Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Oorsprong en geschiedenis van het carnavalsfeest De oorsprong van carnaval

Dovnload 2.11 Mb.

Oorsprong en geschiedenis van het carnavalsfeest De oorsprong van carnaval



Pagina3/3
Datum28.10.2017
Grootte2.11 Mb.

Dovnload 2.11 Mb.
1   2   3





De eerste carnavalsorganisaties

Op verschillende plaatsen werden carnavalsorganisatie opgericht die het organiseren van carnavalsactiviteiten voor hun rekening namen. Het initiatief (idee) hiertoe werd meestal ondernomen door de middenstand (winkeliers of gestudeerde mensen bijvoorbeeld slagers, advocaten en artsen). Er zijn verschillende redenen te noemen waardoor men zich ging organiseren:

• financieel voordeel (dat wil zeggen je verdient er geld mee)

• dit gaf een bepaalde stijl aan het feest (zorgde voor een bepaald cachet),

• om te laten zien dat het handhaven van een traditie zinvol is,

• als teken van liefde voor de stad,

• om politieke ideeën ook daadwerkelijk te kunnen uitvoeren en er vrijuit over te kunnen praten


Venlo_en_Sittard'>Oprichting van de organisaties in Maastricht, Venlo en Sittard

In 1840 werd in Maastricht een carnavalsorganisatie opgericht genaamd "de Momus". Dit was een sociëteit (vereniging) voor de middenstand van Maastricht, die dacht financieel voordeel te hebben door carnavalsactiviteiten te organiseren. Politiek gezien was dit een vereniging die tégen de Groote Sociëteit was. De Groote Sociëteit was namelijk Hollands gezind (voorstanders van Holland), dit in tegenstelling tot de Momus die zich meer betrokken voelde met de Belgische leden van hun vereniging. Het totstandkomen van deze verenigingen was afgekeken van de vereniging Florus uit Aken (Dld).


In Venlo werd in 1842 een carnavalsorganisatie opgericht, de “Jocus” . Hun leden hadden contact met een Duitse narrenacademie en de leden waren vrijmetselaars, dus geen mensen uit de middenstand.



In Sittard werd in 1881 een carnavalsorganisatie opgericht die zich "de Marotte" noemde. Als voorbeeld namen zij Venlo en het buurland (Duitsland) waar het vieren van carnaval al goed geregeld werd. De rechter foto toont de 1e prins van Sittard


Carnaval in de 20e eeuw

Carnaval bleef een feest met een religieuze achtergrond. Carnaval is het feest dat gevierd werd op vastenavond, de avond voor de veertig daagse vasten voor Pasen. De rooms-katholieken aten tijdens de vasten geen vlees, snoep en lekkernijen. Kinderen hadden tot halverwege de 20e eeuw een vastentrommeltje, waarin ze hun snoep bewaarden. Alleen op zondag mochten ze daar een snoepje uit halen. De rest van het snoepgoed bewaarden de kinderen tot na de vasten.

Op Aswoensdag begon de vasten. De gelovigen gingen naar de kerk en kregen het traditionele askruisje op het voorhoofd. Daarbij sprak de priester de tekst uit: "Gedenk mens, dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren."


Vastenavond (dinsdag) is dus de avond vóór de vasten. Om die reden gingen de mensen zich op die avond flink te buiten aan drank en lekkernijen. Tegenwoordig is de periode van carnaval uitgebreid tot vier à vijf dagen. Het feest begint meestal al op donderdag- of vrijdagavond en duurt tot dinsdag middernacht. De datum waarop het carnavalsfeest gevierd wordt, houdt verband met de dag waarop Pasen valt. Het is Pasen op de eerste zondag na de eerste volle maan na 21 maart. De vastenperiode duurt veertig dagen, carnaval begint dus ongeveer zes weken voor Pasen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog mocht van de bezetters helemaal geen vastenavond gevierd worden.

Direct na de bevrijding beleefde de Limburgse vastenavond echter een ongekende opmars. De bevolking had in 1945 een onbedwingbare drang om oude tradities, en vooral toch vastenavond, weer in ere te herstellen. In de grotere plaatsen werden in 1946 alweer prinsen gekozen, zittingen en bals gehouden en optochten georganiseerd. De kleinere plaatsen bleven nu echter niet lang achter. In bijna elk kerkdorp kwam er een Raad van Elf en werden volledige vastenavondprogramma‘s georganiseerd.

Door de groeiende welvaart was het vieren van vastenavond ook betaalbaar. Ook vrouwen gingen actief meevieren en meehelpen met organiseren. De verenigingen beschikten over meer geld en begonnen met het inhuren van echte artiesten als buuttereedners of zangers voor zittingen en bonte avonden. Doordat bijna alle wijken en dorpen gemeenschapshuizen kregen, kon men in vrijwel iedere wijk en ieder dorp vastenavond vieren.

In de jaren zestig en zeventig, een tijdperk van grote economische groei, werd vastenavond ontdekt door mensen die er veel geld aan wilden verdienen en er ontstond zoiets als een carnavalsindustrie. Platenmaatschappijen overstroomden ons met carnavalskrakers, de zelfgemaakte vastenavondkleren werden vervangen door kant en klare carnavalsconfectie of zelfs zeer dure carnavalsmode, VVV"s en reisbureaus lokten toeristen met carnavalsreizen, de televisie bracht Duitse carnavalszittingen in de huiskamers, reclamestoeten trokken voor de optochten uit, praalwagens werden gehuurd en verhuurd en ook de horeca begon driftig tal van festiviteiten te organiseren. Carnaval werd big business!

Deze verloedering leverde onder meer een stortvloed van grammofoonplaten met de meest dubbelzinnige teksten op. Toen al deze liederen met behulp van de landelijke media de eigen dialectmuziek bijna hadden verdreven, was de maat echter vol. Vanuit Maastricht startte de oorlog tegen deze carnavalsvervuiling vol 'Hollandse onderbroekenlol'. Heel Limburg kwam in het geweer tegen de liederen van André van Duin, Ria Valk, Vader Abraham en vele anderen. De plaatselijke dialectliedjes werden sterk gepromoot en gingen weer de boventoon voeren. Uit deze boycot is ook onze eigen provinciale liedjeswedstrijd, het Limburgs Vastenavondleedjes Konkoer, voortgekomen. Om ook de jeugd al vroeg op deze lijn te krijgen werd later eveneens het Kinger Vastenavondleedjes Festival ingesteld.

Heel belangrijk voor de hedendaagse vastenavond is de opkomst vanaf de zeventiger jaren van de zaate hermeniekes, joekskapellen en sjpaskapellen. Ze verbreken met name de stilte op straat, verhogen de vastenavondsfeer en zorgen voor veel stemming en plezier.

Vele oude gebruiken en tradities werden opnieuw ingesteld of opnieuw ontdekt en er zijn in de loop der jaren ook nieuwe tradities ontstaan.

Bekende voorbeelden van plaatselijke gebruiken en tradities zijn:

• het Bacchus drieve op Carnavalsdinsdag in Roermond

• het Gilde van de Blauw Sjuut in Heerlen

• de “Graasboer” op Carnavalsdinsdag in Susteren

• het “Kowrenne” op donderdagavond voor Carnaval in Hoensbroek

• de Boerebroelôf in Venlo en later ook in vele andere plaatsen

• “Truuje-aovend” op donderdagavond voor Carnaval in Blerick

• het "Kloonetrekke" op Carnavalsdinsdag in Kerkrade

• het "Appelsienesjmiete" in Sittard




Met dank aan Leo Wethly van “De Limburgse Vastelaovend Webring”
1   2   3

  • Oprichting van de organisaties in Maastricht, Venlo en Sittard
  • Venlo
  • Limburgs Vastenavondleedjes Konkoer

  • Dovnload 2.11 Mb.