Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opdracht 4: Verkiezingen en stemmen Politieke stromingen

Dovnload 91.78 Kb.

Opdracht 4: Verkiezingen en stemmen Politieke stromingen



Datum25.10.2017
Grootte91.78 Kb.

Dovnload 91.78 Kb.

Opdracht 4: Verkiezingen en stemmen

Politieke stromingen

1. In Nederland komen verschillende politieke partijen en stromingen voor

  1. Leg uit wat een politieke stroming is.

  2. Beschrijf 3 politieke stromingen.

  3. Benoem bij elke stroming minstens 1 partij

  4. Welk verband bestaat er tussen een politieke partij en een politieke stroming?

  5. Hoe denken liberalen over overheidsbemoeienis?

  6. Wat is het verschil tussen socialisme en sociaaldemocratie?

  7. Tot welke politieke stroming behoort een partij waarvan de standpunten grotendeels zijn gebaseerd op de waarden van de Islam?

2. a. Wat is het verschil tussen een links en een rechtse politieke visie?
b. Wat is het verschil tussen een Progressieve en een Conservatieve politieke visie?
c. Is de PVV conservatief of progressief?

3. Hieronder staan een aantal uitspraken van politieke partijen.


Noteer bij elke uitspraak bij welke politieke stroming die hoort, je kunt kiezen tussen het liberalisme, socialisme, de sociaaldemocratie, de christen­democratie, het sociaalliberalisme en het rechts-extremisme.

uitspraak

politieke stroming

1 Allochtonen moeten niet alleen integreren, ze moeten zich volledig aanpassen aan onze cul­tuur. Als ze dit niet doen, moeten ze direct het land uitgezet worden.

1

2 Mensen die veel verdienen moeten procentu­eel veel meer belasting betalen dan mensen die minder verdienen.

2

3 Het wettelijk minimumloon moet worden afge­schaft. Werknemers en werkgevers moeten zelf afspraken maken over de lonen.

3

4 Het verhuren van kamers moet aantrekkelij­ker gemaakt worden voor huiseigenaren door huurders minder huurbescherming te geven.

4

5 De overheid moet strengere regels maken die ervoor zorgen dat er minder ongelukken plaatsvinden op het werk.

5

6 Het probleem van het voetbalvandalisme is alleen op te lossen door een inspanning van ouders, school, supportersverenigingen en verder alle organisaties die op een of andere manier bij het voetbal betrokken zijn.

6

7 Het ongeboren leven moet beschermd worden. Er moet een hele strenge abortuswet komen.

7

4. Hieronder staan 3 stellingen. Een VVD politicus en een PvdA politicus reageren hierop.
Zijn ze voor of tegen en waarom?

  1. De mensen die het meest verdienen moeten meer belasting betalen

  2. De overheid moet kunnen voorschrijven dat er in elke buurt zowel autochtonen als allochtonen wonen

  3. Op uitkeringen moet worden bezuinigd

  4. Kinderopvang moet door de overheid worden betaald

Kiesrecht

  1. Iedere Nederlander van 18 jaar of ouder heeft kiesrecht.
    a. Waarom is het kiesrecht een belangrijk onderdeel van de democratie
    b. Wat is het verschil tussen passief kiesrecht en actief kiesrecht?



  2. Verbind elk begrip in de linker kolom met een kenmerk in de rechterkolom.



Actief kiesrecht




Het recht om gekozen te worden als volksvertegenwoordiger.

Tweede Kamer

Het 'gezicht' van een politieke partij.

Voorkeurstem

De volksvertegenwoordigers in de provincie.

Provinciale Staten

Het recht om te stemmen bij de verkiezingen.

Lijsttrekker

Een stem op de nummer vijf van de kieslijst.

Passief kiesrecht

Bestaat uit 150 leden




  1. In de aanloop naar de verkiezingen maken politieke partijen hun verkiezingsprogramma’s bekend.

a. Wat is het doel van het verkiezingsprogramma van een politieke partij?

b. Hoe kun je stemmen als je op de verkiezingsdag in het buitenland bent?




  1. Bekijk de cartoon




  1. Over welk begrip gaat deze tekening?

  2. Leg uit wat er met dit begrip wordt bedoeld

  3. Wat willen partijen tijdens een verkiezingscampagne bereiken?

  4. Lees de uitspraak. Waarom is het belangrijk om te weten welke standpunten de partijen hebben?





Als je gaat stemmen, moet je wel weten


welke standpunten de partijen hebben.






  1. Schrijf drie manieren op om informatie te krijgen over de standpunten van politieke partijen die aan de verkiezingen meedoen.



Na de verkiezingen

  1. Na de verkiezingen wordt uitgerekend hoeveel zetels een politieke partij in de Tweede Kamer krijgt.

  1. Hoe werkt het stelsel van evenredige vertegenwoordiging?

  2. Hoe komt het dat door het stelsel van evenredige vertegenwoordiging veel politieke partijen in de Tweede Kamer kunnen komen?

  3. Waarom moet de winnaar van de verkiezingen vaak samenwerken met andere politieke partijen?

  4. Schrijf een voordeel op van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging.

  5. Schrijf een nadeel op van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging.



  1. Lees de krantenkop.



Waarom kan een formatieproces lang duren?



  1. Waarom is het wenselijk dat er een regering wordt samengesteld die de meerderheid heeft in de Tweede Kamer?




  1. De meeste politieke partijen willen deel uitmaken van de regering. Geef twee redenen waarom een politieke partij ervoor zou kunnen kiezen om niet deel te nemen aan de regering.



--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
BURGERSCHAP: Politiek-juridische dimensie RTRF RTRF

  • Als je gaat stemmen, moet je wel weten welke standpunten de partijen hebben.
  • Na de verkiezingen

  • Dovnload 91.78 Kb.