Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opening Academiejaar 2006-2007 Toespraak door Sam Michiels namens het ap

Dovnload 27.57 Kb.

Opening Academiejaar 2006-2007 Toespraak door Sam Michiels namens het ap



Datum27.11.2017
Grootte27.57 Kb.

Dovnload 27.57 Kb.








Opening Academiejaar 2006-2007




Toespraak door Sam Michiels namens het AP



Onderzoek als topsport:
Investeren in jeugdopleiding en trainers op het veld”

Eminentie,


Mijnheer de Rector,
Geachte excellenties,
Geachte collega’s,
Beste studenten,
Dames en heren,

Het feit dat het academisch personeel hier vandaag met 1 stem spreekt heeft veel te maken met de constructieve spirit die er momenteel door onze universiteit waait. Wij zijn er meer dan ooit van overtuigd dat we onze verantwoordelijkheid kunnen, mogen, en moeten opnemen om actief mee te bouwen aan onze universiteit. Op deze manier schaven we scherpe kantjes weg, en bouwen desnoods bruggen waar een diepe kloof gaapt...


Een belangrijke brug – die tussen universiteit en maatschappij - wordt gevormd door het groeiend aantal doctorandi. Een recente studie van de Vlaamse Raad voor Wetenschapsbeleid met betrekking tot doctoreren in Vlaanderen bevestigt deze groei en toont aan dat het gros van diegenen die het doctoraat behalen de weg naar de arbeidsmarkt opzoeken.
Die uitstroom is logisch, wie verwacht dat een stijgend aantal doctorandi sowieso moet resulteren in extra ZAP mandaten is niet realistisch. De tijd dat je je benoeming samen met je doctoraat kreeg is al lang voorbij. Wat jammer genoeg nog niet voorbij is, is de tendens om doctores af te schilderen als wereldvreemde vakidioten, intelligent dat wel maar overgespecialiseerd, met weinig beroepservaring en weinig algemene vaardigheden naast de academische...
Straf... Hoe komt het toch dat dit misverstand nog altijd de kop opsteekt? Of is het misschien toch de realiteit? Wat is eigenlijk de toegevoegde waarde van een doctoraat voor de maatschappij en de arbeidsmarkt?
Laat ons even een vergelijking maken tussen onderzoek en topsport. Zoals intussen meermaals is gebleken is het cruciaal om te investeren in jeugdopleiding. Kijk maar naar onze tennissters en onze atleten om te weten hoe het moet; bekijk het Belgische voetbal om overtuigd te raken van het tegendeel: zelfs de voetbalbond geeft het schoorvoetend toe: we moeten meer investeren in een fatsoenlijke jeugdopleiding...
Nu, hoe zorgen we voor een goede jeugdopleiding? Hoe vermijden we dat we vakidioten opleiden waarop niemand staat te wachten? Welke vaardigheden moeten onze spelers, de doctorandi, onder de knie krijgen? En welke competenties worden er eigenlijk verwacht van een topspeler?


Wat kunnen we, en wat zouden we moeten kunnen?

Het ligt niet zo in onze aard om hard te roepen, en we houden er zeker niet van om anderen met de vinger te wijzen of passief te wachten op een pasklare oplossing. In samenwerking met de personeelsdienst en de dienst onderzoekscoördinatie hebben een aantal AAP/BAP vertegenwoordigers vorig academiejaar de koe bij de horens gevat.


We hebben eerst en vooral ons oor te luister gelegd bij de bedrijfswereld, het onderwijs en de overheid om uit te vissen wat onze doctores zoal kunnen, en wat ze zoúden moeten kunnen… Grosso modo kunnen we besluiten dat men 5 competenties wil terugvinden bij onze doctores: academische en technische competenties (onderzoekscapaciteiten dus), intellectuele capaciteiten, leiderschap- en management, persoonlijke effectiviteit, en relationele vaardigheden.
De rondvraag op de arbeidsmarkt leert ons ook dat de verwachtingen die de arbeidsmarkt stelt aan doctores overeen komen met de verwachtingen van de K.U.Leuven zelf. Werkgevers zien wel degelijk een competentiegroei ten opzichte van pas afgestudeerden, al is die groei niet altijd voldoende doorgedreven. Toegegeven, werkgevers hebben inderdaad hun twijfels over het niveau van relationele en managementvaardigheden. Maar ze stellen ook hoge eisen aan intellectuele vaardigheden, en die vinden ze wel degelijk bij mensen met een doctoraatstitel.
De uitdaging is duidelijk: intellectuele en academische competenties dienen in voldoende mate aangevuld met niet-academische capaciteiten.

Competentieprofielen

Om te komen tot een professionele opleiding van onze doctorandi hebben we op basis van onze rondvraag een competentieprofiel uitgetekend dat de belangrijkste kenmerken van een onderzoeker identificeert.


Het competentieprofiel doet enerzijds dienst als leidraad voor doctorandi. Het identificeert de belangrijkste verwachtingen die aan onze doctores gesteld worden zodat we tenminste weten waar we best naartoe werken. Anderzijds toont het competentieprofiel hoe doctorandi niet-academische vaardigheden kunnen ontwikkelen door competenties in verband te brengen met dagdagelijkse activiteiten. Het is de bedoeling om een praktisch werkinstrument uit te bouwen waarmee onze doctorandi aan de slag kunnen.
Naast eigen inspanningen van de onderzoekers is het vanzelfsprekend nodig dat er ondersteuning geboden wordt vanuit de universiteit zelf. De doctoral schools, bijvoorbeeld, zouden best initiatieven nemen die doctorandi in contact brengen met elkaar en met de buitenwereld, of die doctorandi aanzetten om specifieke vaardigheden te verfijnen. Met andere woorden, de visie achter de competentieprofielen moet opgenomen worden in het beleid van onze universiteit.

Theorie en praktijk: postdocs als trainers op het veld

Ok, nú nog voldoende capabele trainers vinden om de boodschap over te brengen op het veld. Dit is minder evident dan het lijkt: het aantal doctorandi is de laatste jaren gevoelig gestegen, en dat terwijl het aantal veldtrainers (professoren) constant blijft. Bovendien dient een groot deel van de veldtrainers zich meer en meer te gedragen als technisch directeur, meer bezig met lange termijn, onderzoeksnetwerken opzetten, projecten aanvragen, en onderzoekers aantrekken om al die projecten te bevolken.


Zonder voldoende capabele trainers draait de onderzoeksmolen al snel heel wat trager; het is 1 van de vele redenen voor het grote aantal doctorandi dat onze universiteit vroegtijdig verlaat; de professoren raken gefrustreerd: ze hebben simpelweg te weinig tijd om zich dagdagelijks bezig te houden met hun veldspelers...
Gelúkkig hebben we nog een legertje postdocs. Een postdoc is al lang veel meer dan iemand die nog wat blijft rondhangen na het behalen van het doctoraat. Ze vormen dikwijls de noodzakelijke brug tussen de visie van het ZAP en de dagdagelijkse implementatie ervan door de doctorandi. Veel postdocs hebben de competenties waarvan eerder sprake goed onder de knie, waardoor ze gegeerd zijn op de arbeidsmarkt.
Veel professoren laten nu al hun slaap wanneer ze bedenken dat de noodzakelijke (hulp)trainers morgen wel eens eieren voor hun geld zouden kunnen kiezen. Tja, op een dag word je wakker, en dan zijn ze weg natuurlijk...
De overheid investeert veel geld in onderzoek en ontwikkeling, en dus in het opleiden van toponderzoekers in onze universiteiten. Maar éénmaal die opleiding vruchten afwerpt worden de beste spelers getransfereerd omdat er geen enkel perspectief is op lange termijn. Elke topclub weet dat dit afstootmechanisme op lange termijn geen ideale situatie is.

Creatieve oplossingen

Beste Rector,


Om ervoor te zorgen dat onze doctores naar waarde ingeschat worden moet er een gedegen loopbaanbeleid voor postdocs uitgetekend worden. Uiteraard moeten niet alle postjes voor onze eigen doctores gereserveerd worden; en uiteraard kan niet iedere postdoc professor worden. Laat het duidelijk zijn, dit is niet wat we vragen.
Wat we wel vragen is om samen creatieve oplossingen te bedenken die het postdoc kader de plaats, rol, en erkenning geven die het verdient, zodat we ook binnen een jaar of 10 nog voldoende trainers hebben om de onderzoeksmolen te laten draaien en de professoren te ondersteunen. Wij vragen om alvast het goede voorbeeld te geven door niet alle postdocs blindelings af te stoten als er geen plaats meer vrij is in de ZAP herberg.
Laat u niet tegenhouden door bevroren eerste geldstromen, vastgeroeste structuren of eeuwenoude gewoontes. We zijn ervan overtuigd dat we mits de nodige dosis creativiteit een degelijke oplossing kunnen uittekenen. Laat ons het voortouw nemen, en ervoor zorgen dat de nodige menskracht in onze universiteit aanwezig is en blijft om Vlaanderen door te laten groeien als onderzoekspool in Europa.
Ik dank u voor uw aandacht.


  • Wat kunnen we, en wat zouden we moeten kunnen
  • Competentieprofielen
  • Theorie en praktijk: postdocs als trainers op het veld
  • Creatieve oplossingen

  • Dovnload 27.57 Kb.