Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Op 1 Januari schreef ik aan de Minister met bepaald verzoek my te benoemen,inaien de Heer van Leeuwen er geen bezwaar tegen had

Dovnload 2.62 Mb.

Op 1 Januari schreef ik aan de Minister met bepaald verzoek my te benoemen,inaien de Heer van Leeuwen er geen bezwaar tegen had



Pagina20/27
Datum28.10.2017
Grootte2.62 Mb.

Dovnload 2.62 Mb.
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   ...   27
J o 9],


Hy was o.a.medebestuurder van het door Ds.O.G.Heldring gestichte Asyl Steenbeek en zowel met deze als met Beets,la Saussaye en Gunning zeer bevriend. Als hy een boek las had hy behoefte daarover zyn gedachten in schrift te stellen; dit noemde hy de gymnastiek van zyn geest. Prof v.d.Hoeven noemde hem een van de diepste denkers dezer eeuw.

De Beaufort heeft het grote onderscheid tussen Groen van Prin- sterer en v.d.Br.met veel talent in het licht gesteld. Groen was theoreticus en v.d.Br. practicus; Groen oefende steeds kritiek en gedurende zyn parlementaire loopbaan was er geen wet,die hy niet bestreed,maar toen hy zelf met de vorming van een kabinet belast werd,weigerde hy.

Hy gevoelde dat hét niet mogelijk was zyn beginselen in praktijk te brengen.Thorbecke had als Minister de Paus en diens Kerk naar de ogen gezien, omdat hy de Roomse leden der Kamers nodig had om zyn wetsontwerpen te zien aangenomen. Van de vrijheid welke de Roomse Kerk genoot om bisschoppen te benoemen,maakte zy misbruik en in April '53 verwekte dit een storm van verontwaardiging by de Protestanten. De kreet:"Weg met de bisschoppen!" ging met de kreet:"Weg met Thorbecke" gepaard.

Toen de Koning in Amst.kwam werd hem op 15 April een adres aangeboden, dat het ontslag van Thorbecke ten gevolge had. Op de vraag: Wat nu? antwoordde da Costa:"Wat anders dan een Ministerie Groen ?" Maer Groen trad terug en een conservatief Ministerie met van Hall en van Reenen trad op.

Toen laatstgenoemde een Wetsontwerp op het lager onderwijs indiende, dat door de meerderheid der Tweede Kamer gunstig ontvangen en beoordeeld werd,kwamen van protest.zijde daartegen zulke ernstige bezwaren in,dat Koning Willem III aan de Ministers te kennen gaf de Wet 3o P niet te zullen ondertekenen. Deze namen hun ontslag en nu werd Groen opnieuw geraadpleegd,maar hy gaf de raad dat de conservatieve Ministers moesten aanblijven. Deze weigerden echter en nu werd van der Brugghen door Z.M.geroepen. Hy gaf te kennen dat hy alleen dan bereid was om zich met de samenstelling van het Kabinet te belasten,indien hy op Groens steun kon rekenen. De Koning achtte dit billijk en op 15 Juni 1855 had v.d.Br.een samenspreking van 1-j uur met Groen op diens buitengoed te Wassenaar,en v.d.Br.was daarover z<5 voldaan dat hy de volgende dag aan de Koning zyn besluit om de kabinetsvorming te aanvaarden mededeelde en op 23 Juni als Min.van Justitie en als Premier optrad. n/t? Reeds by de algemene beraadslagingen over de begroting had Groen

/ de regering krachtig aangevallen,hetgeen v.d.Br.dwong hem te verwijten dat deze zich niet hield aan de belofte op 15 Juni aan v.d.Br.afgelegd dat hy het bewind zou steunen. Omtrent dat onderhoud van 15 Juni is een misverstsnd blijven heersen dat de beide vrienden van elkander verwijderd heeftJ V.d.Br.heeft my meermalen verzekerd dat hy van Groens medewerking overtuigd was en dus niet weinig verbaasd en ontroerd was, toen deze hem in de Kamer aanviel. Hy had aan Groen duidelijk uiteen- v intxoA. gezet daty/zyn oordeel een neutrale openbare school alleen mogelijk was in een land,welks bewoners tot allerlei godsdienstige wijd uiteenlopende richtingen behoorden,maar dat ter bevrediging hunner godsdienstige behoeften op elke school in ruime mate gelegenheid moest gegeven worden om op afzonderlijke uren en in het schoollokaal godsdienstonderwijs te ontvangen,de Protestant van de predikant,de Roomse van de pastoor en de Israëliet van de Rabbijn. In hoeveree v.d.Br.hierin dwaalde laat ik in het midden. Raar myn overtuiging behoorde het onderwijs vrij te zyn.

Intussen wat hiervan ook zy,v.d.Br.had' de indruk gekregen dat Groen het met hem eens was. Wel meende Groen dat het anders moest zyn, maar hy gaf toe dat zyn theorie practftisch niet uitvoerbaar was.

Toen Groen in 1857 de Verg.voor Chr.Nat.Schoolonderwijs in het leven riep en v.d.Br.tot zyn leedwezen zag dat de schoollokalen door de liberale besturen niet voor de godsdienstleraars geopend werden,was hy I zelf een der eersten die het Chr. Onderwijs steunde.

Ten bewijze hoezeer hy van Groens instemming met zyn denkbeelden overtuigd was,diene dat hy,na uit Wassenaar teruggekeerd te zyn,de uitslag van zyn onderhoud met Groen aan zyn zwager Jan Singendonck ging mededelen en hem van zyn blijdschap over Groens medewerking deelgenoot maakte. Heeft Groen zyn belofte geschonden ? Heeft hy v.d.Br.of heeft v.d.Br.hem slecht begrepeh ? Wie zal het zeggen ? Het laatste is mogelijk, want ofschoon Groen in het door hem van het onderhoud gegeven verslag over v.d.Br's nevelachtige breedsprak&righeid klaagt,zo was niemand nevel^tchtiger in zyn uitdrukkingen dan Groen.

Volgens de Beaufort was v.d.Br.begerig om als Minister op te treden en bezat hy,in de goede zin van het woord,staatkundige eerzucht.

Hierin dwaalt de Beaufort,die dan ook v.d.Br.niet persoonlijk heeft gekend. Ik durf verzekeren dat v.d.Br.met grote tegenzin de opdracht om een Kabinet te formeren aannam,daar hy liever Kamerlid bleef. Hy was van nature veel te nederig en gelijk dit aan grote geesten eigen is,veel te schuchter en te verfêgen om die taak te aanvaarden. Maar toen Groen geweigerd had meende hy dat de Heer hem die taak op het hart bond. Ik geloof dat Groen tijdens het onderhoud te goeder trouw meende zich in v.d.Br's denkbeelden te kunnen vinden,maar later,toen hy bespeurde hoe zyn partij en zyn vier geestverwanten in de Kamer,/(P éJ

XXXIX 581

Mackay,van Lynden,van Reede en Elout er over dachten,berouw kreeg en van koers veranderde. Dit was ook v.d.Br's indruk. Roem dit vals,zo ge wilt. Van staatslieden heeft men zulke frontveranderingen altyd te wachten. Die zyn meer vertoond. Een conservatief komt op het kussen en verlochent zyn antecedenten. Een socialist wordt minister en als hy ziet dat zyn plannen niet uitvoerbaar zyn,dan dwingt de nood hem toe te geven. Ware Groen Minister geworden dan had hy misschien soortgelijke Onderwijswet voorgesteld.

De Beaufort acht het niet onwaarschijnlijk dat Groen opzettelijk in duistere woorden gesproken heeft uit vrees dat v.d.Br.anders aan Z.M. zou verzocht hebben van de opdracht verschoond te blijven,en hy in elk geval van een geestverwant meer kon verwachten dan van een Ministerie van Hall en van Reenen. 't Is zeer mogelijk,maar ik geloof dat er nog iets anders achter gezeten heeft. Volgens Papa was v.d.Br. verreweg de meerdere en blonk hy in de Kamer boven Groen uit,zodat Papa my zeide:" Groen heeft afgedaan,v.d.Br.wordt de leider." Is het niet aannemelijk dat Groen dit met kwalijk verholen spijt heeft gadegeslagen en niet dulden kon dat v.d.Br.niet slechts op het Binnenhof, maar in het gehele land meer vrienden en meer volgelingen had dan hy en dat de ethische partij,waartoe grote mannen als de la Saussaye, Beets,Heldring en Gunning behoorden,de orthodoxe overvleugelde ?

Terwijl de gedachtewisseling tussen de beide mannen in de Tweede Kamer in confidentiële brieven werd voortgezet,werd de strijd heviger toen in Pebr.'57 de nieuwe Onderwijswe± werd ingediend. Groen betoogde in 5 vlugschriften dat het wetsontwerp geheel gelijkvormig was aan dat van van Reenen,dat de uitdrukking "Christelijke deugden" een onredelijk woordenspel was en dat v.d.Br.zyn verleden verlochend had. By de beraadslagingen van 29 Juni tot 20 Juli vielen harde woorden tussen de vroegere vrienden,en toen de Wet met 47 tegen 15 stemmen werd aangenomen verliet Groen onmiddellijk de zaal en nam hy als Lid der Kamer zyn ontslag. Ru de andere antirev. leden xyn voorbeeld niet volgden was zyn daad kennelijk de uiting van persoonlijke wrok. V.d.Br.was door al het gebeurde z6 geschokt dat ook hy de Koning vroeg hem te ontslaan,maar Z.M. nam het niet aan. V.d.Br. schreef een verzoenende brief aan Groen,maar in het antwoord werd het Amice van vroeger door HoogEdelGestr.Heer vervangen en later had Groen de onbegrijpelijke taktloosheid die brief te laten drukken.

Ik heb verzuimd te vermelden dat na het huwelijk van Henrick S. van Lennep en Anna van Eeghen op 26 Sept.'65 een volksfeest op Leyduin gegeven werd,hetwelk Lore en ik bywoonden. Zy had dus enige vergoeding voor het gemiste diner.

Daar van ons logeren te Zeist niets gekomen was, JW. 's nachts onrustig bleef,en de koemelk van S.en B.beter was dan de Amsterdamsche, besloot Lore er op 9 Oct.nog eens heen te gaan,te meer omdat Jansje ook gedurig onwel was,dikwijls rendez-vous speelde en zulke maagpijnen had dat zy zich op de vloer in alle richtingen omwentelde. Dr Gobbee schreef het aan de lever toe,maar daar Lore weinig vertrouwen in hem had,besloot Lore Dr van Hasselt te raadplegen. Zy schreef my dat zy goed overgekomen was,maar blij dat Agnes niet meereed daar Jansje weer onder het rijden had gevomeerd. Lore schreef:" Elle et Betje m'ont "encore donné des détails de sa maladie h mon avis and nothing "else is the matter with her. De kipjes zyn wel en lief; Max is weer "door de wurmen geplaagd en dus contrary. J.W.is wat rustiger (s nachts, "doet niets dan kraaien,lachen en praten en wordt dagelijks dikker en "Mieky wijst iedereen haar mooie schoentjes. Ik slaap in de gele kamer "met Henk,Jansje en Jan Willem; Mieky,Max en Betjevzyn in het rode ka- "binetje en jy zult in de donkere kamer logeren."

Insinger en Henriette waren van de Prinsengracht verhuisd naar de Heerengracht b/h Koningsplein in het hoogste huis van Amsterdam, waar de Russische consul Stoffregen gewoond had. Zy hadden zich 10 jaar lang met de Prinsengracht vergenoegd. Het nieuwe huis miste een tuin en naast het achterhuis dat in de Reguliersdwarsstraat stond,stond een publiek huis.

7 „ „ — Op 15 Oct.droeg ik myn conclusie in het proces van Wurtz voor;

ik had er drie maanden over gewerkt en de voorlezing duurde een uur, zodat men zich kan voorstellen welk een boekdeel het was.)S Li

XXXIX 582

Diezelfde dag kreeg ik een lange brief van Stedman,aan wie ik het overlijden van de Heer v.d.Brugghen bericht had. Hy schreef o.a.:
M

joq y-


" Aan Nymegen terug denkende komt my die Stad moreel vervallende

"voor. My dunkjï de gentry, het patriciaat verdwijnt, en er blijft meestal "de winkel over. Dat zyn treurige steden. De winkeliers hebben er "zelve niets aan. De moderne mengelmoes brengt noodzakelijk tot het "noodlottige Americanisme. Ik hoop gy blijft in Amsterdam. Daar of by "het Hoge Gerechtshof is uw plaats. Gy moet helpen dat oude patriciaat "weer op de been brengen,daar Amsterdam zo groot by geworden is."

" Dat uw heer Vader zich zo wel best bevindt hoor ik met het "grootste genoegen. Heb de goedheid my in het geheugen van dien uitne- "menden man terug te roepen,op wiens naam en faam gy trots kunt zyn.

"Wat de faam betreft,zo spijt het my dat hy op zulk een klein toneel "werkzaam is, te meer daar de Hoogduitschen meer en meer het begrip,

"(de comprehensie) van de Nederduitsche inborst verliezen. Ik moet hier- "by echter ook het spit omdraaien,en kan nauwelijks begrijpen hoe een "man als uw vader Fransch kent zonder Hoogduitsch te kennen. De West- "faalsche wijnkoper Weinstube is wel een goed portrait,maar het zou "toch wenschelijk zyn dat de geestige schilder ook b.v.Goethe mogt lezen "en onze gezelschappen ook mogt kennen."

" " P.S.Vraag als het U b.Dedel uwe pres.of hy niet voor 3 of 4

"jaren een paar brieven van my gekregen en nooit beantwoord heeft.

"Dat zou niet mooi zyn. Ik had de goede intentie hem de stamboom en "oorsprong der Dedels te zenden. Ik wedde 100 tegen 1 dat ik heb wat "hy niet heeft,maar kan my natuurlijk niet verder aan ZHEDgeb.te voete "werpen?"

"Ad vocem politica - zyn er 3 volken,die men geheel meiden moet, "(vitare et quousque fieri potest extirpare) Polen,Grieken en Joden.

"Gy moet het mogelijke doen om de Joden te verdrijven,vooreerst Godefroy "en dan de rest."

Ik liet de spelling en de stijl onveranderd,maar voor iemand, die sedert zyn 18de jaar in Duitsland gewoond had en byna nooit gelegenheid had om zyn moedertaal te spreken,sprak en schreef hy nog uitnemend Hollandsch. Dubbel curieus was het dat hy,die zo zeer aan zyn adelijke Schotsche afkomst hechtte,die veel in genealogieën,ook van anderen studeerde,met een heel gewoon burgermeisje Roth getrouwd was, terwijl het hem later geweldig hinderde dat een zyner zoons zich mesal- lieerde.

Op 23 Juli '74 zag ik hem voor het laatst. Ik kwam toen met Lore J / c) van Soden terug en wy reden op onze terugreis van Coblenz naar Besse- lieh,waar wy alleen Mevr.Stedman met Anna vonden,daar Stedman zelf met Carl en Franz by de Keizerin dineerde. Te 7 uur kwamen deze drie terug en bracht Carl,who was sweet upon Lore,ons naar Coblenz terug, zo,dat ik op de vraag van de ouders of wy nog eens terug kwamen,lachende ten antwoord gaf:"Ja,wenn Carl nicht da ist."

Jj c*/ Lore werd maandag 19 0ct.'63 30 jaar en daar ik dit jaar de 2e

kamer en de Donderdag zaken had,was ik altyd van Vrijdagavond of Zaterdagochtend tot Dinsdagavond of Woensdagochtend vrij en zo kon ik ook nu Lore's verjaardag buiten met haar vieren.Gelijk ik reeds zeide had zy Dr van Hasselt uit Naarden verzocht om eens naar Jansje te komen kijken. Ware van Praag toen reeds dokter geweest dan zouden wy haar misschien naar Haarlem gezonden hebben,want wy waren evenals Dr Gobbee vast overtuigd dat zy een leverziekte had, hama had my reeds geraden de zogenaamde leverpleister te appliceren. Toevallig kwam van Hasselt juist op Lore's verjaardag; wy ontvingen hem boven in onze slaapkamer en Lore vertelde hem in myn byzyn uitvoerig wat Jansje deerde,waar zy pijn had,hoe zy gedurig rendez-vpus speelde,welke middelen Gobbee haar had voorgeschreven enz.enz. Toen zeide hy:"Nu "wil ik haar zelve wel eens spreken,maar liefst alleen." Jansje was 3 / c ST in het aangrenzend vertrek en Lore verzocht hem daar binnen te gaan.

Dit deed hy en ik geloof niet dat het 5 minuten duurde eer hy terug kwam,de tussendeur sloot en op zyn gewone enigszins ruwe manier zeide: '"t Is doodeenvoudig Mevrouw,de meid wacht een kind!".

Lore was als van de donder getroffen en ontstelde hevig. Zy riep uit:"Ónmogelijk Dokter! er is uiterlijk niets aan haar te bespeuren, '"t Is de lever die haar plaagt!" - " Geen kwestie van, "hernam van H.
/<^3

XXXIX 583

"die is volmaakt gezond,de meid moet in de kraam en wel spoedig ook. "Zy heeft het my trouwens erkend toen ik het haar zeide." Nadat de dokter vertrokken was,begaf Lore zich naar dansje,die bitter huilde en geen raad wist,daar zy terstond gevoelde dat zy niet by ons kon blijven. Uit schaamte had zy indertijd,toen de baker zwangerschap by haar vermoedde,steeds ontkend. Op de vraag van Lore of zy de vader van het te verwachten kind niet kon trouwen,antwoordde zy dat zy hem niet eens kende,zelfs zyn naam niet wist. Of dit waar was weet ik niet.

Ik nam haar mede naar Amsterdam,daar zy ons zeide dat zy een getrouwde vriendin had,die met haar toestand bekend was en haar hulp beloofd had. Enige nachten sliep zy in ons huis en toen het scheen dat de geboorte van het kind niet lang meer kon uitblijven,verhuisde zy naar de woning harer vriendin,en aldaar beviel zy in November van een vol-
1   ...   16   17   18   19   20   21   22   23   ...   27

  • 3o P
  • n/t
  • I
  • h
  • joq y
  • J / c)
  • Jj
  • 3 / c ST
  • 583

  • Dovnload 2.62 Mb.