to ignore the explosion of technological innovation in food, medicine and information, it risks marginalizing itself and denying developing countries opportunities that, if harnessed effectively, could transform the lives of poor people and offer breakthrough development opportunities to poor countries"

De potentiële betekenis van onderzoek voor ontwikkeling is dus toegenomen en dit wordt tevens politiek erkend. Bijvoorbeeld wordt het gereflecteerd in de gewijzigde investeringspolitiek van de Wereldbank inzake onderwijs. Eind jaren ´90 bracht de studie ‘Higher education in Developing Countries, Peril and Promise’ een ommekeer teweeg in de totdantoe felle beklemtoning van het basisonderwijs als meest noodzakelijke investering in ontwikkelingslanden (Wereldbank, 1999). Tegenover de dominante ‘education for all’-strategie onderstreepten een Task Force van de Wereldbank en Unesco het cruciale belang voor ontwikkelingslanden om hun hogeronderwijssector verder op te bouwen, om als motor te kunnen fungeren voor ontwikkeling in een wereldeconomie die steeds meer op kennis is gebaseerd. De Wereldbank legde haar nieuwe strategie in 2002 neer in haar strategienota ‘Constructing Knowledge Societies: New Challenges for Tertiary Education’ (Hopper, 2002).


De kennismaatschappij en decentralisering


Maar we leven niet enkel in een kennisgebaseerde maatschappij, ook leven we in een kennismaatschappij, d.w.z. dat kennis zélf als product verhandeld wordt (Gibbons e.a.,1994; Gibbons & Wittrock, 1985). Globalisering zorgde er wat dit betreft voor dat de kansen voor vrije uitwisseling van kennis als een publiek goed aanwezig zijn. Maar kennis is geen neutraal product, noch staat een intensief kennisverkeer garant voor een toename van ‘ontwikkelingsrelevante’ kennis. Decentralisatie, vaak beschreven als de tegenhangende kracht van globalisering (Gibbons, 1999), bekijken we daarom als de roep om een (onderzoeks-)ontwikkelingsvisie die mensen centraal stelt (Stiglitz,1999). Decentralisering stelt, binnen de verruimde mogelijkheden om met onderzoek in te grijpen op ontwikkeling, nieuwe eisen aan dit onderzoek en aan kennisproductie opdat de beoogde ontwikkeling duurzaam en ethisch verantwoord zou zijn. De wereldwijde flow aan kennis en informatie is bijvoorbeeld betekenisloos voor ontwikkelingslanden indien niet wordt geïnvesteerd in lokale capaciteit voor adaptatie van deze kennis of contextspecifieke assimilatie. Ook leidt de reële erkenning van de noden in het zuiden tot een veranderde onderzoeksagenda, in die zin dat ook de geschiedenissen en natuurlijke omgevingen van het Zuiden vragen om bestudeerd en ‘verwetenschappelijkt’ te worden (RAWOO, 2001).

Globalisering en decentralisering vormen de belangrijkste algemeen maatschappelijke dynamieken waarvan een actuele ontwikkelingspolitiek zich bewust dient te zijn. De kennisgebaseerde- en de kennismaatschappij staan voor de nieuwe status van kennis in deze nieuwe ontwikkelingsruimte. Kennis en onderzoek kunnen vandaag een toegenomen bijdrage leveren aan ontwikkeling, en dit meer bepaald door:



  • de vorming van menselijke hulpbronnen die externe kennis kunnen opnemen en aanpassen en die plaatselijke kennis kunnen genereren en overdragen.

  • de locale capaciteit voor kritische analyse, beleidsplanning en –uitvoering uit te bouwen waardoor landen de mogelijkheid krijgen hun eigen modellen uit te werken en te verdedigen op internationale fora.

  • de problemen waarmee ontwikkelingslanden geconfronteerd worden als voorwerp van onderzoek te nemen en bij te dragen tot aangepaste oplossingen1
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   27

  • …wél een noodzakelijk agendapunt!
  • Een aanzet tot discussie
  • 1. DE VERANDERENDE BETEKENIS VAN ONDERZOEK VOOR ONTWIKKELING
  • 1.1. Kennis als sleutel tot actuele ontwikkeling: een toenemend ontwikkelingspotentieel voor onderzoek
  • De kennismaatschappij en decentralisering

  • Dovnload 0.74 Mb.