Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Op 1 Januari schreef ik aan de Minister met bepaald verzoek my te benoemen,inaien de Heer van Leeuwen er geen bezwaar tegen had

Dovnload 2.62 Mb.

Op 1 Januari schreef ik aan de Minister met bepaald verzoek my te benoemen,inaien de Heer van Leeuwen er geen bezwaar tegen had



Pagina1/27
Datum28.10.2017
Grootte2.62 Mb.

Dovnload 2.62 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   27


XXXV 517 /



ANNO 1861.

Op 1 Januari schreef ik aan de Minister met bepaald verzoek my te benoemen,inaien de Heer van Leeuwen er geen bezwaar tegen had.
c rj


Zondag 6 Jan.vierde ik myn 31ste verjaardag en gevoelde ik my zo onbeschrijflijk gezegend en gelukkig. Lore gaf my het werk van Stier,Worte des Worts,waarnaar ik sinds lang verlangde, Henkie Gun- nings vertaling van Kingsley en zeide een lief versje op. Hy was even excited alsof hy zelf jarig ware,kreeg een kopje thee en omhelsde my gedurig met de woorden:"Dag hele zoetePapatie! ".

Ik moest by Stoop collecteren,die allervervelendst over de Wijzen preekte. Het was scherp koud en de Waal zat vol ijs en zó hoog dat de ganse kade overstroomd was en er een dam op de Lage Markt gemaakt werd. Te Brakel en Zuilichem braken de dijken door,waardoor een deel van de Bommelerwaard onderliep en reeds vele huizen vernield werden en menseh omkwamen. Twee lijken drevep. op ijsschollen de rivier af.
Zfl /o


Het was een akelig gezicht die onafzienbare drijvende ijszee. Met moeite voer men over en dit duurde soms twee uur. Alleen de post waagde zich er aan.

's Middags kwamen de v.d.Brugghens,Mackay's,van Lyndens en van Egmond feliciteren en in plaats van 's ochtends werden eerst te 3\ de brieven bezorgd. Lore tracteerde my op paasbrood en 's middags op eendvogels met kastanjes. Toen de visites weg waren zeide Henkie met zoveel affectie:"Nu zyn wy weer samen hele zoete Mamatie !". Hy kwam aan tafel,maar wilde niet eten en klaagde over vermoeienis. Te 5t lag hy al in zyn bed en dadelijk sliep hy. 's Avonds kreeg ik nog meer brieven. Lore viel te 7t op haar stoel in slaap en trok te 8y naar bed. Henk werd te 10 uur wakker,at wat en bleef tot 1 uur wakker, pratende en lachende met Keetje en Saartje,die om de kou op de kinderkamer gekropen was.

De volgende dag klaagde Henk over keelpijn. Lore,die alleen thuis was en hem op schoot had,ontstelde hevig,daar zy niet anders dacht dan dat hy reeds de gevreesde angina had. Dr van Egmond werd gehaald en stelde ons gerust. Henk had een harde koorts,stijve nek,ontstoken keel en gezwollen amandelen; hy kreeg een voetbad en bracht een rustige naEht door.

Dinsdag werd Henk vrolijk wakker doch te 11 uur kreeg hy weer de koorts tot 3 uur 's nachts. Dit duurde 8 dagen lang en telkens als de koorts opkwam kreeg hy een stijve nek.

Van dag tot dag werd het kouder,de thermometer tekende eens 30“ Fahrenheit. Overal collecteerde men voor de overstroomden in de Bommelerwaard, zelfs in Frankrijk e'n België,maar in Nymegen deed men niets omdat men wilde wachten of Nymegen soms ook overstroomd werd. Sommigen wilden een concert geven,doch de Burgemeester stond n®et toe dat de opbrengst ten voordele van de noodlijdenden zou strekken ! Opeens kwam de tijding dat 500 inwomers van Rossum,die alles verloren hadaen,in Nymegen zouden komen,en toen klaagde een ieder en namen zy het den Commissaris des Konings kwalijk dat hy die ongelukkiger naar Nymegen zond in plaats van naar Amsterdam ! Ik antwoordde hun dat zy zich moesten schamen op Amsterdam te schelden en toch het geld der Amsterdammers aan te nemen. Zelfs christenen als Singendonck durfden zich beklagen, en als het hun nog geld kostte,maar men kreeg nog geld toe, zodat de inwoners er voordeel by hadden. Over zulk egoïsme stond ik verstomd. Was'dat de herbergzaamheid liefhebben? Gelukkig voor de arme Rossummers kwam er de volgende dag bericht dat zy te den Bosch waren opgenomen,ofschoon daar gebrek aan levensmiddelen en evenzeer vrees voor het water bestond.
ie ii


Ook in Bommel waren 800 vluchtelingen ondergebracht. Er was groot gevaar dat die stad zou onderlopen,maar door het leggen van een dam rondom de ganse stad werd zy behouden. Dag en nacht was men er in de weer geweest ondanks de ongekende koude. Alles bevroor,zelfs het water dat over de dijken stroomde. Ook het behoud van Tiel is aan de ijver der Bommelaars te danken geweest,maar in beide steden had men veel last van het kwelwater.

Op 10 Jan. ging te 5 uur 's middags de Waal voor Nymegen zitten, de volgende dag ging men er in schietschouwen over en daarna te voet. Pour la rareté du fait wandelden Lore en ik Zaterdag en Zondag over het ijs naar Lent, Het vroor nog altijd en het ijs had een ongekende dikte.

By ons in huis bevroor alles,olie,inkt,sponsen,handdoeken,al ons waswater,ja zelfs myn medicijnen en de adem aan onze beddelakens.
iüe

2$ N

18 iL


De kinderen moesten van 7 tot 20 Jan.boven blijven.

Op 13 Jan.1861 beviel Henriette Six van een zoon,Hendrik,die in 1877 overleed. Willem zond goede tijding uit Alexandrië. Papa zond my nog een brief van van Leeuwen,die zich tegen myn benoeming verzette en een van Godefroi,die my alleen dan wilde voordragen indien ik dit bepaald eischte,maar daar ik my niet aan van Leeuwen wilde opdringen, weigerde ik zulks. Ik vermoedde dat hy een kundiger candidaat op het oog had dan ik was. Enige dagen later werd Mr de Jong van Beek en Donk benoemd. Of dit dezelfde is als de tegenwoordige in 1902 benoemde Gouverneur van Curagao weet ik niet,maar wel dat ik destijds de handen van verbazihg ineen sloeg,daar hy zeer jong,ja de jongste der sollicitanten was en dus hoegenaamd geen aanspraak kon doen gelden. Ik troostte my echter in de teleurstelling,want daar de subst.te Alkmaar slechts ƒ 1500- traktement kreeg,dus maar ƒ 200-meer dan ik en Alkmaar ook in een uithoek lag,zou het voor my geen noemenswaardige verbetering geweest zyn en zou het my toch als een bevordering zyn aangerekend.

Eerst later kwam de agp uit de mouw en werden ons Mr van Leeuwens motieven duidelijk. Hy was oud en was van plan zyn ontslag te nemen en nu hoopte hy gedaan te krijgen dat zyn oudste zoon Dirk,destijds subst. Off.te Hoorn,hem zou opvolgen. Uit dien hoofde verzette hy zich tegen de benoeming van een substituut,die genoeg dienstjaren had om in zyn plaats benoemd te worden,en verlangde hy de allerjongste. De Minister gaf daaraan gehoor en inderdaad werd later Dirk van Leeuwen Officier in de plaats van zyn vader. DezéeDirk was een tijdgenoot van David.

Ik zag hem in Nov '86 in de Prov.Staten terug; hy is oud getrouwd, daarop verlamd en voor een paar jaar gestorven.

Donderdag 17 Jan.dooide het voor het eerst 2 graden. Zaterdag stond een landloper,Jan Angenendt,terecht,die,toen hy veroordeeld werd,de Rechtbank voor draaibank uitschold. Ik requireerde op grond van Art 309 Strafvord.dat onmiddellijk de beklaagde zou verhoord worden ,en de Brigadier Esmeyer en de agent van Politie Volster als getuigen, en proces-verbaal zou worden opgemaakt. De Rechtbank willigde myn verzoek in.

Erits van Harencarspel was Secretaris ener Commissie geworden, die zich eerst 14 Januari had geconstitueerd en in Nymegen ƒ 800- voor de Watersnood ingezameld. In het gehele land was ƒ 428.145,- gecollecteerd.

Maria had by ons moeten komen logeren maar de 19de schreef zy ons af om de koude en ook omdat Willem elke avond naar opera's of concerten ging en haar dus niet kon brengen. Voorts schreef zy dat de Hofrath de Leuw gestorven, was,dat Mimi van Weede dag aan dag verliefde briefjes aan Tane schreef, dat zy (Maria) een nieuw muziek-en zangmees- tertje had en Seiffert miste,dat zy de alt Trebelli had horen zingen, zó lief,zó suave,zó zuiver,zó netjes en zó gevoelvol dat zy er van overstelijjfwas. Verder dat Aernout denkelijk het Manpad houden en verhuren zou, dat Ceejet weer eens was weggelopen tot de Rijnspoorweg om naar Kogel in den Haag te gaan,maar bytyds ingehaald was en dat Maria Labouchere een zware post met haar had; dat men overal druk bezig was met het zenden van kleren voor de watersnood slachtoffers en :" Est-ce que ces vers et ces sottes inscriptions des donateurs "dans la gazette d'Amsterdam ne vous amusent pas beaucoup ? Iedereen "is even tevreden over zichzelf en vindt vooral dat hy zulk een goed "hart heeft^al geeft hy weinig. Behalve om zyn afschuwelijke mond zou "je Kareltje (Beels) niet meer herkennen; hy is vreeslijk eenkennig en "huilt nog altyd als hy ons ziet,mais il se développe trés joliment "et se leve tout seul au moindre appui."

Dinsdag 29 Januari was ik door Rijckevorssel te jagen gevraagd maar niet gegaan. Had ik een voorgevoel dat het beter was thuis te blijven ? Ik denk het wel want te half één van het Parket komende, vond ik een brief van Tante Antje met de tijding dat Termaat de 26ste overleden was. Ik pakte terstond myn valies en tegen l£ bracht Lore my tot het eind der Grote Straat,en gelukkig niet verder,dewijl zy my dan niet zou hebben laten gaan. Ik liep dus alleen naar van Meurs,de veerman,en vroeg hem my te laten overzetten,maar dit weigerde hy omhet gevaar dat er aan verbonden was. Wel zat het ijs dat ogenblik vast,maar elke minuut kon het weer los raken en te Arnhem was dit misschien reeds het geval. Ondanks de tegenwerpingen van van Mefurs stapte ik in de ijsboot (het sloeg toen 2 uur) en vier grote,sterke kerels,twee aan elke kant,begonnen de boot voort te slepen met my als enige passagier er in. Het was niet glad ijs,waarover wy gingen,maar tegen elkander of op elkaar geschoven ijsschotsen,die dus telkens kantelden. Tien a twaalf maal zakten wy met schuit en al door het ijs en telkens zonken de mannen tot aan de borst in het water. Zy bleven dan aan de schuit hangen en trachtten dan op een nieuwe ijsschots te stappen om de boot te lichten. Eens bleef de schuit onbewegelijk tussen het ijs vastgeklemd zitten. " Als hy nu eens ging kruien,"zei er een," dan waren wy verloren." Een koude rilling liep my door de leden. Soms helde de schuit aan één zijde zé over,dat zy half vol water liep en ik op zij geworpen werd. Indien ik geweten had dat de tocht zé gevaarlijk was,zou ik thuis gebleven zyn. Ik keek nu en dan om om te zien of Lore soms naar de Waal was teruggekeerd,maar gelukkig zag ik haar niet en wist zy dus niet wat ik doorstond.
i8fc'

IS /?

2J? 2ji


Het duurde drie kwartier eer ww de overkant bereikt hadden en ik liet terstond door Jansen een wagentje inspannen. Hy zeide my dat er een oude juffrouw in zyn gelagkamer wacht te,die ook naar Arnhem moest en ik besloot haar mee te nemen. Vóér Eist overviel ons een dikke natte mist. Ik verkeerde in een pijnlijke twijfel of wy Arnhem wel bereiken zouden,maar by de tol te Elden ontmoetten wy de diligence en dit gaf my nieuwe moed,daar de passagiers te Arnhem waren overgezet. Maar opeens zaktejmy de moed weer in myn schoenen,want toen wy te 4t aan de Praets kwamen,hoorden wy een donderend geweld en gekraak als van honderd watervallen en spoedig bleek ons dat even boven Arnhem het ijs was losgeraakt en het water zich naar de kant van Elden over dijk en weg een uittocht zocht.

Te Elden gekomen hoorden wy j|oe de ijsschotsen als kogels door elkander geworpen werden en stroomde het water ons met geweld tegemoet. De dikke mist belette ons de lichten van Arnhem te zien,ja zelfs geen

tien pas voor ons uit. Wy hadden ons rytuig verlaten en vernamen toen

dat er juist hogerop beweging in het ijs was gekomen en de overtocht volstrekt onmogelijk was. Een heer,die even tevoren ook met een karretje van Jansen te Elden gekomen was,stond er ook te wachten. De oude juffrouw was wanhopig en schreide en ik wist evenmin raad. Elk

ogenblik kon ook véér Arnhem de Rijn losgaan en aan het kruien raken

en wie wist hoe vele dagen het kon duren eer al het ijs voorbygedre- ven was of zich weer vastgezet had. Te Elden kon ik geen onderkomen krijgen en ik besloot dus naar Lent terug te keren met het plan om daér te wachten en daar aan Lore te telegraferen. Ik stelde het intussen nog wat uit en wy bleven luisteren naar het geraas dat het water maakte. Er verliep een kwartier,een half uur,een uur,eindelijk sloeg het 5 uur en nog steeds belette ons de mist iets te zien.

Opeens liet Jansen,die ons zelf gereden had,de roeper halen en schreeuwde hy:" Kan je overhalen?" - " Neen!" was het teleurstellend antwoord.

Wy wachtten opnieuw en toen scheen het ons alsof het ijs zich weer had gezet.

Daarop vroeg ik Jansen om nog eens te roepen dat wy met ons drieën waren. Dit deed hy en toen klonk het antwoord:" Wy komen !"

Wy luisterden en hoorden weldra het eigenaardig geluid dat het schuren van de boot over het ijs maakte. Opeens vertoonde zich door de mist een schuitje dat door drie gro£e kerels werd voortgeduwd. Aan de wal gekomen legden zy het vast en plasten zy met hun hoge laarzen tot over de knieën door het water naar ons toe. Wy sprongen alle drie ieder op de nek van een hunner en werden met ons Handgepack naar de boot gedragen. Ik vroeg of er gevaar was,waarop een der lieden antwoordde:" Er is nog nooit zoveel gevaar gefeest,want elk ogenblik kan "het ijs weer losgaan." Wy gingen in de schuit zitten maar dasrop zei dezelfde man:"Jongens,wy laden teveel; drae dat gaat niet!" Myn twee reisgenoten zwegen en daar zy my vóér geweest waren en ik de juffrouw te Lent gehplpen had wilde ik haar nu niet in de steek laten,stond dus op en sprong ik weer op de rug van de man,die my naar de schuit gedragen had en liet my weer naar het droge terugbrengen,onder belofjse van de veerlieden dat zy my,indien het mogelijk was,ook zouden komen halen.Opeens klaarde de mist op en zag ik niet alleen de schuit de overzijde?! bereiken maar ook de kade aldaar zwart van mengen,die daarop een luid gejuich aanhieven. Met grote snelheid sleepten de mannen de boot weer terug,opnieuw plaste een hunner door het water,nam my op zyn rug en droeg my naar de schuit. Twee aan de ene en een aan de andere zijde trokken zy zo snel als hun mogelijk was de boot voort en het ijs was zó vast dat zy er vlug en zonder horten of stoten overheen gleed en niet door het ijs heen zakte. Het denkbeeld echter dat dit gebeuren kon of,wat veel erger was,dat het ijs kon losraken en ons meeslepen,maakte dat het zweet my uitbrak. In 5 minuten wareh wy over By het naderen van de overkant stond ik verbaasd van te zien dat de mensenmassa wel 20 voet hoger dan de wal stond,doordat er een kisting of borstwering op de kade gebouwd was om te beletten dat de stad onderliep. Ik moest dus een trap op om de kisting te bestijgen; bovenop stond de reusachtige breedgeschouderde veerman,wien,ondanks de koude^ het zweet van angst op het gelaat stond." Goddank Meneer,dat je er bent!" zwide hy,my de hand reikende. " Ik doe het van men leven niet "meer,jij bent de laatste geweest,ik zet geen sterveling meer in zulke "omstandigheden over. Goeie reis Meneer!" Ik schudde hem aangedaan de hand en dankte hem dat hy my nog had laten halen, en niet minder dankte ik God dat Hy my beschermd en bewaard had en dat Lore van dit alles geen flauw vermoeden had.

Daar het inmiddels niet ver van half zes geworden was en de trein op dat uur vertrok,vreesde ik hem niet meer te halen en rende ik dus naar het station,waar ik gelukkig nog bytyds arriveerde. Destijds reed er in Amsterdam een omnibus zpwel van het Station van de Holl. als van dat van de Rijnspoor naar de Dam,maar dat hielp my niet en ik liep dan ook byna altyd naar het huis myner ouders Keizersgracht,tussen Leidsche en Spiegelstraat,maar nu had ik een koffertje en hadden de zenuwen my moe gemaakt,zodat ik een vigilante nam. Te 9 uur kwam ik thuis maar vond niemand buiten de dienstboden,daar Mama by Mevrouw Willet was en Papa een vergadering had.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   27

  • Zfl /o
  • 3\
  • iüe

  • Dovnload 2.62 Mb.