Thuis
Contacten

    Hoofdpagina


Opening congres door dr. Hanke Dekker, hoofdorganisator nvmo congres 2014 10. 10-10. 40 en prof dr. Janke Cohen-Schotanus, voorzitter nvmo 10. 40-10. 45 Welkomstwoord

Dovnload 1.15 Mb.

Opening congres door dr. Hanke Dekker, hoofdorganisator nvmo congres 2014 10. 10-10. 40 en prof dr. Janke Cohen-Schotanus, voorzitter nvmo 10. 40-10. 45 Welkomstwoord



Pagina10/24
Datum04.04.2017
Grootte1.15 Mb.

Dovnload 1.15 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   24

B12.6 / Lamoraalzaal
De ontwikkeling van toetsingscriteria arts-patiënt communicatie bij Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK): een Delphi-onderzoek
Slieker M

Erasmus MC


Probleemstelling

In de huisartspraktijk komen lichamelijke klachten zoals moeheid, buikpijn, rugpijn en duizeligheid veel voor. In 20-50% van de consulten wordt geen onderliggende somatische oorzaak gevonden[1]. Eén van de kernboodschappen uit de NHG-Standaard Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) is dat een goede arts-patiëntrelatie en -communicatie van essentieel belang zijn voor het beleid bij SOLK.[2] Scholing en toetsing binnen de opleiding kan resulteren in een gerichtere arts-patiënt communicatie (APC) die de gezondheid van patiënten met SOLK kan bevorderen. Om in lijn met de landelijke ontwikkeling meer contextgericht te toetsen ontstond de wens naar een criteriumlijst voor APC bij SOLK. De onderzoeksvraag die hieruit voortkwam is of er door middel van het bereiken van consensus binnen de huisartsopleiding, contextspecifieke toetsingscriteria voor SOLK ontwikkeld kunnen worden.

Methode

Met behulp van een Delphi- consensus onderzoek werd de opinie van 22 panelleden bestaande uit deskundigen, huisartsopleiders en docenten van verschillende huisartsopleidingen op systematische wijze gebundeld en herhaaldelijk uitgevraagd. Startpunt was een brainstormsessie met stafleden van de Huisartsopleiding ErasmusMC en landelijke experts. Er volgden 3 vragenrondes waarbij het panel per mail gevraagd werd welke criteria zij essentieel achten voor een consult betreffende SOLK. De resultaten werden anoniem teruggekoppeld aan het panel en de bevindingen werden voorgelegd. De vragenrondes werden vervolgd tot er minimaal 80% consensus over de toetsingscriteria SOLK was bereikt.



Resultaten

Bij een respons van 91% in de 3e ronde was er 90% consensus bereikt over de toetsingscriteria SOLK. De verkregen lijst bestaat uit 14 inhoudelijke items die onderverdeeld zijn in de categorieën ‘Houding’, ‘Structuur’ en ‘Gesprekstechnieken’. Bij de categorie ‘Houding’ is het erkennen van de klacht het belangrijkste item. Bij ‘Structuur’ draait het om het afstemmen van tempo en timing op de patiënt. De verschillende ‘Gesprekstechnieken’ betreffen het uitvragen van de verschillende klachtendimensies, het inzetten van een klachtenregistratie, bespreken van vicieuze cirkels en het uitdagen van alarmerende gedachten.

Discussie

Dit Delphi-onderzoek heeft geleid tot een compacte lijst met toetsingscriteria die gebruikt kunnen worden door huisartsopleiders en docenten bij het beoordelen van consulten met SOLK-patiënten. Het kan aios meer duidelijkheid bieden ten aanzien van wat er van hen verwacht wordt op de APC-toets.

Referenties

[1] Dessel van N, Leone SS, Wouden van der JC, Dekker, J, Horst van der HE. The PROSPECT study: Design of a prospective cohort study on prognosis and perpetuating factors of medically unexplained physical symptoms (MUPS). Journal of Psychosomatic Research 2014;76:200-206.

[2] Olde Hartman TC, Blankenstein AH, Molenaar AO, Bentz van den Berg D, Van der Horst HE, Arnold IA, Burgers JS, Wiersma Tj, Woutersen-Koch H. NHG-Standaard Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK). Huisarts Wet 2013;56(5):222-30.
Trefwoord: Learning outcomes: Communication skills

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

M. Slieker

Erasmus MC

Huisartsgeneeskunde

Wytemaweg 80

3015 CN ROTTERDAM

E-mail: m.slieker-bosma@erasmusmc.nl
B12.7 / Lamoraalzaal
Communities of practice: geen garantie voor succes
Iersel M van, Veugelers MJE

Radboud UMC


Achtergrond

Communities of practice (CoP) vormen een belangrijk onderdeel van de nieuwe medische curricula en vervolgopleidingen waarin self-directed learning, transformative learning en teamleren centraal staan. CoP’s geven zorgprofessionals de mogelijkheid om met anderen hun kennis en ervaring te delen, hierop te reflecteren en adviezen te vertalen naar de eigen werkpraktijk. Deze benadering leek bij uitstek geschikt om AIOS te leren omgaan met kwetsbare oudere patiënten met multimorbiditeit. Beargumenteerd van ziektespecifieke richtlijnen afwijken vraagt een holistische blik, brede kennis en kost extra denk- en overlegtijd. AIOS voelen zich vaak incompetent voor deze complexe zorg. Vandaar dat een CoP is gevormd om AIOS hierin te begeleiden.

Opzet

De CoP is gevormd overeenkomstig de belangrijkste kenmerken van een CoP1. We stimuleerden interactie, een zelfsturende rol van deelnemers en het uitwisselen van leervragen zowel bij de start als gedurende het proces. We faciliteerden kennisdeling en kenniscreatie door de leerbehoeften te bundelen in geriatrische thema’s die in vier maandelijkse bijeenkomsten centraal stonden. Bij het tweede deel van deze bijeenkomsten waren experts aanwezig die discussies konden verdiepen. Deelnemers ontvingen een I-pad met toegang tot een online leerplatform met literatuur en een door de deelnemers zelfgekozen forum om contact tussen de bijeenkomsten in te vergemakkelijken.



Ervaringen

Acht AIOS van verschillende disciplines vormen de CoP. Ze waren gemotiveerd, deelden hun leervragen en waardeerden de veilige en stimulerende leeromgeving. Ook vonden ze zichzelf competenter in complexe ouderenzorg na deelname. Toch functioneerde de CoP niet als gehoopt. AIOS vonden het moeilijk zelf toenemend verantwoordelijkheid te nemen voor de co-creatie van de bijeenkomsten. Hun actieve bijdrage verdween bij deelname van een hoogleraar aan het tweede deel van de discussie. Bij deelname van ‘jonge’ experts was dit effect niet merkbaar. Het forum voor discussie bleef onbenut.

Discussie

Verschillende factoren kunnen dit verklaren. Hoewel de AIOS gemotiveerd waren, waren ze onvoldoende voorbereid op de vraaggerichte benadering van de CoP. AIOS worden opgeleid in een hiërarchische werk- en leeromgeving. Een CoP vereist een meer gelijkwaardige leeromgeving als basis voor actieve deelname. AIOS vonden deelname aan dit onderwijs rondom een complex thema al een grote stap. Daarnaast maakten andere concurrerende taken naast de patientenzorg, en last minute roosterwijzigingen het AIOS lastig te focussen en actiever deel te nemen.

Leren in een community zich niet laat plannen, maar moet groeien. Hoe ideaal een CoP ook klinkt, implementatie is complex en vereist vervolgonderzoek rondom succes- en faalfactoren.

Referenties

1. Urquhart, R., Cornelissen E., Shalini, L. et al., A community of practice for knowledge translation trainees: an innovative approach for learning and collaboration. Journal of Continuing Education in the Health Professions, 2013. 33: 274-81.
Trefwoorden: Curriculum: Community-based, Curriculum: Student-centred, Learning outcomes: Reflection / Critical thinking / decision-making / clinical reasoning

Wijze van presentatie: Poster


Correspondentieadres:

M. van Iersel

Radboud UMC

Instituut voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek

Geert Grooteplein Noord 21

6525 GA NIJMEGEN

E-mail: Marianne.vanIersel@radboudumc.nl

B13 / Zaal 401

Fringe: Zen meditatie
In deze Fringe willen we deelnemers laten ervaren wat Zen meditatie inhoudt. Veel mensen hebben in onze hectische maatschappij moeite met hun aandacht en vinden het moeilijk om goed om te gaan met alle eisen die werk, privé of opleiding aan ons stellen.

In zen staat het trainen van aandacht centraal. Hierdoor zijn we in staat ons optimaal te ontwikkelen. Zen meditatie beoefenen is het werken aan je mentale conditie. Het doel is beter in staat te zijn te denken wat je wilt denken, te doen wat je wilt doen en te voelen wat je wilt voelen. Zodoende draagt zen bij aan het ontwikkelen van duurzaam geluk van zoveel mogelijk mensen.

Zen vindt zijn oorsprong in het boeddhisme. Via China, in de 5e eeuw, heeft Zen in de 12e eeuw de oversteek gemaakt naar Japan, en in de afgelopen decennia ook naar de westerse wereld. Zen is levenskunst in de praktijk.

Het zelf ervaren van de meditatie staat centraal in deze workshop. Daarnaast zullen we enkele kernbegrippen van zen bespreken en bediscussiëren, als ondersteuning van de oefening.

Om deel te nemen aan deze Fringe is geen ervaring met meditatie nodig. Wel wordt er van de deelnemers verwacht dat ze open staan om de oefeningen mee te doen en de stilte te ervaren.
Workshop NVMO: Zen meditatie

Leraren: Floor Rikken, Sietze Graafsma, Peter van Beukelen

Duur: 5 kwartier

Aantal deelnemers: max. 50


B14 / Zaal 402
Internationaal samenwerken aan medisch onderwijs: creatieve oplossingen gezocht!
Filius RF, Browne JB

UMC Utrecht


Medisch onderwijs gaat over landsgrenzen. In deze workshop stellen we internationaal samenwerken aan medisch onderwijs centraal.

Het UMC Utrecht en Elevate hebben samen met verschillende Amerikaanse en Afrikaanse universiteiten en ziekenhuizen gewerkt aan het opbouwen van een curriculum voor het opleiden van gynaecologen in 15 Afrikaanse landen met behulp van een internationale subsidie. Het curriculum zal bestaan uit een curriculum dat zowel online als via ‘face to face’ onderwijs gegeven wordt.

Uiteindelijke doel is het verminderen van de sterfte onder (aankomende) moeders en hun (ongeboren) baby’s in Sub-Sahara Afrika in de komende tien jaar. Die sterfte is nu relatief hoog. Door meer artsen op te leiden tot gynaecoloog wordt ernaar gestreefd de sterfte te verminderen.

Doel


Tijdens de workshop zullen deelnemers ervaringen en adviezen uitwisselen over internationale samenwerking aan medisch onderwijs met betrekking tot subsidie-aanvraag, culturele verschillen, taakverdeling, proces en resultaat.

Dit specifieke project is gesubsidieerd door de Bill & Melinda Gates Foundation en door de World Bank. De subsidie is najaar 2013 gehonoreerd, waarna het project gestart is. Naar verwachting zal de eerste online pilot cursus in juli 2014 worden opgeleverd. Volgens planning zal deze cursus in november 2014 voor het eerst aan de doelgroep (Afrikaanse gynaecologen) zijn gegeven en zal het verdere curriculum grotendeels bekend zijn.

Doelgroep

Onderwijskundigen, onderwijsmanagers, onderwijscoordinatoren, onderwijsgevenden, onderwijsontwikkelaars, projectontwikkelaars, opleiders van specialisten, gynaecologen, verloskundigen.

Opzet

Gestart wordt met een interactieve presentatie over onze ervaringen met de projectaanvraag, onderlinge samenwerking, culturele verschillen, ontwikkeling van het onderwijs en het resultaat. Tijdens het project deden zich allerlei onverwachte situaties voor, waar telkens opnieuw een creatieve oplossing voor bedacht moest worden. De presentatie wordt afgewisseld met stellingen, casussen en discussies, die gaan over die onverwachte situaties, creatieve oplossingen en dilemma’s die zich in dergelijke situaties voordoen. Deelnemers kunnen hun stem uitbrengen op stellingen, kunnen aangeven wat zij als volgende stap zouden nemen bij de casussen en kunnen tussendoor in kleine groepjes discussiëren op dilemma’s. Er wordt ook een demonstratie gegeven van het eindresultaat, en wie interesse heeft kan een tijdelijk gastaccount krijgen. Aan het eind is de leeropbrengst:



Kennen van ervaringen & tips over internationaal samenwerken;

Bewust zijn van onze typisch Nederlandse vooronderstellingen, aanpak, kwaliteiten en valkuilen;

Bewust zijn van culturele verschillen bij het ontwikkelen en geven van internationaal onderwijs;

Kennen van ervaringen & tips bij het ontwikkelen van medisch onderwijs samen met een groot aantal verschillende instellingen;

Eigen mogelijkheden verkennen van internationale samenwerking aan de ontwikkeling van medisch onderwijs.

Maximum aantal deelnemers: Ongelimiteerd, mits genoeg stoelen. We werken afwisselend plenair en in groepen, met volop ruimte voor eigen inbreng.


Trefwoorden: Education management: International/ transnational medical education, Students/Trainees: Characteristics, Curriculum: General

Wijze van presentatie: Workshop
Correspondentieadres:

R.F. Filius

UMC Utrecht

Elevate


Huispostnummer STR. 6.131
PO Box 8550

3508 GA UTRECHT

E-mail: r.m.filius@umcutrecht.nl


B15 / Zaal 403
Maak het boeiend! Ervarend leren tijdens practica
Zanten D van, Wenisch A

VU medisch centrum


Thema

Het leerproces van studenten kan bevorderd worden door theorie om te zetten in uitdagende taken en opdrachten, zodat studenten in practica of in hun persoonlijke leven ontdekken en snappen hoe theorie werkt in de praktijk. Dan kan het gaan om bijvoorbeeld hoe patiënten hun klachten beleven, over moeilijkheden bij leefstijlverandering of hoe lastig het kan zijn om therapietrouw te blijven. Onderwijs in deze vorm wordt vaak interessanter gevonden en blijft beter hangen.

Studenten VUmc krijgen in het eerste jaar van de Bachelor twee practica in het kader van de cursus Leren Dokteren. In deze practica krijgen zij diverse taken, opdrachten en oefeningen gerelateerd aan het symptoomperceptiemodel, stress, coping en ziektegedrag. Deze practica worden door zowel studenten als docenten positief gewaardeerd. Op grond van student- en docentevaluaties zijn er de afgelopen jaren ook enkele bijstellingen geweest van taken. Hierbij werd helder welke randvoorwaarden vervuld moeten worden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld kosten lesmateriaal, privacy, veiligheid, noodzakelijke voorkennis aanwezig etc. Maar ook kan weerstand bij het uitvoeren van een taak ontstaan waardoor de leerervaring verloren gaat.

Doelen


In deze workshop willen we deelnemers inspireren en handvatten aanreiken om ‘ervarend leren’ als onderwijsmethodiek te ontwikkelen almede inzicht te geven in de diverse noodzakelijke randvoorwaarden.

Doelgroep

Docenten en opleiders die practica ontwikkelen in Bachelor of Master.

Opzet workshop/ activiteiten

Na een korte inleiding zullen de deelnemers zelf ervaren hoe zo’n taak er in de praktijk uit ziet, waarbij de theorie van het symptoomperceptiemodel als uitgangspunt dient. Deelnemers kunnen dan ervaren hoe symptomen, aandacht, cognities, stress en emoties in interactie zijn.

Vervolgens zullen de deelnemers in subgroepjes voor hun eigen onderwijs taken of opdrachten voor studenten bedenken en verder praktisch uitwerken. Daarvoor is soms creatief of ‘out of the box’ denken nodig. Daarbij zullen interactief de verschillende randvoorwaarden ter sprake worden gebracht en toegepast op de eigen bedachte taak of opdracht. Deelnemers zullen daarbij elkaar op positieve en kritische wijze stimuleren in de verdere uitwerking.

Opbrengst

De workshop geeft deelnemers handvatten voor verdere ontwikkeling van eigen onderwijs. Hiermee kunnen deelnemers in hun eigen onderwijspraktijk aan de slag.

Maximum aantal deelnemers: 20
Trefwoorden: Teaching & learning: Learning styles/theory/instructional design, Teaching & learning: All

Wijze van presentatie: Workshop


Correspondentieadres:

D. van Zanten

VU medisch centrum

Medische Psychologie

Van der Boechorststraat 7

1081 BT AMSTERDAM

E-mail: d.vanzanten@vumc.nl

B16 / Zaal 404

Zorgen met techniek: ’teach what you preach’

Winnaars NVMO-prijs Beste Onderwijsinnovatie 2013

Wouters E, Hoof J van, Nieboer ME

Fontys Hogeschool, Eindhoven

In 2013 werd de NVMO-prijs voor de Beste Onderwijsinnovatie toegekend aan de Minor Gezondheidszorg en Technologie van het Fontys Expertisecentrum Gezondheidszorg en Technologie

(EGT), Eindhoven. Het betreft een minor van 20 weken, die sinds 2011 operationeel is. De jury vond deze minor een unieke onderwijsvorm waarin gevarieerde werkvormen worden toegepast. De minor is vernieuwend door de interdisciplinaire samenwerking tussen 4e jaars bachelorstudenten met verschillende achtergronden op het snijvlak van gezondheidszorg en technologie. Bovendien is de minor maatschappelijk zeer relevant in de context van de vergrijzing en de daarop anticiperende ontwikkeling van zorgdomotica.
Nieuwsgierig geworden na deze mooie laudatio? Op verzoek van de congrescommissie geven de prijswinnaars u een inkijk in hun unieke minor.

17.15-17.30 WISSELPAUZE MET KOFFIE EN THEE


17.30-18.45 Blok C
C1.1 / Zaal 522
De invloed van de werkomgeving op het presteren van docenten: bevlogenheid als perspectief
Berg JW van den, Verberg CPM, Berkhout JJ, Lombarts MJMH, Scherpbier AJJA, Jaarsma ADC

Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam


Probleemstelling

Bevlogenheid is veelvuldig gecorreleerd met een verhoogd welzijn en verhoogd presteren van werknemers.1 Het kan daarmee een uitgangspunt zijn voor vernieuwingen in medisch onderwijs. Bevlogenheid wordt versterkt door energiebronnen. Werkstressoren beïnvloeden de mate van versterking. Binnen medisch onderwijs is onderzoek gericht geweest op de motivationele energiebronnen die docenten ervaren. Daarbij is gemeten of bevlogenheid verschilt voor de rol van clinicus, onderzoeker en die van docent. In dat onderzoek werd per rol een andere mate van bevlogenheid gemeten.2 Ons doel is te beter te begrijpen hoe bevlogenheid voor medisch onderwijs bij individuele docenten ontstaat, door inzicht te krijgen in de gevolgen van rolinteractie op de rol van docent en te verkennen welke bronnen en stressoren door docenten in hun dagelijks werk worden ervaren.

Methode

Wij hebben semi-gestructureerde interviews gehouden met zestien docenten in medisch onderwijs, verbonden aan twee academische ziekenhuizen in Nederland. De deelnemers zijn geselecteerd met de bedoeling dat zij een variatie aan rollen, achtergronden en ervaring vertegenwoordigen. De interviews werden woordelijk uitgewerkt en iteratief geanalyseerd met behulp van de template analyse methode. Het initiële template werd opgebouwd rond de hoofdonderdelen van het bevlogenheidsmodel. Binnen deze hoofdonderdelen werd open gecodeerd. Het template werd regelmatig bijgesteld, waarna vijf hoofdthema’s ontstonden.



Resultaten

De vijf thema’s uit onze analyse zijn: kenmerkende eigenschappen van de organisatie, de onderwijstaak en de docent, prestatiefeedback en de gevolgen van rolinteractie. Binnen deze thema’s gaven docenten voorbeelden van zaken die het geven van onderwijs makkelijker en stimulerender maken (energiebronnen) en voorbeelden van zaken die een fysieke of emotionele belasting vormen (stressoren). Een voorbeeld van zowel een bron als stressor, op organisatieniveau, is een onderwijsprijs: docenten gaven aan dit als teken van waardering te zien terwijl anderen dit ervaren als een oneerlijke beloning. Er werden zowel directe als indirecte gevolgen van rolinteractie ervaren. Directe gevolgen zijn bijvoorbeeld kennis en vaardigheden die het onderwijs geven makkelijker maken. Indirecte gevolgen hebben bijvoorbeeld betrekking op successen als onderzoeker, waardoor onderwijs geven als leuker wordt ervaren. Toegenomen werkdruk wordt ervaren als fysiek en cognitief belastend.

Discussie

Uit ons onderzoek lijkt naar voren te komen dat op bevlogenheid voor medisch onderwijs vooral bronnen en stressoren van invloed zijn die een direct verband hebben met onderwijs. Daarnaast spelen er zaken die algemener zijn, waarvan de invloed waarschijnlijk niet specifiek voor de rol van docent is. Deze zijn met name gerelateerd aan organisatorische aspecten en rolinteractie.

Belangrijk is verder de tegengestelde ervaringen die docenten hebben rond eenzelfde aspect, zoals een onderwijsprijs. Dit toont een genuanceerd beeld van bevlogenheid voor medisch onderwijs waardoor interventies hierop waarschijnlijk maatwerk zullen moeten zijn.

Verder onderzoek kan uitwijzen welke invloeden het sterkst zijn en welke interventies het meest geschikt zijn om recht te doen aan de verschillen die op individueel niveau bestaan.

Referenties
1. Bakker AB. An Evidence-Based Model of Work Engagement. Curr. Dir. Psychol. Sci. 2011;20(4):265–269.

2. Van den Berg BAM, Bakker AB, Ten Cate TJ. Key factors in work engagement and job motivation of teaching faculty at a university medical centre. Perspect. Med. Educ. 2013;2(5-6):264–75.


Trefwoorden: Teachers/Trainers: General, Teachers/Trainers: Roles of the teacher, Education management: General

Wijze van presentatie: Wetenschappelijke paper


Correspondentieadres:

J.W. van den Berg

Academisch Medisch Centrum

Centrum voor Evidence Based Education

Meibergdreef 15

1105 AZ AMSTERDAM

E-mail: j.w.vandenberg@amc.uva.nl

C1.2 / Zaal 522
Vijf docentprofielen met verschillende opvattingen over onderwijs, in studentgecentreerd medisch onderwijs
Jacobs JCG1, Luijk SJ van2, Galindo-Garre F1, Muijtjens AMM3, Vleuten CPM van der3, Croiset G1, Scheele F1

1VU medisch centrum, 2MUMC, 3Universiteit Maastricht
Introductie

Opvattingen van docenten over leren en onderwijs beinvloeden hun doceergedrag en indirect de studieresultaten van studenten. Sommige auteurs benadrukken dat docentprofessionaliseringexpliciet aandacht zou moeten besteden aan opvattingen van docenten, om blijvende veranderingen in docentengedrag te bereiken. 1

Opvattingen van docenten kunnen gemeten worden met de COLT (conceptions of learning and teaching)-vragenlijst , die bestaat uit drie schalen nl. ‘docentgecentreerdheid’, ‘waardering van activerend onderwijs’ en ‘orientatie op toekomstige beroepspraktijk’. Gezien de vertaalslag naar de praktijk zijn we benieuwd of op basis van combinaties van deze schalen, specifieke docentprofielen te identificeren zijn. We veronderstellen dat hiermee docentprofessionalisering beter afgestemd kan worden op opvattingen en behoeften van docenten, op micro (individuele docent), meso (afdeling) en macro niveau (instelling). Onze onderzoeksvragen zijn daarom: (1) Kunnen docentprofielen onderscheiden worden op basis van opvattingen over onderwijs? (2) En zo ja, hoe verschillen deze docentprofielen van elkaar?

Methoden

Alle docenten in de bachelor opleiding Geneeskunde van VUmc en Universiteit Maastricht, beide met een studentgecentreerd curriculum, werden uitgenodigd de COLT-vragenlijst in te vullen. Deze vragenlijst bevat 18 items (op 5 punts Likert schaal) en werd elektronisch verspreid. Tevens werd informatie verzameld over persoonskenmerken van respondenten ( gender, leeftijd) en werkgerelateerde kenmerken (bijv. ervaring, discipline, onderwijstaken). Met een K-means cluster analyse werd nagegaan of en hoeveel docentprofielen konden worden onderscheiden, gevolgd door het berekenen van chi kwadraten. SPSS versie 19 werd gehanteerd.

Resultaten en conclusie

De respons op de vragenlijst was vergelijkbaar voor beide instellingen en bedroeg 49.4% (N=319/646). Een vijf-cluster oplossing paste het best bij de data, wat inhoudt dat vijf docentprofielen gevonden werden. Zij werden ‘Transmitters’ (meest traditioneel), ‘Organizers’, ‘Intermediates’, ‘Facilitators’ and ‘Conceptual Change Agents’ (meest modern) genoemd. We vonden significante verschillen tussen de docentprofielen. Vrouwen bleken vooral ‘Organizers’ en ‘Facilitators’ en mannen mn. ‘Conceptual Change Agents’. ‘Transmitters’ hadden vaak minder onderwijsuren en qua takenpakket bleken ‘Facilitators’ en ‘Conceptual Change Agents’ vaker betrokken bij onderwijsontwikkeling. Leeftijd en discipline verschilden niet significant tussen de vijf docentprofielen. Verder bleek tussen de twee instellingen de verdeling van de docentprofielen significant te verschillen.

Discussie

In de context van twee universiteiten met studentgecentreerd medisch onderwijs, vonden we vijf docentprofielen met verschillende opvattingen over onderwijs. Verder onderzoek is nodig om na te gaan of deze bevindingen te generaliseren zijn en hoe ze docentprofessionalisering kunnen optimaliseren.

Referenties

1. Postareff L, Lindblom-Ylänne S, Nevgi A (2008). A follow-up study of the effect of pedagogical training on teaching in higher education. Higher Education, 56(1), 29-4

2. Jacobs JCG, Luijk SJ van, Berkel H van, Vleuten CPM van der, Croiset G, Scheele F (2012). Development of an instrument (the COLT) to measure conceptions of teachers, in student-centred medical education. Medical Teacher, 34, e483-e491.


Trefwoorden: Teachers/Trainers: Faculty/Staff development, Teachers/Trainers: General, Curriculum: Student-centred,

Wijze van presentatie: Wetenschappelijke paper


Correspondentieadres:

J.C.G. Jacobs

VU medisch centrum

School of Medical Sciences, Team Onderzoek van Onderwijs

Postbus 7057 (PK 5.002)

1007 MB AMSTERDAM

E-mail: a.jacobs@vumc.nl

1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   24

  • B12.7 / Lamoraalzaal
  • B14 / Zaal 402
  • B15 / Zaal 403
  • B16 / Zaal 404
  • Blok C C1.1 / Zaal 522
  • C1.2 / Zaal 522

  • Dovnload 1.15 Mb.