Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opdracht 3: Actualiteit in de lessen aardrijkskunde. Arne Huyghebaert

Dovnload 25.9 Kb.

Opdracht 3: Actualiteit in de lessen aardrijkskunde. Arne Huyghebaert



Datum12.03.2017
Grootte25.9 Kb.

Dovnload 25.9 Kb.

Opdracht 3: Actualiteit in de lessen aardrijkskunde.
Arne Huyghebaert
1SA3
2012-2013


  1. Kleine producenten, superchocolade.

PIRSOUL, E., ‘kleine producenten, superchocolade’, Dimensie 3, januari-februari 2013, p8-9.


Leerplandoelstelling: verschillen tussen agrarische regio’s.

7. (U) Door analyse van beelden, van kaarten en van andere informatiebronnen de relaties tussen plantagelandbouw en de fysische en sociale omstandigheden nagaan.


Verwijzing naar initiatiestage 2: plantagelandbouw in Latijns-Amerika.


  1. De bananen van Yangambi.

MCCONNEL, A.,de bananen van Yangambi’, National Geographic, juni 2010, p42-55.


Leerplandoelstelling: verschillen tussen agrarische regio’s.

7. (U) Door analyse van beelden, van kaarten en van andere informatiebronnen de relaties tussen plantagelandbouw en de fysische en sociale omstandigheden nagaan.


Verwijzing naar initiatiestage 2: plantagelandbouw in Latijns-Amerika.



  1. De grote dooi.

APPENZELLER, T., ‘de grote dooi’, National Geographic, juni 2007, p80-93.


Leerplandoelstelling: klimaat en vegetatie

5. Voor enkele factoren eenvoudig uitleggen hoe ze het weer en het klimaat beïnvloeden.


Verwijzing naar initiatiestage 1: factoren die weer en klimaat beïnvloeden.


  1. Leven op de grens

NICKLEN, P., ‘leven op de grens’, National Geographic, juni 2007, p62.


Leerplandoelstelling: klimaat en vegetatie

5. Voor enkele factoren eenvoudig uitleggen hoe ze het weer en het klimaat beïnvloeden.


Verwijzing naar initiatiestage 1: factoren die weer en klimaat beïnvloeden.

Kleine producenten, superchocolade.


  • Leervraag: Op welke manier kunnen westerse landen kleine boeren bijstaan en welke gevolgen heeft dit voor deze boeren?



  • Leerplandoel:

7. (U) Door analyse van beelden, van kaarten en van andere informatiebronnen de relaties tussen plantagelandbouw en de fysische en sociale omstandigheden nagaan.


  • Situering regio en streek:http://vliegreizen.planeet.biz/vliegreizen/zuidamerika.jpg

We situeren in ons in Zuid-Amerika, in Ecuador om specifiek te zijn. Ecuador ligt op de evenaar, vandaar ook de naam van het land. De hoofdstad is Quito. In Ecuador situeren we ons aan de kust van Noord-Ecuador. De provincie daar heet Esmeraldas, de hoofdstad van deze provincie heeft dezelfde naam. Deze plaats ligt ten westen van de Andes, ten noorden zijn er de Westelijke -, Centrale -, en Oostenlijke Cordillera. Dit zijn lange, aaneengesloten bergketens.




  • Hoofdgedachten van het artikel – samenvatting

In Esmeraldas, Noord-Ecuador, is er een samenwerking tussen APROCA en de kleine cacaoboeren. Men is hierdoor kunnen evolueren van een monocultuur naar een permacultuur waarbij de wilde natuur zoveel mogelijk ruimte krijgt. De boeren kunnen hierdoor unieke cacao van topkwaliteit produceren en die tegen een goede prijs aan topchocolatiers verkopen. Die kiezen uitdrukkelijk voor deze bioproducten.





  • Moeilijke woorden

Cacao: smaakbepalende stof voor chocolade

Medicinale planten: planten die een geneeskrachtige werking hebben

Monocultuur: 1 gewas/bedrijf

Kanton: bestuurlijke eenheid

Certificaat: digitale handtekening

Coöperatieve: bedrijf dat samenwerkt met een ander bedrijf

Permacultuur: duurzaam biologische landbouw

Delicatessenzaken: zaken waar exclusieve producten worden verkocht

De samenwerking tussen de boeren en APROCA bestaat al zeven jaar en is er gekomen dankzij de hulp van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. De boeren krijgen sinds twee jaar ook steun van het Programma voor Plattelandsontwikkeling in Noord-Ecuador. Die organisatie willen de kleine producenten beter vergoeden voor hun productie. Deze boeren krijgen zo een betere vergoeding voor hun producten, ze staan sterker op de markt en beschikken over goede certificaten. http://fc02.deviantart.net/fs71/i/2011/139/e/6/aproca_valla_publicitaria_2_by_missvanityriddle-d3gr7qy.jpg

Voor al deze steun hadden de kleine boeren amper opbrengst en ze waren afhankelijk van de cacaokoers. Dit is nu niet meer het geval. APROCA geeft 0.08 dollar meer per 450 gram pulp. Een ander voordeel van al de steun is dat ze van 60 naar 150 werknemers zijn geëvolueerd, ze willen hun voorraad van 120 ton per jaar verdubbelen en dat is nu goed mogelijk. 84 boerderijen hebben al een certificaat en er werden 100000 kleine cacaobomen en 6000 fruitbomen geplant. Er wordt van de leden gevraagd of ze elkaar helpen en ze krijgen opleidingen om hun productie te verbeteren. De kleine boeren zijn niet meer afhankelijk van de cacaoverkoop. Als de oogst minder goed is, hebben ze nog groenten en fruit om te verkopen.

De cacao is echt van topkwaliteit en grote namen in de chocoladesector werken dus maar al te graag met APROCA. Dit programma heeft ervoor gezorgd dat de kleine boeren trots op hun werk kunnen zijn en dat ze een waardig leven kunnen opbouwen als cocaboer.







  1. Leerlingen moeten na het lezen van dit artikel op het internet, in kranten of tijdschriften soortgelijke projecten zoeken. Projecten dus waar westerse landen kleine boeren bijstaan wat leidt tot winst voor beide partijen, denk maar aan Fair-Trade, Max Havelaar,…



  1. Leerlingen moeten zelf een soortgelijk project bedenken, ze moeten rekening houden met de noden van de kleine boeren, van westerse bedrijven, van consumenten,… Het moet natuurlijk een duurzaam project zijn.



  1. Leerlingen moeten na het lezen van dit artikel argumenten zoeken waarom westerse bedrijven kleine boeren meer zouden moeten helpen en welke voordelen en eventuele nadelen dit voor beide partijen met zich meebrengt.



  1. Leerlingen worden in twee groepen gesplitst. De ene groep stelt de kleine boeren voor en de andere groep de westerse bedrijven. Via een simulatiespel moeten ze samenwerken en soms apart beslissingen nemen. De westerse bedrijven mogen natuurlijk niet alleen aan eigen winst denken, ze moeten rekening houden met duurzame mogelijkheden die op lange termijn beter zijn. Iedereen denkt aan people, planet en profit.



  1. Leerlingen vergelijken deze manier van werken (permacultuur) met de cacaoplantages. Ze geven argumenten waarom welke manier beter of slechter is dan de andere.

Het behandelen van dit artikel zou je ideaal kunnen gebruiken in een motivatiefase en op het einde van de les. In het artikel wordt duidelijk voorgesteld hoe westerse bedrijven samen kunnen werken met kleine boeren uit vaak derdewereldlanden.

Als men dit in de motivatiefase gebruikt, zien de leerlingen al meteen een concreet voorbeeld. Hierna kan de leerkracht de theorie uitleggen omtrent Fair Trade.

Dit artikel kan je ook op het einde van de les gebruiken, nadat de leerlingen de theorie over Fair Trade gezien hebben. Zo zien ze een ander voorbeeld dan bijvoorbeeld Fair Trade bananen. Ik zou de taken in of tegen de volgende les laten maken.





  • Wat?

    • Duurzame biologische landbouw  weinig energie verbruiken, zorgzaam omgaan met levende wezens en hun onderlinge relaties

    • Wilde natuur ruimte geven
    Structuurschema




Door

Kleine producenten, superchocolade

Samenwerking met

Hoe?

  • Verwerken cacaobonen

  • Geven betere vergoeding aan kleine boeren

  • Helpt leden en zorgt ervoor dat leden elkaar helpen



Voordelen voor boeren:

  • Cacao van topkwaliteit

  • Topchocolatiers als klanten (van APROCA)

  • Goede prijs (van APROCA)

  • Certificaten (van APROCA)

  • Productie verdubbelen

  • Waardig leven van teelt



Mogelijk door

Coöperatieve APROCA

Permacultuur

  • Kleine producenten, superchocolade.
  • Kleine producenten, superchocolade

  • Dovnload 25.9 Kb.