Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Op 1 Januari schreef ik aan de Minister met bepaald verzoek my te benoemen,inaien de Heer van Leeuwen er geen bezwaar tegen had

Dovnload 2.62 Mb.

Op 1 Januari schreef ik aan de Minister met bepaald verzoek my te benoemen,inaien de Heer van Leeuwen er geen bezwaar tegen had



Pagina10/27
Datum28.10.2017
Grootte2.62 Mb.

Dovnload 2.62 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   27

8


U



Zonder twijfel was de gevangene dezelfde persoon als bedoelde Charles Guy. Zyn diefstal te Wiesbaden,zyn vlucht,zyn verschuilen in de matrozenkit,zyn fieltengezicht,zyn valse zwarte pruik met een scheiding à 1'enfant,dit alles nam alle twijfel weg. En toch wist Hartogh niet wat hy doen moest,want de Proc.Gen.van der Kemp,die als Fg.Directeur van Rijkspolitie tot handelen bevoegd was,was besluiteloos.

Het enige wat men doen kon was de man als vreemdeling over de grenzen te zetten,maar eigenlijk waren hiertoe evenmin termen,dewijl hy niet brodeloos was en hem zyn goed dan moest teruggegeven worden.

Op zekere Vrijdag kwam de Proc.Gen.op ons Parket en vroeg Hartogh hem in presentie van Backer en van my wat hy doen moest,maar v.d.Kemp hikte en slikte doch gaf geen antwoord. Hartogh vroeg hem:" Dus verhangt u dat ik hem loslate ?" - "Ja!P antwoordde v.d.K."ik weet er "anders niet op."

Nadat de P.G.vertrokken was barstte ik uit en zeide dat het een schande zou wezen zulk een notoire schurk in vrijheid te stellen en hem het gestolen geld terug te geven. Backer ondersteunde my en wy haalden Hartogh over om naar Parijs te telegraferen. Vfcij spoedig kwam het antwoord,dat het verzoek inhield om de gewaande graaf naar de Franse grenzen te doen overbrengen. De Franse regering had zyn uitlevering kunnen vragen op grond dat hy veroordeeld en voortvluchtig was,maar daartoe ontbrak de tijd,daar de termijn van 10 dagen byna verstreken was. Nu bestond er nog één moeilijkheid. Hy moest door België getransporteerd worden en ook daartoe bestond even weinig recht als om hem naar Frankrijk te brengen. Men had hem over de grenzen kunnen zetten voilà tout ! Maar gelukkig durfde Hartogh het aan.

Had hy toen geweten hoeveel verdriet en geschrijf het hem kosten zou, hy zou de man zeer zeker hebben losgelaten.

Twee Inspecteurs van politie,die Frans spraken,werden met het transport belast. De Graaf werd in zyn pels gekleed,maar de handen werden geboeid,doch zonder dat het voor de medereizigers zichtbaar was,daar hy de handen saamgevouwen hield en zy dus in de mouwen der pels verborgen waren. By het fouilleren was een bankbiljet van frs. 1000.- op zyn blote lijf gevonden én van een deel daarvan werden de reiskosten betaald. Ik herinner my nu niet meer waarom hy niet ineens door naar de Fr.grenzen gebracht werd,maar dit gebeurde niet. De Inspecteurs overnachtten met hem in een Hotel te Antwerpen en aldaar trachtte hy 's nachts uit het venster te springen. Te Thionville namen Franse gendarmes hem over en vervoerden hem naar Parijs. Het aan de Prinses Stolypine ontstolen geld werd haar teruggegeven en later kwam iemand van harentwege Hartogh bedanken.

Inmiddels had de adv.Schillemans niet stil gezeten,maar Hartogh dagelijks lastig gevallen zonder echter accès tot de Graaf te krijgen. Toen hy nu vernam dat de man naar Parijs vervoerd was,diende hy een adres aan de Tweede Kamer in,waarby hy zich over die onwettige handelwijze van Hartogh beklaagde. Het adres werd in handen van de Minister van Justitie Godefroi gesteld,die het aan de Proc.Gen.om bericht zond, terwijl deze het aan Hartogh renvoyeerde. Hartogh schreef een uitvoerig rapport om zyn handelwijze te rechtvaardigen. Op grond van de Wet was dit niet mogelijk,en hy voerde dus enkel gronden van algemeen belang aan. Godefroi verdedigde hem uiterst zwakjes en toen ik deze in April '62 sprak,zeide hy my:" Als de Tweede Kamer Hartogh veroor- "deeld had zou ik hem a bill of indemnity gegeven hebben." Hartogh waswoedend dat Godefroi,met wie hy op de schoolbanken gezeten had en die elkander Harry en Machie noemden,hem niet beter gesteund had. Ik herinner my niet hoejde uitslag was maar ik geloof dat het met een sisser afliep,vooral omdat in Febr.'62 een nieuw Ministerie optrad, maar Hartogh trok zich de aanklacht van Schillemans zó aan,dat hy een ogenblik op het punt stond zyn ontslag te nemen. Het toeval wilde dat hy enige tijd later het Légion d’Honneur kreeg en iedereen toen dacht dat dit een beloning was voor de uitlevering van Charles Guy, maar dit was niet het geval.

Enige maanden nadat deze gebeurtenis had plaats gehad,werd te Amsterdam een Fransman aangehouden,die zich aan bedriegelijke bankbreuk had schuldig gemaakt. Hy werd per Fr.schip naar Havre getransporteerd en hiervoor werd Hartogh gedecoreerd.

Toen Charles Guy werd obergebracht had Hartogh aan de Proc.Im- périal te Parijs verzocht bericht te krijgen van de afloop zyner zaak maar het antwoord liet zich te vergeefs wachten.

JU) V7 In de zomer van het volgende jaar '62 werd de Burgemeester van

' / Amsterdam Jan Messchert van Vollenhoven door Keizer Napoleon genodigd

om met zyn vrouw Cateau van Lennep,een der feesten te Compiègne by te wonen. Ik verzocht hem eens te informeren wat van de prétendu Comte d’H. geworden was,en als oud subst.Off.van Justitie stelde hy belang in de zaak en voldeed hy aan myn verzoek. Toen hy terug kwam, vertelde hy my dat er twee lezingen waren. Volgens de ene was hy by zyn komst te Parijs naar een hotel gebracht en aldaar uit het venster gesprongen en dood opgenomen. Deze versie scheen niet zeer aannemelijk want un repris de justice brengt men in de gevangenis en niet in een hotel. De andere lezing had meer schijn van waarheid; volgens deze zou men hem stilletjes het land uitgezonden hebben ,omdat er te veel hoge personnages door hem opgelicht waren en deze liever niet wilden getuigen hoe mal zy zich hadden laten beet nemen en hoe zy hem in hun salons ontvangen hadden en intiem met hem waren omgegaan.

Wie de avocat impérial bedoelde met " las rois qu'il comptait "parmi ses victimes" is ons even duister gebleven als de afloop der zaak. Hy had één dochter,die te Brussel school lag,en een valet de chambre,die by Guy's vlucht uit de Pays-Bas,zich evenzeer uit de voeten maakte.

EINDE
18 6 1

18 6 2



vS




Ik heb reeds gezegd dat ik van de eerstvolgende jaren weinig heb mee te delen,daar ik geen geregeld dagboek hield en geen andere brieven in myn bezit zyn dan die welke Lore en ik elkander schreven als wy gescheiden waren.

Baker Bach bleef 12 weken tot 6 Juni en had een goede oogst, want in Amsterdam kreeg Lore natuurlijk veel meer kraamvisites dan te Nymegen en van ons kreeg Bach ƒ 75-;Schumer had ik ook ƒ 75.-gegeven.

Op 1 Febr. trad een nieuw Ministerie op met Thorbecke als MiniL van Binnel.Zaken aan het hoofd; Uhlenbeck Koloniën; Blanken Oorlog; Mujfaert Roomse Eredienst; J.A.Jolles Hervormde Eredienst; Olivier Justitie, Huyssen van Kattendyke Marine en Stratenus Buitenl.Zaken.

Van allen was Olivier de luiste. Gedurende de vier jaren,waarin hy de portefeuille behouden heeft,is één enkel onbeduidend wetje uit zyn Departement te voorschijn gekomen,namelijk de Wet ter vervanging van geldboete door gevangenisstraf.

In Januari was P.R.Feith subst,griffier by de Rechtbank geworden, Ik herinner my dat toen hy op het Parket kwam solliciteren,Hartogh hem zeide dat hy zyn request zou inwachten,en Feith daarop hernam dat hy er geen had ingediend daar hy niet wist dat dit nodig was.

" Zo'n stoffel!" riep Hartogh uit toen hy het Parket had verlaten.

En toch was Feith een helder jurist. Later werd hy rechter en een slechte rechter van instructie; hy trouwde met een der vele dochters van de rechter Dronsberg en is thans (1903) sinds 25 jaar Lid en later vice-president van de Hooge Raad en byna lam.

Door de dood van de Raadsheer Chris van Buren kwam er een vacature in het Hof,dat een nominatie van 6 personen opmaakte,en niet, gelijk later de Wet bepaalde,van 3,en evenmin alphabetisch. Op de voordracht stonden o.a. P.J.Teding van Berkhout,Abr.de Vries en Jan van Loon. Teding van Berkhout werd benoemd. Ik verkeerde in twijfel of ik zou solliciteren naar de betrekking van rechter,le omdat de voorgedragen Rechterl.Organisatie aan de Ambtenaren van het O.M. de gelegenheid benam om het Civiele Recht te bestuderen (?),daar het de conclusies in burg.zaken afschafte en er alzo geen uitzicht bestond om lid van het Hof te worden,en 2e omdat de voortdurende inspanning en onrust myn zenuwen al meer en meer irriteerde en my beletten van Lore en de kinderen te genieten. Op 22 Febr.was ik ziek geworden van de griep,maar er was geen kwestie van in bed of thuis te blijven.

Was dat een hondebaantje ? Ik solliciteerde echter niet en de subst. griffier Muntendam werd Rechter en eindigde zyn leven ICrankzinnig in Meerenberg.

Myn broer Willem was ziek geworden misschien ten gevolge van een zonnesteek en in Dec '61 in het Hospitaal te Malang,1400 voet boven de zee,opgenomen. Later schreef hy dat,daar Betsy Santhagens hem bedankt had,hy geen moed had om langer in Java te blijven. Hy was er Griffier van de Landraad te Semarang geworden en woonde met Fred. Bicker samen,die nog leefde toen Willem stierf en diens begrafenis bijwoonde,maar enige jaren liter ook is overleden. Willem's gezondheid is nooit hersteld.

Op 21 Mei kreeg Marietje haar le tand en dezelfde dag werd zy gevaccineerd. Zy was zé lief en zoet als nooit een kind te voren geweest was,huilde nooit en lachte altyd.

Dfcie weken lang kwam Suzette Mackay by ons logeren; dat was lang genoeg !

Op zekere dag kwam Cees Hartsen my vertellen dat hy Eveline Ardesch had ten huwelijk gevraagd. Er waren drie zusters allen even •mooi,van wie de oudste Josine met de Heer Bibé/et getrouwd was en te Amsterdam woonde, de 2e Cateau de Roomse Heer Dumonceau,fabrikant te Groningen,tot man had,en de 3© Eveline heette. Alle drie zagen er, gelijk ik zeide, allerbeeldigst uit,maar Cateau was misschien wel de mooiste,ofschoon Mevr.Biben ook een byzonder charme had. Ik zag Cateau in 1901 in den Haag by Willemine Röell-Bicker terug,en hoewel zy 40 jaar ouder geworden was,was zy nog een mooie vrouw. De drie meisjes hadden hun ouders verloren en Eveline woonde by de Dumonceaux te Groningen in. Cees had haar in Amsterdam op het Casino ontmoet en was verliefd gewprden. 0p^ zyn huwelijksaanzoek kreeg hy geen weigerend antwoord,maar Eveline schreef hem dat zy hem moest waarschuwen

o^L fit 6:»








dat zy geen cent in de wereld had en van een jaargeld leefde,hetwelk haar onthouden werd zodra zy trouwde. Cees,die destijds één of tweemaal in de week by pns at and nicer was than ever,vertelde my dit en vroeg my wat hy nu doen moest. Ik antwoordde dat,bijaldien hy haar werkelijk lief had,haar gemis aan fortuin geen beletsel mocht wezen en hy schreef haar daarop dat hy by zyn aanzoek volhardde. Zy antwoordde dat zy vier weken later,één week na Pinksteren,in Amsterdam by haar zuster Biben zou komen logeren en dan nader kennis met hem wilde maken. Dit gebeurde,Cees bracht de avonden met haar door en het kwam tot een engagement.

Ik had tevoren één Zondag met hem op Hilverbeek gelogeerd,waar het toen nog wanordelijker was dan véér Piets huwelijk,aangezien zyn vrouw Henriette d'Ablaing,even slordig was als hy. Wy sliepen op één kamer,maar vonden geen water in de lampetkan,hadden slechts één kom voor ons beiden,kregen 's ochtends geen warm water om ons te scheren en trokken aan de bel,maar er kwam niemand. Eindelijk schreeuwde Piet die in de kamer naast de onze nog te bed lag,ons toe wat wy verlangden. Wy antwoordden:" Warm water," - "Waarom ?" - "Om ons te scheren "en de handen te wassen,want,"voegde Cees erbij,"koud water ontbindt "niet !" - "Roep dan maar aan de trap,Henriette is al beneden,"hernam Piet. Dit deden wy en eindelijk kregen wy gehoor en warm water. Dit had ons intussen zóveel tyd doen verliezen,dat het over 9 uur was eer wy beneden kwamen en Henriette al naar de kerk was,waar de dienst te 9t begon. De thee was dus afgeschonken,het water van de kook en wy wachtten dus totdat Piet,die wy inmiddels uit zyn bed hadden gesleept beneden kwam om ons thee te geven.

Mevrouw Hartsen had het Maliehuis te Utrecht afgehuurd en Cees vroeg my er de Pinksterdagen te komen doorbrengen. Aan de andere zijde van de Maliebaan woonde de familie van Riemsdijk,die zeer muzikaal was en met wie Cees veel verkeerde en musiceerde,zodat ik my verbeeld had dat hy dodelijk geworden was van de Freule,die er allerliefst ui't- zag. Mevrouw Hartsen had dit gaarne gezien,maar Cees was nu eenmaal van Eveline Ardesch gecharmeerd geraakt, en Freule van Riemsdijk trouwde later met een zoon van de Amst.predikant van Marken,die een beroep te Weesp aannam en modern was.

Op 6 Mei '62 had Keetje Lion ons verlaten. Zy had vele uitstekende hoedanigheden,maar een uiterst ongelijk en moeilijk humeur,en sedert de geboorte van het zusje had zy het Lore zó lastig gemaakt dat deze er onder leed. Nu en dan verklaarde zy ons om de nietigste redenen dood en stond zy ons niet te woord. Max bleef in de gratie maar Henkie verwaarloosde zy,en toen de baker vertrokken was,zorgde zy niet of slecht voor Marietje. In Febr.zeiden wy haar dat het beter was om te scheiden en spoedig kreeg zy een andere dienst,ik meen by Mevrouw ter Meulen-Granpré Molière,wier zoontje Karei thans chef van Hope is in de plaats van Hendrik van Loon. Keetje werd vervangen door Jansje Sagel,die tot haar ongeluk een allerliefst gezicht had maar ons perfect voldeed,daar zy een uitstekend humeur had,ijverig,netjes en lief^met de kinderen was.

Maandag 16 Juni '62 vertrok Lore met de kinderen naar S.en B. en bleef ik in Amsterdam. De volgende ochtend schreef ®k op de terechtzitting een haastig briefje aan Lore:" Liefste,Cees is zo even "te 8^-, terwijl ik ontbeet,by my geweest om my te vertellen dat hy "klaar is gekomen. Gisteren na het diner by Biben,heeft hy de gele-
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   27

  • !P
  • JU)
  • 18
  • 1
  • 6
  • o^L fit 6:»

  • Dovnload 2.62 Mb.