Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek

Dovnload 0.74 Mb.

Onderzoeksopdracht Vlaams wetenschappelijk onderzoek



Pagina7/27
Datum04.04.2017
Grootte0.74 Mb.

Dovnload 0.74 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   27

3.3. Een nieuwe onderzoeksbenadering als algemene lokale nood


De verschillende discussies over wat nu precies ontwikkelingsrelevant onderzoek is kunnen grotendeels gevat worden in de zoektocht naar een nieuwe kennis- en onderzoeksbenadering, die onderzoek en ontwikkeling verbindt. “Ontwikkelingsrelevant onderzoek is onderzoek dat gericht is op de verbetering van situaties in ontwikkelingslanden. In de confrontatie van de vragen ‘hoe is de situatie?’ en ‘hoe zou de situatie kunnen zijn?’ onstaat een onderzoeksparadigma dat meer nadruk legt op kwalitatief en actiegericht onderzoek.” (Soetaert, 2003). Michael Gibbons (19949) stelt wat dit betreft dat er twee manieren van kennisproductie bestaan. In de conventionele wetenschapsbenadering gaat men ervan uit dat kennis als objectief gegeven technologische en sociale innovatie stimuleert. De validiteit van dit ‘science push’-model is twijfelachtig, vooral in het zuiden, waar technologie de kloof tussen rijk en arm heeft vergroot en in vele gevallen de veerkracht van sociale systemen deed afnemen. In een alternatieve benadering van kennisontwikkeling betrekt men de plaatsgebonden ontwikkelingsnoden in de onderzoeksvraag en primeert de sociale aansprakelijkheid op wetenschappelijke ambitie (Gibbons, 1994).

Een veranderde onderzoeksbenadering


Deze alternatieve kennisbenadering -intussen gekend als de ‘mode 2 van kennisproductie’ (Gibbons, 1994) houdt implicaties in voor de type kennis dat relevant wordt geacht voor onderzoek in ontwikkelingslanden, maar ook –en vooral- voor de wijze van onderzoek. Betreffende dit laatste is het in de eerste plaats belangrijk dat niet enkel het onderzoeksproduct, maar ook het onderzoeksproces een belangrijke factor wordt in het opzetten en evalueren van onderzoek. “De kwaliteit van onderzoek wordt niet meer enkel bepaald door het nagestreefde ‘product’ maar ook door het doorlopen proces van onderzoek, zo stelt Laws (2003). Masein (2003) benoemt participatie als een centraal thema in onderzoek dat zich richt op duurzame ontwikkeling en blijvende veranderingen in ontwikkelingslanden. Meer concreet zijn voor actuele onderzoekers in dit licht drie reflecties belangrijk:

  • Betrekt men de expertise die aanwezig is bij de diverse maatschappelijke actoren?

  • Is het onderzoek maatschappelijk relevant?

  • Is er een maatschappelijk draagvlak voor de onderzoeksresultaten en indien niet, wordt hier aan gewerkt?

Communicatie tussen wetenschap en maatschappij wordt met andere woorden uitermate belangrijk, en de vroegere éénzijdige kennisoverdracht wordt vervangen door een benadering waarin kennis gezamenlijk wordt geconstrueerd door wetenschappers en civiele organisaties (Laws, 2003). Het betrekken van de verschillende stakeholders en relevante partnerorganisaties is belangrijk doorheen de verschillende fasen van het onderzoeksproces (Soetaert, 2003). Niet enkel is bij civiele organisaties en andere betrokkenen vaak reeds enige kennis aanwezig over het onderzoeksonderwerp (onderzoek sluit op deze manier aan bij de lokale kennis), ook is het belangrijk samen te werken met de potentiële gebruikers van de onderzoeksresultaten en het onderzoek op te zetten als een ‘gedeelde onderneming’ (op deze manier creëert of verbetert men het draagvlak voor de onderzoeksresultaten) (Laws, 2003). Tenslotte, maar niet in het minst, is het belangrijk de onderzochten zelf aan het woord te laten en hun visie op het onderzoeksproces en hun perceptie van de onderzoeksresultaten te valideren in het reflectieproces doorheen het onderzoek.

Een veranderde kennisbenadering


Logischerwijs gaat een veranderde onderzoeksbenadering ook gepaard met een nieuwe visie op kennis. Wat dit betreft beklemtoont men vooral transdisciplinariteit als een belangrijke houding om problemen in ontwikkelingslanden aan te pakken en te onderzoeken (Gibbons, 1994). Ernstige ontwikkelingsproblemen komen veelal tot stand door een wisselwerking tussen verschillende factoren (sociale, geografische, culturele,…) en het bestuderen van deze factoren in hun samenhang is dan ook uitermate rendabel en relevant. Deze opmerking geldt des te meer daar de globalisering van de wetenschap geleid heeft tot een toename van wetenschappelijke specialismen en een sterk gedifferentieerde, heterogene vorm van kennisgroei (Gibbons, 1994; Laws, 2003). “Momenteel is er een grote mate van fragmentering van diverse onderzoeksvormen en is een programma om over de verschillende disciplines heen te discussieren afwezig. Het gevolg is dat je steeds weer gedwongen wordt om het warm water uit te vinden. Om in te gaan tegen deze tendens werken we momenteel aan een IUS-project in Western Cape waarin we de verschillende onderzoeksvelden integreren en de meerwaarde van een gezamelijke contextualisatie in praktijk trachten te brengen.” (Blommaert, 2003) Integratie is een belangrijke kritische succesfactor om met onderzoek duurzame ontwikkelingseffecten te bereiken (Masein, 2003).

In het bijzonder voor positieve wetenschappen geldt hier dat meer aandacht nodig is voor de sociale inbedding van onderzoeksresultaten en voor de doorwerking ervan naar andere onderzoeksdomeinen. Zoals op het ‘Forum on Higher Education, Research and Knowledge’ van UNESCO (2002) werd beargumenteerd zorgt globalisering in het onderzoeksveld algemeen voor een beklemtoning van de nood aan onderzoek in de sociale en culturele wetenschappen, niet enkel opdat onderzoeksresultaten ‘lokaal relevant’ zouden zijn, maar ook om de primaire krachten verbonden met wereldomvattende onderzoeksthema’s zoals democratie en mensenrechten, conflict-beheersing en milieuverontreiniging te begrijpen (Unesco, 2002). Het is evenwel spijtig te moeten vaststellen dat vraagstukken en discussies over de relatieve waarde van beta- en alfawetenschappen nog steeds vast zit in de wereld van de stereotypen, zo stelt Blommaert (2003): “Het paradigma van de duurzaamheid erkent ontwikkeling als holistisch en wereldwijd proces en onderschrijft de idee dat ontwikkeling niet enkel via symptomen kan worden onderzocht, maar ook zit in de onzichtbare dingen. Hierover moeten we kennis verwerven willen we met onderzoek maatschappelijk iets betekenen. Er is meer aandacht nodig voor de contextualisering van onderzoek.”



Door de aandacht te vestigen op deze veranderde onderzoeks- en kennisbenadering maken we echter allerminst een keuze tussen alfa-of bètawetenschappen, noch tussen een positivistische en een sociaal-constructivistische onderzoeksbenadering. Beide wetenschaps- en onderzoekstypen zijn complementaire onderdelen van een ontwikkelingsgericht onderzoekssysteem (Laws, 2003) en moeten gevalideerd worden vanuit hun verschillende logica. Enkel kaarten we met deze beklemtoning het nog steeds bestaande onevenwicht aan waarmee beide kennis- en onderzoeksbenaderingen internationaal worden gewaardeerd en uiteindelijk in praktijk gebracht in ontwikkelingslanden.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   27

  • Een veranderde onderzoeksbenadering
  • Een veranderde kennisbenadering

  • Dovnload 0.74 Mb.