Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Op de fiets naar het strand

Dovnload 13.44 Kb.

Op de fiets naar het strand



Datum31.07.2017
Grootte13.44 Kb.

Dovnload 13.44 Kb.

Op de fiets naar het strand
Hoewel de fileberichten op zomerse dagen doen vermoeden dat iedereen met de auto naar het strand gaat, gebruiken veel mensen daarvoor de fiets. Voor de fietsroutes naar het strand en de mogelijkheden om bij het strand fietsen te parkeren, zijn diverse organisaties verantwoordelijk. Van gemeente tot VVV, van Staatsbosbeheer tot recreatieschap. Of zij aan dit onderwerp ook daadwerkelijk beleidsmatig aandacht schenken, is de vraag. Verslag van ‘een vogelvlucht’ langs vier Nederlandse kustplaatsen: Dishoek, Terschelling, Callantsoog en Scheveningen.

Over de bereikbaarheid van het strand voor fietsers en over fietsen parkeren bij het strand valt in de vakliteratuur weinig te vinden. Als er al enig onderzoek naar is gedaan, zoals in Zeeland, zijn de resultaten daarvan niet eenvoudig naar andere gebieden te vertalen. Organisaties die zich met fietsverkeer en fietsrecreatie bezighouden, laten de bereikbaarheid van het strand voor fietsers vrijwel volledig links liggen. Er zijn geen kant-en-klare richtlijnen om vast te stellen hoeveel fietsparkeerplaatsen bij strandovergangen nodig zijn. Dat kan ook nauwelijks, omdat elke strandovergang anders is. De Leidraad Fietsparkeren van CROW (Publicatie 158) geeft voor bestaande situaties het beste algemene advies: tellen!


Dishoek

Dishoek is het ‘toeristisch aanhangsel’ van het dorp Koudekerke op Walcheren. Volgens de VVV Walcheren bestaat de grootste groep strandgangers uit inwoners van Walcheren en de rest van Zeeland, gevolgd door toeristen uit binnen en buitenland. Knelpunten voor fietsers die naar het strand willen, zijn de VVV niet bekend. De verantwoordelijkheid voor de fietsparkeervoorzieningen in Dishoek ligt, evenals voor de fietspaden buiten de bebouwde kom, bij het Waterschap Zeeuwse Eilanden. Het waterschap streeft naar verbetering van de kwaliteit van de fietsrit zelf (goede fietsroutes) en naar meer kwaliteit bij de bestemming: het fietsparkeren aan de kust. Op Walcheren heeft het waterschap enkele onderzoeken laten uitvoeren. Uit een in 2002 uitgevoerde enquête op 9 strandopgangen blijkt onder andere dat gemiddeld 39% van de ondervraagde strandgangers op de fiets naar het strand komt. De fiets is daarmee het meest gebruikte vervoermiddel. Bij Dishoek gaat het om drie verharde duinovergangen naar het strand. Bij alle drie zijn voorzieningen om fietsen te parkeren. Uit het onderzoek bleek verder dat er behoefte bestond aan een bewaakte stalling. Die werd dan ook gerealiseerd en in juni 2001 in gebruik genomen (capaciteit: 200 plaatsen). Maar in 2003 zal deze niet meer opengaan. Het waterschap had vooraf gesteld dat de stalling zichzelf binnen enkele jaren zou moeten kunnen bedruipen, maar dat lukte volstrekt niet. Waarom niet? Vermoedelijk formuleren ook recreanten gemakkelijker een behoefte dan dat ze er hun portemonnee voor trekken als er daadwerkelijk in voorzien wordt. Bovendien was de locatie van de stalling niet optimaal gekozen: niet bij de drukste strandopgang, maar op een plek waar een geschikte ruimte was.


Terschelling

Op Terschelling zijn de stranden goed bereikbaar voor wie met de fiets komt. Dat mag ook wel als je bedenkt dat er in het hoogseizoen dagelijks 20.000 fietsers zijn. Naast de 12.000 huurfietsen die dan in gebruik zijn, fietsen de 5000 eilandbewoners zelf en neemt een groep toeristen de eigen fiets mee. Die cijfers zijn afkomstig van Staatsbosbeheer, dat samen met Rijkswaterstaat en de gemeente Terschelling de parkeervoorzieningen voor fietsen en auto’s beheert. In totaal zijn er zes hoofdovergangen en bij de drie drukste schat Staatsbosbeheer dat 80% van de strandbezoekers op de fiets komt. Volgens de VVV zijn er in het algemeen onvoldoende fietsparkeervoorzieningen. Meestal worden fietsen gewoon tegen de houten hekken langs de toegangsweg naar het strand geplaatst of zelfs tegen afrasteringen met prikkeldraad. De VVV verwacht niet dat de betrokken beheerders van zins zijn hierin verandering te brengen. Daar zou de VVV wel eens gelijk in kunnen hebben, want zowel Staatsbosbeheer als de gemeente Terschelling ziet het rooskleuriger in. Problemen zijn er volgens hen uitsluitend bij de overgang in Midsland aan Zee, en dan nog alleen gedurende tien dagen tijdens het hoogseizoen. Edwin Zijlstra, beleidsmedewerker bij de gemeente, en Freek Zwart, districtsmedewerker van Staatsbosbeheer, zijn van mening dat dit komt doordat de stallingen er nogal ver (zo’n 400 meter) van de strandopgang liggen en daarom slecht worden benut. De betrokken partijen zijn niet van plan de capaciteit aan te passen aan de maximale drukte. Hoewel de VVV dus een wat somber beeld schetst, moet daarbij meteen worden aangetekend dat bij geen van de betrokken instanties klachten van fietsers zijn binnengekomen. Verondersteld wordt dat dit samenhangt met het feit dat het op Terschelling dikwijls gaat om huurfietsen waarmee de badgasten wellicht minder zuinig omspringen. Dat verklaart misschien ook dat er op het eiland uitsluitend onbewaakte fietsparkeergelegenheden zijn en niemand om bewaakte roept.


Callantsoog

In Callantsoog komen evenmin klachten van fietsers binnen. Voor de gemeente Zijpe, die de onbewaakte fietsparkeerplaatsen bij het strand van Callantsoog beheert en onderhoudt, is dat een reden het onderwerp weinig aandacht te geven. Dat veel fietsers de stallingen links laten liggen en hun fiets zover mogelijk meenemen naar en op het strand, deert de gemeente niet. Dit tot ergernis van recreatiecentrum De Nollen. Van hun bezoekers gaat ongeveer 90% naar het strand en daarvan gebruikt 65% de fiets. De rest gaat lopend of met de auto. Al die fietsen tegen de houten hekken langs de strandopgang is slecht voor de fietsen en bovendien een lelijk gezicht. De gemeente geeft weliswaar weinig aandacht aan de fietsparkeerplaatsen bij het strand, maar werkt wél aan de fietspadenstructuur. Kortgeleden zijn de oost-westverbindingen tussen achterland en strand aangepakt, die uiteraard door veel fietsers worden gebruikt. Tot voor kort waren ze gedwongen gebruik te maken van de 60-km/uur-wegen en dat leverde gevaarlijke situaties op. De vier oost-westverbindingen zijn – op twee stukjes na die nog aan bod komen – nu voorzien van vrijliggende fietspaden met tweerichtingsverkeer.



Scheveningen

Wie vanuit Den Haag naar het strand wil, vindt aan de zuidkant van Scheveningen-Haven tot aan Kijkduin een netwerk van fietspaden die op 7 à 8 plaatsen aansluiten op strandopgangen. Maar aan de noordkant van de haven, richting het Zwarte Pad, ligt het drukke Scheveningen. De meeste bezoekers aan het Scheveningse strand komen uit Den Haag en wonen dus op fietsafstand. Om bij het strand te komen kunnen zij van 6 à 7 aanrijroutes gebruikmaken. Twee daarvan worden door de betrokkenen negatief beoordeeld. Zowel Nico de Koning (fietscoördinator van de gemeente Den Haag) als Mark Beek (voormalig voorzitter van de afdeling Den Haag van de Fietsersbond) zijn het er over eens dat de Keizerstraat en de Houtrustweg gevaarlijk zijn, de eerste omdat er druk autoverkeer is en er trams rijden, de tweede omdat er veel vrachtverkeer van de Norfolk Line is. In het Meerjarenprogramma Fiets 2003 t/m 2006 van Den Haag, dat is vastgesteld en waarvoor ook de budgetten beschikbaar zijn, krijgen die aanvoerroutes geen aparte aandacht. De fietsparkeerproblematiek langs het strand daarentegen wel. Op dit ogenblik zijn in de zomer voor ca. 900 fietsen parkeerplaatsen beschikbaar tussen Scheveningen-Haven en het Zwarte Pad, in bewaakte en onbewaakte stallingen. Bij zomerse topdrukte is dat veel te weinig, zo bleek uit tellingen die in 2001 en 2002 tijdens piekmomenten werden gehouden. Dan is er vraag naar 2000 à 2500 plaatsen en wordt een groot aantal fietsen her en der geparkeerd. Dat levert problemen voor de brandweer op en het geeft de boulevard bovendien een rommelig aanzicht. Daarom heeft de gemeente besloten in de zomer van 2003 rekken bij te plaatsen op plekken waar zich problemen voordoen. Daardoor wordt de capaciteit met ongeveer 300 verhoogd. Het worden onbewaakte fietsparkeerplaatsen, want hoewel ook Scheveningen de nodige fietsdiefstallen en vandalisme kent, zijn de onbeveiligde fietsparkeerplaatsen overvol en kunnen de bewaakte nog klanten gebruiken. Veel strandgangers komen met een oude fiets, zo luidt hiervoor de verklaring, en hebben geen geld over voor bewaking. Biesieklette, die de bewaakte stallingen in Scheveningen beheert, zag vooral het Palaceplein als een knelpunt. Daar ligt een permanent geopende stalling, in de nabijheid van de bioscoop, horeca en het strand. De toegankelijkheid en de inrichting van dit plein lieten echter voor fietsers te wensen over. De gemeente was zich daarvan bewust en heeft in april 2003 een heringericht plein opgeleverd waardoor de fietsenstalling nu beter toegankelijk is. In 2004 zal de stalling zelf, met een capaciteit voor 200 fietsen, een facelift ondergaan. De gemeente vermoedt dat deze dan veel beter gebruikt zal gaan worden, ook al is het een betaalde stalling.


Résumé

Vier kustplaatsen, vier verschillende situaties. Flinke aandelen strandgangers blijken op de fiets te komen. Het aanbod aan fietsen is op sommige dagen groter dan het aanbod aan fietsparkeerplaatsen. Er gebeurt wel het een en ander om die discrepantie te verminderen, maar meer ad hoc dan beleidsmatig. Dat komt waarschijnlijk mede omdat zich doorgaans slechts op een beperkt aantal topdagen knelpunten voordoen. En wellicht ook omdat fietsers niet klagen bij de betrokken instanties.



KE

Fietsverkeer nr 6, juni 2003, pag 8-9.

  • Terschelling
  • Scheveningen

  • Dovnload 13.44 Kb.